Vijftig jaar geleden: Dream Express klaar voor de wereld met Track One.

In de nazomer van 1976 nam de internationale carrière van Luc Smets en zijn groep Dream Express een grote vlucht.

Na een geslaagd optreden op de Britse televisie tekende het Antwerpse viertal een contract voor een concertreeks van twee weken in het befaamde London Palladium, een van de meest prestigieuze zalen van de Britse hoofdstad.

Tegelijkertijd begonnen de voorbereidingen voor hun tweede langspeelplaat, waarbij Luc Smets artistieke ondersteuning kreeg van de Amerikaanse topproducer Randy Edelman, die eerder al successen had geboekt met opnames voor The Carpenters.

Platenmaatschappij EMI in Londen investeerde destijds aanzienlijke middelen in de groep.

Het enorme vertrouwen in de formatie bleek onder meer uit het hoesontwerp voor hun eerste internationale album, Track One.

Daarvoor wist de maatschappij de rechten te bemachtigen van het Art Institute of Chicago om het surrealistische meesterwerk La Durée poignardée, internationaal bekend als Time Transfixed, van René Magritte te gebruiken.

Op de voorzijde prijkte het schilderij met de stoomtrein die uit de schouw tevoorschijn komt, terwijl op de achterkant de groepsleden Stella, Patricia, Bianca en Luc te zien waren, die als het ware ontsnapten aan de verbeelding van de Brusselse schilder.

Luc Smets reageerde destijds overdonderd op het gebaar van de platenfirma, wat de groep extra motivatie gaf om internationaal door te breken.

Het debuutalbum werd in Groot-Brittannië bijzonder warm onthaald.

De vakpers sprak vol lof over de release en toonaangevende publicaties zoals Billboard prezen de productie als uitstekend geconstrueerde soulmuziek met het potentieel om de Britse hitlijsten te bestormen.

Met die lovende reacties leek voor Dream Express niet alleen de Europese markt open te liggen, maar ontstonden er ook mooie kansen op grote muziekmarkten zoals de Verenigde Staten en Japan.

De muzikale trein was in 1976 definitief vertrokken om uit te groeien tot een trans-Atlantisch succes.

Een jaar later waagde de groep haar kans in Eurosong.

Door die preselectie te winnen, veroverden ze meteen een ticket om België te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival van 1977.

Die editie kende de nodige hindernissen: het festival werd wegens een staking van het technisch televisiepersoneel uitgesteld van 2 april naar 7 mei.

Bovendien werd de vrije taalkeuze na drie jaar weer afgeschaft, wat betekende dat deelnemende landen opnieuw verplicht in hun eigen landstaal moesten aantreden.

België en Duitsland kregen echter een uitzondering en mochten toch in het Engels zingen, omdat ze hun inzendingen al hadden ingediend voordat de reglementswijziging werd doorgevoerd.

Uiteindelijk eindigde België op een verdienstelijke zevende plaats, terwijl Frankrijk de overwinning binnenhaalde dankzij zangeres Marie Myriam met het nummer L’oiseau et l’enfant.

Weer een jaar later, op 23 augustus 1978, nam de groep deel aan het bekende festival in het Poolse Sopot.

Daar wist Dream Express opnieuw internationaal indruk te maken en behaalden ze de overwinning met het nummer Just Wanna Dance with You.

Tjens Couter even gek als hun naam

Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.

Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.

Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.

De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.

Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.

In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.

Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.

Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.

In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.

Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.

Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.

Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.

In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.

Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.

Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.

Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.

Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.

Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.