Bernard en Sara Giraudeau, en hoe de passie voor acteren van vader op dochter werd doorgegeven.

Bernard Giraudeau werd geboren op 18 juni 1947 in La Rochelle en overleed op 17 juli 2010 in Parijs.

Voordat hij een bekende naam in de Franse film- en theaterwereld werd, koos hij voor een heel ander pad.

Al op jonge leeftijd schreef hij zich in bij de Franse marine. Hij voer twee keer de wereld rond, onder meer aan boord van het bekende schip Jeanne d’Arc.

Deze reizen en zijn diepe verbondenheid met de zee zouden de rest van zijn leven en later ook zijn literaire werk sterk beïnvloeden.

Na zijn jaren op zee ontdekte hij de acteerwereld en trok hij naar Parijs om aan het conservatorium te studeren, waar hij in 1974 de eerste prijs voor klassieke en moderne komedie behaalde.

Zijn filmcarrière begon indrukwekkend naast grootheden als Jean Gabin en Alain Delon in Deux hommes dans la ville.

In de decennia die volgden, groeide hij uit tot een van de meest veelzijdige Franse acteurs, met geprezen rollen in films als Le Fils préféré, Ridicule en Une affaire de goût.

Naast acteren ging hij ook zelf achter de camera staan en regisseerde hij onder andere L’Autre en Les Caprices d’un fleuve.

Wat veel mensen buiten Frankrijk misschien niet weten, is dat zijn warme stem voor een hele generatie Franse jongeren onlosmakelijk verbonden is met magie.

Giraudeau was namelijk de verteller van de eerste vier Franstalige audioboeken van Harry Potter.

Daarnaast sprak hij ook met veel succes de klassieker Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry in.

In zijn persoonlijke leven vormde hij vijftien jaar lang een beroemd koppel met de actrice Anny Duperey.

Anny Duperey werd geboren als Annie Legras in 1947 in Rouen.

Op jonge leeftijd werd ze wees nadat haar beide ouders tragisch omkwamen door koolmonoxidevergiftiging, een zwaar trauma dat ze vele jaren later op indrukwekkende wijze beschreef in haar autobiografische bestseller Le Voile noir.

Bij het grote publiek brak ze in de jaren zeventig door met haar rol in de Franse komedie Un éléphant ça trompe énormément, en ze speelde ook internationaal aan de zijde van Al Pacino in de film Bobby Deerfield.

Toch kennen miljoenen Fransen haar vandaag de dag vooral als Catherine Beaumont, de warme moeder in de populaire en enorm langlopende televisieserie Une famille formidable, een rol die ze meer dan vijfentwintig jaar lang vertolkte.

Samen kregen ze twee kinderen, onder wie Sara Giraudeau.

Sara Giraudeau professionele carrière nam al snel een hoge vlucht op de planken.

In 2007 brak ze door in de theaterwereld met haar rol in La Valse des pingouins, waarvoor ze de prestigieuze Prix Molière won voor beste vrouwelijke belofte.

Jaren later, in 2023, mocht ze opnieuw een Molière in ontvangst nemen, ditmaal als beste actrice in een publiek theaterstuk voor haar indrukwekkende prestatie in Le Syndrome de l’oiseau.

Ze wist zich daarmee al snel te ontdoen van het stempel van de dochter van te zijn en bouwde haar eigen veelzijdige carrière op.

Bij het grote internationale publiek verwierf ze enorme bekendheid door haar rol in de veelgeprezen Franse spionageserie Le Bureau des Légendes.

Tussen 2015 en 2020 vertolkte ze de rol van Marina Loiseau, een briljante maar fragiel ogende jonge agente die uitgroeit tot een onmisbare spionne in het Midden-Oosten en Rusland.

Ook op het witte doek boekte ze grote successen. Voor haar ontroerende bijrol als dierenarts in het landbouwersdrama Petit Paysan werd ze in 2018 bekroond met een César.

Toen Bernard Giraudeau in het jaar 2000 de diagnose kanker kreeg, veranderde zijn leven ingrijpend.

Hij moest het acteren grotendeels opgeven door de zware behandelingen, maar hij vond een nieuwe en succesvolle uitlaatklep in de literatuur.

Hij begon romans en reisverhalen te schrijven die vaak doordrenkt waren van zijn maritieme verleden en zijn passie voor verre reizen. Boeken zoals Le Marin à l’ancre, Les Dames de nage en Cher amour werden niet alleen bestsellers, maar leverden hem ook prestigieuze literaire prijzen op.

Tijdens zijn laatste levensjaren sprak hij bovendien zeer openhartig over zijn strijd tegen zijn ziekte en zette hij zich onvermoeibaar in om andere patiënten te steunen en fondsen in te zamelen voor medisch onderzoek.

Het is vandaag precies dertig jaar geleden dat we afscheid namen van de Vlaamse blueszanger Luke Walter Jr., die als Luc Renneboog het levenslicht zag.

Vanwege zijn diepe, warme stemgeluid werd hij ook wel de Belgische Tony Joe White genoemd.

Zijn muzikale reis kreeg begin jaren zeventig al vorm toen hij meewerkte aan een album van dichter Patrick Conrad.

Tijdens die opnames, geproduceerd door Roland Van Campenhout, ontmoette hij Albert Szukalski.

Deze kunstenaar werd een vriend voor het leven die Luke voortdurend stimuleerde om zijn weg in de muziekwereld te vervolgen.

Szukalski had zelf een indrukwekkend parcours afgelegd; hij studeerde aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en was daar assistent van grootheden als Jef Verheyen, Paul Van Hoeydonck en Vic Gentils.

Hij verwierf vooral bekendheid met zijn drapages en spookachtige gestalten.

Een van zijn meest iconische projecten is het beeldenpark in de Amerikaanse Death Valley-woestijn, waar hij onder andere Het Laatste Avondmaal creëerde met Jezus en de apostelen als verschijningen.

Zelfs in zijn laatste levensdagen, terwijl hij wegens keelkanker op de palliatieve dienst van het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis verbleef, bleef hij creëren.

Met toestemming van de directie maakte hij daar samen met Fred Bervoets een laatste beeld van plaaster en polyester, dat slechts enkele dagen voor zijn overlijden in 2000 werd voltooid.

In 1986 richtte Luke Walter Jr. de band Blue Blot op.

De groepsnaam was een creatieve vondst, want een blue blot is letterlijk een blauwe inktvlek, wat mooi verwees naar hun muzikale blauwdruk van blues en soul.

Kort daarna verscheen in 1987 het debuutalbum Shopping For Love in een beperkte oplage. Blue Blot had toen al een sterke livereputatie opgebouwd met optredens op het Rhythm n Blues Festival in Peer.

De bezetting bestond destijds uit muzikanten zoals drummer Michael Schack en gitarist Marty Townsend.

Een leuk weetje over de band is dat zij destijds een unieke sound creëerden door de inzet van de toen nog relatief onbekende achtergrondzangeressen, die later zelf grote carrières zouden uitbouwen.

De vaste kern van deze getalenteerde dames bestond uit Anja Baert, Catherine Mys, Cindy Barg en Micheline Van Hautem, terwijl in de beginjaren ook presentatrice Sabine de Vos wel eens inviel.

Anja Baert kreeg naderhand grote bekendheid als soloartiest onder haar artiestennaam Chelsy.

Micheline Van Hautem maakte naam in de theaterwereld met haar veelgeprezen vertolkingen van het chansonrepertoire van Jacques Brel.

Zij kon daarbij ook rekenen op een trouwe schare bewonderaars; zo was ik destijds zelf een groot fan en trad ze ook geregeld op in mijn eigen zaak, de Hotsy Totsy in Gent.

Waar trouwens ook Luke Walter Jr. na een optreden in Gent en omgeving vaak naar de Hotsy Totsy kwam met zijn gezelschap.

De grote doorbraak volgde in 1991 met het album Bridge To Your Heart.

De door Dani Klein geproduceerde titeltrack en nummers als September en de Bill Withers-cover Who Is He (And What Is He To You)? werden grote successen.

Dani Klein, die destijds al succes oogstte met Vaya Con Dios, leverde bovendien zelf vocalen aan voor de titeltrack van die plaat.

Wist je dat het nummer ‘Bridge To Your Heart” oorspronkelijk niet eens als single gepland was, maar door de overweldigende reacties tijdens radio-interviews en liveoptredens alsnog werd uitgebracht?

Met de opvolger ‘Where Do You Go?’ kreeg de band ook voet aan de grond in het buitenland, mede dankzij radiohits zoals ‘Pretty Good’ en de Toto-cover ‘Hold The Line’.

Luke Walter Jr. stond erom bekend dat hij nummers zo intens kon brengen dat Toto-gitarist Steve Lukather destijds liet weten erg onder de indruk te zijn van hun coverversie.

Toen Luke Walter Jr. ziek werd door leukemie, kwam de band nog maar sporadisch bij elkaar.

Er werd zonder veel succes geëxperimenteerd met andere zangers, maar in 1996 bracht Luke zelf nog de soloplaat ‘Back To Normal’ uit.

Dit album was zijn muzikale testament en liet een zeer persoonlijke, breekbare kant van de zanger horen.

Na zijn overlijden zetten de overige bandleden hun carrière elders voort.

Michael Schack speelde later bij Clouseau, Angelico en Netsky, en groeide uit tot een internationaal gerespecteerde demonstrateur van elektronische drums.

Marty Townsend werd een veelgevraagd producer voor artiesten als Pop In Wonderland, Spark, John Terra, Jo Vally en Barbara Dex.

Ook speelde hij samen met Nick Beggs in de Belgische progrockband Fish On Friday.

Fish On Friday staat onder contract bij het Britse label Esoteric Recordings en heeft inmiddels zes albums op zijn naam staan, met ‘8 mm’ uit 2023 als meest recente wapenfeit.

Hun muziek wordt omschreven als een verfijnde mix van pop en progressieve rock die toegankelijk is voor een breed publiek.

In memoriam Frank Michael: Italiaans-Belgische charmezanger vandaag op 79-jarige leeftijd overleden

De Belgische zanger Frank Michael werd op 7 mei 1947 als Franco Gabelli geboren in het Italiaanse Bedonia, in de provincie Parma.

Al op driejarige leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar België, waar het gezin zich vestigde in Seraing, in de provincie Luik.

Als tiener al nam Gabelli met enig succes deel aan radiowedstrijden, een populair fenomeen in die tijd.

Voordat hij definitief voor een muzikale loopbaan koos, werkte hij vanaf zijn zestiende als technicus in de televisie-elektronica.

Zijn muzikale carrière ging officieel van start midden jaren zeventig, toen hij een eerste plaat opnam.

Deze eerste single, Je ne peux vivre sans toi, werd in 1974 uitgebracht door platenmaatschappij RCA.

Eind 1974 verscheen zijn tweede single, Dites-lui que je l’aime, wat een cover was van de klassieker Tell Laura I Love Her uit 1960.

Geleidelijk vond hij zijn plek binnen het genre van de charmezangers en wist hij een trouw publiek op te bouwen met zijn romantische repertoire en charmante stemgeluid.

In 1976 scoorde hij een hit met het nummer Dis-moi. In de jaren die volgden scoorde hij verschillende successen met nummers zoals ‘Souviens toi de ma chanson’, ‘Eternamente’, ‘Ballade pour un je t’aime’, ‘Une autre vie, un autre homme’,’ En Italie’ en ‘Laisse-moi une chance’ .

Een van zijn laatste grootste successen was het nummer ‘La Saint-Amour’.

Het nummer La Saint-Amour van Frank Michael verscheen in het najaar van 2017 als de titelsong van zijn gelijknamige album.

De melodie van dit nummer is gebaseerd op een zeer bekend klassiek meesterwerk, namelijk de Second Waltz (Wals nr. 2) uit de Suite voor Variété-orkest van de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj.

Dit klassieke stuk kreeg in de jaren negentig al een enorme heropleving in de populaire cultuur door de bekende uitvoering van André Rieu.

Voor deze Franstalige bewerking in 2017 werd de muziek van Dmitri Sjostakovitsj voorzien van een nieuwe tekst.

Die Franse tekst werd geschreven door Michel Jourdan, een trouwe vriend en de vaste tekstschrijver van Frank Michael.

Jourdan is een grote naam in de Franse muziekwereld en schreef in zijn rijke carrière ook talloze successen voor artiesten als Mike Brant, Julio Iglesias en Marie Laforêt.

Frank Michael bracht met ‘La Saint-Amour’ een romantische chansonversie van de meeslepende wals, waarbij de grootsheid van de klassieke melodie werd gecombineerd met zijn vertrouwde stijl als charmezanger.

De zanger bouwde zijn reputatie zeer discreet op, buiten de klassieke promotiecircuits om.

Toch heeft hij een indrukwekkend palmares met meer dan 350 nummers, een twintigtal albums, talrijke singles en een lange reeks gouden en platina platen.

Ook vulde hij meermaals de prestigieuze concertzaal Olympia in Parijs.

Hoewel hij in België al een gevestigde naam was, nam zijn populariteit in Frankrijk aan het einde van de jaren negentig nog grotere vormen aan.

Dat succes werd mede aangedreven door het album Toutes les femmes sont belles uit 1997.

Dit gelijknamige nummer werd later ook in het Nederlands gecoverd door Benny Neyman en Luc Steeno.

Frank Michael profileerde zich als een rasechte crooner en richtte zich met zijn romantische liedjes en ballades specifiek op een groter, vaak wat ouder publiek.

Een bijzonder teder en melancholisch nummer in zijn repertoire is L’absence, dat onder meer op zijn album La Saint Amour verscheen.

Dit nummer snijdt een universeel en diepmenselijk thema aan: de diepe leegte, de eenzaamheid en de desoriëntatie die achterblijven na het vertrek of het verlies van een geliefde.

In de tekst vergelijkt de zanger zichzelf met een stuurloos schip op een oceaan van afwezigheid, waarbij hij beschrijft hoe de tijd de wonden niet kan helen en het huis zonder de aanwezigheid van de ander slechts als een verlaten nest aanvoelt.

In 2003 bracht hij bovendien het album Thank You Elvis uit, een bijzonder project waarop hij vijftien nummers van Elvis Presley vertolkte in het Frans en het Italiaans.

Met bijna 60 gouden platen behoort de Italiaans-Belgische crooner tot de tien Belgische persoonlijkheden die wereldwijd de meeste platen hebben verkocht.

Gedurende zijn decennialange loopbaan verkocht hij in totaal bijna 15 miljoen exemplaren, en wist hij met grote regelmaat de hitlijsten in Wallonië en Frankrijk te bereiken.

Zijn betekenis voor de cultuur werd in 2004 officieel erkend toen hij werd benoemd tot Officier in de Kroonorde.

De carrière van Julien Clerc begon op 4 oktober 1947 in Parijs.

Julien Clerc, geboren als Paul Alain August Leclerc, groeide op in een wereld van uitersten.

Aan de ene kant was er de gedisciplineerde opvoeding in een groot landhuis in Bourg-la-Reine bij zijn vader, een professor bij UNESCO, waar discipline en traditie de boventoon voerden.

Aan de andere kant was er het bruisende Parijs van zijn moeder, waar de jonge Paul zich pas echt vrij voelde.

De wortels van zijn moeder in Guadeloupe gaven hem de bron voor zijn temperament en de creativiteit die later zijn muziek zou kenmerken.

Tijdens zijn middelbareschooltijd vond hij een zielsverwant in Maurice Momo Vallet, met wie hij de liefde voor sport, literatuur en muziek deelde, variërend van Charles Aznavour tot The Beatles.

Wanneer Paul in 1966 in Parijs rechten gaat studeren aan de Sorbonne, ontmoet hij in een café tekstschrijver Etienne Roda-Gil.

Het drietal droomt van succes, maar daarvoor moet er eerst een artiestennaam komen.

Na suggesties als Paul Le Rock en Joe Leclerc valt de keuze definitief op Julien Clerc.

Na een aanvankelijke afwijzing bij CBS Records zorgt een toevallige ontmoeting op een feest van UNESCO voor de ommekeer.

Julien mag auditie doen bij Pathé-Marconi en krijgt zijn eerste contract.

In 1968 verschijnt zijn eerste single La Cavalerie en niet veel later staat hij in het voorprogramma van Adamo.

De echte grote doorbraak volgt in 1970 wanneer hij de hoofdrol speelt in de Franse versie van de musical Hair.

Het publiek is verkocht en Julien Clerc groeit uit tot een waar tieneridool dat wekenlang in een steevast uitverkocht Olympia in Parijs staat.

In de jaren zeventig verovert Julien ook Nederland en Vlaanderen. Na successen als Ce Nest Rien en Si On Chantait bereikt hij in 1976 de absolute top met This Melody, dat op nummer een belandt in de hitlijsten.

Hij trouwt met actrice Miou Miou, met we wie hij twee dochters krijgt, en knipt zijn iconische wilde krullen af.

Hoewel hij later breekt met zowel zijn vrouw als zijn vaste schrijvers Momo en Roda-Gil, blijft het succes aanhouden.

Hij werkt samen met iconen als Serge Gainsbourg en Françoise Hardy, terwijl albums in Frankrijk met platina worden bekroond.

In 1987 scoort hij bij ons opnieuw een grote hit met het vrolijke Helene, een weerspiegeling van het geluk in zijn nieuwe huwelijk met Virginie Couperie.

Juliens leven blijft in beweging, zowel muzikaal als persoonlijk.

Na een reis door Afrika wordt hij in 2003 benoemd tot speciaal ambassadeur van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Hij vindt uiteindelijk nieuw geluk bij de schrijfster Helene Gremillon en wordt op 61-jarige leeftijd opnieuw vader van zoon Leonard.

Rond die tijd neemt hij met Rob de Nijs, die in dezelfde levensfase ook weer vader wordt, een nieuwe versie op van zijn oude hit This Melody.

Naast zijn eigen werk blijft hij zich inzetten voor Les Enfoirés en de daklozenorganisatie Restos du Coeur.

Met zijn nieuwste album Une Vie uit 2025 bewijst hij dat zijn passie onverminderd groot is.

Om zijn vijftigjarige carrière te vieren, start hij in 2026 een grote tournee die hem langs de grootste zalen van Frankrijk en België voert, een ode aan een leven dat volledig in het teken staat van de muziek.

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc is roddelpraatjes beu (Joepie 16 april 1975)

Gisteren nog vandaag

Kluizenaar Julien Clerc in de Joepie van 23 oktober 1978

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc, klagen is dom en puur tijdverlies (Joepie 6 maart 1983)

Gisteren nog vandaag

In de Hitkrant, 1978, Julien Clerc

Gisteren nog vandaag

Het is vandaag ook al 78 jaar geleden dat de Vlaamse schrijver Felix Timmermans is overleden.

Hij was een van Vlaanderens meest vertaalde en productieve auteurs.

Hij schreef ook onder het pseudoniem Polleke van Mher en een enkele keer als Stelijn Koldijs.

Polleke van Mher was afgeleid van zijn voornaam (Leopoldus) en Mher was een afkorting van de naam van zijn vader (Gommaire).

Hij was autodidact en schreef toneelstukken, romans met een historisch karakter, novellen, religieus getinte werken en gedichten.

Naast schrijver was Timmermans ook schilder en tekenaar.

Hij illustreerde zijn eigen boeken alsook sommige boeken van zijn collega en vriend Ernest Claes.

Hij was ook zelf de boekbandontwerper van de meeste van zijn boeken.

Hij werd drie keer genomineerd voor een Nobelprijs.

Op 12 oktober 1912 trouwde hij met Marieke Janssens.

Ze hadden drie dochters: Cecilia, ook bekend als Lia (1920), Clara (1922) en Tonet (1926) en een zoon Gommaar (1930).

Deze kinderen werden ook actief in de kunstwereld.

Ze illustreerden onder andere werken van hun vader en schreven diverse biografieën over hem.

Vlak voor de Eerste Wereldoorlog schreef hij zijn bekendste werk, Pallieter, dat in 1916 werd uitgegeven.

Het wordt door velen als zijn meesterwerk gezien.

In 1921 werd het in het Duits vertaald en uitgegeven.

In de jaren 1930 schreef de Italiaans-Oostenrijkse componist Carlo Ferdinando Scholta op basis van het boek een operapartituur, getiteld ‘Pallieter’.

Het boek Pallieter werd in 2016, 100 jaar na de originele uitgave, opnieuw uitgegeven.

Felix Timmermans was een activist.

Na de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Nederland om een veroordeling te ontlopen.

Hij keerde begin 1920 ongehinderd terug

In 1922 kreeg hij de Staatsprijs voor Literatuur.

In 1936 werd zijn vijftigste verjaardag zowel in Vlaanderen, Nederland als Duitsland met veel aandacht gevierd.

Tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was Timmermans redacteur van het Vlaams-nationalistische Volk.

In 1942 ontving hij in Antwerpen van de Hamburgse universiteit de Rembrandtprijs.

Als Vlaams-nationalist en in Duitsland bekende schrijver was hij een graag geziene figuur bij Duitse officieren tijdens de Duitse bezetting.

Na de bevrijding van Lier op 4 september 1944 werd hij beschuldigd van culturele collaboratie en werd bijgevolg onder huisarrest geplaatst.

De aanklacht werd geseponeerd op 22 december 1946.

De reacties hierop uit de literaire wereld waren uiteenlopend.

Als luidste klonk de stem van Toussaint van Boelaere.

De criticus, die aanvankelijk een grote fan was van Timmermans, viel hem af omwille van zijn verdenking van culturele collaboratie.

Op 6 augustus 1944 werd Timmermans getroffen door een hartinfarct.

Hij stierf in Lier op 24 januari 1947.

De begrafenisdienst vond plaats in de Sint-Gummaruskerk, waar hij ook was gedoopt.

Timmermans werd begraven op het kerkhof Kloosterheide te Lier.

Als aanwezigen op zijn begrafenis vermelden kranten onder andere Lode Baekelmans, Gerard Walschap, Maurice Gilliams, Antoon Thiry, Lode Monteyne en Willem Elsschot.

Stijn Streuvels, genoemd als een “intieme vriend” van Timmermans, werd ook verwacht, maar werd thuis gehouden door een zware verkoudheid.

Op 8 november 1997 had in Lier de wereldpremière plaats van “Pallieter” de musical, geschreven door Willy Van Couwenberghe.

In 1998 kreeg deze musical de cultuurprijs van de Stad Lier uit handen van minister Marleen Vanderpoorten.

In 1997, bij de herdenking van de 50e verjaardag van het overlijden van Felix Timmermans, werd in Lier een bronzen buste onthuld (beeldhouwster Anne-Marie Volders) op het Felix Timmermansplein.

In 2014 werd hij ook officieel ereburger van zijn thuisstad Lier.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 24 december 1971)

Deze week, 45 jaar geleden, komt Duncan Browne met zijn nummer The Wild Places binnen in de Belgische Nationale Tipparade.

Duncan Browne wordt geboren op 25 maart 1947.

Na zijn middelbare schoolopleiding studeert hij twee jaar aan het Londens Conservatorium, als klassiek gitarist.

Daarnaast ontwikkelt hij zich als zanger/songschrijver.

Na teleurstellende ervaringen in de jaren zestig op het Immediate-label, scoort Duncan Brown in 1972 een hit in Engeland met zijn single Journey.

Op het RAK-label verschijnt in 1973 nog een solo-elpee (Duncan Brown), voordat hij naar Parijs vertrekt.

Daar ontmoet hij in 1973 Peter Godwin, die vanaf zijn veertiende gitaar speelt, zingt, schrijft en reist.

Bij dit duo voegt zich in 1975 Sean Lyons en twee jaar later verschijnt het debuutalbum Metro.

De stijl wordt omschreven als iets tussen Engelse rock, Johan S. Bach, Lou Reed en Jacques Brel in. Criminal World, een single, is een op zichzelf staand meesterwerkje, maar zowel het album als de single doen verder iets.

Metro treedt nooit op en valt terug in de vergetelheid, terwijl Duncan breekt met de twee anderen.

90% van het Metro-album is van hem en als Brown op de ingeslagen weg verder wil, willen zijn partners een hardere rockrichting op.

Zij verschijnen uiteindelijk met een vernieuwde Metro en een nieuwe elpee New Love.

Browne is dan zijn eigen overgang te boven en komt opnieuw op zijn oude uitgangspunt terecht, als solist, met het album The Wild Places.

Van dit succesvolle album wordt het titelnummer in Vlaanderen en Nederland een grote hit.

The Wild Places haalt op 14 april 1979 de twaalfde plaats in de BRT Top 30 en in Nederland bereikt het nummer zelfs de zevende plaats in de Nederlandse Top 40.

In augustus 1991 wordt het nummer weer uitgebracht, maar is dan na drie weken alweer uit de hitlijsten verdwenen.

Als relatief kort na The Wild Places zijn nieuwe album Streets Of Fire verschijnt heeft Duncan Browne zijn muzikale koers uitgezet, maar een hit opvolger voor The Wild Places zit er niet in.

Sindsdien wordt er van hem niet veel meer vernomen, op een sporadisch optreden na.

Duncan Browne is op 28 mei 1993 op 46 jaar leeftijd overleden.

75 jaar geleden, oprichting van de Koninklijke Dekenij Sint-Michiels in Gent.

Gent werd in de dertiende eeuw onderverdeeld in zeven parochies. Deze werden in wijken verdeeld en die wijken werden gesplitst in ‘gebuurten’.

Elk gebuurte had een deken die gekozen werd door de buurtbewoners.

Hij zorgde voor een soort buurtrechtspraak.

Hij moest dus tussenbeide komen bij kleine ruzietjes.

Verder moest een gebuurte ook zelf zorgen voor het kuisen van de straten,

het goed werken van bvb. straatverlichting. De deken stelde een baljuw aan als een soort plaatsvervangend deken.

Inkomsten kwamen uit een bijdrage dat nieuwe bewoners van een gebuurte moesten betalen, uit huwelijken en geboortes.

Vaste uitgaven waren onder andere het onderhouden van de straatverlichting(lampolie). Indien men winst had gemaakt, hield men een feest dat soms wel vier dagen kon duren.

De dekenijen werden afgeschaft onder het Frans bewind.

Ongeveer 100 jaar geleden werden de dekenijen terug opgericht,

onder de leiding van een opperdekenij.

De dekenij Sint-Mighiels is opgericht in 1892, maar moest wachten tot 1947 om de erkenning te krijgen als de Koninklijke Dekenij Sint-Michiels

Gent telt momenteel meer dan vijftig dekenijen.

Dekenij Patrick De Gaeve