
55 jaar geleden, reclame voor auto’s van het merk Toyota

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek







Verhaeghen, die op 16 juni 1962 tot priester was gewijd, was als jonge onderpastoor in de parochie Sint-Egidius een man van de vernieuwing.
Geïnspireerd door de openheid van het Tweede Vaticaans Concilie, botste hij al snel met de conservatieve krachten binnen de kerk, vertegenwoordigd door pastoor De Brouwer en later ook bisschop Van Peteghem.

Het conflict kwam tot een kookpunt toen Verhaeghen voorstelde om geld te investeren in de parochiale jeugdlokalen, die in erbarmelijke staat verkeerden.
De gevestigde orde wilde de fondsen liever aanwenden voor een nieuwe marmeren vloer in de Sint-Gilliskerk.
Deze tegenstelling, samen met klachten over zijn vriendschap met de progressieve priester Frans Wuytack en een vermeende “flirterige houding”, leidde tot een openlijke strijd.
Er ontstond een actiecomité dat Verhaeghen steunde.
Maandenlang werden er in de parochie protesten georganiseerd en pamfletten verspreid, waarbij meermaals de oproerpolitie moest ingrijpen.
De situatie escaleerde zozeer dat hulpbisschop Leo De Kesel, die Verhaeghen adviseerde om naar een ander bisdom over te stappen, enige tijd later zelf door de politie moest worden ontzet tijdens een vormselviering die door protesten werd verstoord.

In mei 1969 aanvaardde Verhaeghen uiteindelijk zijn overplaatsing naar Nieuwkerken-Waas, waarmee een einde kwam aan de protesten in Sint-Egidius.
De rust was echter van korte duur. Ook in zijn nieuwe parochie bleven er problemen met zijn handelwijze, wat in 1970 leidde tot zijn ontslag.
Deze autoritaire en eenzijdige beslissing lokte kritiek uit van meerdere collega-priesters.
Na zijn ontslag verhuisde Verhaeghen naar Stekene, waar hij later als priester met rust ging.

Zijn laatste levensjaren bracht hij door in een rusthuis in Nieuwkerken-Waas, waar hij in juli 2014 op 79-jarige leeftijd overleed.
De hele kwestie, die diepe sporen naliet, werd in 2019 gereconstrueerd door schrijver Louis Van Dievel in het boek “De Onderpastoor”.

Hij bracht zijn laatste uren door in het appartement van zijn toenmalige vriendin, de Duitse kunstschaatsster en schilderes Monika Dannemann, in het Samarkand Hotel.
Hoewel zij de ambulance belde, zijn de precieze omstandigheden van zijn dood altijd in nevelen gehuld gebleven, wat de deur openzette voor talloze theorieën en speculaties.
De officiële lezing, zoals die destijds door de media werd verspreid, was dat Hendrix was gestikt in zijn eigen braaksel.
Hij zou in een diepe coma zijn geraakt na het innemen van een overdosis slaappillen in combinatie met rode wijn.
Een tragisch detail hierbij is dat de Britse slaappillen die hij had genomen, aanzienlijk sterker waren dan de Amerikaanse varianten die hij gewend was.
Deze versie wordt echter tegengesproken door verschillende bronnen. Mitch Mitchell, de drummer van The Jimi Hendrix Experience, opperde in zijn boek ‘Inside the Experience’ een schrijnend alternatief.

Volgens hem stierf Hendrix pas op een brancard in de gang van het Londense ziekenhuis.
Mitchell suggereerde dat er, omdat Hendrix Afro-Amerikaans was of omdat niemand hem onmiddellijk herkende, niet adequaat naar hem werd omgekeken.
Een ander hardnekkig gerucht was een overdosis heroïne. Dit werd echter al snel ontkracht door de autopsie, waaruit bleek dat er geen sporen van heroïne in zijn bloed zaten.
Bovendien was het in zijn directe omgeving algemeen bekend dat Hendrix, anders dan vele rocksterren uit die tijd, een uitgesproken afkeer van naalden had en geen heroïne gebruikte.
De sensationeelste theorie kwam pas decennia later aan het licht. James ‘Tappy’ Wright, een voormalige roadie, beweerde in 2009 dat Hendrix werd vermoord door zijn eigen manager, Michael Jeffery.
Jeffery zou in dronken toestand hebben bekend dat hij Hendrix met hulp van anderen had volgegoten met drank en pillen.
Het motief? Angst dat zijn grootste ster, die hij vreesde, kwijt te raken, zou overstappen naar een andere manager.
Deze zware beschuldiging kan helaas niet meer op haar waarheid worden getoetst. Jeffery kwam namelijk in 1973, kort na zijn vermeende bekentenis, om het leven bij een vliegtuigcrash.
Alsof het mysterie nog niet complex genoeg was, voegde de documentaire ‘Jimi Hendrix: The Last 24 Hours’ uit 2004 er een politieke dimensie aan toe.
Hierin wordt gesuggereerd dat de CIA betrokken was bij zijn dood. Hendrix’ banden met de Black Panther Party en zijn openlijke kritiek op de Vietnamoorlog zouden hem tot een doelwit hebben gemaakt. In enkele jaren was hij uitgegroeid tot een wereldwijd icoon met een enorme invloed op de Amerikaanse jeugd.
Zijn vervormde versie van het Amerikaanse volkslied op Woodstock in 1969 wordt nog steeds gezien als een krachtig cultureel statement.
Ongeacht de ware toedracht, de wereld verloor een muzikaal genie. De man die als linkshandige speler een rechtshandige gitaar bespeelde (na de snaren in omgekeerde volgorde te hebben gezet), had de gitaarmuziek voorgoed veranderd.
Jimi Hendrix werd uiteindelijk begraven op het Greenwood Memorial Park in Renton, een stadje nabij zijn geboortestad Seattle.
Zijn plotselinge overlijden was niet alleen een muzikaal verlies, maar ook het begin van een gecompliceerde strijd om zijn nalatenschap.
Jimi Hendrix had namelijk geen testament opgemaakt. Volgens de wet ging zijn volledige vermogen daardoor naar zijn dichtstbijzijnde familielid: zijn vader, Al Hendrix.
Voor zijn eigen dood in 2002 liet Al het beheer van het miljoenenbedrijf, Experience Hendrix LLC, na aan zijn geadopteerde dochter Janie Hendrix, de stiefzus van Jimi.
Dit leidde tot een jarenlange juridische strijd met Jimi’s biologische broer, Leon Hendrix, die door deze beslissing grotendeels werd buitengesloten van de erfenis.
Uiteindelijk besliste de rechter in het voordeel van Janie, die tot op de dag van vandaag de controle heeft over de nalatenschap van Jimi Hendrix.

Gisteren nog vandaag
In 1970 was het Japanse Osaka de gastheer van de dertigste Wereldtentoonstelling, ook bekend als Expo ’70.
Het was een historische gebeurtenis, want het was de allereerste keer dat dit evenement in Azië plaatsvond.
De tentoonstelling, die van 15 maart tot 13 september duurde, werd gehouden in de voorstad Suita en trok een verbazingwekkend aantal van ruim 64 miljoen bezoekers.
Daarmee was het een van de grootste en drukstbezochte beurzen ooit.

Het immense terrein van 330 hectare was ontworpen door de gerenommeerde Japanse architect Kenzo Tange, en had als thema “Vooruitgang en harmonie voor de mensheid”.
Het meest bekende bouwwerk was de ‘Toren van de Zon’, ontworpen door de Japanse kunstenaar Taro Okamoto.
Ook België en Nederland waren vertegenwoordigd op de Expo.

Het Belgische paviljoen werd ontworpen door architecten Jules Wabbes en Jacques Wirtz. Voor Wirtz betekende het ontwerp van de paviljoentuin zijn grote doorbraak.
Daarnaast werden er drie bronzen beelden tentoongesteld van de Belgische kunstenaar Hubert Minnebo.
Het Nederlandse paviljoen was het werk van de architecten Carel Weeber en Jaap Bakema, met een interieurontwerp van Total Design, onder leiding van Wim Crouwel. Verder leverden Peter Struycken en cineast Jan Vrijman bijdragen aan het paviljoen.





