Vandaag, 30 jaar geleden, werd Irma Laplasse voor de tweede keer veroordeeld.

Deze vrouw, voluit Irma Elisa Swertwaeger, kwam op 9 februari 1904 ter wereld in het West-Vlaamse polderdorp Schore.

Over haar vroege jaren is weinig bekend, maar op twintigjarige leeftijd trouwde ze met Henri Laplasse.

Het echtpaar vestigde zich op een boerderij in Oostduinkerke en kreeg twee kinderen.

Vanaf het begin van de jaren dertig raakte Henri Laplasse in de ban van het nationaalsocialisme.

Hij sloot zich aan bij het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) en trad in 1941 zelfs toe tot de Vlaamse Wacht, een paramilitaire organisatie die openlijk met de Duitse bezetter samenwerkte.

Hoewel Irma zelf geen politieke ambities had, werd haar hele gezin door de dorpsgemeenschap met de nek aangekeken

Dat werd alleen maar erger toen zoon Frederik bij de Vlaamse Fabriekswacht ging en dochter Angèle een leidende rol op zich nam binnen de Dietsche Meisjesscharen.

De situatie escaleerde in september 1944, toen de bevrijding nabij was.

Terwijl Canadese troepen Diksmuide innamen en het Duitse garnizoen zich terugtrok richting Groenendijk, begon het lokale verzet met het arresteren van collaborateurs.

Ook Frederik Laplasse werd opgepakt en samen met enkele Duitse soldaten opgesloten in de gemeenteschool van Oostduinkerke.

Irma vreesde voor het leven van haar zoon en deed een wanhopig beroep op de Duitse commandant in Groenendijk om de gevangenen te bevrijden.

De daaropvolgende Duitse inval bij de school liep uit op een bloedbad: drie verzetsleden sneuvelden in het vuurgevecht en vier anderen werden direct na hun gevangenname geëxecuteerd.

Kort na deze tragische gebeurtenissen werd Irma Laplasse gearresteerd op beschuldiging van verraad.

Tijdens het proces voor de militaire rechtbank eiste krijgsauditeur Jean Vossen de zwaarste straf.

De rechtbank volgde die eis en op 21 december 1944 werd ze ter dood veroordeeld.

Ondanks een verzoek om gratie en een procedure in beroep, werd ze op 30 mei 1945 geëxecuteerd in de gevangenis van Brugge.

Haar terechtstelling bleef decennialang een bron van bittere discussie, vooral in Vlaamsgezinde kringen, waar men de zaak zag als een symbool van de harde naoorlogse repressie.

Historici zoals de jezuïet Karel van Isacker uitten grote twijfels over de rechtmatigheid van het proces.

Deze aanhoudende druk leidde er uiteindelijk toe dat minister van Justitie Melchior Wathelet in de jaren negentig toestemming gaf voor een herziening.

Op 30 mei 1995, exact vijftig jaar na haar dood, werd het oorspronkelijke vonnis door het Krijgshof in Brussel vernietigd.

Er volgde een nieuw proces, maar de uitkomst bleef nagenoeg gelijk.

Op 14 februari 1996 werd Irma Laplasse opnieuw schuldig bevonden aan de feiten.

Haar straf werd postuum omgezet van de doodstraf naar levenslange hechtenis en een blijvende ontzetting uit haar burgerrechten.

Toen een laatste beroep twee jaar later werd afgewezen, kwam er definitief een einde aan deze slepende juridische geschiedenis.

Frederik Laplasse, de zoon om wie het destijds allemaal begon, overleefde de woelige oorlogsjaren en de daaropvolgende repressie.

Hij overleed in 2013 op 88-jarige leeftijd in zijn vertrouwde Oostduinkerke.

Peter Criss mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Zijn carrière begon toen hij begin jaren zeventig een advertentie plaatste waarin hij zichzelf aanbood als drummer.

Paul Stanley en Gene Simmons reageerden op zijn oproep voor hun groep Wicked Lester.

Met die band namen ze een album op, al zou dit pas in 2002 verschijnen. De echte doorbraak kwam in 1974, toen het drietal – inmiddels aangevuld met Ace Frehley – onder de naam KISS hun debuutalbum uitbracht.

Peter Criss, geboren onder de naam George Peter John Criscuola, groeide op in Brooklyn als vriend van Jerry Nolan (New York Dolls).

Hij kreeg les van zijn idool Gene Krupa.

Die jazzachtergrond gaf KISS een unieke swing, wat hem een eervolle dertiende plaats oplevert in mijn lijst van beste drummers aller tijden.

Toch moeten we eerlijk zijn: die dertiende plek is relatief.

Zijn opvolger Eric Carr, geboren als Paul Charles Caravello, was technisch gezien namelijk een veel betere drummer.

Criss moest het vooral hebben van zijn karakteristieke stijl en uitstraling.

Binnen de KISS-mythologie was zijn personage, de Catman, onmisbaar. Volgens de overlevering koos Peter voor de kat omdat hij zichzelf zag als iemand met negen levens die altijd op zijn pootjes terechtkwam.

De Catman bracht een zachtere, meer mysterieuze energie naar de band. Juist die menselijke kwetsbaarheid achter het masker maakte hem bij veel fans het meest geliefde lid.

De verstandhouding met de overige bandleden vertoonde na een auto-ongeluk in 1978 serieuze barsten.

Peter kampte in die tijd ook met alcoholisme en drugsgebruik. In datzelfde jaar brachten alle vier de bandleden tegelijkertijd een soloalbum uit.

Het gelijknamige album van Criss, met singles als You Matter to Me, liet een heel andere kant van hem horen.

Zijn solowerk neigde naar rhythm-and-blues en soul, wat duidelijk afweek van de hardrockrichting van de band.

In oktober 1980 blikte Criss in het blad Joepie eerlijk terug op deze periode.

Hij gaf toe dat hij een onverschillige houding had aangenomen die niet eerlijk was tegenover de andere groepsleden.

Hij schaamde zich zelfs voor zijn vroegere superstar-maniertjes, zoals het uitschelden van personeel als zij om drie uur ’s nachts in Texas geen kaviaar voor hem konden regelen.

De enorme druk van tournees met soms negentig concerten in enkele maanden werd hem simpelweg te veel.

Hoewel hij later op albums als Dynasty (1979) en Unmasked (1980) nauwelijks of zelfs helemaal niet meer meespeelde, bleef hij als zanger verantwoordelijk voor een aantal van de grootste successen.

Zijn allergrootste succes blijft Beth, een nummer dat hij schreef samen met Bob Ezrin en Stan Penridge.

De single werd in 1976 de enige Amerikaanse top 10-hit voor KISS.

Ook nummers als Black Diamond en Hard Luck Woman groeiden uit tot fan favourites.

Dat laatste nummer was door Paul Stanley eigenlijk voor Rod Stewart geschreven, maar op aandringen van Gene Simmons mocht Peter het inzingen.

Na zijn vertrek bracht hij zijn eerste echte soloplaat Out of Control uit, een mengeling van popballades en bluesy rock met veel saxofoon.

Hij probeerde in die tijd incognito te leven in New York met een baard en een donkere zonnebril.

Achter de schermen was zijn privéleven minstens zo bewogen. Peter is drie keer getrouwd geweest en vond na huwelijken met Lydia Di Leonardo en Debra Jensen (moeder van zijn dochter Jenilee) uiteindelijk het geluk bij Gigi Criss.

Zij was zijn steun toen hij in 2008 borstkanker overwon. Peter ontdekte de ziekte zelf na het sporten en is sindsdien een voorvechter van vroege detectie bij mannen.

Naast de muziek zocht Peter de schijnwerpers op als acteur. In 2002 maakte hij indruk door een gevangene te spelen in de rauwe serie Oz.

Later, in 2009, vertolkte hij de rol van Mike in de film Frame of Mind. Deze uitstapjes lieten zien dat er achter het drumstel een veelzijdig artiest schuilde.

Na jaren van vertrek, succesvolle reünies en ruzies over salarissen, nam Peter in 2003 definitief afscheid van de band.

Dat Eric Singer daarna zijn Catman-make-up overnam, zorgde voor veel woede bij de fans; voor hen kan er immers maar één echte Catman zijn.

In 2014 kreeg hij de ultieme erkenning met een plek in de Rock And Roll Hall Of Fame.

Vandaag 80 jaar geleden, verscheen de eerste volledig Vlaamse editie van het weekblad Libelle.

Hoewel het blad oorspronkelijk uit Nederland komt, waar het al in 1934 op de markt kwam, kreeg Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog een eigen versie.

De kernformule, gericht op mode, opvoeding, schoonheid, eten en relaties, bleef van meet af aan de basis.

De Nederlandse Uitgeverij De Spaarnestad richtte speciaal voor de Vlaamse markt ‘Libelle N.V.’ op. Het ‘nieuwe’ tijdschrift kreeg de ondertitel “Weekblad voor de (Vlaamsche) vrouw” en mikte aanvankelijk op huisvrouwen uit de middenklasse.

Nu het papiertekort voorbij was, kon het magazine in paginagrootte toenemen en maakte het geleidelijk de overstap van zwart-wit naar kleur.

Begin jaren 60 kreeg het blad een duidelijkere structuur met rubrieken geordend per thema, zoals mode, praktische tips, reportages en een tv-bijlage.

Tegen het einde van dat decennium verbreedde Libelle haar horizon en richtte het zich niet langer exclusief op huisvrouwen, maar ook op buitenshuis werkende vrouwen.

Een belangrijke mijlpaal was de fusie met het blad Rosita in 1970.

Dit moment markeerde een breuk met het zeer traditionele profiel. Het klassieke beeld van de vrouw die thuisbleef voor man en kinderen, strookte niet meer met de geëmancipeerde tijdgeest van de jaren 70.

Libelle evolueerde mee tot een hedendaags vrouwenblad, hoewel het een expliciet feministische koers vermeed.

In 1990 volgde een nieuwe fusie, ditmaal na het faillissement van ‘Het Rijk der Vrouw’. Libelle nam dit blad over en greep de kans aan voor een grondige modernisering.

Oude rubrieken kregen een opfrisbeurt, de moraliserende toon verdween, en de lay-out werd aangepakt met meer kleur, een nieuw lettertype en een gerestylede cover.

Ook op het vlak van eigenaarschap kende het blad verschuivingen. In 2001 nam de Finse groep Sanoma de publiekstijdschriften van VNU (waar Libelle sinds 1964 deel van uitmaakte) over.

Het merk breidde zelfs even uit naar televisie: tussen 2013 en 2015 bestond er een aparte zender genaamd Libelle TV.

Sinds 2018 maakt Libelle, samen met onder andere Flair, deel uit van de Roularta Media Group.

Door de jaren heen heeft Libelle bewezen een zeer breed publiek te kunnen aanspreken.

In 2011 bedroeg de wekelijkse oplage nog zo’n 300.000 exemplaren. Volgens cijfers uit 2010 bereikte het blad ruim 900.000 lezers.

Hoewel de grootste lezersgroep bij de 65-plussers lag, had het blad een sterke aanhang in alle leeftijdscategorieën vanaf 35 jaar.

Opvallend was dat bijna een kwart van de lezers mannelijk was en iets minder dan de helft van het totale lezerspubliek een job uitoefende.

Harris Glenn Milstead zou vandaag 80 zijn geworden.

Een naam die weinigen kennen, in tegenstelling tot zijn alter ego: Divine.

Een extravagante, grensverleggende en onvergetelijke artiest die de wereld schokte, liet dansen en zelfs onbewust het Disney-universum binnendrong als de inspiratiebron voor de zeeheks Ursula.

Het verhaal van Divine is onlosmakelijk verbonden met dat van regisseur John Waters.

Als tieners in Baltimore sloten ze een vriendschap die de underground filmwereld voorgoed zou veranderen.

Waters gaf Milstead de naam ‘Divine’ en creëerde een persona dat alle regels van goede smaak aan de laars lapte.

Met controversiële cultfilms als ‘Pink Flamingos’ (1972) werd Divine een icoon in de alternatieve scene en de homowereld.

In de jaren tachtig breidde Divine zijn werkterrein uit naar de muziek en veroverde hij de Europese dansvloeren.

De single ‘Shoot Your Shot’ werd een enorme hit in Vlaanderen en bereikte in januari 1983 de vierde plaats in de BRT Top 30, wat leidde tot optredens in legendarische clubs als de DOK in Amsterdam.

Hoewel hij zijn persona omarmde, wilde Milstead bewijzen dat hij ook een getalenteerd acteur was buiten de drag.

Hij speelde mannelijke rollen en kreeg steeds meer erkenning, met als hoogtepunt zijn dubbelrol in de mainstream hit ‘Hairspray’ (1988).

Dit leek de start van een nieuw hoofdstuk. Hij werd gecast voor een gastrol in de populaire sitcom ‘Married… with Children’; de opnames zouden starten op 7 maart 1988.

Die opnames zouden er nooit komen. Op exact die dag werd Divine, op 42-jarige leeftijd, dood aangetroffen in zijn hotelkamer.

Hij was in zijn slaap overleden aan een hartstilstand, veroorzaakt door een zwaarlijvigheidsprobleem waarvoor artsen hem hadden gewaarschuwd.

Joepie 9 januari 1983

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Divine (Joepie 2 oktober 1983)

Gisteren nog vandaag

Rod Stewart, vandaag 80 jaar jong, en de Herinnering aan een Gepassioneerde Nacht.

Ongelooflijk maar waar, rocklegende Rod Stewart mag vandaag maar liefst 80 kaarsjes uitblazen!

Terwijl de wereld zijn verjaardag viert, dwaal ik in gedachten af naar mijn eigen persoonlijke Rod Stewart-moment, een herinnering onlosmakelijk verbonden met één specifiek nummer: “Passion”.

Het nummer roept meteen beelden op van een vervlogen jeugdige verliefdheid.

In die tijd was mijn hart gestolen door een prachtige verschijning, een jonge vrouw die werkte in de lokale buurtwinkel in de Gentse Forestraat.

Elke boodschap werd een excuus om een glimp van haar op te vangen, haar glimlach te zien.

Uiteindelijk, na lang aarzelen, verzamelde ik al mijn moed en nodigde ik haar uit voor een avondje uit in het bruisende Gentse nachtleven.

Wat begon als een hoopvolle uitnodiging ontvouwde zich in een magische nacht.

Van het ene moment kwam het andere, en we verloren onszelf in elkaars gezelschap.

Het werd een nacht vol passie en tederheid, een herinnering die ik tot op de dag van vandaag koester.

En daar, in de vroege uurtjes, na de liefde bedreven te hebben, klonk “Passion” van Rod Stewart door de kamer.

Het nummer verankerde zich in mijn ziel, voor altijd verbonden met die bijzondere nacht.

De ochtend bracht echter een ontnuchterende onthulling.

Met een vanzelfsprekendheid vertelde ze me dat ze een vaste vriend had.

De klap kwam hard aan, een bittere pil in de nasleep van een zoete nacht. Het jonge hart, op de proef gesteld, kon niet anders dan de pijn voelen.

Nu, jaren later, kijk ik terug op die nacht met een mengeling van weemoed en dankbaarheid.

De pijn van toen heeft plaatsgemaakt voor waardering voor de intensiteit van de ervaring.

Het was een les in liefde, in de onvoorspelbaarheid van het leven, en in de kracht van muziek om herinneringen voor eeuwig vast te leggen.

Dankjewel, Rod, voor “Passion”, en voor de soundtrack bij een onvergetelijke nacht.

En proficiat met je 80ste verjaardag! Je muziek leeft voort, net als die mooie herinnering uit de Forestraat.

De Amerikaanse actrice Jaclyn Smith

Jaclyn Smith is vooral bekend als Kelly Garrett in de televisieserie Charlie’s Angels.

Ze speelde deze rol van 1976 tot en met 1981 en was de enige vrouwelijke hoofdrolspeelster die in de serie bleef voor de hele duur.

Ze maakte ook een cameo in de films Charlie’s Angels: Full Throttle (2003) en Charlie’s Angels (2019) als hetzelfde personage.

Naast Charlie’s Angels speelde Smith ook in verschillende televisiefilms en miniseries, zoals Jacqueline Bouvier Kennedy (1981), waarvoor ze een Golden Globe-nominatie kreeg, Rage of Angels (1983), The Bourne Identity (1988), Kaleidoscope (1990) en Nightmare in the Daylight (1992).

Ze had ook een terugkerende rol in de dramaserie The District van 2002 tot 2004.

Smith had in 1985 ook haar eigen succesvolle kledinglijn bij Kmart.

Ze is drie keer getrouwd geweest en heeft twee kinderen uit haar derde huwelijk met cameraman Anthony B. Richmond.

In 1989 kreeg ze haar eigen Hollywood Walk of Fame ster.

Haar vierde huwelijk, sinds 1997 is met arts Brad Allen, met wie ze een huidverzorgingslijn heeft gecreëerd en gepromoot.

Smith is geboren op 26 oktober 1945 in Houston, Texas, en is nu 78 jaar oud (poster uit de Joepie 11 februari 1979)