Tijdens de opname van ‘With My Eyes Wide Open‘, waarin Patti Page vier verschillende partijen voor haar rekening nam, moest ze elke noot op de piano aanslaan om niet de draad kwijt te raken.
Ze gaf zelf toe dat ze geen enkele noot muziek kon lezen.
De zangeres, die ondertussen bekendstond onder de bijnaam ‘The Singing Rage‘, bewees daarmee dat muzieknoten voor haar weliswaar Latijn waren, maar dat dit een groot succes als vocaliste absoluut niet in de weg hoefde te staan.
Achter de artiestennaam Patti Page ging de op 8 november 1927 geboren Clara Ann Fowler schuil, die opgroeide in extreme armoede in het stadje Claremore in Oklahoma.
Ze was een van de elf kinderen (zeven zusjes en drie broers, als op één na jongste) in een gezin waar haar vader bij het spoor werkte en haar moeder katoen plukte.
Als kind liep ze op blote voeten naar school om haar enige paar schoenen te sparen voor de kerk, en de radio thuis mocht zelden aan uit angst voor een hoge stroomrekening.
Zelf zag ze zichzelf als een heel gewoon, huiselijk meisje.
In het kleine Claremore kende iedereen elkaar en werden er gezellige dansavondjes georganiseerd.
Hoewel haar moeder het orgel in de kerk bespeelde en haar vader gitaar speelde, was niemand in het gezin beroepsmuzikant.
Clara Ann was de enige van de kinderen met een echte passie voor muziek.
Samen met twee van haar zusjes vormde ze een trio waarmee ze optrad op schoolfuifjes.
Oorspronkelijk droomde ze er overigens van om kunstenares te worden en kreeg ze zelfs een beurs voor de kunstacademie, maar die sloeg ze af toen haar muzikale carrière opeens een vlucht nam.
Op twaalfjarige leeftijd verhuisde het gezin naar Tulsa.
Tot dat moment had de jonge zangeres zich nooit echt voor de radio geïnteresseerd; ze had dan ook nooit durven dromen dat ze ooit nog op het podium zou staan met grootheden als Dinah Shore en Bing Crosby.
Nog voordat ze van zingen haar beroep maakte, had Clara Ann al op talloze school- en universiteitsfeesten opgetreden.
Rond 1945 begon ze actief te zoeken naar een baantje als zangeres.
Ze deed auditie in elke club in Tulsa, tot ze op een avond een telefoontje kreeg van een radiomanager van het lokale radiostation KTUL, die haar op een schoolfeestje had horen optreden.
Het radiostation zond wekelijks een show uit die gesponsord werd door de ‘Page Milk Company’, genaamd ‘Patti Page Time‘.
Toen de oorspronkelijke zangeres vertrok, boden ze Clara Ann zowel haar plaats als haar artiestennaam aan: deze naam zou ze de rest van haar leven dragen.
Haar grote doorbraak kwam al snel daarna, in 1947, met het nummer ‘Confess’.
Dit nummer zorgde per toeval voor een muzikale revolutie: door een gebrek aan budget voor achtergrondzangers besloot haar producer haar stem dubbel op te nemen.
Hiermee werd Page een van de allereerste artiesten die overdubbing gebruikte om haar eigen harmonieën in te zingen, wat het handelsmerk van haar warme en heldere stemgeluid zou worden.
Haar zangtechniek ging er in de jaren daarna sterk op vooruit, hoewel ze nooit muziek leerde lezen; alles werd uit het hoofd geleerd voordat ze de studio in dook
Zingen kon je volgens haar niet uit boeken leren: het was puur een kwestie van gevoel en de juiste snaar weten te raken bij het publiek.
Via Tulsa kwam ze in Chicago terecht, waar ze zong voor de NBC en de CBS en albums opnam voor het label Mercury.
Haar reusachtige hit ‘Tennessee Waltz’ dankte ze aan een gelukkig toeval.
Toen ze in de winter van 1950 kerstnummers opnam voor Mercury, had ze slechts drie nummers klaar.
Om twee singles te vullen was er een vierde nummer nodig.
Arrangeur Jack Rael stelde de ‘Tennessee Waltz’ voor: een schot in de roos, want er werden al snel meer dan drie miljoen exemplaren van verkocht.
Zowel deze plaat als ‘Mocking Bird Hill’ stormden de Hit Parade binnen.
In de jaren 50 groeide ze uit tot de best verkopende vrouwelijke artiest ter wereld met een onweerstaanbare mix van pop en country.
Haar versie van ‘Tennessee Waltz’ uit 1950 werd een gigantisch fenomeen, stond maandenlang op de eerste plaats in de hitlijsten en groeide later zelfs uit tot een van de officiële volksliederen van de staat Tennessee.
Het werd een absoluut record: er werden uiteindelijk meer dan 10 miljoen exemplaren van verkocht, wat het lange tijd de bestverkochte single door een vrouwelijke artiest ooit maakte.
In haar zeven decennia omvattende carrière verkocht ze wereldwijd meer dan 100 miljoen platen, behaalde ze maar liefst 15 gouden platen en scoorde ze minstens 14 miljoenen-sellers.
Internationale bekendheid vergaarde ze daarnaast met onvergetelijke klassiekers zoals het aanstekelijke ‘(How Much Is) That Doggie in the Window?’ en hits als ‘All My Love’ en ‘Cross Over the Bridge’.
Naast haar imposante platensucces was ze een graag geziene gast op televisie en presenteerde ze haar eigen pop- en countryshows.
Haar populariteit was in de jaren 50 zelfs zo groot dat ze de enige artiest in Amerika werd die haar eigen televisieshows mocht presenteren op alle drie de grote landelijke netwerken (ABC, CBS en NBC).
In haar privéleven kende ze zowel geluk als tegenslagen.
Na een heel kort eerste huwelijk trouwde ze in 1956 met Hollywood-choreograaf Charles O’Curran, met wie ze twee kinderen adopteerde: zoon Danny en dochter Kathleen.
Via hem raakte ze ook bevriend met Elvis Presley; ze zongen soms samen achter de schermen en ze dook zelfs onbetaald op als figurante in de beroemde trouwscène van zijn film Blue Hawaii.
Later, in 1990, vond ze opnieuw de liefde bij Jerry Filiciotto, met wie ze naast haar muziek een esdoornsiroopbedrijf opzette in New Hampshire.
Tot zijn overlijden in 2009 bleven ze samen.
Patti Page bleef tot op hoge leeftijd met veel passie optreden en werd gedurende haar lange carrière bekroond met meerdere onderscheidingen, waaronder haar eerste Grammy Award in 1999 voor haar livealbum in Carnegie Hall.
Ze overleed op nieuwjaarsdag, 1 januari 2013, op 85-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Encinitas (Californië) aan de gevolgen van hartfalen en longaandoeningen.
Vlak na haar overlijden werd ze eervol bekroond met een postume Grammy Lifetime Achievement Award.

