45 jaar geleden, John Travolta, ik geniet van mijn vrijgezellenbestaan.

John Travolta’s leven kent zowel de schittering van Hollywood als de diepte van persoonlijk verlies.

Zijn hart was bijna drie decennia lang verbonden met dat van actrice Kelly Preston.

Ze trouwden in 1991 en hun huwelijk was een van de langere in de filmwereld, tot een tragisch einde kwam met haar overlijden aan borstkanker in 2020.

Samen bouwden ze een gezin op en kregen drie kinderen: zoon Jett, dochter Ella Bleu en zoon Benjamin.

Hun leven werd echter getekend door het hartverscheurende verlies van hun oudste zoon Jett in 2009.

Na het heengaan van zijn vrouw heeft Travolta zich vooral op zijn twee andere kinderen gericht en is hij, voor zover bekend, single gebleven.

Voor zijn thuisbasis koos Travolta een plek die zijn passie voor vliegen weerspiegelt.

Hij woont in een uniek landgoed in Ocala, Florida dat deel uitmaakt van Jumbolair Airport.

Dit is een zogeheten ‘fly-in’ gemeenschap waar de startbaan letterlijk tot aan zijn voordeur reikt.

Dit stelt de fervent piloot in staat om zijn vliegtuigen net zo makkelijk te parkeren als een auto, een directe link tussen zijn huis en de open lucht.

Vandaag 50 jaar geleden, première van de Nederlandse film “Het jaar van de kreeft”

De film van regisseur Herbert Curiel, met Willeke van Ammelrooy als Toni en Rutger Hauer als Pierre, is een bewerking van de gelijknamige roman van Hugo Claus.

Claus baseerde het intense liefdesverhaal op zijn eigen, turbulente relatie met actrice Kitty Courbois.

Interessant is het verschil in symboliek: in het boek sterft Toni aan kanker (kreeft in het Duits is ‘Krebs’), terwijl de film zich volledig richt op de eigenschappen van haar sterrenbeeld.

De rol van Pierre werd Hauer aangeboden nadat Rijk de Gooyer had geweigerd.

De Gooyer vond het boek maar niets en had geen vertrouwen in de regisseur.

Criticus Gerrit Komrij beschreef de film als een verhaal over “psychische verwarring” en “Allesverslindende Liefde”, waarin Pierre ontroerd wordt door de onvolkomenheden van Toni, een vrouw die hem zowel tederheid als ergernis bezorgt en in seksueel opzicht frigide blijkt te zijn.

40 jaar geleden, The Bride, Sting betoverd door Jennifer Beals

Het klassieke horrorverhaal van Frankenstein kreeg in 1985 een opmerkelijke herwerking in de film ‘The Bride’ van regisseur Franc Roddam.

Het verhaal pikt de draad op waar het origineel eindigt. Baron Frankenstein, gespeeld door popster Sting, schept een perfecte vrouw, Eva.

De rol van Eva werd vertolkt door Jennifer Beals, die toen razend populair was na haar doorbraak in “Flashdance”.

In tegenstelling tot het oorspronkelijke verhaal, krijgt de bruid hier een eigen wil.

Ze wijst haar monsterlijke ‘partner’ (gespeeld door Clancy Brown) onmiddellijk af, waarna hij op de vlucht slaat.

Wat volgt is een dubbel verhaal: terwijl Frankenstein zijn creatie opvoedt tot de ideale vrouw en hopeloos verliefd op haar wordt, trekt het verstoten monster de wereld in.

Daar vindt hij onverwachte vriendschap bij een dwerg, Rinaldo, een rol van David Rappaport.

De film, met verder nog bekende namen als Geraldine Page en Cary Elwes, ging op 16 augustus 1985 in de Verenigde Staten in première.

De hoge verwachtingen werden echter niet ingelost. “The Bride” was een financiële flop, met een opbrengst van slechts 3,6 miljoen dollar tegenover een budget van 13 miljoen.

Ook de critici waren niet mals; de film werd vaak omschreven als traag en onsamenhangend, en de acteerprestatie van Sting werd niet altijd even warm onthaald.

Ondanks de koude ontvangst heeft “The Bride” door de jaren heen toch een zekere cultstatus verworven, gewaardeerd om zijn unieke visuele stijl en de ambitieuze poging om een feministische draai te geven aan het legendarische monsterverhaal.

Vandaag, vijf jaar geleden, overleed Diana Rigg, omringd door haar familie.

De Britse actrice had een indrukwekkende carrière die begon op het toneel en haar tot ver buiten de theaterwereld bekend maakte.

Na haar opleiding begon Rigg in 1959 met veel succes te acteren bij de Royal Shakespeare Company.

Om haar inkomen aan te vullen, nam ze gastrollen aan in televisieseries.

Tijdens een van deze optredens werd ze opgemerkt door de producers van ‘The Avengers’, die haar in 1965 de rol van geheimagente Emma Peel aanboden na het vertrek van Honor Blackman.

Ze was niet de eerste keuze; Elizabeth Shepherd was al gecast, maar werd na anderhalve aflevering vervangen door Rigg.

Hoewel haar rol in de serie haar professioneel en esthetisch voldeed, was haar loon laag.

Na 12 afleveringen ontdekte ze dat ze minder verdiende dan de cameraman.

Rigg werd twee keer genomineerd voor een Emmy (1967 en 1968), maar verloor beide keren van Barbara Bain.

Na ‘The Avengers’ richtte Rigg zich op een filmcarrière.

Ze vertolkte de rol van Tracy de Vicenzo in ‘On Her Majesty’s Secret Service’ (1969), de enige vrouw die ooit met James Bond trouwde, en bracht een vitaliteit in de film die zelden werd geëvenaard door andere Bond-girls.

Ondanks het feit dat ze vaak beter was dan de films waarin ze speelde, zijn er naast ‘The Assassination Bureau’ (1969) nog twee ondergewaardeerde films op haar palmares: ‘The Hospital’ (1971) en ‘Theatre of Blood’ (1973).

In 1970 keerde ze terug naar het theater in de productie ‘Abelard and Heloise’.

Een korte naaktscène veroorzaakte veel opschudding, aangezien Rigg de eerste Engelse actrice was die naakt op het podium verscheen.

In haar leven ontving ze talloze onderscheidingen, waaronder eredocoraten, de titel Dame Commander of the British Empire (DBE), een Tony voor haar rol in ‘Medea’, een Emmy voor ‘Rebecca’ en een Lifetime Achievement Award.

In haar latere carrière speelde ze de rol van Olenna Tyrell in ‘Game of Thrones’

95 jaar geleden, uit het leven van de Amerikaanse actrice Alice White.

Alice White groeide op in New Haven, Connecticut, waar ze een opleiding tot stenografie volgde.

Toen haar grootouders naar Californië verhuisden, zette ze haar studie voort aan Hollywood High School.

Daar was Mary Brian, de latere bekende actrice, een van haar medeleerlingen.

Na haar opleiding had ze verschillende banen, waaronder typiste, telefoniste, verkoopster en etaleur.

Een vriendin van haar, die bij Universal werkte, wees haar op een auditie.

Regisseur Joseph Von Sternberg zag direct haar levendigheid, maar vond haar lach ‘zowel vreselijk als meeslepend’.

Hij bood haar een contract aan bij de publiciteitsafdeling en later als zijn persoonlijke secretaresse.

Een kantoorbaan was echter niet genoeg voor Alice, want ze droomde van een filmcontract.

Na een conflict met Von Sternberg stapte ze over naar Charlie Chaplin, die haar uiteindelijk een rol voor de camera gaf.

Ze speelde met succes rollen als ‘flapper’ – een zelfbewuste vrouw die zich niets aantrok van de gangbare normen – of als geldgierige vrouw.

Hiermee trok ze de aandacht van regisseur Mervyn LeRoy, die veel potentieel in haar zag.

Door haar opvallende persoonlijkheid werd ze vaak vergeleken met actrice Clara Bow.

Met de opkomst van de geluidsfilm werd White populairder dan ze in de periode van de stomme film was.

Haar carrière raakte echter beschadigd door een schandaal: ze had een relatie met haar vriend Jack Warburton en haar toekomstige echtgenoot Sidney Bartlett tegelijk.

Dit leidde ertoe dat ze geen hoofdrollen meer kreeg en genoegen moest nemen met bijrollen.

Haar laatste film was ‘Flamingo Road’ uit 1949.

Alice White overleed in 1983 aan een beroerte.

De Amerikaans actrice Catherine Hicksmag vandaag 74 kaarsjes uitblazen

Foto van 45 jaar geleden, toen speelde Catherine Hicks in de film Marilyn.

De televisiefilm Marilyn: The Untold Story uit 1980 was een succes voor zijn tijd.

Onder regie van John Flynn en Jack Arnold kreeg de productie veel lof van critici, wat vooral tot uiting kwam in de prestigieuze Emmy Award-nominatie voor hoofdrolspeelster Catherine Hicks.

Haar vertolking van Marilyn Monroe werd alom geprezen.

Naast Hicks bestond de cast uit een reeks bekende namen, waaronder Richard Basehart als haar zaakwaarnemer Johnny Hyde, Frank Converse als honkballegende Joe DiMaggio, Jason Miller als toneelschrijver Arthur Miller en Viveca Lindfors als haar acteercoach Natasha Lytess.

ABC van 10 februari 1935, nummer 3 en met op de cover Kent Taylor.

Kent Taylor, geboren als Kent Taylor op 11 mei 1907 in Nashua, Iowa, groeide op in een boerengezin en werkte na de middelbare school in verschillende baantjes voordat hij rond 1930 naar Californië trok met de droom om acteur te worden.

Hij veranderde zijn naam in Kent Taylor, een naam die beter paste bij zijn filmambities.

Zijn eerste rollen waren klein, maar zijn atletische bouw en knappe verschijning hielpen hem op te vallen.

Taylor werd echter nooit een echte Hollywoodster, maar bouwde een solide reputatie op als betrouwbare acteur in B-films, met rollen in westerns, misdaadfilms, melodrama’s en horrorfilms.

Bekende titels uit die periode zijn onder andere I’m No Angel (1933) met Mae West, Death Takes a Holiday (1934) en Ramona (1936). Hij werd soms de “King of the B’s” genoemd.

Vanaf de jaren 50 verlegde Taylor zijn focus naar televisie, met gastrollen in vele series en hoofdrollen in onder andere Boston Blackie (1951-1953), The Rough Riders (1958-1959) en Tightrope! (1959-1960).

Hij bleef tot in de jaren 70 acteren, vaak in low-budget films.

Taylor was driemaal getrouwd, eerst met Alice Dahlgren (1933-1935), daarna met modeontwerpster Augusta(‘Gussie’) Bender (1938-1955), met wie hij dochter Victoria kreeg.

Zijn laatste huwelijk was met Patricia Bergin vanaf 1956.

Naast acteren was Taylor een fervent golfer en tennisser en diende hij in de Army Air Force tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hij overleed op 11 april 1987 in Woodland Hills, Californië, aan een hartaanval.

40 jaar geleden, thuis bij de nieuwe Dallas-ster Deborah Shelton.

Deborah Shelton, geboren op 21 november 1948 in Washington D.C., is een Amerikaanse actrice en voormalig schoonheidskoningin, die bij het grote publiek vooral bekendheid geniet als Mandy Winger uit de iconische soapserie Dallas.

Haar jeugd bracht ze door in Norfolk, Virginia en ze omschrijft zichzelf als een “echte losbol” die vroeger niets liever deed dan voetballen.

In 1970 begon haar opmerkelijke reis naar de schijnwerpers, want nadat de oorspronkelijke winnares, Betsy Ulrich, haar titel als Miss Virginia USA opgaf vanwege haar huwelijk, werd Shelton gekroond tot de nieuwe Miss Virginia USA.

Dit succes opende de deur naar de nationale Miss USA verkiezingen in Miami, waar ze prompt de felbegeerde titel in de wacht sleepte.

Alsof dat nog niet genoeg was, behaalde ze ook nog eens de eervolle tweede plaats in de Miss Universe verkiezing, eveneens in Miami, vlak achter de Puerto Ricaanse schone Marisol Malaret.

Een indrukwekkende prestatie, te meer omdat haar voorgangster als Miss USA, Wendy Dascomb, óók uit Virginia kwam. Hiermee won de staat voor het eerst twee jaar op rij de nationale titel, een unicum in de geschiedenis van de missverkiezingen.

Na haar triomfen in de missverkiezingen richtte Shelton haar pijlen op Hollywood en dit met een gedurfde fotoshoot voor het magazine Playboy in maart 1974.

Daarmee zorgde ze voor de nodige publiciteit, en al snel bemachtigde ze gastrollen in populaire televisieseries als Fantasy Island, The A-Team, T.J. Hooker, Riptide en The Love Boat.

In 1984 speelde ze een rol in de thriller Body Double, geregisseerd door Brian De Palma. Ze noemt haar rol in de serie The Yellow Rose als de rol die uiteindelijk de deuren opende naar grotere projecten.

Haar grote doorbraak kwam echter met de rol van Mandy Winger, de verleidelijke minnares van J.R. Ewing, in de wereldberoemde soapserie Dallas.

Van 1984 tot 1987 vertolkte ze de rol met verve, en Mandy groeide uit tot een geliefd personage onder de miljoenen kijkers.

De chemie tussen Shelton en Larry Hagman, die J.R. speelde, spatte van het scherm en gaf een extra dimensie aan de complexe intriges binnen de Ewing-familie.

In 2013 maakte ze een gedenkwaardige comeback als Mandy voor de begrafenis van J.R. in de vernieuwde Dallas-serie.

Ook na haar Dallas-avontuur bleef Shelton acteren, zo was ze te zien in films als Blind Vision (1992) en Plughead Rewired: Circuit Man II (1994).

In 1971, kort na het doorgeven van haar Miss USA-titel, trouwde ze met Vici Castro, een Cubaanse vluchteling.

Ze kregen samen een zoon, Christopher, maar het huwelijk strandde binnen vijf jaar.

In 1977 stapte ze in het huwelijksbootje met de Joods-Israëlische muziekproducent Shuki Levy, bekend van het duo Shuki & Aviva en de muziek voor talloze tekenfilmseries.

Samen kregen ze een dochter, Tamara.

Shelton schreef ook enkel nummers met haar man, zoals het nummer “Magdelena”, die verscheen op een album van Demis Roussos en “Sad” voor Andy Williams.

Het huwelijk eindigde ook met Levi, maar ze bleven wel vrienden.

Na een verloving met componist en muziekproducer Ron Carpenter bleef ze ongehuwd.

Vandaag, op haar zesenzeventigste, geniet ze van haar pensioen.

Vandaag 60 jaar geleden, komt de Amerikaanse actrice Gertrude Michael te overlijden.(31 december 1964).

Gertrude Michael begon haar carrière als zangeres op de radio en maakte haar toneeldebuut in 1929 in Cincinnati.

Ze verscheen op Broadway in het stuk “Caught Wet” in 1931.

Haar filmdebuut maakte ze in 1932 in de film “Wayward”.

Enkele van haar gedenkwaardigste rollen zijn:

Rita Ross in “Murder at the Vanities” (1934), waarin ze het lied “Sweet Marijuana” zong.

Alicia Hatton in de Mae West-komedie “I’m No Angel” (1933).

Verschillende optredens op televisie, waaronder 11 keer in “Fireside Theater” van 1950 tot 1955.

Gertrude Michael was nooit getrouwd.

Ze had wel een affaire met schrijver Paul Cain, die haar als inspiratie gebruikte voor een personage in zijn roman “Fast One”.

Gertrude Michael overleed op 31 december 1964 op 53-jarige leeftijd in haar huis in Hollywood.

Gisteren nog vandaag

De Franse actrice Bernadette Lafont (foto januari 1960)

Bernadette Lafont, geboren op 28 oktober 1938 in Nîmes als dochter van apotheker Charles Lafont en Jeanne-Julia Monnier.

Ze studeerde aanvankelijk dans aan de 28 oktober 1938 met de droom om balletdanseres te worden.

Haar acteercarrière begon in 1957 toen ze werd ontdekt door François Truffaut, die toen getrouwd was met haar jeugdvriendin Madeleine Morgenstern, en hij gaf haar een rol in de korte film Les Mistons.

Dit betekende haar doorbraak en lanceerde haar in de wereld van de Franse New Wave cinema, waar ze al snel een muze werd voor filmmakers als Truffaut, Claude Chabrol, en Louis Malle.

Ze speelde in films als Le Beau Serge, Les Bonnes Femmes, en Une Belle Fille Comme Moi.

Haar carrière omspande meer dan 120 film- en televisierollen, waarbij ze samenwerkte met een breed scala aan regisseurs en zich continu bleef ontwikkelen als actrice, ook in het theater.

In 1986 won ze een César Award voor Beste Vrouwelijke Bijrol voor haar rol in L’Effrontée en in 2003 ontving ze een ere-César voor haar indrukwekkende oeuvre. Internationaal werd ze erkend voor onder andere haar rol in de controversiële, maar invloedrijke film La Maman et la Putain.

Lafont stond bekend om haar veelzijdigheid, humor, en uitstraling, en kon zowel komische als dramatische rollen met overtuiging neerzetten.

Ze trouwde eerst met acteur Gérard Blain, met wie ze een zoon kreeg die jong overleed.

Later trouwde ze met de Hongaarse beeldhouwer Diourka Medveczky, met wie ze drie kinderen kreeg: Élisabeth, David, en Pauline, die allen ook in de acteerwereld stapten.

Haar dochter Pauline overleed tragisch in 1988 tijdens een bergwandeling, een gebeurtenis die Bernadette natuurlijk diep raakte.

Ze scheidde later van Medveczky.

Naast haar acteerwerk stond ze bekend als een icoon van de Franse cinema en een symbool van vrouwelijke vrijheid en onafhankelijkheid.

Ze had een sterke persoonlijkheid met een uitgesproken gevoel voor humor, vaak omschreven als “ondeugend” en “vrijgevochten”.

In 1997 publiceerde ze haar autobiografie, “Le Roman de ma Vie,” en ze was een fervent fan van stierenvechten.

Op 14 juli 2009 werd ze geridderd tot Officier in het Franse Legioen van Eer.

Bernadette Lafont overleed op 25 juli 2013 in Nîmes op 74-jarige leeftijd aan een hartstilstand en werd begraven in Saint-André-de-Valborgne, naast haar dochter Pauline.

Deze week, 90 jaar geleden, de Franse film Sapho te zien in de Vlaamse bioscoop.

Sapho uit 1934 werd geregisseerd door Léonce Perret en de hoofdrollen werden gespeeld door Mary Marquet als Fanny Legrand (Sapho), Jean-Max als Jean Gaussin en Marcelle Praince als Divonne.

Het verhaal is gebaseerd op de roman Sapho van Alphonse Daudet uit 1884 en gaat over Fanny Legrand, een courtisane die bekend staat onder de naam Sapho.

Ze wordt verliefd op de jonge Jean Gaussin, maar hun relatie wordt geteisterd door Sapho’s verleden en de sociale conventies van die tijd.

Uiteindelijk offert Sapho haar eigen geluk op om Jean een kans te geven op een betere toekomst.

Sommige critici prezen het acteerwerk van Mary Marquet, anderen vonden de film te melodramatisch en gedateerd.

Het verhaal van Sapho is meerdere keren verfilmd en dit zowel in Frankrijk als in de Verenigde Staten.

De bekendste versie is wellicht de Amerikaanse stomme film uit 1917 met Pauline Frederick in de hoofdrol (De Stad 25 januari 1935, diverse bronnen en Wikipedia)

De actrice Gaby Morlay (foto januari 1935).

Gaby Morlay werd geboren als Blanche Pauline Fumoleau op 8 juni 1893 in Angers, Maine-et-Loire, Frankrijk.

Haar vader was Adolphe Jean Fumoleau, een zeeman en handelaar, en haar moeder was Marie Pauline Boursereau.

Ze bracht haar jeugdjaren door in Angers en later in Parijs.

Haar ouders overleden toen ze nog jong was; haar moeder in 1903, haar vader in 1907.

Ze had twee zussen, Léonie en Georgette.

Na de dood van haar ouders verhuisde ze naar Parijs en volgde ze zang- en acteerlessen.

Ze begon haar carrière als danseres en trad op in revues in Parijs en ze werd ontdekt door een filmregisseur die haar zag optreden en haar een rol aanbood in een stomme film.

Ze debuteerde in 1914 in de stomme film Les Frères ennemis.

Ze speelde in meer dan 20 stomme films in de jaren 1910.

Ze maakte met succes de overstap naar geluidsfilms in de jaren 1930 en werd een van de populairste Franse actrices van die tijd.

Haar grootste successen waren onder meer:

Le Scandale (1934)

Les Perles de la Couronne (1937)

Entente cordiale (1939)

Le Voile bleu (1942)

Gigi (1949)

Le Plaisir (1952)

Papa, maman, la bonne et moi… (1954)

Naast haar filmcarrière was ze ook een succesvolle theateractrice.

Ze was twee keer getrouwd:

Eerste huwelijk: met acteur Max Maxudian van 1917 tot 1927 (scheiding).

Ze kregen samen een zoon, Claude.

Tweede huwelijk: met graaf Max de Zogheb in 1939, maar dit huwelijk was naar verluidt een verstandshuwelijk om politieke redenen en ze scheidden kort daarna, maar het huwelijk werd pas in 1949 ontbonden.

Ze stond bekend om haar elegante verschijning, charme en komisch talent.

Ze werd beschouwd als een van de grootste Franse actrices van haar generatie.

Ze was een icoon van de Franse cinema in de jaren 1930 en 1940.

Ze was bevriend met vele beroemdheden, waaronder Sacha Guitry, die verschillende films speciaal voor haar schreef.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderhield ze een lange relatie met een Duitsgezinde minister van de Vichy-regering, wat haar na de oorlog in opspraak bracht, maar haar carrière niet schaadde.

Gaby Morlay overleed door kanker op 4 juli 1964 in Nice, Frankrijk, op 71-jarige leeftijd.