Alan Ladd: van ijskoude huurmoordenaar tot tragisch Hollywood-icoon

Alan Walbridge Ladd werd op 3 september 1913 geboren in Hot Springs, Arkansas. Zijn vroege jeugd was getekend door armoede en persoonlijke tragedies, waaronder het vroege overlijden van zijn vader en het latere verlies van zijn moeder.

Als tiener verhuisde hij naar Californië, waar hij uitblonk in atletiek en zwemmen.

Hoewel hij al vroeg droomde van een acteercarrière, verliep zijn doorbraak in Hollywood allerminst vanzelf.

Jarenlang combineerde hij kleine schnabbels en radiowerk met baantjes achter de schermen, waaronder een functie als timmerman bij filmstudio Warner Bros.

Door zijn relatief bescheiden lengte en blonde, ingetogen verschijning paste hij aanvankelijk niet in het gangbare profiel van de klassieke Hollywood-held.

Alles veranderde in 1942 met de release van de film noir-klassieker ‘This Gun for Hire’, geregisseerd door Frank Tuttle en gebaseerd op een roman van Graham Greene.

Ladd vertolkte hierin de rol van Philip Raven, een meedogenloze maar complexe huurmoordenaar met een getraumatiseerd verleden.

Wat het personage zo gedenkwaardig maakte, was de combinatie van ijskoude professionaliteit en een subtiele, tragische kwetsbaarheid.

Raven hield van katten en toonde morele wroeging toen hij ontdekte dat zijn opdrachtgevers landverraders waren die een chemische formule wilden verkopen aan buitenlandse spionnen.

De film zette een nieuwe standaard voor het archetype van de antiheld in de vroege film noir.

Ladd speelde de rol met een minimalistische beheersing, strakke trenchcoat en een kille, starende blik die destijds volkomen vernieuwend was.

Het publiek en de critici waren direct gefascineerd door zijn onderkoelde intensiteit.

‘This Gun for Hire’ markeerde tevens het begin van een legendarische samenwerking met tegenspeelster Veronica Lake.

Hun chemie op het scherm was zo sterk dat Paramount Pictures hen in diverse succesvolle films opnieuw samenbracht, waaronder ‘The Glass Key’ en ‘The Blue Dahlia.’

Dankzij zijn vertolking van Philip Raven groeide Alan Ladd van de ene op de andere dag uit tot een van de populairste filmsterren van de jaren veertig en vijftig.

Hoewel hij later wereldwijde faam verwierf met de iconische western ‘Shane’ in 1953, bleef zijn gelaagde optreden als de dodelijke huurmoordenaar in ‘This Gun for Hire’ het definitieve fundament van zijn filmcarrière.

Achter de schermen van zijn grote succes ging echter een turbulent en emotioneel zwaar privéleven schuil.

Ladd trouwde eerst met zijn jeugdliefde Marjorie Jane Harrold, met wie hij een zoon kreeg, Alan Ladd Jr.

Zijn grote steunpilaar werd echter voormalig actrice en talentenagent Sue Carol.

Zij ontdekte hem, loodste hem naar zijn doorbraakrol en werd in 1942 zijn tweede echtgenote.

Samen kregen ze twee kinderen, Alana en David.

Carol fungeerde niet alleen als zijn manager, maar probeerde ook voortdurend zijn wankele zelfvertrouwen te ondersteunen.

Ladd bleef ondanks zijn sterrenstatus geteisterd door ernstige onzekerheden over zijn acteerprestaties en zijn lengte, en hij leed aan chronische slapeloosheid en depressies.

Om met de enorme druk van Hollywood, de fysieke tol van filmopnames en zijn innerlijke onrust om te gaan, zocht hij steeds vaker zijn toevlucht tot alcohol en zware slaapmedicatie.

Naarmate de jaren vijftig vorderden en de grote filmrollen schaarser werden, verergerde zijn afhankelijkheid aanzienlijk.

Zijn gezondheid ging zienderogen achteruit en in november 1962 overleefde hij ternauwernood een schotwond in zijn borst, een incident dat door velen werd gezien als een wanhoopskreet.

Het tragische einde kwam op 29 januari 1964.

Alan Ladd werd op vijftigjarige leeftijd dood aangetroffen in zijn woning in Palm Springs, Californië.

Zijn overlijden was het gevolg van een fatale, accidentele combinatie van alcohol en barbituraten (slaap- en kalmeringsmiddelen).

Daarmee kwam een vroegtijdig einde aan het leven van een filmicoon dat ondanks zijn innerlijke demonen een onuitwisbare stempel drukte op de klassieke Amerikaanse cinema.

45 jaar geleden, het repertoire van de eerste soulkoning Sam Cooke is nog altijd goed voor hits.

Sam Cooke, op 22 januari 1931 geboren als Samuel Cook in Clarksdale, Mississippi, was een van de acht kinderen van een dominee.

Zijn muzikale reis begon al vroeg in het kerkkoor van zijn vader, nadat het gezin naar Chicago verhuisde.

Samen met zijn broers en zussen vormde hij de groep ‘The Singing Children’, waarmee ze religieuze liederen zongen.

Als tiener zette hij zijn stappen in de gospelwereld voort bij groepen als The Teen Highway QC’s.

De overstap naar popmuziek volgde in 1960 met een contract bij RCA.

Met het werkkampnummer ‘Chain Gang’ brak hij definitief door bij het grote, blanke publiek.

Cookes talent als songschrijver was uitzonderlijk; hij schreef zowel meeslepende ballads als opzwepende dansnummers voor een jonger publiek, zoals ‘Twisting The Night Away’ en ‘Another Saturday Night’. Klassiekers als ‘Bring It On Home To Me’, ‘Sad Mood’ en het visionaire ‘A Change Is Gonna Come’ bevestigen zijn status als een van de invloedrijkste soulzangers aller tijden.

Op het hoogtepunt van zijn roem, op 11 december 1964, sloeg het noodlot toe.

Cooke vierde in Los Angeles het succes van zijn live-lp, die net de top 30 van de Billboard-albumlijst had bereikt.

Een ontmoeting met de 22-jarige Elisa Boyer leidde tot een gezamenlijk vertrek naar het Hacienda Motel.

Wat zich precies in de kamer afspeelde, blijft onduidelijk, maar het eindigde met een halfnaakte en woedende Cooke die de manager van het motel, Bertha Franklin, confronteerde.

Hij geloofde dat Boyer zich in haar kantoor had verstopt nadat ze er met zijn kleren vandoor was gegaan.

In de daaropvolgende confrontatie werd hij door Franklin doodgeschoten.

Franklin verklaarde uit zelfverdediging te hebben gehandeld, een verklaring die door de rechtbank werd aanvaard.

De zaak werd afgesloten als ‘gerechtvaardigde doding’. Toch zijn er altijd twijfels blijven bestaan. Velen geloven dat cruciale feiten in de doofpot werden gestopt en dat de ware toedracht nooit aan het licht is gekomen.

De erkenning voor zijn immense talent kwam pas na zijn dood.

Zo werd hij in 1987 opgenomen in The Songwriters Hall Of Fame en ontving hij in 1999 postuum zowel de Pioneer Award van The Rhythm And Blues Foundation als een Grammy Lifetime Achievement Award.

Sam Cooke werd slechts 33 jaar.

Vandaag 60 jaar geleden, komt de Amerikaanse actrice Gertrude Michael te overlijden.(31 december 1964).

Gertrude Michael begon haar carrière als zangeres op de radio en maakte haar toneeldebuut in 1929 in Cincinnati.

Ze verscheen op Broadway in het stuk “Caught Wet” in 1931.

Haar filmdebuut maakte ze in 1932 in de film “Wayward”.

Enkele van haar gedenkwaardigste rollen zijn:

Rita Ross in “Murder at the Vanities” (1934), waarin ze het lied “Sweet Marijuana” zong.

Alicia Hatton in de Mae West-komedie “I’m No Angel” (1933).

Verschillende optredens op televisie, waaronder 11 keer in “Fireside Theater” van 1950 tot 1955.

Gertrude Michael was nooit getrouwd.

Ze had wel een affaire met schrijver Paul Cain, die haar als inspiratie gebruikte voor een personage in zijn roman “Fast One”.

Gertrude Michael overleed op 31 december 1964 op 53-jarige leeftijd in haar huis in Hollywood.

Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, de Nederlandse triptekenaar Jan Steen met zijn strip Rik en het Zwarte complot (Taptoe december 1964)

Jan Steen werd geboren op 27 mei 1933 in Schagen en hij groeide op in Noord-Holland.

Steen begon zijn carrière als reclametekenaar.

In de jaren 60 begon hij met het tekenen van strips en hij werkte voor verschillende tijdschriften, waaronder Pep, Taptoe, Eppo en Polletje Pluim.

Hij is vooral bekend om zijn humoristische strips en hij tekende onder andere de series De Wortels, Polletje Pluim, Flip Flink en Barelli.

Polletje Pluim was zijn bekendste creatie, een grappig jongetje met een grote bos haar.

Deze strip verscheen in het weekblad Pep.

Gisteren nog vandaag

Yogi beer (Taptoe, december 1964)

Wie heeft deze strips ook nog gelezen?

Yogi Beer werd bedacht door William Hanna en Joseph Barbera, de oprichters van Hanna-Barbera Productions.

Ed Benedict was de belangrijkste ontwerper van Yogi Beer en vele andere Hanna-Barbera-personages.

Hij was verantwoordelijk voor de kenmerkende stijl van deze tekenfilms.

Hij verscheen voor het eerst in 1958 als bijfiguur in The Huckleberry Hound Show.

Yogi’s populariteit groeide snel, waardoor hij in 1961 zijn eigen show kreeg, The Yogi Bear Show.

Het personage is geïnspireerd op Art Carney’s personage Ed Norton uit de sitcom The Honeymooners. Zowel Yogi’s stem als zijn manier van doen zijn ontleend aan Norton.

Yogi woont in Jellystone Park, een fictief nationaal park, waar hij constant probeert picknickmanden te stelen van nietsvermoedende bezoekers, tot groot ongenoegen van parkwachter Ranger Smith.

Yogi staat bekend om zijn grappige uitspraken zoals “Hééé, Boo Boo!” en “Ik ben slimmer dan de gemiddelde beer!”.

Naast de tekenfilmserie verscheen Yogi Beer ook in verschillende stripreeksen:

De eerste Yogi Beer strips werden uitgegeven door Gold Key Comics tussen 1962 en 1970.

Charlton Comics nam het over en publiceerde strips van 1970 tot 1977.

Zelfs Marvel Comics heeft in 1977 negen Yogi Beer strips uitgegeven.

Ed Benedict kwam te overlijden in 2006 op 94-jarige leeftijd.

Yogi Beer was het eerste Hanna-Barbera-personage dat een eigen spin-off serie kreeg.

In 2010 kwam er een live-action/CGI-film uit met Yogi Beer, waarin Dan Aykroyd de stem van Yogi insprak.

60 jaar geleden, te gast bij de legendarische voetballer Victor Mees die zijn carrière begon en eindigde bij Antwerp FC.

Mees was een geboren voetballer, die al op jonge leeftijd zijn talent toonde op de speelplaats van het Sint-Edwarduscollege in Merksem.

Antwerp FC haalde hem binnen met een paar voetbalschoenen als lokmiddel en liet hem debuteren in het eerste elftal toen hij nog maar 17 jaar was.

Hij zou 649 keer het rood-witte shirt dragen en vele successen behalen met de club.

Mees was ook een vaste waarde bij de nationale ploeg, waarvoor hij 68 keer uitkwam tussen 1949 en 1960.

Hij scoorde drie keer als Rode Duivel en droeg vaak de aanvoerdersband.

Hij maakte zijn eerste interland mee tegen Spanje, nadat hij zijn huwelijksplannen met zijn Engelse verloofde Ida France had moeten uitstellen.

Zijn laatste interland speelde hij tegen Nederland, onze eeuwige rivaal.

Mees was een sierlijke en elegante speler, die bewondering oogstte bij vriend en vijand.

Zo kreeg hij ooit een compliment van John Carrey, de ster van Manchester United, die hem de beste speler noemde die hij ooit had gezien.

Mees was een gentleman op en naast het veld, die zijn passie voor het spel altijd combineerde met respect voor de tegenstander.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 60 jaar geleden, komt Matt Monro met zijn single From Russia With Love binnen in de Engelse hitparade.

Het nummer is afkomstig van de tweede James Bond-film uit 1963 met dezelfde naam.

De titelsong From Russia With Love is geschreven door Lionel Bart.

Het orkest werd gedirigeerd door Barry en uitgevoerd door John Barry & His Orchestra.

Het nummer bereikt de twintigste plaats in de Engelse Hitparade.

Ook andere artiesten zoals Bobby Vinton, Jack Jones, Craig Douglas, Eddie Harris, Ramsey Lewis en Count Basie coverde het nummer.

Ook kreeg de tekst een vertaling naar het Frans door Pierre Saka en gezongen door Bob Asklöf in 1964.

Maar ook kreeg het nummer een Finse vertaling dankzij Sauvo Puhtila en gezongen door de Finse zangeres Laila Kinnunen in 1964. (diverse bronnen en Wikipedia)