Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Frank Liefooghe volgde zijn opleiding aan de Academie van Gent, waar hij zich bekwaamde in grafiek, sierkunst en schilderkunst.
Onder invloed van mentoren als Raoul Servais, Jan Burssens en Pierre Vlerick groeide bij hem een vrijgevochten, non-conformistische mentaliteit die bepalend werd voor zijn artistieke ontwikkeling.
Die houding kwam tot uiting in grootschalige projecten die de gemiddelde toeschouwer verbaasden, zoals zijn plan uit 1969 om het Stedelijk Museum in Amsterdam in te pakken met een gigantisch schilderij.
Hoewel dat herinneringen opriep aan het werk van Christo, kwam het voort uit Liefooghes eigen drang om de ruimte te beheersen en artistieke grenzen te verleggen.
In de vroege jaren zeventig kregen zijn concepten een uitgesprokener maatschappelijke en filosofische lading.
In 1970–1971 experimenteerde hij bijvoorbeeld met een mobiel van hoge ballonnen boven het Amsterdamse IJ, de brede waterweg die noordelijk langs het centrum van Amsterdam loopt en de stad van Amsterdam-Noord scheidt, om de spanning tussen natuur en kunstmatige vergankelijkheid te onderzoeken.
Het project ‘Landschap van de Toekomst’ kwam tot stand in samenwerking met het Stedelijk Museum.
Later richtte hij zijn aandacht meer op thema’s zoals vrede en solidariteit.
Dat leidde onder meer tot een ontwerp voor een monument in Jeruzalem: een blauw ei dat onder invloed van de zon zou openbreken en zo symbolen van verschillende religies zou verenigen.
Het werk uit deze periode weerspiegelt een sterk ideologisch engagement, vaak in opvallende en onconventionele vormen.
Maar Frank Liefooghe was zoveel meer dan de man van grote projecten.
Zo ontwierp hij ook de hoes van het album ‘Tussen Zomer en Winter’ van Rob de Nijs.
De twee leerden elkaar kennen in Gent, via de Gentse muziekproducent en tekstschrijver Walter Ertvelt. Rob de Nijs verbleef toen een korte periode in Gent, waar de voorbereiding van het album plaatsvond.
Na het werk nam Ervelt hem mee naar de Hotsy Totsy. Op een van die avonden ontmoette De Nijs er Frank Liefooghe.
Franks oudste broer, Dirk Liefooghe, was jarenlang leerkracht aan de Gentse academie en een bekende figuur in de Gentse kunstwereld.
Hij werkte mee aan verschillende kunstprojecten en speelde in 1965 in het toneelstuk ‘Maria Stuart’ van Friedrich von Schiller (1759-1805), in een regie van Georges Vitaly, animator van kleine theaters in Parijs.
Regieassistent was Jo Decaluwe.
Het stuk was de eerste productie van het NTG, met Dré Poppe als eerste directeur.
Naast deze conceptuele projecten bleef Liefooghe zich intensief wijden aan de schilderkunst zelf, meestal ver van de gevestigde galeriewereld.
Reizen naar Schotland, Ibiza en Ierland vormden de aanloop naar zijn meest ingrijpende ervaring: een verblijf in West-Afrika in 1982.
De onderdompeling in een andere cultuur en het herontdekken van antieke levenswaarden veranderden zijn artistieke visie fundamenteel. Werken als ‘Regendans van de Lobi’ en ‘Wedergeboorte’ gebruiken weliswaar westerse materialen, maar ademen een geest die losstaat van de Europese traditie.
Zijn schilderstijl wisselt tussen een vrolijk, tachistisch kleurgebruik met veel oranje en groen, en een mystiekere benadering met diepe blauwtinten, bruinen en zwarte accenten.
Die visuele keuzes worden gestuurd door persoonlijke herinneringen aan ontmoetingen met mensen, dieren en de natuur.
Uiteindelijk vormen deze schilderijen een persoonlijke belijdenis, nauw verwant aan de bevlogenheid van zijn eerdere politieke en maatschappelijke projecten.
In 1984 ontmoette de toen 47-jarige Bill Wyman, bassist van The Rolling Stones, de dertienjarige Mandy Smith tijdens de BPI Awards.
In zijn autobiografie Stone Alone (1990) schreef hij later de woorden die hem altijd zijn blijven achtervolgen: ze nam hem de adem weg en ze was volgens hem een vrouw op haar dertiende.
Dat was geen verspreking, maar de kern van het probleem: een volwassen man die een kind tot vrouw verklaart om zijn eigen gedrag het aanzien van een romance te geven.
De relatie bleef jarenlang strikt geheim. Terwijl Mandy gewoon naar school ging, betaalde Wyman volgens latere getuigenissen een privéschool dicht bij zijn appartement.
In het uitgaansleven noemde hij haar Cynthia, zodat journalisten haar werkelijke leeftijd niet zouden ontdekken.
Mensen in zijn omgeving dachten dat ze begin twintig was.
Toen een van hen op een verjaardagsfeest ontdekte dat ze pas vijftien was en al ruim twee jaar met hem omging, verdween het gezelschap snel. Niemand stapte destijds naar de politie.
Binnen de band werd de situatie genormaliseerd.
Wyman behandelde het als een privékwestie met een kind. De andere bandleden profiteerden van dezelfde losbandige rockscene, keken de andere kant op of spraken hem er pas op aan toen het verschil in leeftijd zelfs binnen de rock-’n-roll niet meer weg te lachen viel.
In het Verenigd Koninkrijk ligt de wettelijke grens voor seksuele meerderjarigheid op zestien jaar.
Tot die leeftijd is seksueel contact met een volwassene strafbaar, ongeacht of ouders daarmee instemmen.
Het verhaal kwam pas in de openbaarheid nadat Mandy zestien was geworden, in de zomer van 1986.
Dat was precies het moment waarop het Nederlandse blad Veronica schreef over Bills blues, een geheim dagboek en mogelijke stappen van justitie.
Tot een rechtszaak kwam het destijds niet, omdat Mandy en haar moeder weigerden mee te werken aan het onderzoek.
Jaren later verklaarde Wyman dat hij na het uitbreken van het Jimmy Savile-schandaal zelf naar de politie en het Openbaar Ministerie was gestapt, waar hem werd verteld dat er geen zaak tegen hem lag.
Het latere huwelijk in juni 1989, toen Mandy net achttien was, wiste het verleden niet uit; het diende vooral om de relatie maatschappelijk aanvaardbaarder te maken.
Volgens haar eigen verklaringen begon het seksuele contact op haar veertiende, alsof dat het verhaal enigszins fatsoenlijk moest houden.
De eerste ontmoeting vond echter plaats toen ze dertien was, en dat leeftijdsverschil veranderde niets aan de verantwoordelijkheid van de volwassene.
De media in 1986 volgden een bekend patroon: het jonge meisje werd neergezet als een vroegrijp feestbeest, de moeder kreeg de schuld van medeplichtigheid en de rockster werd afgeschilderd als het slachtoffer van zijn eigen verliefdheid.
Wyman had al tientallen jaren de reputatie van de zwijgzame Stone, die een obsessie had voor piepjonge meisjes.
Hij hield lijsten bij met honderden en later zelfs duizenden namen, en pikte rond het podium bewust de jongste meisjes uit het publiek.
Tijdgenoten omschreven Mandy destijds als uitzonderlijk jong, wat de situatie meteen strafbaar maakte.
Dit gedrag stond overigens niet los van de toenmalige bandcultuur.
Binnen de Stones leek het idee te heersen dat zeer jonge meisjes bij het rocksterrendom hoorden, een thema dat zelfs in hun muziek terugkwam.
In Stray Cat Blues uit 1968 zong Mick Jagger al dat hij wist dat het meisje pas vijftien was en hij haar legitimatiebewijs niet hoefde te zien.
Tijdens liveoptredens verlaagde hij die leeftijd soms gekscherend naar dertien.
Het was geen geheim, maar een tekst die op het podium stoer werd gebracht.
Toch vormde Wyman een uitzondering door het systeem te veranderen in een jarenlange, verborgen relatie met een minderjarige.
De overige groepsleden kun je niet zomaar met hem vergelijken.
Drummer Charlie Watts gold als de absolute tegenpool: hij bleef decennialang trouw aan zijn vrouw Shirley en distantieerde zich van de groupiecultuur.
Keith Richards kende een turbulente reputatie, maar zijn langdurige relaties waren met volwassen vrouwen.
Oprichter Brian Jones was vroeg en intensief seksueel actief in een losbandige tijd, maar bouwde geen geheim dossier op met schoolgeld en schuilnamen.
Mick Jaggers vaste relaties betroffen eveneens volwassen vrouwen, al beweerde actrice Rae Dawn Chong later dat zij in 1977 als vijftienjarige het bed deelde met de toen 33-jarige zanger zonder dat hij naar haar leeftijd vroeg.
Dat bleef echter een eenmalige verklaring achteraf, geen openlijke trots zoals Wymans uitspraak over een dertienjarige vrouw.
Toen Mandy’s verhaal openbaar werd, sprak de groep Wyman hierop aan.
Jagger zou volgens ingewijden met walging hebben gereageerd, mede omdat zijn eigen dochters ouder waren dan Mandy.
Die afkeer liet zien dat de band vond dat Wyman een duidelijke grens had overschreden, al bleef het eerdere wegkijken een kwalijke rol spelen.
Rond haar zeventiende verjaardag kreeg Mandy dankzij haar connecties via Bill een kans in de muziekindustrie.
Ze tekende bij PWL, het productiehuis van de hitmakers Stock, Aitken en Waterman, die eerder succes hadden met Bananarama en Mel & Kim.
Haar debuutsingle ‘I Just Can’t Wait’ verscheen in 1987.
Het nummer behaalde een bescheiden succes in het Verenigd Koninkrijk, terwijl het in Nederland en Vlaanderen bleef steken in de Tipparade.
De singles ‘Positive Reaction’ en ‘Boys and Girls’ deden weinig, en hoewel ‘Victim of Pleasure’ het iets beter deed, brak ze nooit echt door.
Na een matig ontvangen cover van ‘Don’t You Want Me’ van The Human League in 1989, die alleen in Italië een hitje werd, eindigde haar muzikale loopbaan.
Wat overbleef, was aanhoudende persaandacht voor haar privéleven.
Op 2 juni 1989 trouwde de achttienjarige Mandy op een landgoed in Suffolk met de inmiddels 52-jarige Bill Wyman.
De ophef draaide destijds vooral om Wymans publieke uitspraken dat de relatie al zes jaar eerder was begonnen.
Mandy droeg een trouwjurk ter waarde van zo’n 18.000 euro en Bills zoon Stephen trad op als getuige.
Mandy gaf later aan dat ze van tevoren eigenlijk al wist dat het niets zou worden, en ze vertrok al enkele weken na de bruiloft.
Kinderen kwamen er dan ook niet.
In mei 1991 volgde een korte, onbetwiste echtscheidingsprocedure die binnen driekwart minuut was afgerond bij de rechtbank, uitgesproken op grond van overspel door Wyman.
Zij was toen negentien en hij drieënvijftig.
De definitieve financiële afwikkeling liet op zich wachten tot 24 november 1992.
Volgens de officiële verklaring van de advocaten kreeg Mandy een woning in Noord-Londen inclusief inboedel, getaxeerd op circa 290.000 euro, zo’n 150.000 euro aan contanten, een vergoeding tot ongeveer 115.000 euro voor gemaakte onkosten en nog eens 115.000 euro voor de juridische kosten.
Nederlandse kranten, zoals het Leidsch Dagblad, berekenden de totale waarde van de schikking op maximaal 670.000 euro.
Mandy zelf relativeerde dat bedrag later nuchter: na aftrek van het huis en de advocatenkosten bleef er omgerekend zo’n 60.000 euro over, wat vervolgens grotendeels naar de belasting ging.
Als het haar om het geld te doen was geweest, zo stelde ze, was ze wel bij hem gebleven.
De familiegeschiedenis kreeg vervolgens nog een bizarre wending: Mandy’s moeder Patsy raakte verloofd met Bills zoon Stephen.
In 1993 trouwde de dertigjarige Stephen met de 46-jarige Patsy, al liep ook dit huwelijk na korte tijd stuk.
In datzelfde jaar bracht de 23-jarige Mandy haar succesvolle autobiografie It’s All Over Now uit en trouwde ze met de Belgische profvoetballer Pat Van Den Hauwe.
Twee jaar later zette ze hem de deur uit, naar eigen zeggen vanwege ziekelijke jaloezie.
In 2001 kreeg ze met model Ian Mosby een zoon, Max Harrison.
Terugblikkend vertelde Mandy dat ze vanaf haar veertiende de anticonceptiepil slikte en dat haar lichamelijke gezondheid daardoor zwaar te lijden had.
In 2010 pleitte ze er publiekelijk voor om de wettelijke meerderjarigheidsgrens in Groot-Brittannië te verhogen van zestien naar achttien jaar, met de boodschap dat je op die leeftijd nog een kind bent en je die verloren jeugd nooit meer terugkrijgt.
Tegenwoordig leidt Mandy een teruggetrokken leven, heeft zij steun gevonden in het rooms-katholieke geloof en schreef ze enige tijd voor een katholiek lifestylemagazine.
Bill Wyman en zijn relatie met Mandy Smith (Veronica, week 38 van 1986)
Eind september 1986 had Linda de Mol het simpelweg.
De camera was op slag verliefd op haar uiterlijk, ze had een stralende glimlach, een vlekkeloze uitspraak van zowel het Nederlands als het Engels en een vanzelfsprekende flair.
Het leek alsof ze al jaren meeliep in de televisiewereld. Een belangrijk voordeel was haar broer John, die haar in Hilversum wist te introduceren.
Dankzij hem had ze uitstekende contacten bij de TROS, de omroep waar hij bijna tien jaar eerder zijn loopbaan was gestart als assistent-producer van een popprogramma.
Inmiddels had John zich opgewerkt tot een invloedrijke manager met zijn eigen artiestenmanagementbureau genaamd Total Management.
Daarmee behartigde hij niet alleen de zakelijke belangen van zijn zus, maar ook die van succesvolle acts als de Dolly Dots, Centerfold en René Shuman.
Het managen van die artiesten was voor John een uiterst strategische zet: hij kon de talenten uit zijn eigen stal immers direct boeken voor de televisieshows die hij destijds al volop produceerde.
Wanneer journalisten haar vroegen naar die beroemde kruiwagen, reageerde Linda nuchter.
Het was een vraag die ze al vanaf haar allereerste optreden voor de camera kreeg.
Natuurlijk speelde zo’n ingang een rol, erkende ze, maar een kruiwagen kon nooit de doorslag geven voor echt succes.
Zowel bij de TROS als bij Sky Channel keken ze immers kritisch mee.
Ze zat ongetwijfeld dichter bij het vuur en had een kans gekregen, maar daarna moest ze zichzelf dubbel en dwars bewijzen.
Wellicht zelfs harder dan een ander, juist doordat ze de achternaam De Mol droeg.
Voor het naderende winterseizoen wachtte haar een overvolle agenda. Nadat presentator Erik de Zwart de overstap had gemaakt, nam Linda in 1986 samen met radio-dj Jeroen Soer de presentatie van TROS Popformule over.
Soer was kort daarvoor vertrokken bij de VARA.
Linda zou het muziekprogramma uiteindelijk één seizoen presenteren, goed voor ongeveer een jaar.
Omdat de show in nauwe samenwerking met Sky Channel werd geproduceerd, presenteerde ze tweetalig, waarbij het Engels voor Sky Channel centraal stond.
Ondertussen naderden de gesprekken met de TROS over een eigen show hun afronding: een periodiek praatprogramma in magazinevorm rond popmuziek, mode, media en aanverwante onderwerpen.
Linda nam plaats in de redactie om actief ideeën aan te dragen, want puur en alleen voorlezen wat een ander had bedacht, vond ze niets.
Ze wilde toen nadrukkelijk haar eigen stempel op het programma drukken.
Bij Sky Channel combineerde ze popmuziek met een populair kinderprogramma.
TROS Popformule kwam wekelijks vanuit de gloednieuwe discotheek Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein, die op dat moment gold als de grootste discotheek van Europa.
Ook de presentatie van de Eurochart verzorgde ze vanuit diezelfde locatie.
Wel stond er in de Eurochart iets nieuws te gebeuren: ze zou de uitzendingen voortaan tweetalig in het Engels en het Duits presenteren.
Ze mikte op echt Duits en wilde nadrukkelijk wegblijven van Rudi Carrell-Duits, al waarschuwde ze dat men er in het begin niet te veel van moest verwachten, omdat ze simpelweg nog veel oefening nodig had.
Tel daarbij haar optredens op in het kinderprogramma van Sky naast de ondeugende punkkat D.J. Kat, en het was duidelijk dat ze een opmerkelijke start doormaakte voor iemand die amper een jaar eerder haar debuut had beleefd.
Haar professionele doelen wilde ze binnen vijf jaar realiseren.
Het plan was helder: vijf jaar zeer hard werken, financieel flink binnenlopen en het maximale uit haar mogelijkheden halen.
Daarna zou het tijd zijn om gas terug te nemen en te kiezen voor een rustiger bestaan.
De weekenden stonden voorlopig in het teken van de vrijdag- en zaterdagavonden, want ze dacht de eerste vrouwelijke dj te zijn die een grootschalige drive-inshow presenteerde als verlengstuk van het TROS-popprogramma.
Met een beetje geluk bleef de zondag over om op adem te komen.
Ook haar relatie hoopte ze ondanks de drukte intact te houden.
Een vrij moment in haar agenda was dan ook nauwelijks te vinden.
Zowel haar hobby’s als haar rechtenstudie moesten opzijgezet worden.
Die studie beschouwde ze toen al als een verloren zaak, hoewel ze al voorbij de helft was.
Echte spijt voelde ze niet, aangezien het televisiewerk haar veel meer aansprak door de creativiteit, het directe resultaat en de mogelijkheid om daar te zijn waar leuke dingen gebeurden.
Zelfs haar balletlessen sneuvelden simpelweg door tijdgebrek, al bleef een goede conditie noodzakelijk om het slopende tempo vol te houden.
Ze keek voorzichtig verder dan de horizon van vijf jaar: ze hield de rem erop, deed hooguit nog een paar leuke shows per maand en dacht aan een gezin.
Dat lag op dat moment toen echter nog ver weg.
De basis van haar omroepcarrière lag halverwege de jaren tachtig bij Sky Channel en de TROS.
Sky Channel was een Brits bedrijf van mediamagnaat Rupert Murdoch en bereikte via de kabel miljoenen huishoudens in heel West-Europa, met Nederland voorop.
Linda verwierf internationale bekendheid door haar deelname aan The DJ Kat Show en de toonaangevende Eurochart Top 50.
Hoewel de zender Brits was en de voertaal Engels, kwamen talloze programma’s uit de koker van John de Mol Produkties en vonden de opnames geregeld plaats in de Loosdrechtse Pandahallen of het Escape-theater in Amsterdam.
Het vormde de opmaat naar de grote programma’s waarmee ze later doorbrak, zoals Love Letters, dat ook afkomstig was van John de Mol Producties, het latere Endemol.
In diezelfde vroege periode, aan het einde van de jaren tachtig, was Linda bovendien aan de zijde van Ron Brandsteder te zien in de mateloos populaire Showbizzquiz, een programma dat destijds ook in Vlaanderen massaal werd bekeken.
Toen Sky Channel in 1989 werd omgedoopt tot Sky One en de focus volledig verlegde naar de Britse thuismarkt, werd Linda vervangen door Britse presentatoren.
Ze ging zich daarna volledig richten op haar carrière in Nederland en Duitsland.
Bij onze oosterburen werd Linda in de jaren negentig letterlijk op een voetstuk geplaatst en groeide ze uit tot een van de populairste tv-gezichten van de Duitse televisie.
Haar allergrootste succes daar was het programma Traumhochzeit, een huwelijksshow op RTL die vele miljoenen kijkers aan de buis kluisterde.
Toch liet ze rond 2020 weten dat het hoofdstuk Duitsland voorgoed gesloten was.
Het pendelen en de enorme druk hadden te veel energie gekost, waardoor ze besloot haar focus definitief te verleggen naar haar werk en haar gezinsleven in Nederland.
In 2003 richtte ze samen met Rozemarijn de Witte de uitgeverij Mood for Magazines op en lanceerde ze het blad LINDA.
Vier jaar later, in 2007, verwierf de Finse uitgever Sanoma de volledige zeggenschap en uiteindelijk 86 procent van de aandelen. Linda behield een minderheidsbelang van 14 procent en bleef het creatieve gezicht van het blad.
In 2005 lanceerde John de Mol zijn eigen zender Talpa, later bekend als Tien. Linda verruilde de vertrouwde TROS voor de nieuwe zender van haar broer om die mee op te bouwen, waarbij kijkcijfersuccessen zoals Gooische Vrouwen en Miljoenenjacht mee verhuisden.
Na het mislukken van die zender in 2007 volgde een overname door RTL en verhuisde Linda mee naar RTL 4.
Daar volgden gouden jaren met programma’s als Ik hou van Holland en Linda’s Zomerweek.
Haar grote amusementsshows werden door de jaren heen door ontelbare Vlamingen bekeken via de Nederlandse zenders.
Hoewel ze destijds officieel werkte voor RTL, bleef de zakelijke wisselwerking met haar broer bestaan: veel van haar programma’s werden nog steeds gemaakt door zijn productiebedrijven.
Haar absolute grootste succes in Vlaanderen werd echter de hitserie Gooische Vrouwen.
De serie werd in Vlaanderen massaal bekeken op VTM en groeide uit tot een waar kijkcijferfenomeen.
Ook de daaropvolgende bioscoopfilms trokken volle zalen in de Vlaamse bioscopen.
Toen John de Mol de zenders van SBS, waaronder SBS6, had gekocht en Talpa Network oprichtte, stapte Linda in 2019 opnieuw over om hem te steunen.
Ze zei destijds openlijk dat ze er nooit een geheim van had gemaakt dat ze naar hem zou overstappen zodra haar broer haar hulp hard nodig had.
Bij die overstap hoorde ook de verkoop van haar magazine LINDA. aan zijn bedrijf.
In maart 2019 kocht Talpa Network de aandelen van Sanoma over voor zo’n 40 miljoen euro.
Op 8 en 9 januari 2026 volgde de officiële aankondiging en het akkoord over de overname van Mood for Magazines door DPG Media, die de uitgeverij van Talpa Network overnam.
Het blad valt sindsdien onder dezelfde paraplu als Libelle en Margriet.
Ondanks die verkoop blijft Linda nauw verbonden aan het magazine en de hoofdredactie.
Het merk werd intussen gestaag uitgebouwd: naast het reguliere blad en varianten als LINDA.meiden en LINDA.loves verscheen in maart 2026 LINDA.mini, speciaal gericht op aanstaande en jonge ouders.
Vandaag de dag is de 62-jarige Linda nog altijd volop actief.
Ze is regelmatig op televisie te zien, werkt aan nieuwe programma’s en spelconcepten zoals In de Ring, en blijft nauw betrokken bij haar eigen blad.
Dat voornemen uit 1986 om veel geld te verdienen, is ruimschoots waargemaakt.
Uit de openbare jaarcijfers van haar persoonlijke vennootschappen blijkt dat het eigen vermogen van haar bedrijven rond de 37 miljoen euro schommelt.
Ze behoort al decennialang tot de bestbetaalde televisiepresentatrices van Nederland. Zakenblad Quote schatte haar inkomen in het verleden op ongeveer een miljoen euro per jaar.
Daarnaast verdiende ze een fors bedrag toen ze in 2019 haar aandeel in LINDA. verkocht aan het bedrijf van haar broer.
Ze bezit een luxe villa in het Gooi en heeft door de jaren heen vastgoed gekocht, onder meer panden in Amsterdam.
Ze is multimiljonair en heeft een vorstelijk inkomen, maar haar vermogen is echter veel kleiner dan dat van haar oudere broer John.
Zijn kapitaal wordt geschat op zo’n twee miljard euro.
Die reusachtige voorsprong bouwde hij op via grote deals. De verkoop van Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000 bracht hem en Joop van den Ende miljarden op.
De verkoop van Talpa Media, inclusief de wereldwijde rechten van The Voice, aan ITV leverde in 2015 opnieuw honderden miljoenen op, potentieel oplopend tot ruim een miljard euro inclusief bonussen.
Daarnaast belegt hij grootschalig in technologie, vastgoed en beursgenoteerde bedrijven zoals TomTom.
Daarmee is hij ruim vijftig keer zo rijk als zijn zus.
Jaki Graham werd op 15 september 1956 geboren in Birmingham en groeide uit tot een van de meest herkenbare en succesvolle Britse soul- en r&b-zangeressen van de jaren tachtig.
Ze is sinds 1976 getrouwd met haar jeugdliefde Tony Ormsby, en samen kregen ze een dochter en een zoon.
Hoewel ze op school elk jaar meedeed aan de zangwedstrijd, groeide ze niet op met muziek en had ze er nooit bij stilgestaan dat ze er ooit haar beroep van zou kunnen maken.
Ze had dan ook geen formele zangopleiding gehad en dat vond ze toen jammer.
Toch begon haar muzikale reis al als tiener bij gospelkoren en lokale bands, waaronder de funkformatie Ferrari, waar haar krachtige en warme stemgeluid al snel opviel.
Toen ze de schoolbanken verliet, sloot ze zich aan bij een bandje.
Niet veel later tekende ze een contract bij een platenlabel, al was dat in eerste instantie niet voor solowerk, maar vooral om backing vocals in te zingen voor anderen.
Al dat studiowerk vormde dan ook een waardevolle leerschool.
Ze was op de meest uiteenlopende platen te horen, en ook al bleef ze op de hoes meestal anoniem, achter de schermen bouwde ze gestaag aan haar reputatie.
Via deze weg kwam ze ook in contact met de mannen van UB40. Die jongens kwamen namelijk eveneens uit Birmingham en waren gewoon goede vrienden van haar geworden.
Ze leerde van hen veel over het vak en het maken van muziek.
In het begin, voordat haar dochter Natalie in 1981 werd geboren, kon ze maar niet besluiten om haar vaste kantoorbaan op te geven.
Haar schema was dan ook slopend: overdag werkte ze op kantoor, om vijf uur ’s middags werd ze opgehaald voor een optreden, om vier uur ’s nachts kwam ze thuis en om zeven uur stond ze weer op om naar haar werk te gaan.
Uiteindelijk gaf ze in 1983 haar baan als secretaresse definitief op voor een muzikale carrière, want toen haar dochter er eenmaal was, ging dat loodzware ritme dan ook niet meer samen.
Zingen, een kantoorbaan en een kind bleek te veel van het goede en ze moest dan ook een keuze maken.
Later, in 1993, werd het gezin nog uitgebreid met de geboorte van haar zoon Ryan.
Onder leiding van producer Derek Bramble vond ze in 1983 haar eigen kenmerkende mix van energieke pop, dansbare disco en eigentijdse Britfunk.
Grote successen leverde dat niet meteen op, want haar eerste twee singles, ‘Heaven Knows’ en ‘Once More with Feeling’, flopten.
Leerzaam was het wel, en het zorgde voor een stevig fundament.
Haar echte doorbraak voor het grote publiek kwam pas in mei 1985.
Graham vestigde haar naam eerst met een reeks sterke duetten met de Amerikaanse soulzanger David Grant, waaronder de singles ‘Could It Be I’m Falling in Love’ en ‘Mated’, die beide hoog eindigden in de Britse en Europese hitlijsten.
Ook solo bewees ze haar talent met nummers als ‘Round and Around’ en ‘Set Me Free’, waarmee ze een vaste waarde werd op de radio en in discotheken.
Ondanks al die successen voelde ze zich toen helemaal niet als een ster.
Ze voelde zichzelf helemaal niet beroemd en zag zichzelf vooral als een gewoon meisje dat af en toe leuke jongens ontmoette om mee op te treden.
Ze kon er dan ook maar moeilijk aan wennen dat mensen haar ineens als iemand belangrijks zagen.
Ze genoot met volle teugen van de enthousiaste reacties van haar publiek, al schreef ze dat succes toen vooral toe aan puur geluk.
Ze had nooit bewust naar de schijnwerpers gezocht en bleef gewoon haar nuchtere zelf.
Want in de allereerste plaats bleef ze altijd moeder. Haar dochter Natalie, over wie ze destijds al veel sprak in interviews, ging zo vaak mogelijk mee naar optredens.
Zodra Jaki de deur uitging voor een optreden, vroeg Natalie steevast of ze mee mocht.
Had het meisje vrij van school, dan nam ze haar met veel plezier mee.
Tijdens een van die tripjes had Natalie zich van top tot teen mogen opmaken, waardoor de jonge meid er bij nader inzien meer als een popster uitzag dan haar nuchtere moeder.
Die hechte band is er altijd gebleven; inmiddels werken moeder en dochter nauw samen en treedt Natalie op als haar manager.
In het najaar van 1986 verscheen haar tweede studioalbum, ‘Breaking Away’, dat in het Verenigd Koninkrijk meteen aansloeg en werd bekroond met een zilveren plaat.
De titelsong, opnieuw geproduceerd door Bramble, groeide meteen uit tot een van haar grootste handelsmerken.
Het nummer combineerde een strakke jaren-tachtig-productie met pakkende synthesizers en een opzwepende baslijn, maar het waren vooral Grahams warme soulstem en moeiteloze uithalen die de dansplaat diepgang en oprechtheid gaven.
Met een veertiende plaats in de Britse hitlijst in augustus 1986 vestigde Graham bovendien een bijzonder record in het Guinness Book of Records, als eerste zwarte zangeres uit het Verenigd Koninkrijk die zes opeenvolgende top-twintig hits wist te scoren.
De tekst over het doorbreken van routines en het loskomen uit beperkingen sprak dan ook een breed publiek aan.
Op het Europese vasteland kende de single een wisselend onthaal.
Waar ‘Breaking Away’ in Vlaanderen de hitparade misliep, was het nummer in Nederland goed voor een bescheiden tweeëntwintigste plaats in de Top 40, met een zevenenveertigste positie voor het album in de Album Top 100.
In Aziatische landen werd het nummer daarentegen onverwacht een gigantische megahit.
Ze droomde toen van een lange, duurzame loopbaan en spiegelde zich aan grootheden als Diana Ross en Gladys Knight.
Voor hun stijl, souplesse en vakmanschap had ze diepe bewondering: na al die jaren klonken ze nog altijd vlekkeloos.
Tegelijkertijd realiseerde ze zich dat zo’n stemconditie niet vanzelf kwam en dat een blijvende carrière vroeg om een ijzeren discipline en dagelijkse oefening.
Haar muzikale loopbaan kreeg in de jaren negentig een krachtige impuls toen haar vertolking van Chaka Khans ‘Ain’t Nobody’ naar de top van de Amerikaanse dance-hitlijst schoot.
De single leverde haar in 1994 gouden platen op in de Verenigde Staten, Australië en Japan.
Haar gelijktijdig verschenen album ‘Real Life’ ontketende met name in Japan een ware rage, waar in minder dan een maand tijd ruim 800.000 exemplaren over de toonbank vlogen.
In de jaren daarna bleef ze onvermoeibaar optreden en experimenteren met genres als jazz en hedendaagse soul, terwijl ze op festivals trouw bleef aan haar klassiekers uit de jaren tachtig.
Daarnaast maakte ze indruk in de reizende Motown-musical Dancing in the Streets, deelde ze haar muziekliefde als radiopresentatrice bij de BBC en toerde ze jarenlang als vaste gastzangeres met Michael McDonald, de legendarische stem van The Doobie Brothers, die haar publiekelijk prees als een van de beste vocalisten ter wereld.
In haar eigen regio werd haar invloed eveneens groots gevierd met een eredoctoraat en een bronzen ster op de Walk of Stars in Birmingham.
Met haar aanstekelijke enthousiasme en krachtige stemgeluid heeft Jaki Graham een blijvende en gerespecteerde stempel gedrukt op de Britse soul- en popgeschiedenis.
De inmiddels 70-jarige zangeres is nog altijd actief in de muziekindustrie.
Samen met Clark Datchler, de 62-jarige voorman van Johnny Hates Jazz bekend van klassiekers als ‘Shattered Dreams’, ‘Turn Back the Clock’ en ‘I Don’t Want to Be a Hero’, bracht ze op 21 augustus 2026 de single ‘Soul Believer’ uit.
Bij de groep, waar ook vast bandlid en producer Mike Nocito nog deel van uitmaakt, viel onlangs een grote leegte: toetsenist en medeoprichter Calvin Hayes overleed in juli 2026 op 63-jarige leeftijd.
Voor Datchler heeft Nederland bovendien een heel vertrouwd tintje.
In 1990 trouwde hij met presentatrice Simone Walraven, met wie de vonk ooit oversloeg op de set van Countdown.
Walraven, die deze maand zestig kaarsjes uitblies, koestert nog altijd dierbare herinneringen aan die beginjaren.
Ook na de echtscheiding in 2009 bleef het contact hecht en vriendschappelijk.
Momenteel leidt ze luisteraars door de avondspits op NPO Radio 5: met De Avondstart brengt ze bij Omroep MAX van maandag tot en met donderdag tussen 18:00 en 20:00 uur een rijke collectie pop, soul, funk en country.
Wegens dit aanhoudende succes kondigde de omroep aan dat Simone vanaf januari 2027 een prominente middagshow krijgt, te beluisteren tussen 15:00 en 18:00 uur.
Images werd halverwege de jaren tachtig opgericht in Toulouse en bestond uit zanger, bassist Jean-Louis Pujade en synthesizerspeler Frédéric Locci.
Mario Ramsamy, oorspronkelijk afkomstig van het eiland Mauritius, bracht een herkenbare zangstijl mee die perfect aansloot bij de opkomende synthpop van dat decennium.
Met hun aanstekelijke mix van melodieuze pop en elektronische dansritmes wist het trio al snel de aandacht te trekken van een breed publiek.
Hun grote doorbraak kwam in 1986 met de release van ‘Les démons de minuit’.
De melodie en het arrangement werden gecomponeerd door Christophe Després en Jean-Louis Pujade, terwijl de tekst werd geschreven door Richard Seff, die ook verantwoordelijk was voor de productie.
Het nummer groeide uit tot een ongekende zomerhit in Frankrijk en domineerde wekenlang de hoogste regionen van de officiële hitlijsten.
De combinatie van een meeslepende baslijn, weelderige synthesizers en het dramatische thema van nachtelijke verleidingen en slapeloze verlangens sloeg enorm aan.
Inhoudelijk draait het lied om de eenzaamheid en verleidingen die toeslaan wanneer de klok middernacht slaat en de nacht de gedachten overneemt.
Ook de bijbehorende videoclip zorgde bij het verschijnen in 1986 voor de nodige ophef.
De video werd opgenomen in Toulouse, in de historische kerk Saint-Pierre des Chartreux.
Het visuele verhaal borduurt direct voort op het thema van nachtelijke verleidingen en volgt een priester die worstelt met zijn geloften terwijl hij ten prooi valt aan vleselijke verleidingen en innerlijke demonen.
Deze provocerende beelden leidden in 1987 zelfs tot een officiële veroordeling door de Franse katholieke kerk wegens het gebrek aan respect voor het geloof.
Hoewel een specifieke regisseur in officiële credits zelden met naam wordt genoemd, stond de artistieke leiding onder supervisie van Richard Seff, en het lichte schandaalsfeertje rond de clip droeg alleen maar bij aan de nieuwsgierigheid en de enorme populariteit van het nummer.
Een opvallend detail rond het ontstaan van het nummer is de rol van Christophe Després.
Hij was een van de oorspronkelijke drijvende krachten achter de compositie, maar verliet het project al snel na de opname om samen met zangeres Sabine Paturel en later met Pacifique aan nieuwe muzikale avonturen te werken.
Desondanks werd Les démons de minuit een blijvend monument in de Franse popgeschiedenis.
Het nummer stond meer dan dertig weken genoteerd in de Franse Top 50, waarvan maar liefst dertien weken onafgebroken op de eerste plaats.
Ook buiten Frankrijk kende het nummer succes, al waren de verschillen in de Lage Landen opmerkelijk.
In september bereikte het nummer in de Nationale Belgische Top 50 de eerste plaats, wat vooral te danken was aan de enorme populariteit in Wallonië.
In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en bereikte de single de vierentwintigste plaats in de BRT Top 30.
In Nederland sloeg de Franstalige synthpophit nauwelijks aan en wist het nummer zelfs de Tipparade niet te bereiken.
Na dit gigantische succes bracht de band Images nog verschillende andere populaire singles uit, waaronder ‘Corps à corps’ en ‘Ma maîtresse’, waarmee ze bewezen dat ze geen eendagsvlieg waren.
Aan het einde van de jaren negentig sloeg de groep de handen ineen met Émile Wandelmer, de voormalige frontman van Gold, een andere populaire band uit Toulouse.
Onder de naam Émile et Images beleefden ze een opmerkelijke comeback en brachten ze nostalgische verzamelalbums uit die opnieuw voor volle zalen en platina verkoopcijfers zorgden.
Tot op de dag van vandaag geldt (Les démons de minuit( als een absolute klassieker op Franstalige dansvloeren en retrofeesten.
In de film Yentl kroop Barbra Streisand in de huid van een Joods meisje dat zich als man verkleedde om te kunnen studeren.
Die situatie bracht flink wat obstakels met zich mee, waardoor ze hevig verlangde naar het advies van haar overleden vader.
Dat leidde tot een scène waarin Barbra Streisands personage onder de sterrenhemel het nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ zong.
Tijdens de opnames in de studio raakte Streisand overmand door emoties bij de zinnen waarin ze zong hoe hard ze haar vader en zijn nachtzoen miste.
Het inzingen werd die dag meteen stilgelegd.
Ze gaf destijds ook aan dat ze tijdens twijfels over een filmlocatie in gedachten haar vader om raad vroeg.
Toen het plotseling begon te regenen, zag ze dat als een teken dat ze moesten verhuizen en dat haar vader over haar waakte.
De productie van de film kostte destijds ongeveer 12 miljoen dollar.
Bij de release waren de reacties van de filmcritici sterk verdeeld.
Sommige recensenten vonden het geheel wat te zoetsappig of stoorden zich aan het feit dat de film wel heel erg rond Streisand zelf draaide, terwijl anderen juist vol lof waren over haar regiedebuut en de meeslepende, krachtige muziek.
Ook over het centrale nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ liepen de meningen uiteen; critici noemden het theatraal en vergeetbaar, en vonden dat het bij lange na niet de herkenbaarheid bezat van filmklassiekers zoals ‘Hello Dolly’
Het grote publiek en de prijsjury’s dachten daar echter anders over.
Wereldwijd bracht de film tussen de 40 en 68 miljoen dollar op.
Het project werd bovendien bekroond met prestigieuze prijzen, waaronder de Golden Globe voor Beste Film in de categorie Komedie of Musical en de Golden Globe voor Beste Regie voor Streisand zelf, waarmee ze als eerste vrouw ooit die regieprijs won.
Hoewel Papa, Can You Hear Me? ook een Oscarnominatie in de wacht sleepte, greep de single uiteindelijk naast het beeldje door de overwinning van Flashdance… What a Feeling van Irene Cara.
Ondanks het uitblijven van een gigantische hitsingle bleek het soundtrackalbum commercieel een enorm succes.
Binnen twee maanden na de release behaalde de plaat in de Verenigde Staten al de platina-status voor een miljoen verkochte exemplaren, met een uiteindelijke piek op nummer negen in de Billboard 200.
Ook in Europa deed de muziek het uitstekend; zo werd het album in Nederland met goud bekroond en bereikte het een mooie zesde plaats in de LP Top 50.
Wereldwijd gingen er uiteindelijk tussen de 3,5 en 4 miljoen exemplaren van over de toonbank.
In de jaren daarna groeide het nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ alsnog uit tot een waar cultuurfenomeen.
Talloze latere bioscoopfilms en series pikten het nummer op, soms als oprecht eerbetoon, maar net zo vaak om ermee te spotten.
Zo dook het op in reeksen zoals Glee, The Simpsons en Will & Grace, vormde het een afleveringstitel in Keeping Up with the Kardashians, klonk het tijdens de uitreiking van de Emmy Awards en zat het op komische wijze verwerkt in de film Austin Powers in Goldmember.
Dat de pers en critici enkele jaren later echter opvallend neerbuigend over het project begonnen te schrijven, had alles te maken met een kantelende publieke perceptie en een veranderende tijdgeest.
In de eerste plaats werd Yentl met terugwerkende kracht steeds vaker geframed als een extreem ijdelheidsproject.
Omdat Streisand optrad als regisseur, producent, coscenarist én hoofdrolspeelster, en bovendien alle liedjes voor haar rekening nam, zagen spotters het als het ultieme bewijs van zelfoverschatting.
Het feit dat een veertiger een tienerjongen speelde en elk emotioneel moment opeiste, maakte het een makkelijk doelwit.
Daarnaast raakten de bombastische orkestraties en het onverholen theatrale sentiment aan het einde van de jaren tachtig en in de vroege jaren negentig hopeloos uit de mode bij journalisten, die de voorkeur gaven aan ironie en nuchterheid.
Ook de complexe verstandhouding tussen Streisand en het conservatieve filmestablishment speelde mee; haar perfectionisme werd door roddelbladen graag neergezet als divagedrag.
Toen een Oscar-nominatie voor Beste Regie ondanks haar eerdere winst uitbleef, grepen critici dat aan om te beweren dat de film artistiek gezien zwaar overschat was.
De aanhoudende stroom aan persiflages in populaire komedies deed de rest, waardoor het ooit zo gerespecteerde passieproject in de mediaherinnering jarenlang werd gereduceerd tot een symbool van potsierlijk melodrama.
In september 1986 had Lionel Richie zijn status als absolute superster definitief gevestigd.
Ooit had de in de Amerikaanse staat Alabama geboren zanger zijn zinnen op de advocatuur gezet, maar daar was niets van terechtgekomen.
Zijn muzikale loopbaan was daarentegen uitgegroeid tot een ongekend succesverhaal.
Gedurende de zestien jaar dat hij op dat moment in de muziekwereld meedraaide, regende het onderscheidingen en edelmetaal.
De basis daarvoor werd eind jaren zestig gelegd, toen hij begon als leadzanger en toetsenist van The Commodores, een van de absolute topacts uit de Motown-stal.
Met zelfgeschreven hits als ‘Three Times a Lady’ en ‘Sail On’ zette hij de groep op de kaart, tot hij de formatie in 1982 verliet.
Zijn overstap naar een solocarrière was al in 1980 voorzichtig begonnen.
Richie werkte destijds als producer voor andere artiesten en schreef de wereldhit ‘Lady’ voor Kenny Rogers.
Een jaar later volgde ‘Endless Love’, de titelsong van de gelijknamige film die hij samen met Diana Ross opnam.
In 1982 verscheen zijn eerste soloalbum, simpelweg getiteld Lionel Richie.
Hoewel hij zijn oude vrienden van The Commodores gedag had gezegd, bleef hij zijn platenlabel Motown trouw.
De stap naar een solobestaan bleek een schot in de roos.
Hij boekte succes na succes met romantische ballads als ‘Hello’, dansbare tracks zoals ‘All Night Long’ en ‘Dancing on the Ceiling’.
Andere grote wapenfeiten waren zijn spectaculaire optreden tijdens de slotceremonie van de Olympische Spelen in Los Angeles in 1984 en de megahit ‘We Are the World’ voor USA for Africa, die hij samen met Michael Jackson componeerde.
Zijn tweede plaat Can’t Slow Down uit 1984 groeide uit tot de bestverkochte Motown-elpee aller tijden en leverde tal van hitsingles op.
Zangeres Grace Slick van Starship merkte destijds op dat Richie de ene hit na de andere met het grootste gemak leek te produceren.
Hoewel zijn werkwijze in werkelijkheid heel wat tijdrovender was, gold hij in de Amerikaanse popgeschiedenis als een ware hitmachine.
Hij vestigde destijds een uniek record door negen jaar op rij minstens één nummer één-hit te scoren die aan zijn eigen pen was ontsproten.
In de zomer van 1986 verscheen zijn langverwachte derde soloplaat, Dancing on the Ceiling.
Het album kende een grote muzikale diversiteit met acht uiteenlopende nummers, variërend van de sfeervolle en rustige hit ‘Say You, Say Me’ tot energieke funk en reggae.
Voor dit project werkte hij opnieuw samen met producer James Anthony Carmichael.
Daarnaast schakelde hij Sheila E. in voor het slagwerk op Don’t Stop; zij had jaren voordien al in zijn begeleidingsband gespeeld voordat ze via Prince internationale faam verwierf als soloartieste.
Ook gitaarlegende Eric Clapton werkte mee en speelde op het nummer ‘Tonight Will Be Alright’.
De twee kenden elkaar al langer, en telkens wanneer ze elkaar ontmoetten, grapte Clapton dat hij eens met Richie wilde vissen.
Richie verzekerde hem dat hij een belabberde visser was, maar dat hij wél aardige liedjes kon schrijven.
Tijdens het benefietconcert Live Aid in de zomer van 1985 bood Clapton vervolgens spontaan aan om een bijdrage te leveren op de nieuwe plaat.
Het merendeel van de opnames voor Dancing on the Ceiling vond plaats in de vertrouwde Motown-studio’s in Los Angeles, al gaf Richie zelf steevast de voorkeur aan zijn eigen thuisstudio.
Hij werkte het liefst in een ontspannen, vertrouwde omgeving en maakte optimaal gebruik van de nieuwste opnametechnieken.
Zo nam hij ‘Say You, Say Me’ gewoon in zijn eigen woonkamer op.
Richie toonde zich een groot voorstander van digitaal opnemen en trad op als een fervent pleitbezorger van de compactdisc.
Hij zag de cd als een enorme vooruitgang voor songwriters, omdat artiesten op traditioneel vinyl gebonden waren aan de maximale speelduur van zo’n achttien tot twintig minuten per kant.
De cd bood onbeperkte vrijheid qua songlengte en garandeerde bovendien een sublieme geluidskwaliteit.
In zijn werk liet Richie zich vooral leiden door persoonlijke ervaringen uit het dagelijks leven.
Zo schreef hij het nummer ‘Ballerina Girl’ voor zijn destijds vierjarige geadopteerde dochtertje, dat hij voor het eerst in een balletstudio had gezien en dat hem diep had geraakt door haar puurheid en verwondering over de wereld om haar heen.
Wanneer dergelijke inspiratie toesloeg, wachtte hij nooit tot hij weer in zijn studio was.
Bij gebrek aan papier schreef hij zijn ideeën meteen neer op zijn eigen overhemd, een tafellaken of een servet, zelfs in chique etablissementen zoals The Ritz.
Die impulsieve kliederpartijen op linnengoed dwongen hem geregeld tot excuses en hij stuurde herhaaldelijk keurig gestoomde servetten terug naar veeleisende restauranthouders, terwijl zulke gesigneerde memorabilia met de eerste aanzet tot een wereldcompositie op veilingen juist grof geld waard waren.
Naast de release van zijn nieuwe langspeler keek Richie in september 1986 vol enthousiasme uit naar zijn plannen voor het podium.
Waar hij bij eerdere bezoeken aan Europa louter tijd had gehad voor promotieverplichtingen, bereidde hij zich nu voor op zijn allereerste grote Europese tournee, gepland voor april 1987.
Voorheen, in zijn tijd bij The Commodores, konden de verplichtingen nog onder zes bandleden worden verdeeld, maar als soloartiest vroeg alles aanzienlijk meer tijd.
Voordat hij naar Europa zou afreizen, stond er tussen september en december 1986 eerst een uitgebreide concertreeks in de Verenigde Staten op het programma, gevolgd door een korte winterpauze.
Daarbij hoopte hij gastmuzikanten zoals Eric Clapton en Sheila E. ook live aan zijn zijde te krijgen om het podium om te toveren tot een waar muzikaal spektakel.
Veertig jaar na die triomfantelijke periode is de op 20 juni 1949 geboren zanger op 77-jarige leeftijd nog altijd zeer actief in de muziekwereld.
Hoewel hij de afgelopen jaren geen albums met volledig nieuw studiomateriaal heeft uitgebracht – zijn laatste studioalbum Tuskegee dateert van 2012 – blijft hij zijn toonaangevende positie behouden, onder meer als vast jurylid bij het populaire televisieprogramma American Idol.
Gedurende zijn sololoopbaan verkocht Richie wereldwijd tussen de 100 en 125 miljoen platen.
Telt men daar de verkoopcijfers van The Commodores en grote projecten zoals We Are the World bij op, dan ligt dat aantal nog aanzienlijk hoger.
Richie staat nog altijd volop op de planken en reist momenteel rond met zijn Sing a Song All Night Long Tour, samen met Earth, Wind & Fire.
Wel zorgde zijn gezondheid recent voor enige bezorgdheid. Eind augustus 2026 werd hij tijdens het slotnummer van zijn concert in St. Louis in de staat Missouri onwel door vermoedelijke uitdroging, waarna hij uit voorzorg werd opgenomen in het ziekenhuis.
Het was de tweede keer in korte tijd dat zijn fysieke gestel opspeelde, nadat hij in juni 2026 in Minnesota al een optreden voortijdig moest afbreken wegens hevige duizeligheid.
Inmiddels stelt de zanger het weer goed en heeft hij het ziekenhuis verlaten.
De ingehaalde concerten in onder meer San Francisco, Chicago en Columbus staan gepland voor september en begin oktober 2026, waarna hij doorreist naar Las Vegas voor een vaste concertreeks in oktober en november 2026.
Een gepland optreden op 18 augustus 2026 in de Ta’ Qali Concert Area op Malta moest wegens onvoorziene omstandigheden worden uitgesteld naar 2027.
De exacte datum daarvan wordt uiterlijk eind oktober 2026 bekendgemaakt.
Hoewel zijn focus op dit moment volledig op de Noord-Amerikaanse tournee ligt, is de verwachting dat hij rondom het ingehaalde concert op Malta in 2027 extra Europese data zal aankondigen.
Hij is de derde zoon van groothertog Henri van Luxemburg en groothertogin María Teresa en draagt de titels prins van Luxemburg, prins van Nassau en prins van Bourbon-Parma.
Zijn peetouders zijn prinses Margaretha van Luxemburg en Xavier Sanz.
Zelf is hij peetvader van zijn neef, prins Charles van Luxemburg.
Binnen het groothertogelijke gezin groeide hij op met drie broers en een zus: erfgroothertog Guillaume (1981), prins Félix (1984), prinses Alexandra (1991) en prins Sébastien (1992).
Zijn schooltijd bracht hij door aan de internationale school in Luxemburg en aan de Soleil-kostschool in het Zwitserse Villars-sur-Ollon.
Tijdens een troepeninspectie in Kosovo ontmoette hij Tessy Antony, die daar op militaire missie was.
Hun relatie werd in 2005 openbaar toen bekendgemaakt werd dat zij in verwachting was van hun eerste kind.
Op 29 september 2006 stapte het paar in het huwelijksbootje in Gilsdorf.
Samen kregen ze twee zonen: Gabriel Michael Louis Ronny op 12 maart 2006 en Noah Etienne Guillaume Gabriel Matthias Xavier op 21 september 2007.
Vanwege het huwelijk gaf prins Louis zijn rechten op de troon op, net als die van zijn zoon Gabriel. Hijzelf behield zijn titel, terwijl zijn echtgenote en zoon aanvankelijk de achternaam van Nassau kregen zonder verdere aanspreektitels.
In 2009 verleende een groothertogelijk besluit Tessy alsnog de titels prinses van Luxemburg, prinses van Nassau en prinses van Bourbon-Parma, en werden hun zoons prins van Nassau.
Op 18 januari 2017 werd aangekondigd dat het koppel ging scheiden, een echtscheiding die op 4 april 2019 officieel werd uitgesproken.
In april 2021 maakte het paleis vervolgens bekend dat prins Louis zich had verloofd met de Franse advocate Scarlett-Lauren Sirgue.
Wat deze attractie in Walt Disney World zo uniek maakte, was het ongekende droomteam achter de schermen.
Niemand minder dan Michael Jackson speelde de hoofdrol, terwijl Francis Ford Coppola de regie op zich nam en George Lucas tekende voor de productie.
Met baanbrekende effecten, opzwepende muziek en Jackson op de toppen van zijn kunnen werd het meteen een cultfavoriet onder pretpark- en muziekliefhebbers.
Rondom de productie en de vertoningen ontstonden tal van opmerkelijke weetjes.
Met een speelduur van amper zeventien minuten en een geschat budget tussen de 17 en 23 miljoen dollar gold Captain EO destijds als de duurste film per minuut ooit gemaakt.
Het project bracht twee speciaal geschreven Jackson-nummers voort: Another Part of Me, dat later op zijn succesalbum Bad belandde, en We Are Here to Change the World.
De naam EO werd bedacht door George Lucas en verwijst naar Eos, de Griekse godin van de dageraad.
Bovendien was het een van de allereerste echte 4D-ervaringen, waarbij synchroon met de beelden echte lasers, rook en hydraulische effecten in de zaal werden geactiveerd.
De belangstelling voor de sciencefictionmusical was gigantisch. Vanaf het openingsweekend stroomden tienduizenden fans toe; in Disneyland bleef het park tijdens de openingsdagen zelfs zestig uur onafgebroken open om de enorme menigten aan te kunnen.
Uit bevragingen bleek dat meer dan negentig procent van de bezoekers speciaal voor de film naar het park kwam.
Gedurende de oorspronkelijke vertoningen tussen 1986 en eind jaren negentig passeerden vele tientallen miljoenen bezoekers de speciaal ontworpen zalen in Florida, Californië, Tokio en Parijs.
Wij in Europa moesten overigens nog enkele jaren geduld hebben, want de première in Disneyland Parijs vond pas plaats op 12 april 1992, tegelijk met de feestelijke opening van het resort.
Na het overlijden van Michael Jackson in 2009 keerde de film in 2010 nog eens tijdelijk terug naar de verschillende Disney-parken wereldwijd als een bijzonder eerbetoon.
Deze Britse popsensatie bestond uit vijf talentvolle broers en zussen en werd opgericht door hun vader, Buster Pearson, die zelf ooit nog muzikant was bij Wilson Pickett.
Buster trad niet alleen op als hun manager, maar bracht hun muziek ook uit via zijn eigen onafhankelijke platenlabel, Tent Records.
Al snel werd de groep gezien als het Britse antwoord op The Jacksons, en de successen lieten niet lang op zich wachten.
In 1986 beleefden ze hun grote doorbraak met een indrukwekkende reeks top 10-singles, waaronder ‘System Addict’, ‘Can’t Wait Another Minute’, ‘Find the Time’ en het door Denise geschreven ‘Rain or Shine’.
De zegetocht zette vlot door in 1987 met de release van het album Between the Lines, dat hits bevatte zoals ‘Stay Out’, ‘My Life’ en ‘The Slightest Touch’.
Als kers op de taart mochten ze datzelfde jaar een prestigieuze BRIT Award in ontvangst nemen voor beste Britse groep.
Met de roem kwam ook de onvermijdelijke aandacht van de roddelpers, die smulde van het privéleven van de familie Pearson.
Vooral de verrassende verloving van zangeres Lorraine met niemand minder dan filmster Eddie Murphy in 1988 haalde breed de voorpagina’s.
Tot een huwelijk tussen de twee zou het uiteindelijk echter nooit komen.