Vandaag 120 jaar geleden, twee monumentale vrouwenbeelden, allegorieën op de Scheepvaart en de Arbeid, van de hand van Domien Van den Bossche, worden op de Verloren Broodbrug geplaatst.

“St.-Pieterbrugsken” of “’t Verlorenkost” was een allereerste benaming dd. 1429 voor een houten oeververbinding tussen de wijken Ekkergem en St.-Pieters.

’t Verlorenkoststraatje was toen nog gekend als “Strekels-aerde ten Spriete” en later “Verkensstraetje”.

De omgeving stond eeuwenlang bekend voor lastbreek- of losplaats, bleekweiden, kalk- en wijnlospaats en scheepstimmerwerf in gebruik.

Door haar ligging kreeg ze ook wel eens de naam “Leiebrugge buiten Cuupe” mee.

Een eerste smalle draaibrug geconstrueerd in 1754 verscheen na het graven van de Coupure.

Vandaag 120 jaar geleden, twee monumentale vrouwenbeelden, allegorieën op de Scheepvaart en de Arbeid, van de hand van Domien Van den Bossche, worden op de Verloren Broodbrug geplaatst.

In 1811, 1836 en in 1856 kwam er telkens een nieuwe brug te liggen.

Op 17 mei 1857 mochten bij de inhuldiging van de nieuwe brug voor de eerste maal ook rijtuigen over de brug.

De brug was amper 4m breed.

Een laatste draaibrug zal in 1873 geplaatst worden.

De grootste verandering kwam er na verbreding van de Verloren Broodstraat van 4m naar 12m waardoor een nieuwe brug noodzakelijk bleek.

Er werd op 4 juli 1898 aanvang genomen met de werken van een monumentale brug.

Op 30 september 1899 is de brug aan een gewicht van 18.000 kg blootgesteld waarna ze tot dienst van de gemeenschap behoorde.

Twee bronzen beelden de scheepvaart en de arbeid voorstellend sierden de brug vanaf 17 oktober 1901.

Vandaag 120 jaar geleden, twee monumentale vrouwenbeelden, allegorieën op de Scheepvaart en de Arbeid, van de hand van Domien Van den Bossche, worden op de Verloren Broodbrug geplaatst.

Sierlijke gaslantaarns fleurden de brug nog meer op.

Echter, tijdens WO I zijn de beelden tot oorlogsmateriaal versmolten.

Vandaag 120 jaar geleden, twee monumentale vrouwenbeelden, allegorieën op de Scheepvaart en de Arbeid, van de hand van Domien Van den Bossche, worden op de Verloren Broodbrug geplaatst.

Het begin van WO II betekende het einde van de brug.

Mei 1940 werd de brug opgeblazen bij de inval van de Duitsers.

Vandaag 120 jaar geleden, twee monumentale vrouwenbeelden, allegorieën op de Scheepvaart en de Arbeid, van de hand van Domien Van den Bossche, worden op de Verloren Broodbrug geplaatst.

De brug die wij nu kennen als de Verlorenkostbrug heeft verscheidene jaren van opbouw gekend.

Tijdens de oorlogsjaren werd op 29 juli 1941 gestart met de werken voor een nieuwe brug.

Ondertussen voorzag een noodbrug van 28m lang en 2.30m breed voor een vlotte oversteek van het Leiewater.

Eén der strengste winters van de eeuw (10.01.1942 tot 14.03.1942) dwarsboomde tijdelijk de plannen.

Pas op 26 maart 1942 mocht er verkeer over de brug.

Het zou nog tot na de oorlog duren vooraleer het nodige materiaal ter beschikking werd gesteld de brug af te werken. (Diverse bronnen, Geert Vandamme, foto 1 (Heidi Rogier), foto 2 voor 1898 (foto van http://www.Sint Pietersdorp.be en Ghendtsche Tydinghen 1980, Gent’s vroegste geschiedenis – Maurits Gysseling, Albert Sugg en de Belle Epoque in Gent, Beschryving der Stad Gend – JJ Steyaert en de Blog De Kuio, Gent)

Vandaag 120 jaar geleden, twee monumentale vrouwenbeelden, allegorieën op de Scheepvaart en de Arbeid, van de hand van Domien Van den Bossche, worden op de Verloren Broodbrug geplaatst.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Becket, of de eer Gods in het Ntg (15 oktober 1966)

De regie was in handen van Kris Betz en de toneelmeester was Bert Van Leemput.

Regie-assistent: Jo Decaluwe.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Becket, of de eer Gods in het Ntg (15 oktober 1966)

Met onder meer Jef Demedts, Werner Kopers, Jan Gheysens, Theo Op De Beeck, Edgard De Pont, Marc Leemans, Albert Hanssens, Roger De Bolder, Jo Delveaux, Jaak Vissenaken, Grete Verniers, Hugo Van Den Berghe, Suzanne Juchtmans, Eddy Asselbergs, Jo De Meyere, Blanka Heirman, Jan Moonen, Eric Raes, Cyriel Van Gent, Roger De Wilde, Lieven Decaluwe, Jacky Lammens en Dirk Neyrinck.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Becket, of de eer Gods in het Ntg (15 oktober 1966)

Vanavond, Fakkeltheater viert 65ste verjaardag met portrettenexpo van de kunstenaar Jan Scheirs.

Voor de expo ging het Fakkeltheater een samenwerking aan met kunstenaar Jan Scheirs.

Die maakte een reeks olieverfschilderijen en aquarellen.

De portretten zijn van pioniers van het Fakkeltheater zoals stichter Walter Groener en acteurs zoals Johny Voners, Marilou Mermans, Herbert Flack en Jenny Tanghe.“Stuk voor stuk zijn het mensen die veel betekend hebben voor de totstandkoming van het Fakkeltheater of die nu nog helpen om het theater levendig te houden”, zegt directeur Sam Verhoeven.

Op 5 oktober huldigen we de werken in, in het bijzijn van alle nog levende geportretteerden.

In 1999 maakte Jan Scheirs een portret van mij en dit voor de tentoonstelling over de Hotsy Totsy in de Galerij Alcantara in Gent

Scheirs werd op 11 oktober 1973 geboren in Sint-Martens-Latem en volgde een toneelopleiding van Dora van der Groen aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.

Hij werd hierin gesteund door zijn oom, de acteur Eric van Herreweghe, die Scheirs als zijn grote voorbeeld zag.

In eerste instantie wilde hij zelf ook acteur worden en in de voetsporen van zijn oom treden, maar haalde de selectie niet.

In 1995 maakte Scheirs in Florence een aantal schetsen die het begin vormden van zijn carrière als beeldend kunstenaar, maar zelfs als kunstenaar bleef hij nauw betrokken met het theaterleven.

Hij werd regelmatig uitgenodigd door mensen die hij had leren kennen in de theaterwereld om voorstellingen of repetities te komen schetsen.

Naast theateroptredens is Scheirs ook sinds 1996 elk jaar actief op Pride in Antwerpen als kunstenaar.

In 2010 kreeg Jan Scheirs de opdracht om een muurschildering te maken aan de Bonapartedok in Antwerpen.

Dit kunstwerk, getiteld Mural, is een van zijn meest bekende werken.

Scheirs heeft solo-tentoonstellingen gehad in onder meer Gent, het ZSenne art lab in Brussel, het Justitiepaleis in Antwerpen en Galerie Garten114 in Berlijn.

Patrick De Graeve (Jan Scheirs 1999)
Jan Scheirs (Hotsy Totsy 11 december 1999)

35 jaar geleden, te gast bij de Gentse slager Benito

Ik denk nog met weemoed terug aan zijn Provençaalse Pate, wat was die lekker.

Benito Plasschaert was een wereldberoemde en geprezen slager-charcutier, die een winkel had in de Bennesteeg in Gent.

Benito Plasschaert woon nu in Portugal waar hij geniet van zijn pensioen. (Diverse bronnen en Story 16 september 1986)

35 jaar geleden, te gast bij de Gentse slager Benito (Story 16 september 1986)

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Koning Oedipus in het Ntg (17 september 1966)

Met Jef Demedts, Diane De Ghouy, Jo Delvaux, Robert Maes, Jaak Vissenaken, Cyriel Van Gent, Werner Kopers, Hugo Van Den Berghe en Eddy Asselbergs.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Koning Oedipus in het Ntg (17 september 1966)

Koor: Roger Bolders, Berten De Bels, Jo Decaluwe, Jo De Meyere, Jan Gheysens, Eric Raes.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Koning Oedipus in het Ntg (17 september 1966)

Thebaanse vrouwen: Chris Boni, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden en Greta Verniers.

Figuratie: onder meer met Marcel De Buck, Oswald Kielemoes, Gaby Meul en Walter Vos.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Koning Oedipus in het Ntg (17 september 1966)

Toneelmeester: Bert Van Leemput en Regie-assistent Hugo Van Den Berghe.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Koning Oedipus in het Ntg (17 september 1966)

35 jaar geleden, te gast bij Gentenaar Jan Briers, de maestro van het Festival van Vlaanderen.

35 jaar geleden, te gast bij Gentenaar Jan Briers, de maestro van het Festival van Vlaanderen.
35 jaar geleden, te gast bij Gentenaar Jan Briers, de maestro van het Festival van Vlaanderen.
35 jaar geleden, te gast bij Gentenaar Jan Briers, de maestro van het Festival van Vlaanderen.
35 jaar geleden, te gast bij Gentenaar Jan Briers, de maestro van het Festival van Vlaanderen.

20 jaar geleden, producer Green Velvet (echte naam Curtis Jones)te gast in Gent voor de opname van La La Land.

Producer Green Velvet (echte naam Curtis Jones)te gast in Gent voor de opname van La La Land.
Producer Green Velvet (echte naam Curtis Jones)te gast in Gent voor de opname van La La Land.
Producer Green Velvet (echte naam Curtis Jones)te gast in Gent voor de opname van La La Land.
20 jaar geleden, producer Green Velvet (echte naam Curtis Jones)te gast in Gent voor de opname van La La Land.

50 jaar geleden, de Vlaamse dichter Wies Moens wacht in Nederland geduldig op zijn eerherstel (De Post 18 juli 1971)

Wies Moens, geboren op 28 januari 1898 te Sint-Gillis-Dendermonde, volgt Latijn-Griekse humaniora aan het Heilig Maagdcollege te Dendermonde.

Hij wordt er op 13-jarige leeftijd lid van de studenten-bond Jong maar moedig, gesticht door Lodewijk Dosfel en aangesloten bij het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS).

Omdat zijn geestelijke mentor Lodewijk Dosfel aanvaard heeft om professor te worden aan de door de Duitsers vernederlandste universiteit van Gent, zet Wies Moens de stap om er zich in te schrijven in de faculteit Wijsbegeerte en letteren, Germaanse filologie.

Tegelijk zet hij zich in voor de culturele en politieke ontplooiing van zijn volk.

Dit wordt hem na de oorlog zwaar aangerekend

Hij wordt aangehouden op 13 december 1918 en op 8 december 1920 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en een zware geldboete.

De Vereniging van Vlaamse letterkundigen verzocht om zijn vrijlating, en Vlaamse intellectuelen stuurden een petitie rond.

Op 5 maart 1921 wordt hij in voorwaarde-lijke vrijheid gesteld en vijf dagen later begint hij te Leopoldsburg zijn legerdienst.

Hij huwt in 1922 met Margaretha Tas.

Datzelfde jaar wordt hij secretaris van het Vlaamse Volkstoneel, een functie die hij drie jaar blijft uitoefenen.

Lang genoeg om ervoor te zorgen dat het toneel in Vlaanderen een modern Europees peil bereikt.

Zijn expressionistische gedichten verschenen in het tijdschrift Ruimte, waarin ook Paul van Ostaijen publiceerde.

In zijn vroege werken koesterde Moens de verwachting van een betere samenleving, die zou steunen op internationale solidariteit, pacifisme, religieuze waarden en sociale gelijkheid.

Opvallend is dat zijn lyriek hier nooit bitterheid toont. Zo is het hoofdthema van De Boodschap (1920) zijn liefdevol vertrouwen in God en de mensen.

Met Van Ostaijen had hij kennisgemaakt dankzij de tijdschriften Aula en De Goedendag.

In 1931 sticht Wies Moens samen met Joris Van Severen en Emiel Thiers het Verbond van Dietse Nationaal Solidaristen (Verdinaso).

Hij heeft een belangrijk aandeel in de redactie van het politiek programma van de beweging.

Maar als Van Severen in 1934 de strikt Nederlandse gedachte verlaat en de Walen en Luxemburgers de kans wil geven binnen de Dietse staat te leven, neemt Moens ontslag.

Van dan af blijft zijn politieke activiteit beperkt tot schrijven en redevoeringen houden.

Via zijn tijdschrift Dietbrand (1933 – 1939) werpt hij zich op als een belangrijk theoreticus van het nationalisme in de Nederlanden en vriend en tegenstander erkennen in hem een schitterend redenaar.

Vanaf april 1941 leidt hij de gesproken uitzendingen van de Vlaamse Omroep en vanaf januari 1942 wordt hij directeur van Zender Brussel.

Hij neemt ontslag in 1944 omdat de druk van de Duitsers te groot is : hij weigert immers propaganda te maken voor de Hitlerjugend Flandern en verzet zich eveneens tegen de anti-joodse excessen.

Het mag niet baten, want op 17 mei 1947 wordt hij bij verstek ter dood veroordeeld.

Hij leeft dan ondergedoken en slaagt erin, met hulp van vrienden, naar Nederland te vluchten.

Hij wordt er medewerker van een uitgeverij, leraar aan het college van de karmelieten te Geleen (Nederlands-Limburg) en stichter-directeur van de Volksuniversiteit Carmel.

Bijna heel die tijd woont hij met zijn vrouw Grietje in Neerbeek.

In 1968 overlijdt zijn vrouw en van dan af leeft hij in toenemende eenzaamheid.

Hij bleef tot zeer hoge leeftijd poëzie schrijven.

Hij sterft op 5 februari 1982 te Neerbeek.

Hij ligt begraven op het kerkhof van Neerbeek onder een grafsteen, geïnspireerd op het Heldenhuldezerkje ontworpen door Joe English, die moet herinneren aan de Eerste Wereldoorlog.

Zijn twee bekende peetkinderen zijn Vlaams Belangpolitica Marijke Dillen en de Dendermondse Margareta Vander Cruyssen (familie en genoemd naar zijn echtgenote).

Sinds 27 juli 1983 bestaat het Vormingsinstituut Wies Moens, gericht op studie en vorming in het algemeen, en op het bevorderen van de studie van Moens en zijn werken in het bijzonder.(Diverse bronnen, Vormingsinstituut Wies Moens en Wikipedia)

50 jaar geleden, de Vlaamse dichter Wies Moens wacht in Nederland geduldig op zijn eerherstel (De Post 18 juli 1971)
50 jaar geleden, de Vlaamse dichter Wies Moens wacht in Nederland geduldig op zijn eerherstel (De Post 18 juli 1971)
50 jaar geleden, de Vlaamse dichter Wies Moens wacht in Nederland geduldig op zijn eerherstel (De Post 18 juli 1971)
50 jaar geleden, de Vlaamse dichter Wies Moens wacht in Nederland geduldig op zijn eerherstel (De Post 18 juli 1971)

Vandaag 32 jaar geleden, op een veiling bij Sotheby’s in Londen haalt het schilderij van Gentenaar Gustaaf De Smet, De blauwe Canpé de recordprijs van 550000 pond

Gustaaf De Smet werd geboren als zoon van de huisschilder-decorateur en fotograaf Jules De Smet.

Gustave had een 4 jaar jongere broer, de impressionistische Léon De Smet.

Beiden volgden de Gentse Academie.

Terwijl Gustave eerder onregelmatig volgde, was Léon een schitterend student.

De Smet trouwde in 1898 met Gusta Van Hoorebeke en bleef in Gent wonen.

Eerst in 1908 volgde hij zijn broer Léon naar Sint-Martens-Latem.

Daar ging hun aandacht eerder uit naar het impressionistische luminisme van Emile Claus, die in het nabijgelegen Astene verbleef, in zijn villa Zonneschijn.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, week Gustave met zijn gezin en zijn vriend Frits Van den Berghe uit naar Nederland.

Van 1914 tot 1922 verbleven zij te Amsterdam, te Hilversum, te Laren en te Blaricum.

In Nederland leerde hij zowel het Duitse als het Hollandse expressionisme kennen, waarbij de Franse schilder Henri Le Fauconnier een voortrekkersrol speelde.

Dit betekende het grote keerpunt in zijn kunst.

Zijn enig kind, Firmin De Smet, overleed in 1918 toen hij twintig was, tijdens een spoorwegongeluk in het Nederlandse Weesp.

In 1922 keerde hij naar België terug, om samen met Frits Van den Berghe bij Permeke in te trekken, te Oostende.

Toen had hij toch al de Sélection-beweging op gang gebracht, met de Brusselse kunstkenners André de Ridder en Paul-Gustave van Hecke.

Na enige maanden trok hij weer naar zijn Leiestreek en in 1923 ging hij in Bachte-Maria-Leerne wonen en daarna in Afsnee, om zich ten slotte in 1927 in Deurle te vestigen.

In 1923 verscheen in de reeks Junge Kunst, een uitgave van Klinkhardt & Biermann in Leipzig, als Band 38 de eerste monografie van Gust De Smet met een dertigtal afbeeldingen.

Desmets expressionisme, met de eigen kubistische inslag, had op dat moment een hoogtepunt bereikt, met zijn circus- en kermistaferelen, zijn accordeonspelers en zijn evocaties van dorp en huis, doordrenkt van zijn specifiek coloriet.

Op dat ogenblik stond zijn expressieve kracht mijlenver van de visie van zijn broer Léon.

De Smet overleed op 66-jarige leeftijd te Deurle aan tuberculose.

In reactie op De Smets dood zei Permeke: “Hij was nooit klein.”

De Smets woonhuis wordt bewaard als lokaal museum, het Museum Gust De Smet, dat een duidelijk beeld geeft van de leefomgeving en het atelier.

Om de tand des tijds een beetje bij te vijlen heeft de gemeente gekozen om het museum te restaureren onder leiding van architect Maarten Dobbelaere.

De restauratie heeft plaatsgevonden in 2015-2016 en het museum is opnieuw geopend op 15 oktober 2016.

Het gebouw heeft opnieuw de uitstraling van weleer.

Je stapt als het ware binnen in het leven van Gust en Gusta De Smet. (diverse bronnen, Wikipedia en Foto 4 en 5 zijn oud huis , nu een museum)