
45 jaar geleden, eindelijk Kiss zonder make-up (Muziek Expres december 1979)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Larry Hagman werd geboren op 21 september 1931 in Fort Worth, Texas.
Zijn mama, Mary Martin, was een bekende actrice en Broadway-ster en zijn vader, Benjamin Jackson Hagman, was een advocaat en officier van justitie.
Zijn ouders scheidden toen hij vijf jaar oud was.
Hij ging naar de Weatherford High School in Texas en hij studeerde kort aan Bard College in New York, maar stopte om een acteercarrière na te streven.
Hagman begon zijn acteercarrière in het theater in de jaren 50.
Hij speelde in verschillende Broadway-producties, waaronder “The Taming of the Shrew” en “God and Kate Murphy”.
Hij kreeg kleine rollen in tv-series en films in de jaren 50 en begin jaren 60.
Zijn doorbraak kwam in 1965 met de hoofdrol in de sitcom “I Dream of Jeannie”, waarin hij astronaut Tony Nelson speelde.
Toch voor het grote succes was het wachten tot 1978, toen kreeg Hagman de rol van J.R. Ewing in de soapserie “Dallas”.
De rol van de meedogenloze oliemagnaat maakte hem wereldberoemd.
“Dallas” werd een van de populairste tv-series ter wereld en liep tot 1991.
De cliffhanger “Who shot J.R.?” aan het einde van seizoen 3 is een van de meest iconische momenten in de tv-geschiedenis.
Hoewel Hagman na “Dallas” in andere films en series speelde, kon hij het succes van zijn rol als J.R. Ewing nooit evenaren.
Hij speelde gastrollen in series als “Nip/Tuck” en de reboot van “Dallas” in 2012.
Hij bleef vooral bekend als J.R. Ewing en omarmde die rol ook.
Hij was een fervent voorstander van zonne-energie en had zonnepanelen op zijn huis en hij was een uitgesproken criticus van de oorlog in Irak.
Hij had een levertransplantatie in 1995 na jaren van zwaar alcoholgebruik.
Hij was een verzamelaar van antieke hoeden.
Hij schreef een autobiografie, “Hello Darlin’: Tall (and Absolutely True) Tales About My Life”.
Hagman was van 1954 tot aan zijn dood getrouwd met de Zweedse Maj Axelsson.
Ze kregen twee kinderen: een dochter, Kristina, en een zoon, Preston.
Larry Hagman overleed op 23 november 2012 in Dallas, Texas en hij stierf aan de gevolgen van acute myeloïde leukemie, een vorm van bloedkanker.
Hij was op dat moment bezig met de opnames van het tweede seizoen van de “Dallas” reboot (Joepie 30 december 1979).

Bericht opnieuw plannen
Nu plaatsen



Freddie schreef het nummer in 5 minuten tijd op zijn gitaar, “…en ik kan totaal geen gitaar spelen …” zei hij hier achteraf over.
Hij schreef het als ode aan Elvis Presley.
Queen groeit daarna uit tot de grootste band van de planeet.
Concertzalen worden te klein waarna de groep steevast grote stadions uitverkoopt. In februari 1981 speelt Queen voor meer dan 500.000 fans op concerten in Argentinië en Brazilië.
Op één concert dagen 300.000 toeschouwers op, destijds een absoluut record. De platenverkoop wordt wereldwijd geschat op 300 miljoen verkochte stuks.
Na het succes van ‘The Works’ in 1984 wil Freddie eigen nummers uitbrengen.
Er ontstaan spanningen in de groep vanwege zijn soloambities die ei zo na leiden tot de split.
Hij werkt mee aan de remake van de filmklassieker ‘Metropolis’, met een soundtrack van Giorgio Moroder.
In het voorjaar van 1985 verschijnt zijn solodebuut ‘Mr. Bad Guy’. Het wordt echter een flop. Queen ligt dan op apegapen maar hun legendarische passage op Live Aid (meermaals verkozen tot beste pop- en rockconcert in Groot-Brittannië) geeft de band echter nieuwe zuurstof.
Ze schrijven in 1986 de soundtrack voor de film ‘Highlander’ en brengen met ‘A Kind Of Magic’ opnieuw een hitalbum uit. In de zomer van dat jaar gaat de Magic-tour van start.
Het zou de laatste tournee met Freddie Mercury worden. In 1987 krijgt Freddie de diagnose van aids.
Datzelfde jaar scoort hij een solohit met de Platters-cover ‘The Great Pretender’ en neemt met operazangeres Montserrat Caballé het album ‘Barcelona’ uit.
Dat wordt in 1992, het jaar van de Olympische Spelen in Barcelona, een grote postume hit. Daarna trekt hij met Queen terug de studio in voor de opnames van ‘The Miracle’.
‘Innuendo’ is in 1991 het laatste album dat tijdens Freddie’s leven wordt uitgebracht. Hij is dan al fel verzwakt, dit blijkt later in de videoclip voor ‘These Are The Days Of Our Lives’.
Tot één dag voor zijn dood zou hij de ziekte verborgen houden voor de buitenwereld.
De begrafenisplechtigheid vindt 3 dagen later al plaats.
Hij wordt in intieme kring gecremeerd, waarna Mary Austin zijn urne op een geheime plaats begraven heeft.(Denis Michiels)






Kim Fowley, geboren op 21 juli 1939, in Los Angeles, Californië, als Kim Vincent Fowley en zijn ouders waren Douglas Fowley, een bekende film- en televisieacteur die vaak de rol van “tough guy” speelde en zijn moeder Mildred was ook een actrice.
Zijn ouders scheidden toen hij jong was en hij groeide op in de schaduw van Hollywood, omringd door de entertainmentindustrie.
Leed als tiener aan polio, wat zijn gezondheid en mobiliteit beïnvloedde.
Ontwikkelde al vroeg een diepe passie voor muziek, vooral voor rock-‘n-roll, R&B en doo-wop.
Begon zijn carrière als songwriter en producer, met wisselend succes in 1959.
Schreef en produceerde “Alley Oop” van The Hollywood Argyles (1960), een nummer dat de eerste plaats bereikte in de Billboard Hot 100.
Schreef mee aan “Nut Rocker” van B. Bumble and the Stingers (1962), een instrumentaal rocknummer gebaseerd op Tsjaikovski’s Notenkraker dat een hit werd in de VS en het VK.

Werkte als producer, songwriter, manager en promotor voor talloze bands en artiesten en omarmde de psychedelische rock- en garagerockscene.
Hij werkte onder meer samen met Frank Zappa & The Mothers of Invention (korte samenwerking in de vroege jaren 60), Gene Vincent, Warren Zevon, Cat Stevens, Kris Kristofferson, Helen Reddy, Alice Cooper, KISS (schreef mee aan een paar nummers voor het album Destroyer), The Modern Lovers en The Seeds.
Bracht verschillende soloalbums uit, die echter commercieel niet succesvol waren, maar later wel cultstatus kregen.
Stond bekend om zijn extravagante podiumoptredens en bizarre imago.
Zijn meest bekende project was het samenstellen, produceren en managen van de all-female rockband The Runaways, met onder anderen Joan Jett en Lita Ford.
Fowley was een controversiële figuur in de geschiedenis van de band, met beschuldigingen van manipulatief en uitbuitend gedrag.
Bleef actief in de muziekwereld als producer, songwriter en performer, hoewel hij nooit meer het succes van zijn eerdere jaren wist te evenaren.
Werkte met een breed scala aan artiesten, van underground bands tot mainstream acts.
Schreef boeken en gaf lezingen over de muziekindustrie.
Fowley was meerdere keren getrouwd, maar deze huwelijken waren allemaal van korte duur.
Stond bekend als de “Burgemeester van de Sunset Strip”.
Ondanks zijn controversiële reputatie wordt hij erkend als een invloedrijk figuur in de ontwikkeling van rock-‘n-roll, garagerock en punk.
Beschreef zichzelf vaak als een “culturele terrorist” die de gevestigde orde wilde ontwrichten.
In 2003 werd er een documentaire over hem gemaakt, getiteld “Mayor of the Sunset Strip”.
Hij kwam te overlijden op 15 januari 2015 en dit op de leeftijd van 75 jaar, ten gevolge van blaaskanker in West Hollywood, Californië.








Al vlug verkorte ze hun naam naar gewoon Scooter.
In 1981 bracht de band de singles “Tattoo Turkey” en “Peppermint Girl” uit.
Wegens terminale ziekte werd gitarist Jan Fraeyman vervangen door Bert Decorte (van The Misters).
Kort na het verschijnen van hun debuutalbum One by One (1981) overleed gitarist Jan Fraeyman.
Scooter scoorde een megahit in België met “You” (“Don’t believe in number one”), een nummer van hun debuut One by One.
Daarmee wonnen ze in 1981 de jaarlijkse, door Radio 2 uitgereikte prijs, Zomerhit.
Het album One by One werd geproduceerd door de drummer van de band, Herwig Duchateau, die later succes oogstte als producer van bands als The Bet, Schmutz, Won Ton Ton en The Machines.
Scooter bracht, nadat Bert Decorte de groep had verlaten, nog twee albums uit met Jan Verheyen als gitarist: Charm en Oblivion met Amerikaans klinkende nummers als “Will I Ever Recover From You” (1982), “Stand Out” (1982) en “Minute by minute” (1983).
In 1982, kort na het uitbrengen van Charm, verliet keyboardspeler Pit Verlinde de band.

Giteren nog vandaag
De Vlaamse groep Scooter in de Joepie van 29 maart 1981

Gisteren nog vandaag
De Belgische groep Scooter op kustvakantie (Joepie 22 augustus 1982)

Gisteren nog vandaag
De Belgische groep Scooter, spontaan maar doordacht naar de hoogste versnelling (Joepie 28 februari 1982).

Gisteren nog vandaag
De Belgische groep Scooter, we zijn geen kilo koffie (Joepie 11 december 1983)

De Belgische groep Scooter proeft eindelijk van het succes (Joepie 19 juli 1981)

Gisteren nog vandaag
Piet Van den Heuvel van de Belgische groep Scooter (Joepie 30 augustus 1981)

Gisteren nog vandaag
Piet Van den Heuvel van de Vlaamse groep Scooter, liever vrouwen die breien, dan mannen die schreien (Joepie 13 juni 1982)

Gisteren nog vandaag
Te gast bij Piet van den Heuvel van de Vlaamse groep Scooter (Joepie 18 oktober 1981)

Gisteren nog vandaag