Vandaag mag Willeke Alberti 80 kaarsjes uitblazen.

Geboren in het naoorlogse Amsterdam als dochter van de bekende zanger Willy Alberti en Ria Kuiper, bracht ze een deel van haar jeugd door in Arnhem bij haar grootmoeder.

Al op jonge leeftijd, elf jaar om precies te zijn, debuteerde ze in de musical Duel om Barbara en zong ze samen met haar vader het duet “Zeg pappie ik wilde u vragen” op haar eerste single.

De jaren zestig markeerden haar doorbraak als zangeres, “Spiegelbeeld” (1963), een bewerking van “Tender Years”, leverde haar een gouden plaat op en werd gevolgd door hits als “Mijn dagboek” en “De winter was lang” (nummer 1 in 1964).

Samen met haar vader schitterde ze in de populaire televisieshow Willy en Willeke.

In de jaren zeventig verbreedde Alberti haar horizon naar het acteerwerk, met een hoofdrol in de televisieserie De kleine waarheid en rollen in films als Oom Ferdinand en de toverdrank en Rooie Sien, waarin ze het prachtige “Telkens weer” vertolkte.

Ook “Carolientje” (1977) werd een grote hit in Nederland en Vlaanderen. Zowel in Vlaanderen als in Nederland bereikte ze de vijfde plaats met dit leuk nummer.

Na een periode van relatieve rust maakte Alberti in 1987 een succesvolle comeback.

Haar platen werden opnieuw met goud bekroond en het lied “Samen zijn” uit de kinderserie Pompy de Robodoll werd een hit.

Ze trad op in theaters, verscheen op televisie en werkte samen met diverse artiesten.

Haar deelname aan het Eurovisiesongfestival in 1994 met “Waar is de zon” leverde helaas een teleurstellende klassering op.

Naast haar artistieke carrière toonde Alberti zich maatschappelijk betrokken.

Ze richtte de Willeke Alberti Foundation op, die zich inzet voor ouderen in zorginstellingen.

Ze bleef acteren in series, musicals en films, leende haar stem aan animatiefiguren en werkte samen met uiteenlopende artiesten.

Haar zestigjarig jubileum en zeventigste verjaardag vierde ze groots in Carré en met De Toppers in de ArenA.

Ze werd benoemd tot ambassadeur van het Nederlandse levenslied en toerde met een jubileumshow.

Ter gelegenheid van haar 75e verjaardag en 60-jarig jubileum is in 2023 haar complete oeuvre uitgebracht in de 25 cd’s tellende boxset “Telkens Weer Samen”.

Deze indrukwekkende verzameling en natuurlijk ook aanwezig in mijn verzameling, bevat al haar singles, albums, duetten, samenwerkingen en nooit eerder uitgebrachte opnames, waaronder een bijzonder duet met Rob de Nijs en een herontdekte Nederlandse vertaling van “House For Sale”.

De box biedt een unieke blik op de rijke carrière van Alberti en bevat, maar liefst 584 nummers, waarvan velen voor het eerst op cd te beluisteren zijn.

Willeke Alberti, terugblikkend op haar carrière: “Aan veel van die liedjes zijn voor mij herinneringen verbonden, net als voor u. Ze begeleiden en verbinden ons samen al een leven lang.”

Onlangs kondigde ze aan dat ze stopt met optreden om meer tijd met haar familie door te brengen.

Vandaag, 3 februari 2025, herdenken we dat het 26 jaar geleden is dat de getalenteerde zangeres Gwen Guthrie, op slechts 48-jarige leeftijd, bezweek aan de gevolgen van baarmoederkanker in Orange, New Jersey.

Gwen Guthrie, geboren en getogen in Newark, New Jersey, toonde al op jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.

Haar vader leerde haar piano spelen toen ze nog maar acht jaar oud was, en op school verdiepte ze zich in de klassieke muziek.

Naast haar formele opleiding zong ze ook voor haar plezier op straatfeesten en partijen.

Begin jaren zeventig zong ze in de zanggroepen The Ebonettes en The Matchmakers.

Na haar opleiding werkte ze als onderwijzeres, maar de muziek bleef trekken.

In 1974 deed ze auditie als studiozangeres voor Aretha Franklin en ze kreeg de baan en dit was het begin van een indrukwekkende carrière als achtergrond- en sessiezangeres.

Haar veelzijdige en krachtige stem maakte haar ook een veelgevraagd zangeres in de reclamewereld.

Ze zong in talloze jingles, vaak samen met haar vriendin Valerie Simpson, bekend van het duo Ashford & Simpson.

Ook de samenwerking met Luther Vandross was een vruchtbare periode in haar carrière.

Als sessiezangeres liet Guthrie haar stempel achter op albums van een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Kenny Loggins, Steely Dan, The Affair, George Howard, Noel Pointer, Houston Person, Angela Bofill, John Blake, Roberta Flack en Billy Griffin.

Naast zingen bleek Guthrie ook een begenadigd liedjesschrijver.

In 1975 componeerde ze “Supernatural Thing” voor Ben E. King, dat een top 10-hit werd.

Ook schreef ze nummers voor Isaac Hayes.

Voor het debuutalbum “Circle Of Love” van The Sister Sledge schreef ze maar liefst zeven nummers, samen met haar toenmalige vriend, trombonist en bassist Patrick Grant (Haras Fyre).

Eind jaren zeventig nam ze een soloplaat op voor Columbia Records, maar deze werd helaas nooit uitgebracht.

Teleurgesteld vertrok ze naar Jamaica, waar ze een jaar verbleef.

Na haar terugkeer in de Verenigde Staten kreeg ze een contract bij Chris Blackwell van Island Records.

In 1982 werd haar eerste officiële soloalbum, simpelweg getiteld “Gwen Guthrie”, uitgebracht.

Het album bevatte een mix van R&B, reggae en dancemuziek.

Haar grootste succes kwam in 1986 met de onweerstaanbare discoklassieker “Ain’t Nothin’ Goin’ On But The Rent”.

Dit nummer werd een wereldwijde hit en had een belangrijke invloed op de ontwikkeling van housemuziek.

Tot 1988 had ze nog enkele kleinere hits in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren negentig richtte Guthrie zich voornamelijk op het arrangeren en produceren van muziek.

Vandaag 40 jaar geleden, Spandau Ballet te gast in Brielpoort in Deinze.

Op 2 februari 1985, vandaag exact 40 jaar geleden, landde de Spandau Ballet World Parade in de Brielpoort in Deinze.

Na enkele Britse new wave hits, waaronder hun vijfde top 10-hit in de Britse top 40 “Lifeline” in de herfst van 1982, brak Spandau Ballet in 1983 wereldwijd door met hun derde LP ‘True’.

Dit album, met een meer jazzy, poppy en soulvol geluid, leverde de monsterhits “True” en “Gold” op, beide geschreven door Gary Kemp, die verantwoordelijk was voor alle 22 Spandau Ballet singles.

Voor de ingang van de Brielpoort verdrongen fans, getooid met Spandau-petjes en sjaaltjes, zich om een glimp van hun idolen op te vangen.

Honderden jongelui stonden ongeduldig te wachten, hier was duidelijk iets aan de hand: “Welcome To The Spandau World Parade!”

De nokvolle zaal was gevuld met een opgewonden menigte, popelend om de favoriete band van het moment te zien.

Het publiek, overwegend vrouwelijk en net geen twintig, liet zien dat Spandau Ballet niet langer alleen de allerkleinsten wist te bekoren.

Tussen de jonge fans kon je ook ouders spotten die gretig langs de tientallen stalletjes met Spandau-prullaria schoven.

Posters, ter grootte van een rol behangselpapier, badges, sjaals, alles was versierd met het verzorgde Spandau-logo.

Een goed draaiende nevenhandel voor elke populaire Engelse band, een lucratieve business zo bleek uit de kooplustige fans die de stalletjes afschoven.

Precies op tijd ging de bel en stormde iedereen naar hun, ongetwijfeld duur betaalde, stoeltjes.

Een flard populaire klassieke muziek zwermde over de tienduizend hoofden, het donkere gordijn werd met een fikse ruk weggetrokken en daar stonden ze: de halfgoden van de Britse popindustrie.

Vijf jongens die, ondanks wat kritische tegenwind, op drie jaar tijd de absolute top hadden bereikt.

Met “Communication” zette de band meteen de toon voor de avond.

De zaal swingde, en van stilzitten was nauwelijks sprake meer.

De heupbewegingen van Tony Hadley, perfect te volgen op het grote videoscherm, werden begroet met luid gejoel.

Een thuiswedstrijd voor het Londense vijftal in het hart van Vlaanderen.

De veelgehoorde kritiek dat Spandau live niet sterk zou zijn, werd door Gary Kemp met een paar loeiende gitaarsolo’s, en saxofonist Steve Norman met een glasheldere solo, van de kaart geveegd.

Na een half uur nam de band gas terug en liet Hadley een paar nummers ‘croonen’, waarbij zijn jasje en hoge boord vakkundig werden opgevangen door de roadies. “True” werd het eerste hoogtepunt, gevolgd door “Gold” en “Code Of Love”.

Hadley praatte met zijn publiek alsof hij in een pub stond te praten, de jongens hadden het entertainersvak, door het vele ‘on the road’ zijn, duidelijk onder de knie.

Het decor in de achtergrond wisselde nog sneller dan de outfits van de bandleden zelf.

De belichting was sober, maar de kleuraccenten pasten perfect bij de sfeer van elk nummer.

Spandau werd natuurlijk teruggeroepen voor een toegift en het gekrijs was tot ver in de omtrek te horen. “Paint Me Down” en “Chant No. 1” sloten de bijna twee uur durende show af.

Spandau Ballet bewees die avond in Deinze meer te zijn dan een opgepepte hitmachine.

Hun fraaie pakjes verborgen allerminst een gebrek aan muzikaal talent. Een band om in de gaten te houden, zeker na hun eclatante succes in de Wembley Arena!

Na de split in 1990 kwam de band in 2009 weer bij elkaar.

In 2019 viel het doek definitief, na het vertrek van zanger Tony Hadley in 2017 (vervangen door Ross William Wild).

Ondanks het einde van Spandau Ballet in zijn klassieke vorm, blijven de bandleden actief.

Gary Kemp speelt in Nick Mason’s Saucerful Of Secrets en acteert.

De broers Kemp speelden samen in de films The Krays en The Bodyguard.

Ook op muzikaal vlak blijft de erfenis van Spandau Ballet nazinderen, hun laatste album, Once More, verscheen in 2009.

Vandaag 55 jaar geleden, overlijdt de Britse filosoof, logicus, wiskundige Bertrand Russell.

Russell was van adellijke afstamming en hij kreeg onderwijs van privéleraren.

Zijn grootvader John Russell was tweemaal premier van het Verenigd Koninkrijk geweest: 1846-1852 en 1865-1866.

Hij maakte naam met ‘Principles of Mathematics’ (1903) en geldt als grondlegger van de analytische filosofie.

Russell gebruikte logica om wiskundige problemen op te lossen en om filosofische problemen te verhelderen.

Hij zag het als zijn taak een logische taal te ontwerpen, zodat wij niet langer worden misleid door de onnauwkeurige weergave van de wereld in de gewone taal.

De flamboyante Engelsman had vooruitstrevende ideeën en stond daar ook voor.

In 1918 zat hij vijf maanden vast wegens zijn pacifistisch protest tegen deelname van de Verenigde Staten als bondgenoot in de strijd tegen Duitsland.

In 1940 werd hij in New York moreel ongeschikt bevonden om les te geven.

Hij streed voor gelijkberechtiging van vrouwen en tegen het christendom.

In 1950 kreeg Russell de Nobelprijs voor de Literatuur, niet voor zijn filosofisch werk, maar voor zijn rol als ‘voorvechter van humaniteit en geestelijke vrijheid van de mensheid’.

Russell keerde zich vanaf het midden van de jaren vijftig ook tegen nucleaire bewapening.

Tijdens de Vietnamoorlog riep hij samen met o.a. Jean-Paul Sartre een Vietnamtribunaal in het leven: een opinietribunaal.

Hij beschuldigde de Verenigde Staten van oorlogsmisdaden.

Drie dagen voor zijn dood publiceerde Russell nog een brief met een veroordeling van Israëls politiek die hij kenmerkte als een “politiek van agressie en gebiedsuitbreiding door geweld”.

De brief, gedateerd op 31 januari 1970 werd op 3 februari, een dag na zijn dood, voorgelezen op een Internationale conferentie van parlementariërs in Caïro.

De brief werd ook als advertentie in The Times gepubliceerd.

90 jaar geleden, reclame voor het radiotoestel serie 35 van het Belgisch merk SBR (februari 1935).

SBR, afkorting voor Société Belge Radio-électrique, werd opgericht in 1922 in Brussel.

Het was een initiatief van de Compagnie Générale de Télégraphie Sans Fil (CSF), een Franse pionier in radiotechnologie.

SBR was een van de eerste bedrijven in België die zich bezighielden met de productie en verkoop van radio-ontvangsttoestellen.

In de beginjaren produceerde SBR vooral radiotoestellen op basis van licenties van CSF.

Ze bouwden onderdelen en assembleerden toestellen in hun fabriek in Brussel.

In de jaren 30 begon SBR steeds meer eigen toestellen te ontwikkelen en produceren.

Ze investeerden in onderzoek en ontwikkeling en brachten innovatieve radiomodellen op de markt.

Naast radio’s begon SBR ook met de productie van andere elektronische apparaten, zoals versterkers en luidsprekers.

In de jaren 50 stapte SBR in de opkomende televisiemarkt.

Ze waren een van de eerste Belgische producenten van televisietoestellen.

SBR groeide uit tot een toonaangevend merk in de Belgische elektronicasector.

Ze hadden een goede reputatie op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid.

Vanaf de jaren 60 kreeg SBR steeds meer concurrentie van buitenlandse merken, vooral uit Japan en later uit andere Aziatische landen.

Deze merken boden vaak goedkopere producten aan.

De snelle technologische ontwikkelingen, zoals de opkomst van de transistor en geïntegreerde schakelingen, maakten het moeilijk voor SBR om bij te blijven.

SBR werd in de loop der jaren overgenomen door verschillende bedrijven, waaronder Philips in 1963, die er een onderzoekscentrum vestigde.

In 1973 verkocht Philips SBR aan het Amerikaanse General Telephone & Electronics (GTE).

Ondanks pogingen om het bedrijf te herstructureren, bleef SBR verlieslatend.

In 1987 besloot GTE, dat ondertussen de naam veranderd had in Sylvania, om de productie in de fabriek in Brugge te stoppen.

Dit betekende het definitieve einde van het merk SBR.

Op het terrein van de fabriek in Brugge, huisvestend nu Barco.

Vandaag, 2 februari 2025, vieren we de 125ste verjaardag van de première van de opera Louise van de Franse componist Gustave Charpentier.

De opera zag voor het eerst het levenslicht in de Opéra-Comique te Parijs op 2 februari 1900.

Het leven van Gustave Charpentier (1860-1956) leest als een sprookje.

Geboren als zoon van een arme bakker in Dieuze, een klein stadje in Lotharingen, kon hij enkel dankzij financiële steun van de gemeente zijn muzikale talenten ontwikkelen.

Deze steun was cruciaal, want het stelde hem in staat om te studeren aan het prestigieuze Parijse conservatorium.

Daar kreeg hij les van onder andere Jules Massenet, de productiefste en artistiek zowel als commercieel succesrijkste Franse operacomponist van zijn tijd, de periode tussen 1870/71 en de Eerste Wereldoorlog, die we ook wel kennen als de belle époque van de Derde Franse Republiek.

Het is interessant om te weten dat Charpentier in zijn vroege jaren Massenets assistent was.

Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want in 1887 won hij de prestigieuze Prix de Rome met zijn cantate-scène lyrique Didon.

Deze prijs, een beurs voor kunstenaars, stelde hem in staat om vier jaar in Rome te studeren en te werken in de beroemde Villa Medici.

Het hoogtepunt in zijn carrière was ongetwijfeld de première van zijn opera Louise in 1900.

Deze opera, een “roman musical” (muzikale roman) in vier bedrijven en vijf tonelen, was meteen een overweldigend succes, zowel in Frankrijk als in de rest van de wereld.

De opera, die het verhaal vertelt van een jonge Parijse naaister die verliefd wordt op een kunstenaar, viel in de smaak vanwege het realistische en sociale karakter, dat destijds als vernieuwend werd beschouwd.

De aria “Depuis le jour”, gezongen door Louise, is nog steeds een van de meest geliefde sopraanaria’s.

Leopold III, koning der Belgen, was een grote bewonderaar van het werk.

Het succes van Louise kon Charpentier helaas niet herhalen met zijn latere werk.

Zijn vervolgopera, Julien, ou La vie du poète (1913), een lyrisch drama dat wordt beschouwd als het symbolische en filosofische vervolg op Louise, bleef ver achter bij de verwachtingen.

Het werk wordt als moeilijk en minder toegankelijk ervaren.

Na Julien componeerde Charpentier nog maar weinig.

Sommigen beweren dat dit kwam door een gebrek aan inspiratie, anderen dat hij teleurgesteld was in de muzikale wereld.

In de latere jaren van zijn leven wijdde Charpentier zich aan liefdadigheid.

Hij was de oprichter van het Conservatoire populaire Mimi Pinson, een gratis muziekschool voor jonge meisjes uit de arbeidersklasse.

Hij wilde hen de kansen geven die hij zelf had gekregen.

Mimi Pinson was een figuur uit die tijd, de heldin uit de roman Scènes de la bohème van Henri Murger en een personage in opera’s van zowel Giacomo Puccini als Ruggero Leoncavallo.

Zij symboliseerde de vrije en onafhankelijke jonge vrouw uit de Parijse arbeidersklasse.

Gustave Charpentier stierf op 18 februari 1956 op de respectabele leeftijd van zesennegentig jaar.

Hij ligt begraven op de begraafplaats van Père-Lachaise in Parijs, naast andere grootheden uit de Franse cultuur (foto’s uit De Post van 12 maart 1950)

40 jaar geleden, thuis bij de nieuwe Dallas-ster Deborah Shelton.

Deborah Shelton, geboren op 21 november 1948 in Washington D.C., is een Amerikaanse actrice en voormalig schoonheidskoningin, die bij het grote publiek vooral bekendheid geniet als Mandy Winger uit de iconische soapserie Dallas.

Haar jeugd bracht ze door in Norfolk, Virginia en ze omschrijft zichzelf als een “echte losbol” die vroeger niets liever deed dan voetballen.

In 1970 begon haar opmerkelijke reis naar de schijnwerpers, want nadat de oorspronkelijke winnares, Betsy Ulrich, haar titel als Miss Virginia USA opgaf vanwege haar huwelijk, werd Shelton gekroond tot de nieuwe Miss Virginia USA.

Dit succes opende de deur naar de nationale Miss USA verkiezingen in Miami, waar ze prompt de felbegeerde titel in de wacht sleepte.

Alsof dat nog niet genoeg was, behaalde ze ook nog eens de eervolle tweede plaats in de Miss Universe verkiezing, eveneens in Miami, vlak achter de Puerto Ricaanse schone Marisol Malaret.

Een indrukwekkende prestatie, te meer omdat haar voorgangster als Miss USA, Wendy Dascomb, óók uit Virginia kwam. Hiermee won de staat voor het eerst twee jaar op rij de nationale titel, een unicum in de geschiedenis van de missverkiezingen.

Na haar triomfen in de missverkiezingen richtte Shelton haar pijlen op Hollywood en dit met een gedurfde fotoshoot voor het magazine Playboy in maart 1974.

Daarmee zorgde ze voor de nodige publiciteit, en al snel bemachtigde ze gastrollen in populaire televisieseries als Fantasy Island, The A-Team, T.J. Hooker, Riptide en The Love Boat.

In 1984 speelde ze een rol in de thriller Body Double, geregisseerd door Brian De Palma. Ze noemt haar rol in de serie The Yellow Rose als de rol die uiteindelijk de deuren opende naar grotere projecten.

Haar grote doorbraak kwam echter met de rol van Mandy Winger, de verleidelijke minnares van J.R. Ewing, in de wereldberoemde soapserie Dallas.

Van 1984 tot 1987 vertolkte ze de rol met verve, en Mandy groeide uit tot een geliefd personage onder de miljoenen kijkers.

De chemie tussen Shelton en Larry Hagman, die J.R. speelde, spatte van het scherm en gaf een extra dimensie aan de complexe intriges binnen de Ewing-familie.

In 2013 maakte ze een gedenkwaardige comeback als Mandy voor de begrafenis van J.R. in de vernieuwde Dallas-serie.

Ook na haar Dallas-avontuur bleef Shelton acteren, zo was ze te zien in films als Blind Vision (1992) en Plughead Rewired: Circuit Man II (1994).

In 1971, kort na het doorgeven van haar Miss USA-titel, trouwde ze met Vici Castro, een Cubaanse vluchteling.

Ze kregen samen een zoon, Christopher, maar het huwelijk strandde binnen vijf jaar.

In 1977 stapte ze in het huwelijksbootje met de Joods-Israëlische muziekproducent Shuki Levy, bekend van het duo Shuki & Aviva en de muziek voor talloze tekenfilmseries.

Samen kregen ze een dochter, Tamara.

Shelton schreef ook enkel nummers met haar man, zoals het nummer “Magdelena”, die verscheen op een album van Demis Roussos en “Sad” voor Andy Williams.

Het huwelijk eindigde ook met Levi, maar ze bleven wel vrienden.

Na een verloving met componist en muziekproducer Ron Carpenter bleef ze ongehuwd.

Vandaag, op haar zesenzeventigste, geniet ze van haar pensioen.