
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag
Denise Katrina Matthews, beter bekend als Vanity, was model, zangeres en actrice.
Ze werd geboren op 4 januari 1959 in Niagara Falls, Ontario, en groeide op met drie zussen.
Levia James Matthews, de vader van haar, was Afro-Amerikaans. Haar moeder, Helga Senyk, had Pools-Duitse Joodse roots.
Op haar vijftiende verloor ze haar vader. Op haar negentiende vertrok ze naar New York en tekende ze bij het modellenbureau Zoli.
Ze stond twee keer in Playboy en speelde in 1980 kleine rollen in ‘Terror Train’ en ‘Tanya’s Island’.
Begin jaren tachtig ontmoette ze Prince backstage bij de American Music Awards.
Rick James toonde die avond ook interesse, maar zij koos voor Prince.
Hij wilde haar Vagina noemen (uitgesproken als “va-geen-na”), maar dat weigerde ze.
Ze werden het eens over Vanity, omdat hij haar als de vrouwelijke versie van zichzelf zag.
In 1982 zette hij haar aan het hoofd van Vanity 6, samen met Brenda Bennett en Susan Moonsie.
Ze werd ook zijn vriendin en maakte deel uit van zijn naaste kring. De zwoele show sloeg meteen in als een bom.
Van het enige album verschenen vier singles. ‘Nasty Girl’ werd de grote hit: nummer 1 op de Amerikaanse dancechart, nummer 7 op de R&B-lijst, nummer 5 in de Nederlandse Top 40 en nummer 11 in Vlaanderen.
‘He’s So Dull’ was te horen in de film ‘National Lampoon’s Vacation’.
‘Drive Me Wild’ en ‘Bite the Beat’ scoorden nauwelijks.

IIn april 1983 stond Vanity met Prince op de cover van Rolling Stone, gefotografeerd door Richard Avedon.
Prince schreef de nummers, koos de kleding en zette Vanity 6 in als voorprogramma.
Eerst stoorde het haar niet, want hij was haar geliefde en haar leermeester, en zijn bescherming voelde veilig.
Later merkte ze dat hij haar beoordeelde naar zijn eigen smaak. Die afhankelijkheid begon dan ook gevaarlijk te voelen.
Zijn bescherming voelde veilig, en tegelijk ook gevaarlijk.
Ze zou de vrouwelijke hoofdrol in ‘Purple Rain’ spelen, maar stapte in 1983 zelf op, vóór de opnamen.
Ze wilde gaan voor een solocarrière en was al begonnen met de voorbereiding van haar debuutalbum ‘Wild Animal’.
Apollonia nam haar plek in de film over. Vanity 6 werd Apollonia 6.
Door haar vertrek eindigde ook de relatie en stortte haar wereld in.
Zo erg zelfs dat ze depressief was en een tijdlang dacht ze dat het leven zonder hem geen zin had.
De snelle vervanging van haar door Apollonia voelde dan ook alsof ze nooit had bestaan.
Na enkele maanden ging ze weer aan het werk als model en bouwde ze een eigen identiteit op.
In 1984 verscheen bij Motown het album Wild Animal.
De singles ‘Pretty Mess’ en ‘Mechanical Emotion’ haalden de Amerikaanse r&b- en dancelijsten.
Het nummer ‘Strap On Robbie Baby’ belandde op de Filthy Fifteen-lijst van het Parents Music Resource Center.
In 1986 volgde het album Skin on Skin, met de single ‘Under the Influence’.
Van 1986 tot 1988 had ze een relatie met Mötley Crüe-bassist Nikki Sixx.
In 1995 was ze kort getrouwd met Anthony Smith.
Op het witte doek speelde ze in de cultfilm ‘The Last Dragon’ en in ‘Never Too Young to Die’ (1986).
In die film speelde John Stamos de geheimagent Lance Stargrove. en Gene Simmons speelde de schurk Velvet Von Ragnar in de film.
In de film ’52 Pick-Up’ (1986) was ze Doreen.
In ‘Action Jackson’ (1988) speelde ze naast Carl Weathers en Sharon Stone.
In 1994 volgde een bijna fatale overdosis. Ze lag drie maanden in het ziekenhuis.
Na het verlaten van het ziekenhuis verklaarde ze dat Jezus haar had gevraagd het alter ego Vanity te begraven.
Ze brak dan ook met Hollywood, ging weer door het leven als Denise Matthews en werd evangeliste.
Na een niertransplantatie in 1997 bleef ze aangewezen op dialyse.
In 1999 verscheen haar autobiografie Blame It on Vanity.
Op 15 februari 2016 overleed ze in een ziekenhuis in Fremont, Californië, aan nierfalen en de zeldzame aandoening sclerosing encapsulating peritonitis.
Twee maanden later, op 21 april 2016, overleed ook Prince. Ook hij was 57.
Ook Apollonia stapte eind 1984 uit de groep en speelde daarna onder meer in de soap ‘Falcon Crest’, bracht in 1988 haar soloalbum ‘Apollonia’ uit en had rollen in films als ‘Ministry of Vengeance’, ‘Back to Back’ en ‘Black Magic Woman’.
Later startte ze haar eigen productiebedrijf en presenteert ze sinds 2022 de podcast ‘Apollonia Studio 6’.
Brenda bleef met muziek bezig, bracht soloalbums uit en woont in Rhode Island. Susan trok zich terug uit de schijnwerpers, werkte als makelaar en heeft een bistro samen met haar zoon in Florida.

Gisteren nog vandaag


Vanity, eindelijk ben ik van Prince verlost (Joepie 5 oktober 1986)


Gisteren nog vandaag












Gisteren nog vandaag






Gisteren nog vandaag












Begon striptekenaar Toon van Driel toen aan een opvallend nieuw project voor het Veronica-blad.
Nadat de komische avonturen van Guust Flater jarenlang de voorlaatste pagina van het tijdschrift hadden gesierd, nam hij het stokje over van de legendarische Franquin.
Samen met André van Duin wilde hij dan ook het publiek aan het lachen krijgen.
De toen 41-jarige tekenaar, die vooral bekendheid genoot met F.C. Knudde, wilde graag voortborduren op het type van de sympathieke schlemiel, zoals Guust.
In Van Duin vond hij de ideale opvolger: televisiekijkend Nederland kende André al als de ultieme brokkenpiloot bij wie vrijwel alles in het honderd liep.
Toen Van Driel op het idee kwam om een strip rond de komiek te bouwen, maakte hij eerst een paar schetsen en legde die aan hem voor.
Van Duin, zelf een groot stripliefhebber, reageerde meteen enthousiast.
In de verhalen speelde André de hoofdrol, steevast vergezeld door zijn twee honden: de bassethond Wibo en de Engelse bulldog Gorp.
Net als op televisie wisselde het personage voortdurend van baan en belandde hij wekelijks in de gekste situaties.
Op papier kon Van Driel veel verder gaan dan een televisieprogramma toeliet.
Zonder torenhoge productiekosten stuurde hij André net zo makkelijk naar het Amazonegebied in Zuid-Amerika voor een spannend avontuur, iets wat voor een tv-uitzending onbetaalbaar zou zijn geweest.
In een aflevering nam André pianoles op een muziekschool, waar elke student zijn eigen instrument moest meebrengen.
De lezer zag hem vervolgens door de straten sjouwen met een loodzware vleugel op de schouders.
Eenmaal aangekomen bleek dat op de begane grond slechts blokfluitles werd gegeven, en André met zijn instrument naar de derde verdieping de trap op moest lopen.
Aan iedere aflevering besteedden Van Driel en zijn vrouw samen zo’n vijfentwintig uur, want het visuele plaatje moest perfect kloppen.
Terwijl hij de verhalen bedacht en uittekende, nam zijn vrouw het nauwkeurige inkleurwerk voor haar rekening.
Naast deze serie leverde hij toen ook dagelijks vier tekeningen aan voor het Algemeen Dagblad en tekende hij wekelijks een strip voor Panorama.
De allereerste aflevering van de André van Duin-strip, die zich afspeelde in de duinen, verscheen in week 39 van 1986.
De populaire reeks zou vervolgens ongeveer vijf jaar lang in het Veronica-blad te zien zijn, tot eind september 1991.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag



Veertig jaar geleden kozen Everything but the Girl met hun derde album ‘Baby, The Stars Shine Bright’ en de knappe single ‘Come on Home’ voor een rustiger koers.
Tijdens de persvoorstelling van het album praatten ze nuchter over de aandacht die ze kregen.
Ze lachten dan ook hartelijk om het idee dat ze ooit op één zouden belanden en gaven meteen toe dat ze het op de hitparade nooit van Madonna zouden winnen.
Muzikaal sloegen ze met hun nieuwe album een heel andere weg in dan de sobere, jazzy indie van hun debuut ‘Eden’ of het maatschappijkritische ‘Love Not Money’.
Ze gingen voluit voor weidse, filmische ballades met een stevige fifties- en sixties-orkestratie: een weelderige strijkerssectie en een knipoog naar Dusty Springfield.
Dat strookte totaal niet met de synthetische sound die de hitlijsten in 1986 domineerde.
Het album bleef destijds dan ook een beetje onder de radar hangen, en recensenten liepen er niet bepaald wild van.
Pas jaren later kwam de kentering: de gewaagde productie en de ironische teksten, zoals in ‘Sugar Finney’, kregen alsnog de lof die ze verdienden. Vandaag geldt ook ‘Cross My Heart’ terecht als een echte klassieker van het duo.

Kort daarvoor waren ze in 1986 voor het eerst naar Amerika getrokken.
Veel potten hadden ze daar niet gebroken, maar ze voelden dat ze stilaan hun eigen stek in de muziekwereld vonden.
Ze wilden vooral op hun eigen tempo groeien; overweldigend succes hoefde er voor hen niet van vandaag op morgen te zijn.
Ben maakte tijdens de persvoorstelling een subtiele verwijzing naar Sade.
Hij zag hoe zij ten onder ging aan de loodzware druk die een plotse doorbraak op een privéleven legt. Het duo voelde geen greintje afgunst, alleen medelijden.
Rond 1985-1986 was de gekte rond Sade Adu en haar band amper nog bij te benen.
Na het triomfantelijke debuut ‘Diamond Life’ in 1984 schoot ook de opvolger ‘Promise’ eind 1985 recht naar de internationale toppen.
Die wereldroem eiste een zware tol: platenbazen zaten haar op de nek, tabloids en paparazzi gunden haar geen seconde rust, met kwalijke roddels over een relatiebreuk en psychische inzinkingen tot gevolg.
De slopende tournees, de niet-aflatende promotie en het totale gebrek aan privacy putten haar emotioneel en fysiek uit.
Sade trok aan de noodrem en verdween uit de schijnwerpers. Fans moesten tot 1988 wachten op ‘Stronger Than Pride’.
Die dolgedraaide showbizz lieten Ben en Tracey met plezier aan zich voorbijgaan.
Zij nestelden zich liever met hun tweetjes in een kalm hoekje van Londen.
Wilde feestjes en recepties waren aan hen niet besteed; een discotheek of nachtclub hadden ze naar eigen zeggen zelfs nog nooit van dichtbij gezien.
Zelfs in dat rustige leventje liep het niet altijd van een leien dakje.
Omdat ze vierentwintig uur per dag op elkaars lip zaten, maakten ze aan de lopende band ruzie en kibbelden ze over elk klein detail.
Om de vrede te bewaren stelden ze hun werkwijze bij.
Vroeger schreven ze nummers nog zij aan zij; voortaan deed ieder zijn eigen ding: Tracey de teksten, Ben de muziek.
Dat zorgde meteen voor veel minder wrevel.
De echte romantiek vonden ze terug in de studio.
Daar was de vonk ooit overgeslagen, toen ze allebei met een koptelefoon op stonden te zingen en elkaar recht in de ogen keken.
Die herinnering riepen ze bij elke opnamesessie weer op, en dat hoor je tot op vandaag in de zachte, zwoele sfeer van hun songs.

Ben Watt en Tracey Thorn waren niet alleen een muzikaal duo, maar ook een koppel.
Ze leerden elkaar in 1981 kennen aan de Universiteit van Hull. Al snel volgde een relatie die tot op de dag van vandaag standhoudt: ze kregen drie kinderen en stapten in 2009 in het huwelijk.
Ook muzikaal bleef hun verhaal in beweging.
In 2023 verscheen het goed ontvangen comebackalbum Fuse, hun eerste plaat in bijna vierentwintig jaar.
Na een pauze van vijfentwintig jaar keerden ze in 2025 bovendien terug op het podium.
Ze kozen opnieuw voor intimiteit: als kleinschalig akoestisch-elektronisch duo, aangekondigd onder hun eigen namen Ben Watt en Tracey Thorn, en bewust zonder festivalweides of arena’s.
In augustus 2026 volgde nog een nieuwe remix van ‘Run A Red Light’, een teken dat hun artistieke koers springlevend is.
Hun bandnaam Everything But The Girl komt van een slogan van meubelzaak Turner’s in Hull: for your bedroom needs, we sell everything but the girl.
Toen ze elkaar ontmoetten, waren zowel Thorn als Watt al solo onder contract bij Cherry Red: Thorn als lid van Marine Girls, een favoriet van Kurt Cobain, en Watt met zijn debuut North Marine Drive.
Hun eerste gezamenlijke plaat was een samba-achtige cover van Cole Porter’s ‘Night and Day’.
In 1992 werd een Amerikaanse tournee van Everything But The Girl afgelast toen Watt bijna stierf aan een zeldzame auto-immuunziekte; hij schreef daar later het boek Patient over.
Tracey zong ondertussen op Massive Attack’s ‘Protection’.
De grote doorbraak kwam met Todd Terry’s remix van ‘Missing’, die in 1995–1996 wereldwijd een hit werd en nummer 2 haalde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
In Nederland bereikte de Todd Terry Club Mix in september 1995 de derde plaats in de Top 40; de single stond zeventien weken genoteerd.
Nadat het nummer in oktober 1995 uit de lijst verdween, kwam het door het Europese succes opnieuw in de belangstelling.
In maart 1996 keerde het terug in de Top 40, met een 24e plaats als piek.
In Vlaanderen speelde zich hetzelfde af: in 1995 haalde de single de twaalfde plaats in de Ultratop 50, in 1996 de tiende.
Alles bij elkaar bracht het duo elf studioalbums uit.
In het Verenigd Koninkrijk behaalden ze acht gouden en twee platina-albums; het album Amplified Heart wordt vaak als hun bestverkochte album genoemd, en alleen al in het VK en de VS zijn er honderdduizenden tot meer dan een miljoen exemplaren verkocht.
De single ‘Missing’ werd in het VK driedubbel platina.
