Van weelderig gokpaleis tot exclusief luxehotel: de rijke geschiedenis van het Kursaal in Blankenberge

Het verhaal van het Kursaal in Blankenberge begon in 1859 als een gecombineerd project dat later werd omgevormd tot een echt luxehotel.

Het gebouw werd opgetrokken in een opvallende neomoorse stijl en was meteen een schot in de roos.

Het was veel meer dan alleen een plek om te gokken; het fungeerde als het absolute centrum van het Blankenbergse entertainment.

De benedenverdieping had een open galerij die direct uitgaf op de zeedijk. Binnenin vonden de gasten verschillende speelzalen, een concertzaal, een balzaal en twee restaurants.

Uniek voor die tijd was dat het gebouw vanaf het begin ook al een logeeraccommodatie met maar liefst 120 kamers had.

In 1884 veranderde de functie van het gebouw ingrijpend. Het stadsbestuur van Blankenberge wilde namelijk een eigen, groter stedelijk casino bouwen om de toeristenstroom nog beter op te vangen.

Hierdoor verloor het oorspronkelijke Kursaal zijn functie als dé centrale speelhal van de stad.

Het complex werd in 1884 volledig omgebouwd tot een exclusief luxehotel onder de naam Hotel du Kursaal.

Na de Eerste Wereldoorlog onderging het pand opnieuw een gedaanteverwisseling en werd het omgedoopt tot Résidence Bristol.

Toen het gebouw in 1884 de deuren opende als Hotel du Kursaal, behoorde het direct tot de absolute top van de hotels aan de Belgische kust.

Het trok een zeer elitair publiek aan dat in de zomermaanden wekenlang aan de kust verbleef.

Rond de eeuwwisseling, toen het hotel op het toppunt van zijn roem was, hanteerde het etablissement prijzen die volledig waren afgestemd op de gegoede burgerij en adel.

Een kamer had in die periode een vanafprijs van 4 tot 5 Belgische frank per nacht. Voor de meest luxueuze kamers of suites met uitzicht op zee liep dat bedrag op tot 10 à 15 frank per nacht, wat in die tijd een aanzienlijk kapitaal was.

Voor de maaltijden werd er destijds vaak gewerkt met vaste tarieven, aangezien veel gasten op basis van volpension verbleven. Een ontbijt kostte destijds ongeveer 1,50 frank.

Voor het middagmaal, de Table d’Hôte genoemd, betaalde men destijds rond de 4 frank.

Het uitgebreide avonddiner, dat vaak uit verschillende gangen bestond en waarbij de gasten in avondkledij verschenen, kostte doorgaans 5 frank per persoon, exclusief de wijnen.

Wie liever à la carte dineerde in het prestigieuze restaurant van het hotel, betaalde uiteraard nog hogere prijzen, afhankelijk van de gekozen exclusieve ingrediënten en de geïmporteerde Franse wijnen uit de kelders van het hotel.

Als we kijken naar de latere periode, na de Eerste Wereldoorlog, toen het hotel inmiddels was omgedoopt tot Hotel Bristol, waren de prijzen door de inflatie en de veranderde economie natuurlijk sterk gestegen.

In de jaren twintig en dertig betaalde men al snel tussen de 35 en 60 frank voor een overnachting, afhankelijk van het seizoen en de luxe van de kamer.

Om een goed beeld te krijgen van de verhoudingen, is het interessant om deze hotelprijzen te vergelijken met het dagloon van een arbeider of bediende in diezelfde periodes.

Rond de eeuwwisseling, tijdens de Belle Époque, verdiende een gemiddelde arbeider in België ongeveer 2,50 tot 3 frank per dag voor een werkdag die vaak tien tot twaalf uur duurde.

Geschoolde arbeiders, zoals een ervaren textielarbeider of een mijnwerker, konden uiterst tot 4 frank per dag verdienen, terwijl ongeschoolde arbeiders en vrouwen vaak niet meer dan 1,50 tot 2 frank per dag ontvingen.

Een gewone overnachting in Hotel du Kursaal van 4 tot 5 frank kostte dus al snel bijna twee volledige daglonen voor een gewone arbeider.

Een uitgebreid avonddiner van 5 frank was voor hen onbetaalbaar, aangezien dit meer was dan wat ze op een hele dag verdienden.

Bedienden en lagere ambtenaren, zoals klerken of onderwijzers, zaten in een iets betere positie, al was hun inkomen naar huidige maatstaven nog steeds heel bescheiden.

Zij werden meestal per maand betaald en verdienden rond de eeuwwisseling tussen de 100 en 150 frank per maand.

Als we dat omrekenen naar een dagtarief, komt dat neer op ongeveer 4 tot 6 frank per werkdag.

Hoewel hun inkomen dus iets hoger lag dan dat van een fabrieksarbeider, was een verblijf in een luxehotel aan de zeedijk ook voor de gemiddelde bediende een onbereikbare luxe.

Eén enkele nacht in een zeezichtsuite van 15 frank slokte immers al snel tien procent van hun volledige maandloon op.

In de periode na de Eerste Wereldoorlog, tijdens de jaren twintig en dertig, waren de lonen door de enorme inflatie en de invoering van de achturige werkdag nominatief sterk gestegen, maar dat gold ook voor de levenskosten.

Een arbeider verdiende in de jaren dertig gemiddeld zo’n 35 tot 50 frank per dag.

Een bediende met een gemiddelde loopbaan mocht in die tijd rekenen op een maandloon van zowat 1500 tot 2000 frank, wat neerkwam op ongeveer 60 tot 80 frank per werkdag.

Omdat een kamer in het vernieuwde Hotel Bristol in die tijd tussen de 35 en 60 frank per nacht kostte, bleef de verhouding min of meer gelijk.

Een overnachting in het hotel kostte nog steeds een volledig dagloon van een arbeider tot zelfs een dagloon van een bediende.

Het toerisme aan de zeedijk bleef hierdoor tot aan de Tweede Wereldoorlog een privilege dat hoofdzakelijk was voorbehouden aan de rijke burgerij en de industriële elite.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de hele zeedijk van Blankenberge zware schade op, omdat de Duitse bezetters de gebouwen daar nagenoeg volledig ontmantelden voor de aanleg van de Atlantikwall.

Dit leidde uiteindelijk ook tot het einde van de gloriedagen van veel oude belle-époquehotels.

In de jaren na de oorlog veranderde het toerisme aan de kust drastisch.

Het elitaire publiek trok weg en de oude, beschadigde luxehotels en villa’s maakten in de jaren 1950 en 1960 in hoog tempo plaats voor de moderne appartementsgebouwen die we vandaag de dag nog op de zeedijk zien.

Vandaag, precies 93 jaar geleden, werd een icoon aan de Belgische kust officieel geopend.

Op 9 juli 1933 werd de nieuwe pier van Blankenberge ingehuldigd, een gebeurtenis die destijds werd gemarkeerd met de uitgave van een speciale postkaart.

Deze pier, een ontwerp met art-deco-invloeden van Jules Soete, verving de oorspronkelijke gietijzeren constructie uit 1894 die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd vernield.

De nieuwe, betonnen pier strekte zich 350 meter uit in de Noordzee en werd al snel het symbool van de stad en een trekpleister voor toeristen.

Bij de opening was de pier niet alleen een wandelhoofd.

De eerste vier jaar bood het onderdak aan het pretpark ‘Luna Staar’, wat zorgde voor extra vertier boven de golven.

Het was een plaats van plezier en ontspanning, een moderne constructie die het optimisme van het interbellum uitstraalde.

Door de jaren heen heeft de pier heel wat meegemaakt en de constante invloed van de zee heeft zijn sporen nagelaten.

Recentelijk onderging de wandelweg dan ook een grondige renovatie, met als doel deze te herstellen naar het oorspronkelijke uitzicht van 1933.

Vandaag kunt u op deze plaats lekker eten met een pracht van een uitzicht.

Hoewel het geen officieel museum is, beschikt het gebouw wel over een exporuimte.

Hier worden regelmatig tijdelijke tentoonstellingen of evenementen georganiseerd.

De ruimtes worden ook veelvuldig verhuurd voor privéfeesten, bedrijfsevenementen en speciale proeverijavonden.

Ongeveer 87 jaar geleden ging mijn overgrootmoeder (Martha Van Hende) een dagje naar de zee, Blankenberge.

Van sociaal vakantieoord naar modern viersterrencomplex: de geschiedenis en toekomst van Duinse Polders in Blankenberge

Het vakantiecentrum Duinse Polders, gelegen aan de Albert Ruzettelaan op de grens van Blankenberge en Zeebrugge, is al tientallen jaren een vaste waarde voor toeristen op amper 200 meter van het strand.

De traditie van deze plek gaat ver terug. Oorspronkelijk lag dit gebied op het grondgebied van de oude gemeente Uitkerke, totdat de grenzen in 1901 werden herzien en het definitief bij Blankenberge ging horen.

Al vroeg in de twintigste eeuw werd de omgeving ontsloten door de aanleg van de stoomtramlijn, de voorloper van de huidige kusttram.

De eerste fases van het huidige gebouwencomplex werden opgetrokken in 1956, inmiddels zeventig jaar geleden.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog speelde de locatie een grote rol in het opkomende sociale toerisme in België.

Het centrum werd decennialang uitgebaat in samenwerking met de Christelijke Mutualiteiten en Intersoc.

Het was de plek waar in al die jaren duizenden gezinnen, groepen en jongeren hun eerste vakanties aan zee beleefden.

De eetcultuur in die beginjaren was legendarisch grootschalig.

Omdat er dagelijks honderden hongerige monden tegelijk gevoed moesten worden, begon het keukenpersoneel vaak al om acht uur in de ochtend met het voorbakken van de frieten om alles tegen de middag op tafel te krijgen.

Het centrum stond bekend om zijn strakke logistieke planning en de typische, onbezorgde vakantiesfeer.

Vandaag de dag trekt het complex nog altijd veel families, senioren en groepen aan. Een leuk weetje is dat het vakantiecentrum beschikt over een eigen, direct voor de deur gelegen halte van de Kusttram.

Bezoekers kunnen hun auto op het domein achterlaten en direct op de tram stappen om de rest van de Belgische kustlijn te ontdekken.

Daarnaast is het domein al sinds het najaar van 1989 de vaste thuisbasis voor de ELK, de Europese Landsbond voor Cactus- en Vetplantenliefhebbers.

Jaarlijks komen verzamelaars uit heel Europa hier samen voor een van de grootste ruil- en verkoopbeurzen op dit gebied.

Het centrum ligt bovendien geklemd tussen het strand en de Uitkerkse Polder, een eeuwenoud weidelandschap van circa 1400 hectare dat is uitgegroeid tot een van de belangrijkste vogelreservaten en grootste natuurgebieden van Vlaanderen.

De huidige gebouwen zijn inmiddels sterk verouderd en moeilijk duurzaam te renoveren.

Omdat de noden veranderen en mensen tegenwoordig veel meer comfort verwachten, broedt eigenaar Corsendonk Hotels op ambitieuze plannen.

Er is een vergunning aangevraagd om het bekende vakantiecentrum, dat het uitzicht van Blankenberge tientallen jaren heeft bepaald, grotendeels te slopen en te vervangen door een modern nieuwbouwproject.

De plannen voorzien in de bouw van een gloednieuw viersterrenhotel met 165 kamers, een grote wellness van meer dan 1.000 vierkante meter die ook toegankelijk zal zijn voor niet-hotelgasten, en 91 vakantieappartementen op dezelfde site.

Het totale project wordt opgetrokken in verschillende volumes. Naast het hotel en de appartementen omvat het ontwerp twee restaurants, een ondergrondse parking en een groene, rustgevende omgeving.

Het project zal in verschillende fases worden uitgevoerd.

In de eerste fase worden de 91 vakantieappartementen gebouwd, waarna in de latere fase het viersterrenhotel en de wellness volgen.

Na het openbaar onderzoek zullen de steden Brugge en Blankenberge, samen met de provincie West-Vlaanderen, beslissen over de toekenning van de vergunning.

Als de nodige vergunningen worden goedgekeurd, start de sloop van de oude gebouwen al eind dit jaar.

In 2028 begint dan de bouw van de vakantieappartementen, met het oog op een volledige oplevering in 2031.

Doordat er in fases wordt gewerkt, kan het vakantiecentrum tijdens de werkzaamheden gewoon openblijven en kan al het personeel aan het werk blijven.

Gisteren nog vandaag

Vandaag en morgen, vijftig jaar geleden, tweede editie van het muziekfestival De Gouden Leeuwen in Blankenberge (23 en 24 juli 1975)

Het jeansmerk Wally’s Jeans, dat in de jaren zeventig enige bekendheid genoot en toen sponsor was van het festival, is vandaag de dag niet meer actief.

De geschiedenis van het oorspronkelijke merk is vooral verbonden met de autosport.

In 1975 was het merk, dat omschreven wordt als een Nederlandse jeansfabrikant, een opvallende sponsor in de Europese autosport.

Wally’s Jeans sponsorde een Porsche 911 3.0 RSR van het Duitse Kremer Racing team.

Deze auto, bestuurd door de Nederlandse coureur Cees Sievertsen, nam deel aan diverse races, waaronder het prestigieuze Deutsche Rennsport Meisterschaft (DRM).

De opvallende “Wallys Jeans” livery van de wagen zorgde voor zichtbaarheid en naamsbekendheid op de circuits.

Ook sponsorde ze muziekfestivals en concerten, zoals dit festival in Blankenberge.

Ondanks al deze sponsoring, verdween het jeansmerk redelijk vlug en is er bijna niets meer van terug te vinden op het internet.

Liefhebbers van vintage kleding kunnen echter soms nog een originele “Wallys” of “Wally’s” jeans vinden op online tweedehandsplatformen.

Deze vintage exemplaren zijn de laatste tastbare herinneringen aan het merk.

Vandaag 90 jaar geleden, inhuldiging grafgedenkteken voor de Vlaams radiopionier Juliaan Vandepitte in deelgemeente Uitkerke, in Blankenberge (17 september 1933)

Juliaan Vandepitte was de zoon van een spoorwegchef aan het station van Lissewege in Zuienkerke.

Hij volgde een opleiding “radio-elektriciteit” aan de Stedelijke Nijverheidsschool in Brugge.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich aan als vrijwilliger tegen de zin van zijn vader, met de bedoeling telegrafist te worden.

Nadat hij gewond raakte tijdens een aanval werd hij effectief radio-instructeur in militaire dienst.

Na de oorlog werd hij spoorwegbediende in het station Rabot in Gent, België.

Hij bleef zich echter met radio bezighouden.

In 1923 richtte hij het tijdschrift “Radio voor Vlaamse radioamateurs en luisterclubs”op en ijverde voor de stichting van een Vlaamse Radio Bond, hierbij geholpen door zijn broer, Robert Vandepitte.

Zij experimenteerden al voor 1927 met reguliere radio-uitzendingen in Vichte, België.

De zender heette eerst Radio Kortrijk (KVRO).

Uit dit privé-initiatief zou in 1934 de West-Vlaamse Radio Omroep groeien.

Juliaan, overleden in 1928, zou dit niet meer meemaken.

Zijn broer, Robert Vandepitte zou na Juliaan’s dood zijn werk verder zetten.

Juliaan’s jongere broer, Karel, was medestichter van de Gentse Middenstandsradio en werd in 1934 directeur van Radio Kortrijk (inmiddels de West-Vlaamse Radio Omroep genoemd.)

Op 4 november 2010 schonk Juliaan’s dochter Maria haar vaders’ privé-archieven aan het In Flanders Fields Museum.

In Brugge is het Juliaan Vandepitteplein naar hem genoemd. Er is ook een gedenksteen te zijner ere terug te vinden.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 65 jaar geleden, te gast in Blankenberge voor Het Spel der Zee (12 juli 1958)

De regie voor dit openluchtspel was in handen van Guido Cafmeyer.

Guido Cafmeyer was een zoon van Michel Cafmeyer en Albertina Blondeel.

Hij trouwde met Maria Luyssaert (1913-1999).

Hij was oorspronkelijk banketbakker.

Bij de dood van zijn vader in 1940 onderbrak hij zijn studies aan het Sint-Jozefsinstituut in Torhout en ging in de leer voor banketbakker.

Zijn vader was een groot toneelliefhebber en toen hij zes was kreeg Guido een eerste rolletje.

Hij werd tevens amateur-acteur in Toneelkring Sint-Rembert en werd er in 1949 voorzitter en regisseur.

In 1949 schreef hij zich in aan het conservatorium in Gent.

Vanaf twee uur ’s nachts tot de middag was hij bedrijvig in de bakkerij en trok dan per trein naar Gent, om tegen eenentwintig uur weer thuis te komen.

Hij verliet de school in 1954 als laureaat voordracht en toneel.

Het Sint-Jozefsinstituut in Torhout bood hem twee lesuren aan, vanaf 1958 zestien uren en vanaf 1959 een volledig lesrooster, in dictie en voordracht. Dit was het einde van Cafmeyer als banketbakker.

In 1959 speelde hij met groot succes de hoofdrol in koning Oedipus.

Hij kreeg voortaan regieopdrachten vanwege het provinciebestuur en leidde de Torhoutse Toneelkring Sint-Rembert naar de categorie ‘Uitmuntendheid’.

De kring werd tot vijftienmaal prijswinnaar bij het Landjuweel. Onder de leiding van Cafmeyer werd de kring viermaal de eerste in de rangschikking voor het Landjuweel.

Guido Cafmeyer is de vader van de leraar dictie en toneel- en stoetenregisseur Bart Cafmeyer (°1956) (Kattenstoet, Ieper) en de grootvader van actrice Maaike Cafmeyer.(Diverse bronnen, Wikipedia en Zondagsvriend 10 juli 1958)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al 10 jaar geleden dat Luc Rammant is overleden.

Hij is jarenlang directeur geweest van de casino’s van Middelkerke en Blankenberge.

Hij was ook de bezieler van de liedjeswedstrijd Baccarabeker.

De voorbije jaren was hij vooral actief in de hotelsector.

Rammant is gestorven aan kanker. Hij is 69 jaar geworden. (VRTNWS en De Post van 27 januari 1980)