Debbie Harry: icoon, pionier en dwarsligger van de punkpop

Naast haar zangcarrière was Debbie Harry een waar icoon voor vernieuwing in de kunst, mode en cultuur.

Aan het eind van haar memoires Face it schrijft ze dat ze een verdomd interessant leven heeft gehad.

Dat is allerminst bluf, maar eerder een understatement.

Toen ze op haar eenendertigste doorbrak met Blondie, bewoog ze zich namelijk al jaren in de kringen rond Andy Warhol.

Ook had ze gewerkt als Bunny in een Playboy Club en als serveerster in het legendarische restaurant Max’s Kansas City.

Ze ging op tournee met Iggy Pop en David Bowie, en ontwierp haar eigen podiumoutfits samen met haar jonge vriend Stephen Sprouse, die later zou doorbreken als modeontwerper.

Haar vriendenkring bestond dan ook uit evenveel beeldende kunstenaars, designers en fotografen als muzikanten.

Van het gewelddadige, failliete New York uit de jaren zeventig mist ze vreemd genoeg het straatafval, omdat je daar destijds zoveel mooie spullen in kon vinden.

Op het toppunt van hun roem in 1981 nam Blondie het nummer Rapture op.

Harry rapte hierin, wat een absolute primeur was voor een popsong. De platenmaatschappij haatte het nummer, net zoals ze eerder de discosong ‘Heart of Glass’ verafschuwden; ze zagen de band liever gewoon poprocksongs maken.

Debbie Harry en gitarist Chris Stein waren echter slim genoeg om in zee te gaan met commerciële producers zoals Mike Chapman.

Hij was de man achter de hits van The Sweet, Suzi Quatro, Smokie en Mud, en bekend om de uitspraak dat je hits moet maken als je de muziekwereld instapt.

Blondie was altijd een tikkeltje tegendraads, en hun frontvrouw was dat zeker.

Harry is dan ook niet het type New Yorker dat eindeloos haar ziel laat ontleden bij een psychiater.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

KooKoo het nieuwe gezicht van Debbie Harry (Joepie 12 juli 1981)

Gisteren nog vandaag