
B.A. Robertson wil zijn echte naam terug (Joepie 13 januari 1980)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Maggie Bell die vooral bekendheid verwierf als de leadzangeres van de bluesrockband Stone the Crows (1969-1972).
Bell’s krachtige, bluesy stem en podiumprésence trokken de aandacht, wat leidde tot de oprichting van Stone the Crows in 1969.
De band bracht drie albums uit en toerde uitgebreid, waarbij ze optrad met artiesten als Rod Stewart en The Faces.
Een tragisch incident tijdens een concert in 1972, waarbij gitarist Les Harvey geëlektrocuteerd werd op het podium, leidde tot het uiteenvallen van de band.
Na Stone the Crows begon Bell aan een solocarrière en bracht ze verschillende albums uit.
Ze werkte samen met verschillende muzikanten, waaronder Les Harvey, de gitarist van Stone the Crows en haar partner tot zijn dood.
Ook bleef ze samenwerken met de andere twee leden van Stone the Crows, namelijk Jimmy Dewar (Bassist van Stone the Crows) en Colin Allen (Drummer van Stone the Crows).
Met Jimmy Dewar vormde ze in 1980 de groep Midnight Flyer.
Ook werkte ze samen met B.A. Robertson (brachten samen brachten ze de single Hold Me uit in 1981).
Ze maakte ook deel uit van het The British Blues Quintet.
Ze werkte samen met de voormalige Deep Purple toetsenist John Lord aan zijn soloalbum “Gemini Suite” en toerde met The Jon Lord Blues Project.
Hoewel Maggie Bell nooit mainstream succes bereikte, wordt ze door critici en fans geprezen om haar uitzonderlijke vocale talent.
Haar werk met Stone the Crows wordt beschouwd als haar succesvolste periode, met albums als “Stone the Crows” (1970) en “Ode to John Law” (1970) die lovende kritieken kregen.
Maggie Bell treedt soms nog op en blijft muziek maken (Joepie 16 januari 1979)

