Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Vanity (echte naam Denise Matthews) begon haar carrière als model.
Ze poseerde ook tweemaal onder de naam Vanity in Playboy.
Begin jaren 80 werd ze ontdekt door Prince.
In 1982 werd ze de leadzangeres van het meidentrio Vanity 6.
In 1983 hield de groep al op met bestaan.
Na het kortstondige succes begon Matthews een solocarrière en een filmcarrière.
Sinds 1980 speelde Matthews ook in B-films.
Haar bekendste rol in die van Doreen in de thriller 52 Pick-Up.
Ze speelde ook in de kungfu klassieker “The last dragon”.
Na in de negentiger jaren een drugsprobleem te hebben gehad bekeerde ze zich tot het christendom.
Aan dit drugsverleden hield ze als gevolg van een bijna overdosis een nierprobleem over.
Uiteindelijk is dit nierfalen haar fataal geworden.
Matthews overleed op 15 februari 2016 op 57-jarige leeftijd aan Sclerosing encapsulating peritonitis (SEP = een zeldzame ziekte, alleen voorkomend bij vrouwen) en Joepie 20 januari 1985
Jean Harlow, geboren als Harlean Harlow Carpenter op 3 maart 1911 in Kansas City, Missouri.
Haar vader Mont Clair Carpenter, een tandarts en haar moeder Jean Poe Carpenter, scheidden toen ze nog jong was en ze groeide op bij haar moeder, die haar vaak verwaarloosde.
Haar moeder was een ambitieuze vrouw die haar eigen acteerdromen op haar dochter projecteerde.
Ze had een hechte band met haar vader, maar hij stierf toen ze nog een tiener was.
Harlow volgde onderwijs aan verschillende scholen, waaronder de Miss Barstow’s Finishing School for Girls in Kansas City, maar ze blonk niet uit in haar studie.
Harlow begon haar carrière als figurant in stomme films.
Haar doorbraak kwam met de film “Hell’s Angels” (1930) van Howard Hughes, waarin ze opviel door haar platinablonde haar en sensuele uitstraling.
Ze werd al snel een van de grootste sterren van Hollywood en speelde in succesvolle films als “Red Dust” (1932), “Dinner at Eight” (1933) en “Libeled Lady” (1936).
Harlow stond toen bekend als de “Platinum Blonde” en was een van de eerste sekssymbolen van de filmindustrie.
Harlow was drie keer getrouwd:
Charles McGrew (1927-1929): Ze trouwde op jonge leeftijd met een rijke zakenman, maar het huwelijk hield niet lang stand.
Paul Bern (1932): was een MGM-producer, die eindigde op tragisch wijze, want Bern is te komen overlijden, onder mysterieuze omstandigheden, twee maanden na hun huwelijk.
Harold Rosson (1933-1934), haar derde huwelijk met een cameraman, maar was ook van korte duur.
Harlow stierf op tragische wijze op 26-jarige leeftijd aan nierfalen.
Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.
Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.
Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.
Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.
Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.
Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.
Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.
Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).
Goddard was vier keer getrouwd:
Edgar James (1927-1932)
Charlie Chaplin (1936-1942)
Burgess Meredith (1944-1949)
Erich Maria Remarque (1958-1970)
Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.
Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.
Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.
Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.
Louise de Vilmorin werd in 1902 geboren in Verrières-le-Buisson, telg uit een vooraanstaand geslacht van botanisten.
Ze had een ouder zusje en vier jongere broers, die ze later aanmerkte als haar beschermende klaverblad; het klavertjevier waarmee ze haar brieven ondertekende, haar handelsmerk.
Haar moeder leidde een mondain leven, had een salon, waar vorsten, diplomaten en schrijvers elkaar kruisten.
Als kind was Louise door ziekte vaak gekluisterd aan haar ‘Rossinante’, haar bed op wielen; een positie aan de zijlijn die haar observatievermogen en haar fantasie scherpte.
Haar liefdesleven was tumultueus.
In 1923 verloofde ze zich met haar neef Saint-Exupéry; in 1925 trouwde ze met de Amerikaan Henry Leigh-Hunt, met wie ze drie dochters kreeg.
In 1933 had ze kort een verhouding met André Malraux.
In 1937 trouwde ze met de Hongaarse graaf Pali Pálffy; ook dat huwelijk hield geen stand.
In 1947 leerde ze Coco Chanel kennen en tien jaar later bracht ze haar biografie uit, Mémoires de Coco.
Vanaf 1950 vestigt ze zich in het huis van haar familie in Verrières-le-Buisson, waar ze in haar ‘salon bleu’ kunstenaars, schrijvers en regisseurs ontvangt.
Enkele meesterwerken van haar zijn Sainte-Unefois, Julietta, L’Heure Maliciôse, Lettre dans un taxi en poëziebundels als Fiançailles pour rire en L’Alphabet des aveux.
Louise schreef zelf het scenario voor Les Amants, van Louis Malle, uit 1958.
De film is gebaseerd op de novelle Point de lendemain van de Franse auteur Vivant Denon, met onder meer in de hoofdrol Jeanne Moreau en Alain Cuny.
Aan het eind van haar leven krijgt ze opnieuw een verhouding met André Malraux.
De media-aandacht die dat oplevert, doet haar verzuchten: ‘Ik ben niet langer Louise de Vilmorin, ik ben Marilyn Malraux.’
Ze stierf op de leeftijd van zevenenzestig jaar op 26 december 1969 en drie dagen later begraven op 29 december 1969 (diverse bronnen, Wikipedia en foto 1 André Malraux troost één van haar dochters, foto 2 de Franse acteur Paul Meurisse en foto 3 Ingrid Bergman en haar man)
De Duitse actrice Brigitte Helm, geboren als Brigitte Eva Gisela Schittenhelm, in Berlijn, op 17 maart 1906 en studeerde aan de UFA-filmschool in Berlijn, waar ze werd ontdekt door de regisseur Fritz Lang.
Haar debuut en meteen grootste succes was dan ook de hoofdrol in de film Metropolis, van Fritz Lang.
Ze speelde zowel Maria, de arbeidersleidster, als de Maschinenmensch, een robot die Maria imiteert.
Na Metropolis speelde ze in diverse films, waaronder Die Nibelungen (1924), At the Edge of the World (1927) en L’Argent (1928).
Ze maakte de overstap naar de geluidsfilm en bleef acteren tot 1935.
In totaal speelde ze in zo’n 35 films.
Enkele noemenswaardige films zijn: Gloria (1931), The Blue Danube (1932),Gold (1934, opnieuw met Fritz Lang).
In 1935 trouwde ze met de industriële Hugo Kunheim.
Ze kregen vier kinderen en Brigitte Helm beëindigde haar acteercarrière om zich op haar gezin te richten, zoals het toen hoorde.
Brigitte Helm overleed op 90-jarige leeftijd in Ascona, Zwitserland.
De film was een redelijk succes in Duitsland, vooral dankzij de populaire muziek en de sterrencast.
Het was een typische Heimatfilm met een romantisch verhaal en mooie beelden van de bergen.
Lilli Palmer speelde een van de hoofdrollen, naast Romy Schneider en Karlheinz Böhm.
Lilli Palmer zong het nummer O mein Papa en met haar versie scoorde ze er een grote hit mee in Duitsland.
Het nummer “O mein Papa”, werd geschreven door Paul Burkhard voor de musical “Fireworks” uit 1948 en de tekst is van Jürg Amstein.
Het liedje werd voor het eerst gezongen door Lys Assia in de Zwitserse musical.
Hoewel Lilli Palmer met “Oh mein Papa” een hit scoorde in Duitsland, was het de cover van Eddie Fisher die met zijn Engelstalige versie “Oh! My Pa-pa” in 1954 degrootste internationale hit scoorde.
Zijn versie bereikte de nummer 1 positie in de Verenigde Staten en was ook een grote hit in andere landen.
Ook de instrumentale versie van “Oh mein Papa” was een hit! Trompettist Eddie Calvert bracht eind 1953 een instrumentale versie uit die in 1954 de top van de Britse hitlijsten bereikte en ook in de Verenigde Staten de top 10 haalde.
Zijn versie was zelfs de eerste nummer 1 hit in het Verenigd Koninkrijk die werd opgenomen in de beroemde Abbey Road Studios (De Post 19 december 1954)