65 jaar geleden, De Amerikaanse actrice Sue Lyon is verkozen om de rol van Dolores Haze te spelen in de film Lolita van de Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick

De film Lolita uit 1962 is een zwart-witdrama, geregisseerd door Stanley Kubrick, gebaseerd op de gelijknamige en destijds veelbesproken roman van Vladimir Nabokov.

Dit boek werd uitgebracht in 1955 en is een van de meest controversiële en meest gelezen werken van die tijd.

In de editie van Piccolo van 19 maart 1961 werd al vooruitgeblikt op de verfilming met de eerste foto van de jonge actrice Sue Lyon.

Nabokovs beroemdste werk veroorzaakte een groot schandaal; de roman kreeg het predicaat pervers opgeplakt en de auteur werd voor pornograaf uitgemaakt.

Dit leidde ertoe dat het boek van 1956 tot 1958 verboden werd in Frankrijk en ook in de Verenigde Staten pas in 1958 gepubliceerd kon worden.

In het Verenigd Koninkrijk nam de douane zelfs alle exemplaren in beslag die het land binnenkwamen, tot de officiële publicatie daar in 1959.

Inmiddels wordt het boek echter beschouwd als een van de hoogtepunten van de moderne romankunst.

Lyon werd op pas veertienjarige leeftijd gecast voor de rol van Dolores Haze in de verfilming van Kubrick.

Ze speelde een twaalfjarig meisje op wie een oudere man, de Europese professor Humbert Humbert, smoorverliefd wordt.

De film was daardoor, en gecombineerd met het feit dat Lyon zelf minderjarig was, indertijd vrij controversieel.

In diverse landen werd de productie met de destijds gewaagde beelden dan ook gecensureerd.

Zo moesten in de Australische en Britse versies bepaalde scènes worden ingekort of aangepast.

In de Verenigde Staten probeerde de katholieke kerk de film maandenlang tegen te houden, wat Kubrick dwong om extra aanpassingen in de montage te maken.

De casting van Sue Lyon was groot nieuws, aangezien zij uit achthonderd kandidaten werd gekozen voor de felbegeerde rol.

Tijdens de première was de actrice, die overigens ook de nummers Lolita Ya Ya en Turn Off the Moon inzong voor de soundtrack, nog altijd maar vijftien jaar oud.

De rol leverde haar in 1963 een Golden Globe op.

James Mason nam de uitdagende rol van de getroebleerde Humbert Humbert op zich, een personage dat door andere grote acteurs zoals Laurence Olivier en David Niven werd geweigerd vanwege de gevoelige aard van de film.

Naast Mason leverde Peter Sellers een gedenkwaardige prestatie in de bijrol van de mysterieuze Clare Quilty.

Vanwege de strikte filmcensuur in die tijd, de zogenaamde Hays Code, moest Kubrick veel van de expliciete thema’s uit het boek subtieler aanpakken door de nadruk te leggen op zwarte humor en psychologisch drama.

Hoewel het verhaal zich afspeelt in de Verenigde Staten, vonden de opnames onder leiding van Kubrick plaats in de Associated British Studios in Elstree, Engeland.

De film werd uiteindelijk geprezen om de visuele stijl en ontving een Oscarnominatie voor het beste aangepaste scenario, dat door Nabokov zelf was geschreven.

In memoriam Philip Vanoutrive: het heengaan van een begenadigd Gents fotograaf en verteller.

Philip Vanoutrive was een veelzijdige Gentse creatieveling die bekendstaat om zijn vermogen om verhalen te vertellen via zowel de lens als het geschreven woord.

Hij combineerde zijn passie voor fotografie vaak met een scherp oog voor detail en een diepgaande interesse in menselijke verhalen en landschappen.

Hij had een talent voor het vinden van schoonheid in de eenvoud en de rust van het alledaagse leven.

Zijn vakmanschap werd jarenlang gewaardeerd door een breed publiek, mede door zijn werk als fotograaf bij Het Volk en later bij De Gentenaar, waar hij talloze gebeurtenissen en menselijke verhalen visueel vertaalde voor de lezers.

Tijdens zijn eerste jeugdjaren woonde het gezin op de Coupure Links in Gent, tot het gezin enkele jaren later naar De Pinte verhuisde.

Het was daar dat de jarenlange band met mijn familie ontstond; mijn plusmama Magda was destijds zijn leidster toen hij als welp bij de plaatselijke jeugdbeweging zat.

Zelf leerde ik Philip kennen dankzij het NTG, maar daarna steunde hij mij toen ik de patron was van de Hotsy Totsy.

Jarenlang was hij daar een trouwe klant en toen hij samenwerkte met Manu, was de Hotsy Totsy de vaste plek om de werkweek op vrijdag af te sluiten.

Nog maar een paar maanden geleden hadden we een gesprek op sociale media om binnenkort nog eens af te spreken, samen met Magda.

Het is pijnlijk dat deze ontmoeting er niet meer zal komen.

Wat veel mensen echter niet weten, is dat hij ook een zeer goede tekenaar was en prachtige metaal- en houtsculpturen maakte.

In deze kunstwerken kon hij zijn creativiteit en ambacht op een andere manier tot uiting brengen.

Een bijzonder hoogtepunt in zijn carrière was dat hij als eerste Belgische fotograaf een eerste prijs won in de wereldwijd gerenommeerde wedstrijd World Press Photo, specifiek in de categorie Nature in 1989.

Deze prestigieuze erkenning onderstreepte zijn vakmanschap en zijn vermogen om de natuur op een unieke en impactvolle manier vast te leggen.

Naast zijn natuurfotografie legde Vanoutrive ook belangrijke historische tradities en menselijke getuigenissen vast in verschillende boekpublicaties.

Zijn sociaal-historische betrokkenheid bleek al vroeg uit het boek ‘De allerlaatste getuigen van WOI’, uitgebracht in september 2011, waarin veertig oorlogskinderen van 1914-1918 een stem kregen.

In dit werk vertellen hoogbejaarde, maar kranige mannen en vrouwen op levendige wijze over hun ervaringen. De prachtige portretfoto’s van Vanoutrive vormden een respectvol eerbetoon aan deze getuigen.

In 2014 bracht hij het rijk geïllustreerde boek ‘The Last Post’ uit.

Hiervoor bracht hij een jaar lang de unieke ceremonie onder de Menenpoort in Ieper in beeld, waarbij Ian Connerty de geschiedenis van de ceremonie en haar helden beschreef en unieke archieffoto’s de beelden van Vanoutrive aanvulden.

Enkele jaren later, in 2017, volgde het boek Meneer de champetter.

Hierin bracht hij een hommage aan de veldwachter die dag en nacht bereikbaar was om het welzijn van plattelanders te beschermen.

Het boek beschrijft de laatste vijftig jaar van de landelijke politie tot aan de hervorming in 2001 en brengt straffe verhalen en anekdotes samen die door meer dan dertig oud-veldwachters zijn opgegraven.

Zijn werk verscheen geregeld in diverse media en publicaties, waar hij gewaardeerd werd om zijn vermogen om sfeer en emotie over te brengen op een authentieke manier, of het nu ging om reizen, cultuur of diepmenselijke geschiedenissen.

Volkomen onverwacht is onze vriend Philip Vanoutrive gisteren, op 9 februari 2026, overleden ten gevolge van hartfalen in het AZ Sint-Lucas te Gent.

Vanaf deze week, 90 jaar geleden, verscheen de roman Dientje Goris van de Vlaamse schrijver en dichter Jozef Simons voor het eerste en dit als een wekelijkse feuilleton in het tijdschrift De Stad.

Het boek vertelt het verhaal van Dientje, een jonge vrouw die als dienstmeid gaat werken bij een rijke familie in Antwerpen.

Ze maakt er kennis met de harde realiteit van het stadsleven, de sociale ongelijkheid en de verleidingen van de moderne tijd.

Ze wordt verliefd op een chauffeur, maar die bedriegt haar met een andere vrouw.

Dientje keert terug naar haar geboortedorp, waar ze trouwt met een boerenzoon.

Ze vindt echter geen geluk in haar huwelijk en voelt zich vervreemd van haar omgeving.

Jozef Simons werd geboren op 21 mei 1888 in Oelegem.

Hij volgde een opleiding in handelswetenschappen en werd huisleraar bij de graaf de Brouchoven de Bergeyck.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als soldaat en tolk voor het Britse leger.

Hij schreef over zijn oorlogservaringen in zijn bekendste werk Eer Vlaanderen vergaat (1927), een getuigenis van de Frontbeweging.

Hij schreef ook reisverhalen, verhalen over de Kempen, novellen, romans en gedichten.

Hij schreef ook liedteksten voor componisten als Lodewijk De Vocht, Flor Peeters en Armand Preud’homme.

Hij vertaalde ook werken uit het Engels, Spaans, Duits en Nederduits.

Na de oorlog werkte hij als redacteur voor de Boerenbond en later als uitgever bij N.V J. van Mierlo-Proost in Turnhout.

Hij was ook actief in de Vlaamse Beweging, de katholieke zuil en in het sociaal-culturele leven van de Kempen en was voorzitter van de Vereniging van Kempische Schrijvers.

Hij stierf op 20 januari 1948 in Turnhout.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 180 jaar geleden dat Charles Dickens zijn beroemde boek A Christmas Carol publiceerde.

Dit verhaal over de gierige Ebenezer Scrooge, die op kerstavond bezoek krijgt van drie geesten die hem zijn verleden, heden en toekomst laten zien, werd meteen een bestseller.

Binnen een week waren alle 6000 exemplaren van de eerste druk uitverkocht. Het boek was rijkelijk voorzien van illustraties door John Leech.

A Christmas Carol verscheen in een tijd waarin de traditionele kerstviering aan het verdwijnen was, en nieuwe gebruiken zoals kerstkaarten populair werden.

Dickens gaf met zijn boek een nieuwe impuls aan de kerstsfeer, en benadrukte de waarden van naastenliefde, vergeving en mededogen.

Hij liet ook zijn kritiek zien op de sociale misstanden en de armoede in het Victoriaanse Engeland, die hij in veel van zijn andere werken ook aan de kaak stelde.

Dickens maakte van zijn kerstverhalen een jaarlijkse traditie, en schreef tussen 1844 en 1848 nog vier andere verhalen met een kerstthema: The Chimes, The Cricket on the Hearth, The Battle of Life en The Haunted Man and The Ghost’s Bargain.

Voor wie nog op zoek is naar een cadeau voor een muziekliefhebber.

Kan ik u zeker dit boek aanbevelen: Denis Michiels met zijn muziekbijbel De Hit Encyclopedie.

Denis Michiels is trouwens al jaren lid van onze groep.

Weet jij wie de eerste act was die een gouden plaat voor meer dan 100.000 verkochte singles mocht ontvangen? Wat was de eerste Beatles-hit in de Lage Landen? Wie was de artiest met de meeste hits in onze contreien?

Dit boek is de perfecte gids doorheen de 1000 meest populaire hits van 1954 tot halfweg 2021.

Naast anekdotes over de artiesten ontdek je ook het boeiende verhaal achter de liedjes en de vaak gekke evolutie die vele songs en bands doormaakten.

Zo kom je alles te weten over de hits waar Vlaanderen en Nederland de afgelopen decennia dol op waren en leer je liedjes, albums en artiesten kennen die misschien wel jouw nummer 1 kunnen worden!

Denis Michiels: Voor de hitlijstenliefhebber die hem nog niet in huis heeft en nog om een eindejaarscadeau verlegen zit.

Al wel twee jaar uit inmiddels, maar ik blijf er goede reacties op krijgen. Zou mooi zijn om alle resterende exemplaren uitverkocht te krijgen 🙂

Binnen een jaar moet een nieuwe turf in de winkelrekken liggen…

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat Virginie Loveling, een van de grootste Vlaamse schrijfsters, overleed in Gent.

Ze was een veelzijdige en kritische auteur, die zowel poëzie, proza als essays schreef. Ze was ook een voorvechtster van de vrouwenemancipatie en de Vlaamse Beweging.

Virginie Loveling werd geboren in Nevele, als dochter van een Duitse vader en een Vlaamse moeder.

Haar vader pleegde zelfmoord toen ze nog een kind was, waardoor ze opgroeide in armoede.

Ze leerde verschillende talen en ontwikkelde een grote liefde voor literatuur.

Samen met haar zus Rosalie begon ze gedichten te publiceren onder het pseudoniem Loveling.

Na de dood van haar zus in 1875 legde Virginie zich toe op het schrijven van verhalen en romans, die getuigden van een scherp observatievermogen en een realistische stijl.

Ze nam geen blad voor de mond en hekelde de invloed van de katholieke kerk, de verfransing van de elite en de achterstelling van de vrouw.

Haar werken waren vaak controversieel en werden soms gecensureerd of verboden.

Virginie Loveling reisde veel en maakte kennis met andere culturen en schrijvers.

Ze schreef ook over haar reiservaringen in boeiende verslagen.

Ze was bevriend met haar neef Cyriel Buysse, met wie ze samen een roman schreef: Levensleer, een humoristische roman over de verfranste Gentse bourgeoisie.

Ze was ook actief in verschillende verenigingen die opkwamen voor de rechten van de vrouw en de Vlaming.

Virginie Loveling stierf op 1 december 1923 in Gent en werd begraven op de Westerbegraafplaats te Gent.

Vandaag is het precies 90 jaar geleden dat in Gent een gedenkplaat werd ingehuldigd voor de Vlaamse schrijver en dichter Lambrecht Lambrechts, die op 13 augustus 1932 overleed.

Hij was een van de voortrekkers van de Vlaamse Beweging en een veelzijdig kunstenaar, die zowel proza, poëzie als muziek schreef.

Na zijn dood werd zijn lichaam overgebracht naar zijn geboortedorp Hoeselt, waar hij een ereplaats kreeg op de gemeentelijke begraafplaats.

Zijn grafmonument werd ontworpen door de beeldhouwer Jules Vits. Bij de plechtigheid waren onder meer zijn weduwe Maria Vanden Doorne en de gouverneur van Oost-Vlaanderen Hubert Verwilghen aanwezig.

Lambrecht Lambrechts, die het pseudoniem Lambrecht Renier gebruikte, was de zoon van Willem-Hendrik Lambrechts en Rosalia Somers.

Zijn vader was hoofdonderwijzer in Hoeselt, waardoor hij de bijnaam “Lemmen van de Meester” kreeg.

Hij volgde de lagere school in zijn geboortedorp en kreeg daar ook zijn eerste muzieklessen van de koster van Werm.

Daarna studeerde hij aan het Koninklijk Atheneum van Tongeren, waar hij bevriend raakte met Camille Huysmans en Jef Cuvelier.

In 1884 ging hij naar de normaalschool in Brugge, waar hij in 1887 afstudeerde als regent Nederlands en Engels.

Omdat hij geen werk vond, schreef hij zich in aan het Koninklijk Conservatorium van Luik, waar hij zang studeerde.

In 1889 werd hij aangesteld als leraar aan de Rijksnormaalschool in Ronse, waar hij tot 1901 bleef.

Op 25 augustus 1894 huwde hij in Ronse met de pianiste Maria Vanden Doorne, met wie hij meer dan 100 zangavonden verzorgde in heel Vlaanderen.

In 1901 verhuisde hij naar Lier, waar hij leraar werd aan de normaalschool.

Van 1905 tot 1918 gaf hij les aan de normaalschool in Gent.

Hij woonde toen in de Kunstlaan nr. 51 in Gent, waar zijn vrienden (onder wie Emiel Hullebroeck) in 1933 een gedenkplaat lieten aanbrengen.

In 1912 werd hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde.

In 1919 werd hij (omwille van zijn “flamingantisch non-conformisme”) overgeplaatst naar de normaalschool in ‘s-Gravenbrakel.

Zijn laatste overplaatsing (naar Blankenberge) gebeurde in 1921, waar hij les gaf tot in 1925 (hij was toen 60 jaar).

Van 1923 tot 1926 gaf hij ook les aan het Handels- en Taalinstituut van Jan Baptist Wannyn in de Savaanstraat in Gent.

In 1922 publiceerde hij zijn autobiografie “Mijn leven”, waarin hij zijn strijd voor de Vlaamse zaak en zijn artistieke loopbaan beschreef.

Hij schreef ook talrijke romans, verhalen, gedichten en liederen, die getuigen van zijn liefde voor zijn geboortestreek en zijn volk.

Een aanrader, het boekje ’t Spookhuis van Gent van onze vriend Rudy Chatelet.

Het vertelt het verhaal van Angélique, een jong meisje dat in 1757 overleed aan de pokken en door haar vader werd gebalsemd en tentoongesteld in hun huis aan de Nederscheldestraat.

Het huis kreeg al snel de bijnaam ’t Spookhuis, omdat er allerlei geruchten en legendes ontstonden over het lot van Angélique en haar familie.

Het boek volgt de levens van verschillende generaties die met het spookhuis te maken kregen, tot het in 1883 werd afgebroken om plaats te maken voor het Laurentplein en het Provinciehuis.

Hij baseert zich op archiefbronnen, krantenartikelen, getuigenissen en foto’s om een levendig beeld te schetsen van het Gent van de 18de en 19de eeuw.

Het boek is niet alleen een spannend verhaal, maar ook een interessante kijk op de geschiedenis en de cultuur van een stad die voortdurend verandert.

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière

50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière

50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière

50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière

50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière

50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière
50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière
50 jaar geleden, maakt de wereld kennis met het boek Banco (Kassa), vervolg op Papillon van de Franse crimineel en schrijver Henri Charrière

Deze week 60 jaar geleden, de Twaalf Wonderlijke Sprookjes van Koningin Fabiola te koop in Vlaanderen

Het is in het Spaans geschreven en uitgebracht onder de titel Los doce Cuentos maravillosos in 1955 door Ediciones Sinpoples, Madrid.

In 1961 werd de sprookjesverzameling door Lia Timmermans naar het Nederlands vertaald en uitgebracht als De Twaalf Wonderlijke Sprookjes van Koningin Fabiola.

Het boek is ook naar het Frans vertaald onder de titel Les douzes Contes Merveilleux de la Reine Fabiola door Marie Gevers.

De opbrengsten van het boek kwamen ten goede aan het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn.

Het boek bevat twaalf sprookjes, waarvan het vijfde, De Indische Waterlelies, in de Efteling is uitgebeeld.

De Indische Waterlelies is een sprookje over een heks in een oerwoud, die zo jaloers is op de schoonheid van de sterrenkinderen die dansen op een meer in het maanlicht, dat ze hen betovert in waterlelies.

Ter gelegenheid van het vijftienjarige bestaan van de Efteling opende het park in 1966 het jubileumsprookje

Voor de zang van de heks heeft de Efteling gebruikgemaakt van de stem van Yma Súmac met gedeeltes uit de nummers Taita Inty (Maagd van de zonnegod) en Choladas (Dans van het maanfestival).

Alhoewel ze niet bij de opening is, bezoekt Fabiola het sprookje op 21 juni 1967.

Samen met Prinses Paola en haar drie kinderen landt ze om 14.30 uur op vliegbasis Gilze-Rijen.

Ze laat zich daarnaast vergezellen door haar particulier secretaris, de Hofmaarschalk van Prinses Paola en Dr. W. van Cauwenberg die dan ambassadeur van België is in Nederland.

Het gezelschap komt om 15.00 uur aan in de Efteling, waar ze worden opgewacht door stichtingsvoorzitter Van der Heijden, directeur Diender, Anton Pieck en Peter Reijnders.

Acht dagen later mag de Efteling een brief ontvangen van de ambassadeur. In naam van de koningin schrijft hij hoezeer ze onder de indruk was van alles en voornamelijk De Indische Waterlelies.

Vijf jaar geleden, kreeg de attractie een update. (Diverse bronnen, Wikipedia, foto 2: Het eerste exemplaar ging naar een ziek Nederlands jongetje en zijn kleiner broertje die in Brugge woont en foto 4: Lia Timmermans en de Post van 10 december 1961)