Vandaag bereikt het nummer Only Crying van Keith Marshall de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In juli 1981 maakte de voormalige tienerster Keith Marshall, ooit de leadgitarist van de groep Hello, een onverwachte comeback met zijn succesvolle hit ‘Only Crying’.

Rond het midden van de jaren zeventig had het in Engeland nog gekrioeld van de teenybopper-groepen, met ‘Mud’, ‘The Sweet’ en ‘The Bay City Rollers’ als de absolute blikvangers.

Zij hadden echter allemaal moeten ondervinden dat de roem in die specifieke tak van de popindustrie vaak van korte duur was.

Kleinere groepjes zoals Kenny, Slik en Hello waren in 1981 al bijna volledig in de vergetelheid geraakt.

Toch had dat verrassende popjaar twee nieuwe namen uit die oude formaties naar voren geschoven.

Midge Ure vond, na een kort verblijf bij the Rich Kids en Thin Lizzy, zijn weg naar Ultravox en loodste die groep naar een wereldhit met Vienna.

En toen dook plots Keith Marshall weer op.

De glorieperiode van Hello had indertijd slechts een jaar geduurd. Toch had dat viertal, dat verder bestond uit Jeff Allen, Vic Faulkner en Bob Bradbury, in die korte tijd enkele prima pophits afgeleverd.

Een leuk detail uit die begintijd is dat Keith zijn bandleden al kende van school en dat ze rond 1971 werden ontdekt door niemand minder dan Rod Argent van de band The Zombies.

Hun single Tell Him behaalde eind 1974 de zilveren status in Engeland.

Het jaar daarop werd New York Groove, een nummer dat was geschreven door Russ Ballard en geproduceerd door de manager van Gary Glitter, Mike Leander, zelfs uitgeroepen tot plaat van het jaar in Duitsland.

Dit sterke nummer werd enkele jaren later in de Verenigde Staten bovendien nog succesvol gecoverd door Ace Frehley van de hardrockband Kiss.

Na nog wat singles en de film Side by Side wilde Hello het serieuzer gaan aanpakken.

Engelse rockjournalisten voorspelden een enorme toekomst voor de enige groep uit dat genre die volgens hen echt wat in zijn mars had, maar het grote publiek haakte onverwachts af.

Nadat hun platenfirma Bell failliet ging, viel definitief het doek voor Hello.

Zo verdween ook de blonde gitarist Keith Marshall, destijds de absolute lieveling van de meisjes, uit de belangstelling.

Een opmerkelijk weetje is dat Keith destijds definitief besefte dat het voorbij was met Hello toen hij in 1979 een stapel platen zat te signeren voor hun fanclub in Duitsland.

Het drong toen tot hem door dat de band louter nog teerde op oud succes bij een kleine, overgebleven groep fans op het vasteland, en dat een nieuwe internationale doorbraak uitgesloten was.

In alle stilte werkte hij daarna verder aan zijn solocarrière.

Tijdens zijn periode bij Hello had hij al enkele eigen nummers geschreven, en daar besloot hij zich aanvankelijk op te concentreren.

Omdat Europa, en in het bijzonder Duitsland, altijd een uitstekend wingewest was geweest voor zijn oude band, richtte hij zijn pijlen op het vasteland.

Noch Keith, noch de Europese fans waren de voorbije successen vergeten.

Zijn allereerste eigen solosingle in Duitsland in 1979, het zelfgeschreven ‘Remember Me’, werd meteen een hit en werd nadien zelfs door Duitse vedetten in hun eigen taal opgenomen.

Omdat platenlabels in Groot-Brittannië niet meteen happig waren om hem een contract aan te bieden, weigerde hij een snelle klim af te dwingen en bleef hij resoluut op de Duitse markt mikken.

Daar toerde hij succesvol met groepen als Racey en Clout, waarna hij pas echt zijn zinnen weer op Engeland zette.

De manager van Keith had inmiddels zijn eigen platenlabel Arrival Records opgericht, en daar bracht hij in het voorjaar van 1981 ‘Only Crying’ uit.

Het was meteen weer raak.

Het wat beklemmende maar uiterst melodieuze nummer bereikte vlot de top tien in Engeland en leidde tot een succesvolle rondreis die hem in onze streken zelfs een nummer één-notering opleverde.

Op 18 juli 1981 bereikte het nummer ‘Only Crying’ effectief de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In Nederland was de single eveneens een succes en goed voor een derde plaats in de Top 40.

Dat Keith Marshall helemaal terug was, bewees hij in de zomer van 1981 ook met de release van zijn eerste solo-elpee, waarvoor hij onder andere de muzikale steun had gekregen van Jim Rodford, de bassist van The Kinks.

Daarnaast nam hij ook de rol van producer op zich, onder meer voor de meisjesgroep The Teezers, van wie in diezelfde periode hun debuutalbum, en later zou blijken, hun enige album, The Best Part Of Breaking Up, werd verwacht.

In juli 1981 was Keith precies vijfentwintig jaar oud.

Hij was op 5 juni 1956 in het Londense Hackney ter wereld gekomen als de zoon van Violet en Albert Marshall.

Al op elfjarige leeftijd had hij zich tot de showbusiness aangetrokken gevoeld.

Hij leerde zichzelf gitaar, mondharmonica en een beetje piano spelen, waarna hij zijn kans waagde in het bekende BBC-programma Opportunity Knocks, wat vergelijkbaar was met Ontdek de Ster.

Naast muziek hield Keith destijds enorm van eten, drinken, slapen en zonnebaden, maar hij had een hartgrondige hekel aan reizen per boot of wagen.

Indisch eten droeg zijn absolute voorkeur weg en als er dan toch gedronken moest worden, koos hij het liefst voor een glas Southern Comfort.

Muzikaal gezien bleef hij opkijken naar Russ Ballard en koesterde hij een grote bewondering voor Diana, Presley en Jimi Hendrix.

Keith zocht zijn favoriete filmsterren vooral in vervlogen jaren, met name Errol Flynn en Marilyn Monroe, en dit lijstje werd destijds ongetwijfeld nog aangevuld.

In de zomer van 1981 was het overduidelijk dat Keith Marshall er weer stond, en men hoopte dat er deze keer geen snel afscheid zou volgen.

De nu 70-jarige zanger is nog steeds actief in de muziekwereld, zij het op verschillende manieren.

Tegenwoordig is hij onder andere werkzaam als barista-trainer, muziekverzamelaar en af en toe actief als dj in Dublin.

Daarnaast treedt hij nog op, verzorgt hij muziek in de regio en werkt hij aan eigen muziek.

Weltruf: Gentse radio’s en televisies uit de Zinniastraat

De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.

In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.

Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.

Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.

In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.

Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.

Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.

Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.

De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.

Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.

Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.

Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.

Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.

De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)