Vandaag 45 jaar geleden overleed liedjesleverancier Jud Strunk: het verhaal achter Conny Vandenbos en ‘Ome Arie’

Conny Vandenbos, geboren in Den Haag als Jacoba Adriana Hollestelle, groeide uit tot een van de meest geliefde en herkenbare stemmen van de Nederlandse lichte muziek en het chanson.

Ze kwam uit een muzikaal gezin en begon al op jonge leeftijd met zingen.

Haar artiestennaam Vandenbos ontleende ze aan haar eerste echtgenoot, Wim van den Bos; hoewel dat huwelijk na enkele jaren strandde, bleef ze die naam haar hele loopbaan trouw, aaneengeschreven als één geheel.

Haar landelijke doorbraak volgde in het begin van de jaren zestig, onder meer door haar deelname aan het Knokke-festival in 1964 en haar optreden namens Nederland op het Eurovisiesongfestival in 1965 met het ingetogen ’t Is genoeg’.

In de jaren zeventig beleefde ze het absolute hoogtepunt van haar populariteit. Met haar warme stemgeluid, feilloze dictie en het talent om een verhaal echt voelbaar te maken, scoorde ze grote klassiekers zoals ‘Ik ben gelukkig zonder jou’, ‘Een roosje, m’n roosje’ en ‘Sjakie van de hoek’.

Ze wist als geen ander het evenwicht te bewaren tussen luisterliedjes met diepgang en toegankelijke, verhalende popmuziek.

Naast haar zangcarrière was ze bovendien een gewaardeerde radiopresentatrice voor onder meer de KRO en Radio Noordzee Internationaal, waar ze met veel liefde het Nederlandstalige luisterlied en collega-artiesten onder de aandacht bracht.

Midden in die succesvolle jaren zeventig, in 1976, verscheen de single ‘Ome Arie’.

Het lied is een liefdevol en nostalgisch portret van een voormalige kermisatleet, Mister Martokari, ooit de sterkste man ter wereld. Zonder enige kapsones of bombarie woont hij nu in de buurt, waar zijn stoep een toevluchtsoord is voor alle kinderen uit de wijk.

Voor hen vertoont de ouder wordende acrobaat nog altijd zijn spierkracht door staven ijzer met blote handen te buigen, terwijl er limonade en een trommel snoep klaarstaan.

Wanneer een kind in de penarie zit, verdwijnen de zorgen bij hem als sneeuw voor de zon, waardoor de geuzennaam Ome Arie veel meer warmte en respect draagt dan een formeel meneer.

Het nummer roept op een vertederende manier de sfeer op van vroeger, toen zo’n goedhartige buurman het verschil maakte.

Met het kinderkoor van de Plesman-school uit Badhoevedorp op de achtergrond en een zwierig arrangement wist Conny Vandenbos deze vertederende kinderheld perfect tot leven te wekken.

‘Ome Arie’ is een bewerking van een Amerikaans origineel, getiteld ‘Jacob Brown’, geschreven en opgenomen door singer-songwriter Jud Strunk voor diens album Daisy a Day uit 1973.

Strunk was in de Verenigde Staten niet alleen actief als muzikant, maar genoot tevens bekendheid als humorist en verhalenverteller in het populaire televisieprogramma Rowan & Martin’s Laugh-In, waar zijn scherpe en rake karakteriseringen van markante dorpsfiguren een vaste plek kregen.

Het was niet de eerste keer dat Conny Vandenbos succes oogstte met zijn repertoire; ook haar hits ‘Een roosje m’n roosje’ en ‘Sjakie van de hoek’ vonden hun oorsprong in het werk van Strunk.

Het tragische lot van de Amerikaanse singer-songwriter werpt een melancholische schaduw over dit repertoire.

Op 5 oktober 1981 kwam Jud Strunk op 45-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.

Als fervent skiliefhebber en gediplomeerd piloot steeg hij die bewuste dag met zijn vintage, open-cockpit gevechtsvliegtuigje, een Fairchild PT-19, op vanaf een vliegveld in Carrabassett Valley in de staat Maine.

Vermoedelijk kreeg hij direct na de start een zware hartaanval, waarna het toestel neerstortte in de omliggende bossen; noch Strunk noch zijn passagier overleefde de crash.

De Nederlandse tekst voor ‘Ome Arie’ werd geschreven door Herman Pieter de Boer, terwijl Pieter Natte tekende voor het arrangement en Eric Boom de productie verzorgde.

Op de B-kant van het singletje prijkte het nummer ‘Moeder en Dochter’.

Het nummer opende in 1976 haar succesvolle studioalbum ‘Zo wil ik leven’, dat doordrong tot de top tien van de Nederlandse LP Top 50.

Aan het album werkten tal van gerenommeerde vakmensen mee.

Zo zijn als backing vocals Gerard Stellaard en Titia Dekker te horen, waarbij Stellaard bovendien tekende voor de arrangementen van de nummers ‘Ik Blijf Je Vrouw’ en ‘Toch Dichtbij’.

Ook arrangeur Dick Bakker verleende zijn muzikale medewerking aan het album.

In datzelfde jaar ontving Conny Vandenbos een Gouden Harp voor haar gehele oeuvre en verdiensten voor de Nederlandse muziek, gevolgd door een Edison voor het album ‘Zo wil ik leven’.

Ook als single deed het lied het bijzonder goed in het najaar van 1976. ‘Ome Arie’ kwam op 18 september 1976 binnen in de Nederlandse Top 40, verbleef er zeven weken en bereikte de elfde plaats, terwijl het in de Nationale Hitparade klom naar positie 16.

In Vlaanderen wist de single eveneens de hitlijsten te halen en bereikte het nummer de achtentwintigste plaats in de BRT Top 30.

Op 7 april 2002 overleed Conny Vandenbos op 65-jarige leeftijd in Amsterdam aan de gevolgen van longkanker, kort nadat de ziekte bij haar was vastgesteld.

Haar muzikale nalatenschap bleef echter springlevend, net als de herinnering aan de muzikale familie waaruit ze stamde.

Haar broer Peter Hollestelle bouwde immers eveneens een mooie carrière op in de muziekwereld.

Hij zong in diverse beat- en popformaties, werkte veelvuldig als sessiezanger en vormde eind jaren zeventig samen met Jody Pijper het duo Cashmere.

Met hun single ‘Love’s What You Want’, een bewerking van Leo Sayers’ nummer ‘Easy to Love’, scoorden zij in 1979 een grote hit.

Zo lieten broer en zus ieder op hun eigen manier een blijvende herinnering achter in het collectieve muziekgeheugen.

Hans de Booy, onderweg naar huis.

De Booij studeerde kleinkunst in Antwerpen en werd daarna theatertechnicus voor onder andere Boudewijn de Groot.

In het begin van de jaren tachtig vormde hij met Alain Mazijn de cabaretgroep Circus Stupido.

Ze brachten een single uit (We gaan en Alles is al gezegd), geproduceerd door Bram Vermeulen. De groep Golden Delicious verzorgde de begeleiding.

Muziekuitgever Hans Kusters stelde hem in 1983 in staat zijn eerste album op te nemen. Dit album (Hans de Booij) was zowel in België als in Nederland een succes en leverde de hitsingles Een vrouw zoals jij, Annabel en Thuis ben op.

Voor deze successen moest De Booijs eigenzinnigheid wel een beetje worden bijgestuurd.

Zijn oorspronkelijke tekst van Thuis ben werd bijvoorbeeld door tekstschrijver Herman Pieter de Boer van zijn scherpe kantjes ontdaan en De Booijs grootste hit Annabel is geen eigen compositie maar een lichtvoetig popliedje van de hand van diezelfde De Boer en componist Boudewijn de Groot.

De Booijs eigen werk valt veel meer in de categorie grimmige chansons, zoals Jacques Brel en Ramses Shaffy die vertolkten.

In de tweede helft van de jaren tachtig legde hij zich steeds meer toe op die stijl en verder plaatsucces bleef uit. Wel trad De Booij in de loop der jaren regelmatig op in theaters, of in Antwerpse cafés.

Zo bracht hij de evergreen De lichtjes van de Schelde van Bobbejaan Schoepen uit 1952 weer onder de aandacht.

Maar waar hij ook optrad of welk liedje hij ook speelde: het publiek bleef maar schreeuwen om Annabel.

Hij moest ervan hyperventileren en bezocht een dokter. Niet alleen raakte Hans in paniek als-ie enkel al dácht aan z’n grote hit, hij gleed helemaal af.

De zanger werd dakloos, ging failliet en raakte verslaafd. ‘Aan Belgisch speciaalbier en wiet. Maar dan wel in grote hoeveelheden

Ook werd hij gearresteerd voor wildplassen, brak daarbij z’n sleutelbeen én gijzelde hij in 2006 een wapenhandelaar.

Hij schreef een boek uit waarin hij zijn persoonlijke levensfilosofie beschreef en waarbij hij onder meer pleitte voor de oprichting van een Ministerie van Liefde. De Booij ging maandenlang met een rugzak vol boeken door het land om zijn boeken deur aan deur te verkopen.

Uiteindelijk wist hij er meer dan 4000 te verkopen. De Booij, die inmiddels in het Belgische Oostende woonde, keerde in 2007 met een nieuwe band terug op de Nederlandse podia en zong liedjes van zijn album Emocratie dat in september was uitgekomen.

In interviews zegt hij teleurgesteld te zijn in de Nederlandse muziekcultuur, omdat de publieke radiozenders nauwelijks nog Nederlandstalig repertoire draaien.

In 2012 maakte De Booij een nummer getiteld Verkiezingen 12 september.

In april van 2012 trouwde De Booij in Thailand. De Booij heeft volgens eigen zeggen een vorm van autisme, die pas op latere leeftijd, in 2013, gediagnosticeerd werd.

Volgens De Booij biedt de diagnose hem rust. De Booij praktiseert het boeddhisme.

In 2014 verscheen de single Halleloejah! en een jaar later de single Niets = voor altijd in samenwerking met De kleinkunstRockband, waarmee hij in 2015 en 2016 op verschillende locaties in Nederland en Vlaanderen optrad.

Eind 2020 maakte hij zijn comeback als zanger met de single De knecht. In november 2020 kwam zijn nieuwe album uit, gepresenteerd in april 2021.

Eind november 2021 werd De Booij opgenomen op de intensive care van het Amsterdam UMC met COVID-19.

Hij had zijn manager toen al gevraagd bij een eventueel overlijden het nummer ‘Vlinderhart’ uit te brengen.

De Booij herstelde echter goed. In november 2022 was hij op tv in Secret Duets om te zingen met Samantha Steenwijk.

Op 14 februari 2023, Valentijnsdag, was De Booij te zien als deelnemer in het tv-programma First Dates.

Op 12 april 2023 verscheen het boek Het wordt niets zonder jou, een biografisch portret, geschreven door auteur Sander van Leeuwen.

Tegelijkertijd bracht hij de single Hoe had ik het anders moeten doen uit, een samenvatting van de in het boek opgetekende levenservaringen van de zanger.

Eind april 2023 bracht hij een nieuwe versie van zijn hit Annabel terug uit op single (Joepie 5 februari 1984).

Vandaag 90 jaar geleden, de geboorte van de Nederlandse zanger Ramses Shaffy.

“Laat Me” is een cover van het Franstalige nummer Ma dernière volonté (Vivre) (1977) van Serge Reggiani (Franse tekst van Sylvain Lebel en muziek van Alice Dona) met een Nederlandse tekst van Herman Pieter de Boer.
De Boer gaf aan zijn op het lijf van Shaffy geschreven lied een wezenlijk andere inhoud dan de Franse.
Waar Reggiani zingt over iemand die op zijn sterfbed ligt, in radeloze angst om te sterven, zingt Shaffy over zichzelf als iemand die midden in het leven staat, vol levensvreugde en zonder doodsangst.
De Franse tekst is een schreeuw om te blijven ‘leven’, als ‘laatste wens’.
De Nederlandse is een krachtige, hartstochtelijke zielenkreet van de zanger aan de omgeving om hem te ‘laten blijven wie ik ben’.
Bij ons was de single helaas niet meer dan een radiohit, want het nummer kwam niet verder dan de Tipparade.
In Nederland was de single goed voor een negende plaats in de Top 40
De single is afkomstig van de Lp Dag en Nacht uit 1978.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, te gast bij de Nederlands schrijver, liedjesschrijver en copywriter Herman Pieter de Boer.

Herman Pieter de Boer werd in 1928 geboren in Rotterdam.

Nadat hij de HBS had afgerond en zijn dienstplicht van drie jaar had vervuld, richtte hij in 1954 samen met Dimitri Frenkel Frank en Hans Ferrée een Amsterdams reclame- en ideeënbureau op.

Later ging De Boer onder meer schrijven voor weekblad De Tijd.

Hij publiceerde onder meer columns, verhalenbundels en gedichten en werkte mee aan cabaretprogramma’s.

De Boer was ook actief als muziekschrijver.

Zo schreef hij bijvoorbeeld, onder het pseudoniem Johnny Austerlitz, de tekst van het lied Oh Waterlooplein (1969).

Het origineel is een nummer van Jason Crest, dat daarna vertaald wordt in het Frans.

Onder de naam Johnny Austerlitz schrijft Herman Pieter de Boer de Nederlandse vertaling.

Midden jaren zeventig verschijnen er drie platen van Conny Vandenbos. De Boer schrijft teksten voor elke plaat.

In 1977 komt het debuut van André Hazes uit: Zo Wil Ik Leven.

De Boer schrijft vier liedteksten voor de Amsterdamse volkszanger.

Hij krijgt van producer Eric Boom een bandje en bladmuziek van het lied Ma Dernière Volonté.

Of hij daar iets moois van wil maken voor Ramses Shaffy.

Er is haast bij want ze zijn al aan het opnemen.

Een paar dagen later belt Shaffy in de holst van de nacht De Boer op en zegt met veel gestommel op de achtergrond dat hij toch een tekst zou willen hebben.

De volgende middag sluit De Boer zich op in een kamer, luistert nog eens naar het bandje en schrijft in twintig minuten de tekst van Laat Me.

Een van de bekendste liedjes van Ramses Shaffy.

Een ander bekende liedtekst van zijn hand is Visite en Maar Ja dat door Lenny Kuhr werd gezonden.

Zij was ook zo’n twaalf jaar de levenspartner van De Boer.

Met Boudewijn de Groot schrijft hij het nummer Annabel.

Het nummer is bedoeld voor zijn plaat Van Een Afstand, maar De Groot laat het liedje links liggen.

Hans de Booij scoort er even later een grote hit mee.

Verder schreef Herman Pieter de Boer verschillende teksten voor Kinderen voor Kinderen.

De bekendste daarvan zijn Ik heb zo waanzinnig gedroomd en Op een onbewoond eiland.

In 2009 werd het laatstgenoemde nummer uitgeroepen tot grootste Kinderen voor Kinderen-klassiek.

In 1984 scoort Hans de Booij een hit met de single Thuis Ben. Herman Pieter de Boer tekent voor de tekst.

Herman Pieter de Boer schrijft verschillende teksten voor Dana Winner die op meerdere albums terechtkomen: Regenbogen (1993), Mijn Paradijs (1994), Regen Van Geluk (1995) en Waar Is Het Gevoel (1996).

In 1994 scoort Winner een hit met het door De Boer geschreven Westwind.

In 2002 wint Herman Pieter de Boer een Gouden Harp.In april wordt Herman Pieter de Boer benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Herman Pieter de Boer overlijdt in de nieuwjaarsnacht in 2014 in zijn woonplaats Eindhoven.

Hij is 85 jaar geworden.

40 jaar geleden, te gast bij de Nederlands schrijver, liedjesschrijver en copywriter Herman Pieter de Boer