Eddy Grant in de Joepie van 18 december 1983

‘Electric Avenue’ beschrijft de rellen van 11/12 april 1981 in de Londense Electric Avenue, bekend als “the Brixton riot”, waarbij 245 politieagenten en 45 burgers gewond raakten.

Meer dan 100 voertuigen werden in brand gestoken en 150 gebouwen beschadigd. Bij de rellen waren meer dan 5000 mensen betrokken. In Engeland staat dit bekend als ‘Bloody Saturday’.

Eddy Grant (°5 maart 1948) scoorde er in februari 1983 zijn 3de Vlaamse top 10-hit (n°3) als soloartiest mee. Het was de opvolger van de n°1-hit ‘I Don’t Wanna Dance’ en de 2de single uit het album ‘Killer On The Rampage’. De single kwam op 12 februari binnen in de Ultratop. Goed getimed, want die week verdween zijn vorige hit uit de lijst.

In de VS is het Grants grootste solohit. ‘Electric Avenue’ stond er 5 weken op n°2 en hield het 4 maanden vol in de top 40 van de Billboard Hot 100. Enkel ‘Flashdance’ van Irene Cara en ‘Every Breath You Take’ van The Police weerhielden hem van een n°1-hit.

Eddy Grant hield er tevens een Grammy-nominatie voor beste r&b-song aan over, maar was kansloos tegen Michael Jacksons ‘Billie Jean’.

Eddy Grant was samen met Prince een van de eerste zwarte artiesten die konden profiteren van Jacksons succes, dat het pad opende op MTV.

‘Electric Avenue’ stond nadien nog 2 keer in de charts: In 1997 als onderdeel van ‘Avenues’ van de Refugee Camp All-Stars en in 2001 in de Ringbang Remix, die in de Britse top 40 een top 5-hit werd.

In 2017 werd het 15de album ‘Plaisance’ van Eddy Grant uitgebracht, zijn eerste sinds 2006. De titel is de naam van Eddy’s geboorteplaats in Guyana.(Met dank aan Denis Michiels en Joepie 18 december 1983)

Vandaag bereiken The Motels met hun single Suddenly Last Summer de zeventiende plaats in de Brt Top 30.

Het nummer Suddenly Last Summer werd in 1983 als de eerste single van hun vierde album Little Robbers uitgebracht.

Het nummer werd geschreven door de zangeres van de groep, Martha Davis, en geproduceerd door Val Garay.

Het nummer bereikte de negende plaats op de Billboard Hot 100 en de eerste plaats op de Billboard Rock Top Tracks chart.

In Canada kwam het nummer op de elfde plaats en eindigde het als de 98ste bestverkopende single van 1983.

In Vlaanderen was de single goed voor een In Vlaanderen was de single goed voor een zeventiende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte ze de elfde plaats in de Top 40.

Martha Davis heeft in verschillende interviews gezegd dat het nummer gaat over thema’s als het verlies van onschuld en maagdelijkheid.

De videoclip werd ook geregisseerd door hun producer Val Garay met camerawerk van John Alonzo.

De video, gefilmd met zachte focus, toont Martha Davis die zich een romantische ontmoeting op het strand herinnert (met de geliefde gespeeld door Robert Carradine) nadat een ijskar door haar buurt rijdt; iedereen heeft een oordelende, strenge uitdrukking zowel in het verleden als in het heden.

Het boek dat Davis in de video leest is Jane Bierce’s roman Building Passion uit 1983.

De bandleden verschijnen ook en beelden losjes de houdingen van de “rovers” op de albumhoes van Little Robbers na aan het einde van de video.

Martha Davis verliet The Motels in 1987 en begon een solocarrière.

Ze bracht verschillende albums uit, waaronder Policy (1987), …So the Story Goes (2004) en Beautiful Life (2008).

Ze herenigde zich met The Motels in 1998 en toert nog steeds met hen.

Ze heeft ook samengewerkt met andere artiesten, zoals Sly Stone, Ivan Neville en Ryan Adams.

Ze is twee keer getrouwd geweest en heeft twee kinderen.