
1975, Europees jaar van het bouwkundig erfgoed

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.
In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.
In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.
Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.
Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.
Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.
Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.
In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.
Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.


Gisteren nog vandaag










Op het scherm verschijnt een aftandse garage in Los Angeles, gerund door een knorrige oude man. Zijn leven wordt volledig overhoop gehaald door een jonge, optimistische Latino met een onweerstaanbare glimlach.
De sitcom, die in Amerika in 1974 was gestart, draaide volledig om de chemie tussen de twee hoofdrolspelers.

Enerzijds was er Ed Brown (Jack Albertson, overleden op 25 november 1981), de verbitterde garagehouder die in alles een probleem zag.
Anderzijds was er Chico Rodriguez, gespeeld door de piepjonge en razend populaire Freddie Prinze.
Hij was de frisse wind die door de stoffige garage en het leven van Ed waaide.
Hun gekibbel en de langzaam groeiende vader-zoonrelatie vormden het hart van de show.
Tel daar de onvergetelijke begintune, ingezongen door de legendarische José Feliciano, bij op, en je had dé reden waarom miljoenen kijkers, ook in Vlaanderen, aan de buis gekluisterd zaten.
De ster van de show was zonder twijfel Freddie Prinze. Geboren als zoon van een Hongaarse vader en een Porto-Ricaanse moeder, groeide hij op in een ‘getto’ in New York.
Zoals Joepie het treffend omschreef, ontwikkelde hij daar een “onverbeterlijke drang naar zelfbescherming”, die hij omzette in een scherp gevoel voor humor.
Na wat optredens in kleine clubs belandde hij in de legendarische “Tonight Show”.
Die ene avond veranderde alles: een producent zag hem en bood hem de rol van zijn leven aan. Op zijn twintigste was Freddie Prinze een wereldster.
Maar het succesverhaal kende een tragische afloop. Amper anderhalf jaar nadat het lovende artikel in Joepie verscheen, in januari 1977, maakte Prinze op 22-jarige leeftijd een einde aan zijn leven.
De makers probeerden de serie nog te redden door een nieuw personage te introduceren, maar de ziel was eruit.
Zonder de charismatische Chico was de magie verdwenen. Na een vierde seizoen stopte dan ook de reeks.

Productie van dit mooie album was in handen van Tim Visterin.






Gisteren nog vandaag