Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 3 februari 2025, herdenken we dat het 26 jaar geleden is dat de getalenteerde zangeres Gwen Guthrie, op slechts 48-jarige leeftijd, bezweek aan de gevolgen van baarmoederkanker in Orange, New Jersey.

Gwen Guthrie, geboren en getogen in Newark, New Jersey, toonde al op jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.

Haar vader leerde haar piano spelen toen ze nog maar acht jaar oud was, en op school verdiepte ze zich in de klassieke muziek.

Naast haar formele opleiding zong ze ook voor haar plezier op straatfeesten en partijen.

Begin jaren zeventig zong ze in de zanggroepen The Ebonettes en The Matchmakers.

Na haar opleiding werkte ze als onderwijzeres, maar de muziek bleef trekken.

In 1974 deed ze auditie als studiozangeres voor Aretha Franklin en ze kreeg de baan en dit was het begin van een indrukwekkende carrière als achtergrond- en sessiezangeres.

Haar veelzijdige en krachtige stem maakte haar ook een veelgevraagd zangeres in de reclamewereld.

Ze zong in talloze jingles, vaak samen met haar vriendin Valerie Simpson, bekend van het duo Ashford & Simpson.

Ook de samenwerking met Luther Vandross was een vruchtbare periode in haar carrière.

Als sessiezangeres liet Guthrie haar stempel achter op albums van een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Kenny Loggins, Steely Dan, The Affair, George Howard, Noel Pointer, Houston Person, Angela Bofill, John Blake, Roberta Flack en Billy Griffin.

Naast zingen bleek Guthrie ook een begenadigd liedjesschrijver.

In 1975 componeerde ze “Supernatural Thing” voor Ben E. King, dat een top 10-hit werd.

Ook schreef ze nummers voor Isaac Hayes.

Voor het debuutalbum “Circle Of Love” van The Sister Sledge schreef ze maar liefst zeven nummers, samen met haar toenmalige vriend, trombonist en bassist Patrick Grant (Haras Fyre).

Eind jaren zeventig nam ze een soloplaat op voor Columbia Records, maar deze werd helaas nooit uitgebracht.

Teleurgesteld vertrok ze naar Jamaica, waar ze een jaar verbleef.

Na haar terugkeer in de Verenigde Staten kreeg ze een contract bij Chris Blackwell van Island Records.

In 1982 werd haar eerste officiële soloalbum, simpelweg getiteld “Gwen Guthrie”, uitgebracht.

Het album bevatte een mix van R&B, reggae en dancemuziek.

Haar grootste succes kwam in 1986 met de onweerstaanbare discoklassieker “Ain’t Nothin’ Goin’ On But The Rent”.

Dit nummer werd een wereldwijde hit en had een belangrijke invloed op de ontwikkeling van housemuziek.

Tot 1988 had ze nog enkele kleinere hits in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren negentig richtte Guthrie zich voornamelijk op het arrangeren en produceren van muziek.