85 jaar geleden, het gezelschapsspel Monopoly voor het eerst op de markt.

Op 5 januari 1904 vroeg Elizabeth Magie patent aan op het bordspel The Landlord’s Game (Het Spel van de Huisbaas) en ging daarmee naar de Parker Brothers, een spellenfabrikant, maar het spel werd afgewezen.

Charles B. Darrow, een werkloze verwarmingsmonteur uit de Verenigde Staten, liet in 1934 het spel zien dat wij nu als monopoly kennen.

Hij gebruikte The Landlord’s Game als voorbeeld voor monopoly.

De bedeltjes uit de armband van zijn vrouw gebruikte hij als speelstukken (in de traditionele monopolyversies vindt men nog steeds strijkijzertjes en vingerhoedjes in plaats van gewone pionnen).

Ook Darrow ging naar Parker Brothers, maar ook in zijn spel zagen ze niks.

Darrow liet in 1934 (met hulp van een bevriende drukker) 5000 spellen drukken en verkopen via een warenhuis in Philadelphia.

Die werden razendsnel verkocht. Een jaar later toonde Parker Brothers toch interesse.

In het eerste productiejaar werden meer dan een miljoen exemplaren van het spel verkocht.

De Britse speelgoedfabriek Waddingtons werd datzelfde jaar enthousiast, en zo ging monopoly de hele wereld rond.Charles B.

Darrow stierf als multimiljonair.

Het is vandaag in 26 talen verkrijgbaar.

Sinds 1935, het jaar dat het spel door Parker Brothers op de markt gebracht werd, zijn ruim 200 miljoen exemplaren verkocht.

Ook verschijnen regelmatig bijzondere edities. (Diverse bronnen, reclame december 1985 en Wikipedia)

85 jaar geleden, het gezelschapsspel Monopoly voor het eerst op de markt.

De Nederlandse actrice Esther De Boer- Van Rijk in het tijdschrift ABC van 11 augustus 1935

Toen Esther de Boer-van Rijk in 1937 overleed, rouwde heel Nederland. De kranten kopten ‘Nederlands populairste actrice is dood’ en duizenden mensen stonden langs de route van haar begrafenisstoet.

Haar populariteit was ongekend: ze was een icoon wiens beeltenis op talloze artikelen verscheen en wiens levensechte acteerwerk het publiek diep raakte. Recensenten bejubelden haar naturel met de woorden: ‘Men vergat dat ze speelde’.

Haar roem was een wereld van verschil met haar jeugd in een arm, joods-orthodox gezin in Rotterdam.

Na de vroege dood van haar vader werkte ze in het naaiatelier van haar moeder, maar droomde van het toneel.

Ze leerde haar eerste rollen met de tekst op schoot en vocht zich via het amateurtoneel een weg naar een professioneel contract.

Na haar huwelijk met musicus Henri de Boer en hun verhuizing naar Amsterdam, sloeg het noodlot toe.

Haar man raakte verlamd, waardoor Esther de rest van haar leven de enige kostwinner van het gezin zou zijn. Juist in deze zware periode vond ze haar artistieke thuis bij schrijver Herman Heijermans.

Ze werd de ultieme vertolkster van zijn realistische vrouwenrollen, met als absoluut hoogtepunt de rol van vissersweduwe Kniertje in Op hoop van zegen.

Meer dan 1200 keer speelde ze deze rol, zo levensecht dat haar tranen, zoals ze zelf zei, altijd echt waren.

Ondanks haar status werd haar carrière getekend door financiële tegenslag. Gezelschappen gingen failliet, maar de weduwe De Boer-van Rijk was onvermoeibaar.

Gedwongen door geldzorgen richtte ze haar eigen gezelschappen op en toerde tot op hoge leeftijd door het land met de successtukken van Heijermans.

Pas na een operatie besloot de actrice, die ook bekendstond om haar liefdadigheid en trotse joodse identiteit, te stoppen.

Ze overleed kort daarna in 1937 op 84-jarige leeftijd.