45 jaar geleden, Julio Iglesias met zijn nummer Où est passée ma bohème?

De single was goed voor een negentiende plaats in de Super Top 50.

De Spaanse versie deed het beter en bereikte bij ons in september 1979 de eerste plaats in de BRT Top 30.

Een muziekcarrière was eigenlijk ‘plan b’, of zelfs ‘plan c’ voor Julio.

Hij was eind jaren 60 namelijk de reservedoelman van Real Madrid, toen al een grootheid in het Europese voetbal.

Tevens was hij begonnen aan een rechtenstudie.

Een auto-ongeluk sloeg de voetbaldroom echter aan diggelen.

Hij raakte tijdelijk verlamd en was maandenlang aan het bed gekluisterd. Tijdens die periode leerde hij zichzelf gitaar spelen.

Na zijn rechtenstudie in Groot-Brittannië voltooid te hebben, deed Julio mee aan diverse liedjeswedstrijden.

Zo kwam hij in contact met producer Ramón Arcusa. Ze zouden blijven samenwerken tot ver in de 80s.

Het grote publiek leerde Julio kennen via het Eurovisiesongfestival in 1970 in Amsterdam.

Hij werd er met ‘Gwendolyne’ knap 4de. Het nummer werd echter geen hit. Pas met zijn ode aan Galicië breekt hij door in Vlaanderen en Nederland.

Julio zelf is Madrileen, maar zijn vader was afkomstig uit de streek.

Zijn vader werd overigens ooit ontvoerd door de Baskische afscheidingsbeweging ETA maar gezond en wel terug vrijgelaten.

Hierop besloot de familie Iglesias naar Miami te verhuizen.

Het wereldwijde succes kwam er pas na 1977 wanneer Julio een contract tekende met platengigant CBS. (Denis Michiels, Joepie 30 december 1979)

J.R (Larry Hagman) begon zijn carrière als charmeur.

Larry Hagman werd geboren op 21 september 1931 in Fort Worth, Texas.

Zijn mama, Mary Martin, was een bekende actrice en Broadway-ster en zijn vader, Benjamin Jackson Hagman, was een advocaat en officier van justitie.

Zijn ouders scheidden toen hij vijf jaar oud was.

Hij ging naar de Weatherford High School in Texas en hij studeerde kort aan Bard College in New York, maar stopte om een acteercarrière na te streven.

Hagman begon zijn acteercarrière in het theater in de jaren 50.

Hij speelde in verschillende Broadway-producties, waaronder “The Taming of the Shrew” en “God and Kate Murphy”.

Hij kreeg kleine rollen in tv-series en films in de jaren 50 en begin jaren 60.

Zijn doorbraak kwam in 1965 met de hoofdrol in de sitcom “I Dream of Jeannie”, waarin hij astronaut Tony Nelson speelde.

Toch voor het grote succes was het wachten tot 1978, toen kreeg Hagman de rol van J.R. Ewing in de soapserie “Dallas”.

De rol van de meedogenloze oliemagnaat maakte hem wereldberoemd.

“Dallas” werd een van de populairste tv-series ter wereld en liep tot 1991.

De cliffhanger “Who shot J.R.?” aan het einde van seizoen 3 is een van de meest iconische momenten in de tv-geschiedenis.

Hoewel Hagman na “Dallas” in andere films en series speelde, kon hij het succes van zijn rol als J.R. Ewing nooit evenaren.

Hij speelde gastrollen in series als “Nip/Tuck” en de reboot van “Dallas” in 2012.

Hij bleef vooral bekend als J.R. Ewing en omarmde die rol ook.

Hij was een fervent voorstander van zonne-energie en had zonnepanelen op zijn huis en hij was een uitgesproken criticus van de oorlog in Irak.

Hij had een levertransplantatie in 1995 na jaren van zwaar alcoholgebruik.

Hij was een verzamelaar van antieke hoeden.

Hij schreef een autobiografie, “Hello Darlin’: Tall (and Absolutely True) Tales About My Life”.

Hagman was van 1954 tot aan zijn dood getrouwd met de Zweedse Maj Axelsson.

Ze kregen twee kinderen: een dochter, Kristina, en een zoon, Preston.

Larry Hagman overleed op 23 november 2012 in Dallas, Texas en hij stierf aan de gevolgen van acute myeloïde leukemie, een vorm van bloedkanker.

Hij was op dat moment bezig met de opnames van het tweede seizoen van de “Dallas” reboot (Joepie 30 december 1979).

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en tekst

Bericht opnieuw plannen

Nu plaatsen

Queen en hun hit Crazy Little Thing Called Love.

Freddie schreef het nummer in 5 minuten tijd op zijn gitaar, “…en ik kan totaal geen gitaar spelen …” zei hij hier achteraf over.

Hij schreef het als ode aan Elvis Presley.

Queen groeit daarna uit tot de grootste band van de planeet.

Concertzalen worden te klein waarna de groep steevast grote stadions uitverkoopt. In februari 1981 speelt Queen voor meer dan 500.000 fans op concerten in Argentinië en Brazilië.

Op één concert dagen 300.000 toeschouwers op, destijds een absoluut record. De platenverkoop wordt wereldwijd geschat op 300 miljoen verkochte stuks.

Na het succes van ‘The Works’ in 1984 wil Freddie eigen nummers uitbrengen.

Er ontstaan spanningen in de groep vanwege zijn soloambities die ei zo na leiden tot de split.

Hij werkt mee aan de remake van de filmklassieker ‘Metropolis’, met een soundtrack van Giorgio Moroder.

In het voorjaar van 1985 verschijnt zijn solodebuut ‘Mr. Bad Guy’. Het wordt echter een flop. Queen ligt dan op apegapen maar hun legendarische passage op Live Aid (meermaals verkozen tot beste pop- en rockconcert in Groot-Brittannië) geeft de band echter nieuwe zuurstof.

Ze schrijven in 1986 de soundtrack voor de film ‘Highlander’ en brengen met ‘A Kind Of Magic’ opnieuw een hitalbum uit. In de zomer van dat jaar gaat de Magic-tour van start.

Het zou de laatste tournee met Freddie Mercury worden. In 1987 krijgt Freddie de diagnose van aids.

Datzelfde jaar scoort hij een solohit met de Platters-cover ‘The Great Pretender’ en neemt met operazangeres Montserrat Caballé het album ‘Barcelona’ uit.

Dat wordt in 1992, het jaar van de Olympische Spelen in Barcelona, een grote postume hit. Daarna trekt hij met Queen terug de studio in voor de opnames van ‘The Miracle’.

‘Innuendo’ is in 1991 het laatste album dat tijdens Freddie’s leven wordt uitgebracht. Hij is dan al fel verzwakt, dit blijkt later in de videoclip voor ‘These Are The Days Of Our Lives’.

Tot één dag voor zijn dood zou hij de ziekte verborgen houden voor de buitenwereld.

De begrafenisplechtigheid vindt 3 dagen later al plaats.

Hij wordt in intieme kring gecremeerd, waarna Mary Austin zijn urne op een geheime plaats begraven heeft.(Denis Michiels)

Mijn naam is Kim Fowley en ik ben geniaal (muziek Expres december 1979)

Kim Fowley, geboren op 21 juli 1939, in Los Angeles, Californië, als Kim Vincent Fowley en zijn ouders waren Douglas Fowley, een bekende film- en televisieacteur die vaak de rol van “tough guy” speelde en zijn moeder Mildred was ook een actrice.

Zijn ouders scheidden toen hij jong was en hij groeide op in de schaduw van Hollywood, omringd door de entertainmentindustrie.

Leed als tiener aan polio, wat zijn gezondheid en mobiliteit beïnvloedde.

Ontwikkelde al vroeg een diepe passie voor muziek, vooral voor rock-‘n-roll, R&B en doo-wop.

Begon zijn carrière als songwriter en producer, met wisselend succes in 1959.

Schreef en produceerde “Alley Oop” van The Hollywood Argyles (1960), een nummer dat de eerste plaats bereikte in de Billboard Hot 100.

Schreef mee aan “Nut Rocker” van B. Bumble and the Stingers (1962), een instrumentaal rocknummer gebaseerd op Tsjaikovski’s Notenkraker dat een hit werd in de VS en het VK.

Werkte als producer, songwriter, manager en promotor voor talloze bands en artiesten en omarmde de psychedelische rock- en garagerockscene.

Hij werkte onder meer samen met Frank Zappa & The Mothers of Invention (korte samenwerking in de vroege jaren 60), Gene Vincent, Warren Zevon, Cat Stevens, Kris Kristofferson, Helen Reddy, Alice Cooper, KISS (schreef mee aan een paar nummers voor het album Destroyer), The Modern Lovers en The Seeds.

Bracht verschillende soloalbums uit, die echter commercieel niet succesvol waren, maar later wel cultstatus kregen.

Stond bekend om zijn extravagante podiumoptredens en bizarre imago.

Zijn meest bekende project was het samenstellen, produceren en managen van de all-female rockband The Runaways, met onder anderen Joan Jett en Lita Ford.

Fowley was een controversiële figuur in de geschiedenis van de band, met beschuldigingen van manipulatief en uitbuitend gedrag.

Bleef actief in de muziekwereld als producer, songwriter en performer, hoewel hij nooit meer het succes van zijn eerdere jaren wist te evenaren.

Werkte met een breed scala aan artiesten, van underground bands tot mainstream acts.

Schreef boeken en gaf lezingen over de muziekindustrie.

Fowley was meerdere keren getrouwd, maar deze huwelijken waren allemaal van korte duur.

Stond bekend als de “Burgemeester van de Sunset Strip”.

Ondanks zijn controversiële reputatie wordt hij erkend als een invloedrijk figuur in de ontwikkeling van rock-‘n-roll, garagerock en punk.

Beschreef zichzelf vaak als een “culturele terrorist” die de gevestigde orde wilde ontwrichten.

In 2003 werd er een documentaire over hem gemaakt, getiteld “Mayor of the Sunset Strip”.

Hij kwam te overlijden op 15 januari 2015 en dit op de leeftijd van 75 jaar, ten gevolge van blaaskanker in West Hollywood, Californië.