
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Hoewel Marion Davies een van de grootste comédiennes van haar tijd was, staat ze tegenwoordig vooral bekend om haar relatie met mediamagnaat William Randolph Hearst.
De actrice werd geboren als Marion Cecilia Douras en haar turbulente privéleven overschaduwde haar carrière volledig.
De affaire tussen Hearst en Davies was een publiek geheim, maar tot een officieel huwelijk kwam het nooit, omdat Hearst niet van zijn vrouw scheidde.
Davies zelf nam het overigens ook niet zo nauw met de huwelijkse trouw; zo begon ze in de jaren twintig een romance met wereldster Charlie Chaplin en had ze in de jaren dertig een intieme band met acteur Dick Powell.
De jaloezie van Hearst leidde in 1924 tot een mysterieus incident tijdens een tocht op zijn jacht.
Naast het koppel en Chaplin was ook Thomas Harper Ince aan boord.
Ince was een invloedrijke Amerikaanse filmmaker en mediamagnaat uit het tijdperk van de stomme film.
Hij stond bekend als de vader van de western en was in zijn carrière verantwoordelijk voor de productie van meer dan achthonderd films.
Toen Ince tijdens deze reis onder verdachte omstandigheden overleed, ontstonden er hardnekkige geruchten dat Hearst hem in een jaloerse bui had doodgeschoten, in de veronderstelling dat hij Chaplin voor zich had.
Hoewel sluitend bewijs voor een misdrijf ontbreekt, vormde dit schandaal de basis voor de film The Cat’s Meow uit 2001.
In deze reconstructie werd Davies gespeeld door Kirsten Dunst, terwijl Edward Herrmann de rol van Hearst vertolkte.
Eddie Izzard speelde de rol van Chaplin en Cary Elwes speelde de rol van Ince.
De figuur van Hearst diende bovendien al veel eerder als inspiratiebron voor de filmwereld; de legendarische film Citizen Kane uit 1941 is namelijk grotendeels gebaseerd op het leven van deze krantenmagnaat.
Toen Hearst aan het einde van de jaren dertig in zware financiële nood verkeerde, toonde Davies haar onvoorwaardelijke loyaliteit door voor een miljoen dollar aan eigen juwelen te verkopen om hem te steunen.
Ondanks deze opoffering werd ze na zijn overlijden door zijn familie volledig geweerd.
Slechts tien weken na de dood van Hearst trouwde Davies met Horace Brown, maar dit huwelijk verliep moeizaam en werd overschaduwd door haar toenemende alcoholverslaving.
In haar laatste levensjaren toonde Davies zich een gulle weldoener door bijna twee miljoen dollar aan een kinderziekenhuis te schenken.
Haar eigen gezondheid liet haar echter steeds vaker in de steek. Na een beroerte in 1956 werd er later kanker bij haar geconstateerd.
Hoewel de behandelingen aanvankelijk succesvol leken, ging Davies definitief achteruit toen ze in 1960 haar been brak.
Niet veel later werd de ziekte haar fataal.
Ze werd uiteindelijk onder haar eigen achternaam Douras begraven in een mausoleum op het Hollywood Forever Cemetery.
Haar nalatenschap leeft echter voort in de popcultuur.
In de bekende ‘song You Oughta Be in Pictures’ uit 1934 werd haar naam al in één adem genoemd met iconen als Joan Crawford en Greta Garbo.
Ook muzikaal liet ze een blijvend spoor na met ‘Just You, Just Me’, een nummer dat Jesse Greer en Raymond Klages schreven voor haar film Marianne uit 1929.
In datzelfde jaar was het een hit voor Cliff Edwards en in de loop der jaren groeide het uit tot een echte jazzstandard.
Musici als Lester Young en Thelonious Monk voerden het vaak uit, en in 1956 nam Rosemary Clooney het op voor haar album Blue Rose met Duke Ellington en zijn orkest.
Zelfs recenter bleef het nummer relevant, aangezien Diana Krall het in 2020 opnam voor haar album This Dream of You.
Als ultiem eerbetoon aan haar bewogen leven als de kasteelvrouwe van Hearst Castle wijdde Al Stewart in 1995 bovendien het nummer Marion the Chatelaine aan haar op zijn album Between the Wars.

Dit bijzondere moment werd vastgelegd op de dag dat de jonge prinses zich officieel liet inschrijven en haar studententijd begon.
Het markeerde de start van haar academische jaren in de sleutelstad, waar zij net als vele andere studenten het collegeleven ging ontdekken.
Tijdens haar studententijd woonde ze in een studentenhuis aan het beroemde Rapenburg.
Aan de universiteit volgde ze een breed scala aan vakken, waaronder rechtswetenschap en staatsrecht, theoretische en toegepaste sociologie, economie, parlementaire en algemene geschiedenis, volkenrecht en Europees recht, en cultuur.
Haar academische inzet wierp vruchten af, want in 1959 behaalde zij haar kandidaatsexamen rechten en in 1961 slaagde ze met succes voor haar doctoraalexamen rechten.

Op woensdag 13 september 1961 gaf VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld het startsein voor Operatie Morthor.
Het doel van deze missie was om buitenlandse huursoldaten te weren uit de afvallige provincie Katanga, die zich een jaar eerder had afgescheiden.
Hoewel de VN strikt neutraal hoorde te blijven, zag het Katangese bewind de actie als een duidelijke partijkeuze voor de centrale Congolese regering.
Tijdens deze gespannen periode kwam Hammarskjöld zelf om het leven bij een vliegtuigcrash op weg naar onderhandelingen met de Katangese leider Moïse Tshombe.
Waar men destijds aan een ongeluk dacht, doken later sterke aanwijzingen op die wijzen op een doelbewuste aanslag.
Als reactie op het VN-offensief volgde een tegenaanval op de geïsoleerde basis bij Jadotstad, zo’n honderd kilometer van het VN-hoofdkwartier in Elisabethstad.

Gisteren nog vandaag
Daar werd een compagnie van het Ierse 35e bataljon omsingeld door Katangese troepen, gesteund door Belgische, Franse en Rhodesische huurlingen.
Tussen 13 en 17 september 1961 hielden de lichtbewapende Ierse blauwhelmen vijf dagen lang dapper stand.
Pas toen munitie en drinkwater volledig op waren, zagen ze zich op 17 september gedwongen tot overgave.
Bij thuiskomst in Ierland wachtte de mannen echter geen warm welkom.
De publieke opinie zag de overgave en krijgsgevangenschap onterecht als een vernedering, en de verzoeken van commandant Pat Quinlan om zijn manschappen te decoreren werden genegeerd.
Pas een halve eeuw later volgde officiële erkenning en eerherstel van de Ierse overheid. Quinlan maakte dat eerbetoon zelf niet meer mee; hij overleed in 1997.
Het verhaal van deze vergeten strijd werd later verfilmd als ‘The Siege of Jadotville’ met Jamie Dornan in de hoofdrol.
Een indrukwekkend stuk geschiedenis dat na decennia van stilte eindelijk de verdiende erkenning heeft gekregen.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Von Trips nam vanaf 2 september 1956 deel aan 27 van de 29 Grands Prix waarvoor hij stond ingeschreven.
Hij behaalde eenmaal de poleposition, won in 1961 twee races, te weten de Grote Prijzen van Nederland en Engeland, kwam in totaal zes keer op het podium, en verzamelde een totaal van 56 punten.
Tijdens de Italiaanse Grand Prix van 1961 op het circuit van Monza kwam zijn Ferrari 156 in botsing met de Lotus van Jim Clark.

Gisteren nog vandaag
Bij het inrijden van de Parabolica vloog von Trips’ auto de tribune in.
Behalve hijzelf kwamen ook vijftien toeschouwers om het leven.
Op dat ogenblik stond hij, met nog twee races te gaan, aan de leiding in het WK met vier punten voorsprong op zijn ploegmaat Phil Hill.
Deze won de wedstrijd en werd wereldkampioen.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Het was in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 dat de belangrijkste man in de DDR, Walter Ulbricht, in samenspraak met de Sovjet-Unie besloot om een blokkade op te werpen in de stad Berlijn.
Ulbricht was op dat moment nog hondstrouw aan het regime in Moskou, dus hij zal zich ongetwijfeld vrijwel kritiekloos hebben geschaard achter het idee van Nikita Chroesjtsjov.
De reden dat de muur nodig werd gevonden, lag in het feit dat veel inwoners van Oost-Duitsland de overtocht maakten naar de Bondsrepubliek in het westen.
Veel mensen wilden namelijk het communistische bewind ontvluchten. Al aan het begin van de jaren 50 werd de grens tussen de DDR en de Bondsrepubliek streng beveiligd, maar in Berlijn was de grens tot aan 1961 nog open.

Gisteren nog vandaag
De muur moest daar een einde aan maken.
De controle bij de muur was immens.
Er was prikkeldraad en voortdurende beveiliging door zwaarbewapende beveiligers.
Zij hadden toestemming om mensen die probeerden te ontsnappen neer te schieten.
Wie een vluchtpoging overleefde, kon rekenen op een zware straf.

Gisteren nog vandaag
Gelukkig valt de roep om vrijheid uiteindelijk niet te negeren.
Toch hebben de inwoners van Oost-Berlijn bijna dertig jaar onder dit zware juk moeten lijden.
Maar toen het op die beroemde dag in 1989 eindelijk zover was, was Berlijn weer één.
Enkele jaren later zou heel Duitsland onder leiding van bondskanselier Helmut Kohl weer herenigd worden.
Van de Berlijnse Muur zijn nog slechts wat resten en veel boze herinneringen over.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Margaret P. L. Pierce werd geboren op 24 oktober 1931 in Detroit, Michigan.
Nadat ze in haar jeugd haar moeder en broer verloor, koos ze aanvankelijk voor een opleiding tot verpleegkundige aan de New York University School of Nursing.
Daarnaast was ze actief als fotomodel, wat uiteindelijk de deur opende naar een carrière in de entertainmentindustrie.
Pierce was een impulsieve, openhartige persoonlijkheid die ervan genoot om interviews te geven.
De achtergrondverhalen die ze in de pers deelde, veranderden echter door de jaren heen, wat voor de nodige verwarring zorgde over haar exacte opleiding, de duur van haar werk als verpleegkundige of model, en de manier waarop haar grote doorbraak in de showbizz tot stand kwam.
Ze hield er een opvallende levensstijl op na: ze at slechts één maaltijd per dag, zwom dagelijks tweehonderd meter en stak af en toe een sigaret op, naar eigen zeggen puur om vervelende mensen te verjagen.
Ze was daarnaast dol op sport. In haar middelbareschooltijd speelde ze voetbal en als volwassene was ze catcher in een softbalteam dat volledig bestond uit vrouwen uit de Hollywood-industrie.
Na het volgen van acteerlessen werd ze in 1959 gecontracteerd door de bekende filmstudio Metro-Goldwyn-Mayer.
Tijdens haar periode bij MGM verscheen ze regelmatig in de rubrieken van bekende roddeljournalisten zoals Hedda Hopper en Louella Parsons.
Zij schreven uitgebreid over haar liefdesleven, waaronder een verbroken verloving met zakenman Bob Neal en een nooit officieel bevestigde verloving met David Lange, de jongere broer van actrice Hope Lange.
In haar beginjaren bij MGM speelde ze bijrollen in verschillende speelfilms, waaronder de romantische komedie ‘Where the Boys Are’ uit 1960 en het drama ‘Go Naked in the World’ uit 1961, waarin ze naast grote namen als Gina Lollobrigida en Ernest Borgnine verschijnt.
Hoewel ze in films vaak in bescheiden rollen te zien was, bouwde ze al snel een veelzijdige televisiecarrière op.
Zo was ze te zien in bekende series uit de jaren zestig, zoals ‘Wagon Train’, ‘Alfred Hitchcock Presents’, ‘The Fugitive’ en ‘The Man from U.N.C.L.E.’
Tevens speelde ze mee in de horroranthologie ‘Tales of Terror’ uit 1962 en de muzikale film ‘The Fastest Guitar Alive’ uit 1967.
Haar bekendste televisierol kreeg ze in het seizoen 1965-1966, toen ze de rol van Barbara Porter vertolkte in de komedieserie ‘My Mother the Car’, waarin ze de echtgenote speelde van het personage van Jerry Van Dyke.
Rond 1966 kreeg ze een relatie met vastgoedtycoon Jerome “Jerry” Minskoff, die vijftien jaar ouder was en op dat moment getrouwd was en drie kinderen had.
Sommige bronnen vermelden dat ze na zijn echtscheiding in 1966 in Las Vegas trouwden, maar de enige officiële huwelijksakte in de openbare registers stamt uit New York City in 1971.
Vanaf dat moment verschoof haar aandacht geleidelijk van acteren naar de theaterwereld achter de schermen.
Haar echtgenoot produceerde Broadwaystukken in het theater dat door zijn familie was geopend.
Hij werd zeven keer genomineerd voor een Tony Award en won er een in 1986 voor de herneming van Sweet Charity.
Onder de naam Maggie Minskoff was ze onder meer werkzaam als productiecoördinator voor Broadwayvoorstellingen, waaronder de succesvolle musical Irene met Debbie Reynolds.
Ook was ze gedurende langere tijd betrokken bij het beheer van het beroemde Minskoff Theatre in New York.
Het echtpaar verdeelde hun tijd tussen hun woningen in Manhattan en Londen, tot aan het overlijden van Minskoff in augustus 1994.
Jerome Minskoff speelde een sleutelrol in de familieonderneming, die werd geleid door een van de oudste bouworganisaties van New York.
Als partner bij de historische onderneming die in 1908 werd opgericht door zijn grootvader Samuel, had hij de leiding over het beheer en de verhuur van het volledige Minskoff-vastgoed.
Na zijn studie rechten was hij later dan zijn broers toegetreden tot het familiebedrijf, waar hij zich ontwikkelde tot een van de bepalende krachten.
Vanuit zijn traditioneel ingerichte kantoor, pal naast dat van zijn oudste broer Henry, stuurde hij de zakelijke exploitatie aan.
Binnen het hechte familiebedrijf, waar de taken duidelijk verdeeld waren tussen het bouwmanagement van zijn broer Myron en het algemene bestuur van Henry, vormde Jerry de strategische pijler achter het commerciële succes.
In 1981 maakte de familie zich op voor nieuwe projecten in de metropoolregio, waarbij Jerry zich ook voorbereidde op de komst van zijn zoon Steven, die in juni als nieuwe generatie het bedrijf versterkte.
Samen met zijn familie en enkele andere grote bouwfamilies behoorde Jerry tot de belangrijkste ontwikkelaars van speculatieve kantoorpanden in de stad.
Na een zware periode keek hij in 1981 met een goed gevoel terug op het herstel van hun portefeuille.
Toen hoofdhuurder W. T. Grant in 1975 failliet ging, kwam er op het dieptepunt van de markt maar liefst 400.000 vierkante voet aan kantoorruimte leeg te staan in hun vlaggenschip 1 Astor Plaza.
Jerry wist het gebouw in de jaren daarna echter weer volledig te verhuren.
Hoewel hij vastberaden was om te blijven bouwen, benadrukte hij hoe selectief ontwikkelaars moesten zijn en hoe lastig speculatieve bouw in die tijd was geworden.
Jerry stond ook bekend om zijn uitgesproken visie op de stadsontwikkeling van New York.
Hij sprak zich kritisch uit over de voorgestelde herziening van de zone-indeling voor midtown Manhattan om de West Side te ontwikkelen en bleef realistisch over de economische haalbaarheid en de logistiek van de stad.
Toch speelde zijn bedrijf een pioniersrol toen het in 1966 het Astor Hotel aan Broadway verwierf.
Onder de nieuwe theaterwetgeving realiseerden ze daar een multifunctionele toren met kantoorruimtes, winkels en twee theaters, waaronder het bekende Minskoff Theatre.
Ondanks de complexe financiering en een uitdagende timing wist Jerry het project naar een goed einde te brengen door sterk relatiebeheer met grote geldschieters.
Hij onderhield uitstekende banden met de concurrentie, geloofde sterk in de kameradschap binnen het vak en bleef, geheel in lijn met de familietraditie, onverminderd optimistisch over de verdere expansie van hun vastgoedimperium.
Het oorspronkelijke familiebedrijf Samuel Minskoff & Sons, zoals Jerry en zijn broers dat in de twintigste eeuw leidden, bestaat in die klassieke vorm inmiddels niet meer.
Wel is de naam Minskoff nog altijd een van de meest vooraanstaande spelers in de New Yorkse vastgoedwereld gebleven, voornamelijk via Edward J. Minskoff Equities (EJME).
Edward J. Minskoff, de zoon van Henry en het neefje van Jerry, richtte deze opvolger in 1987 op.
Het bedrijf bezit, ontwikkelt en beheert miljoenen vierkante meters aan hoogwaardig vastgoed, waaronder beeldbepalende kantoortorens zoals 51 Astor Place en 1166 Avenue of the Americas in Manhattan.
Net als veel andere grote vastgoedontwikkelaars in New York heeft de onderneming recent te maken gekregen met een veranderende kantorenmarkt.
Hoewel EJME succesvol grote nieuwe huurders weet aan te trekken voor hun panden in Manhattan en nieuwe ontwerpen ontwikkelt, zorgen de gestegen rentevoeten en de veranderde vraag naar kantoorruimte af en toe voor financiële uitdagingen bij specifieke herfinancieringen en buitenstedelijke projecten.
Desondanks behoort de organisatie nog altijd tot de gevestigde orde van institutionele vastgoedontwikkelaars in de Verenigde Staten.
Na het overlijden van haar echtgenoot verhuisde Pierce uiteindelijk naar Las Vegas, Nevada. Maggie Pierce overleed op 5 april 2010 op 78-jarige leeftijd in Danbury, Connecticut (achterkant cover van het tijdschrift Piccolo, zomer 1961)

Gisteren nog vandaag

Kahnweiler wordt beschouwd als een van de grootste aanhangers van de kubistische kunstbeweging door zijn activiteiten als kunsthandelaar en woordvoerder van kunstenaars.
Hij was een van de eersten die het belang en de schoonheid van Picasso’s Les Demoiselles D’Avignon inzag en wilde het meteen samen met al het werk van Picasso kopen.
Picasso schreef over Kahnweiler: “Wat zou er van ons zijn geworden als Kahnweiler geen zakelijk inzicht had gehad?”
Kahnweilers waardering voor Picasso’s talenten was vooral verheugend voor de kunstenaar, aangezien hij grotendeels onbekend en berooid was in de tijd dat veel van zijn beroemdste werken werden gemaakt.
Kahnweiler ondersteunde in zijn galerie veel grote kunstenaars die weinig erkenning en belangstelling van verzamelaars kregen.
De eerste aankopen waren werken van Kees van Dongen, André Derain, André Masson, Fernand Léger, Georges Braque, Juan Gris, Maurice de Vlaminck en verschillende andere kunstenaars van dezelfde generatie.

Om zijn eigen woord te gebruiken, Kahnweiler wilde grote artiesten “verdedigen”, maar alleen degenen die geen dealers hadden en van wiens talenten hij overtuigd was.
Samen met mannen als Alfred Flechtheim, Paul Cassirer, Daniel Wildenstein, Léonce Rosenberg en Paul Rosenberg was Kahnweiler een van de invloedrijke kunstkenners van de 20e eeuw.
De ondernemerscapaciteiten van Kahnweiler waren zo acuut dat zijn kunstgalerie in de jaren vijftig qua exportcijfers tot de top 100 van Franse bedrijven behoorde.
Hij stierf in 1979 in Parijs, op de leeftijd van 94 jaar.

Gisteren nog vandaag
Foto met Picasso

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag







