Van pechvogel naar wereldsucces: het verhaal van Liverpool Express en manager Hal Carter

In september 1976 kwam het succes precies op tijd voor Liverpool Express.

De voorafgaande maanden waren bijzonder moeizaam verlopen voor de band.

Eerst begaf hun bestelbus het, vervolgens liet de zanginstallatie het afweten en daarna ging een geleende auto stuk.

Tot overmaat van ramp sneuvelde er een set gloednieuwe luidsprekers van duizend pond per stuk, destijds omgerekend ruim 1670 euro, maar door de inflatie naar de maatstaven van vandaag vergelijkbaar met een slordige zevenduizend tot achtduizend euro. Uiteindelijk gaf ook de gitaar van een van de groepsleden de geest.

Het was uitsluitend te danken aan de steun van hun manager Hal Carter en de financiële rugdekking van de platenmaatschappij dat de formatie na die rampzalige periode overeind bleef.

De groep stond namelijk op het punt de handdoek in de ring te gooien, zeker nadat ook hun debuutsingle ‘Smile My Smiler’s Smile’ al was geflopt.

Voor bassist Billy Kinsley, een goedgehumeurde blonde muzikant, was het niet de eerste keer dat hij door zwaar weer ging.

Eerder maakte hij al naam met The Merseybeats en The Merseys. Als tiener bezocht Billy geregeld The Cavern Club om The Beatles te zien optreden, waardoor hij al snel door het rockvirus werd gegrepen.

In 1963 had hij naar eigen zeggen alles in huis om er vol voor te gaan: een zelfgebouwde basgitaar, een leren outfit, een flinke afkeer van Cliff Richard en een voorliefde voor nummers zoals ‘Red River Rock’.

Samen met Tony Crane, John Banks en Aaron Williams richtte hij The Merseybeats op, die eind 1963 debuteerden met ‘It’s Love That Really Counts’ van Burt Bacharach en Hal David.

Doordat managers en zaakwaarnemers hen financieel uitbuitten, bleven uiteindelijk enkel Kinsley en Crane over om als The Merseys verder te gaan, waarmee ze scoorden met ‘Sorrow’.

Later sloot Billy zich aan bij de band rond Jackie Lomax en verrichtte hij de nodige studiowerkzaamheden voor Apple Records, het platenlabel van The Beatles, totdat zakelijk leider Allen Klein daar flink bezuinigde en er voor Kinsley amper nog werk overbleef.

Ondertussen traden Tony Coates, Roger Craig en drummer Derek Cashin op onder de naam Paper Chase.

Dit trio ontmoette Billy Kinsley tijdens een wekelijkse vriendschappelijke voetbalwedstrijd waar lokale muzikanten samenkwamen.

Die partijtjes dienden niet alleen om fit te blijven, maar boden de beroepsmuzikanten ook de gelegenheid om nieuwtjes uit te wisselen over opgeheven groepen, lopende projecten en verse platencontracten. Zodra de vier heren hun eerdere verplichtingen hadden afgerond, besloten ze een nieuwe band te vormen.

Hun manager bedacht, bij gebrek aan een beter alternatief, de groepsnaam Liverpool Express.

In de zomer van 1975 volgde hun eerste tournee en verscheen hun debuutsingle, die commercieel gezien weinig deed.

Ondanks die tegenvaller dook het viertal opnieuw de studio in om aan te tonen hoe veelzijdig ze waren als songwriters.

‘You Are My Love’ werd geschreven door Billy Kinsley en Roger Craig, die beiden lid waren van de groep.

Kinsley schreef de basis van het nummer thuis toen hij enkele dagen alleen zat en zich somber voelde.

Tijdens een volgende repetitie werkte Roger Craig het nummer samen met hem uit.

Aanvankelijk dachten ze dat het het slotakkoord van de groep zou zijn en schonken ze er verder weinig aandacht aan.

Billy overwoog dan ook geenszins om het als single uit te brengen.

De uiteindelijke release verliep echter via een bijzondere omweg.

Derek Taylor, topman bij platenmaatschappij Warner Bros., nam een bandje met opnames mee naar huis en liet het aan zijn zes kinderen horen. Twee van hen wezen ‘You Are My Love’ aan als de ideale single.

Van enige vergelijking met The Beatles of Badfinger kon bij die jonge kinderen uiteraard geen sprake zijn, aangezien ze nauwelijks hun eigen naam konden schrijven.

De keuze van de kinderen bleek een schot in de roos, want de ballade groeide in Groot-Brittannië uit tot een volwaardige hit, terwijl ook de rest van Europa in september 1976 klaargestoomd werd voor de doorbraak van de band en er ondertussen volop werd gewerkt aan een debuutalbum.

In Nederland bereikte het nummer uiteindelijk de twaalfde plaats in de Nederlandse Top 40, al bleef een notering in Vlaanderen vreemd genoeg uit, waar het nummer de BRT Top 30 niet eens wist te bereiken.

Overigens kreeg de compositie later nog een bijzonder groot compliment uit wel heel deskundige hoek: niemand minder dan Paul McCartney riep ‘You Are My Love’ ooit uit tot een van de beste songs die ooit zijn geschreven.

In hun thuisland scoorde de formatie daarna nog bescheiden hits met nummers als ‘Every Man Must Have a Dream’ en ‘Hold Tight’.

In 1977 volgde hun laatste officiële Britse hitsingle met het nummer ‘Dreamin”, dat destijds piekte op de veertigste plaats in de Britse hitlijsten.

Opvallend is dat de groep in Zuid-Amerika, en met name in Brazilië, een gigantisch veel grotere hitstatus genoot dan in Europa.

De drie singles ‘You Are My Love’, ‘Every Man Must Have a Dream’ en ‘Dreamin” stormden daar allemaal door naar de absolute nummer één-positie.

Ze waren destijds zelfs de allereerste band die daar een grootschalige stadiontournee deed voor honderdduizenden uitzinnige fans.

Dat de band destijds kon rekenen op Hal Carter, was een geluk bij een ongeluk.

De Hal Carter Organisation was een Brits bureau voor artiesten- en muziekmanagement, opgericht in 1968 door Hal Carter, een Britse producer, manager en songwriter.

Zijn loopbaan begon op een bijzondere plek: in de piste van het Bertram Mills Circus.

Dit was een van de beroemdste en meest prestigieuze Britse circussen van de twintigste eeuw. Het circus bestond van 1920 tot 1967 en stond bekend als The Quality Show vanwege de ongekend hoge kwaliteit van de acts.

Niet veel later maakte hij de overstap naar de muziekwereld toen impresario Larry Parnes hem vroeg als roadmanager voor Marty Wilde.

In de jaren die volgden leerde Carter de fijne kneepjes van het vak door op pad te gaan met rockiconen als Eddie Cochran, Johnny Burnette, Brenda Lee, Gene Vincent en Billy Fury.

Begin jaren zestig verzorgde hij de podiumshows en tournees voor topbands als The Kinks, The Troggs en The Who, waarna hij de sprong waagde en zijn eigen bureau startte.

Toen hij zich ook op het produceren van platen richtte, volgde het succes al snel.

Na een reeks sterke producties voor Billy Fury scoorde hij met Liverpool Express, een handvol tijdloze hits in het Verenigd Koninkrijk, Europa en Zuid-Amerika.

Ook met de formatie Coast to Coast wist hij vervolgens twee keer de Britse hitlijsten te bestormen.

In 1994 stond Carter aan de wieg van de eerste Solid Gold Rock’n’Roll Show.

De concertreeks werd een enorm succes voor uitverkochte zalen en keerde in de jaren erna nog diverse keren terug op de planken. Tegen het einde van de jaren negentig drukte hij zijn stempel op grote Britse tournees zoals de Solid Silver Sixties en The Illegal Eagles.

Bovendien bracht hij in 2000 de immens populaire eerbetoonband Rumours of Fleetwood Mac op gang voor hun concerten in het Verenigd Koninkrijk.

Zijn agentschap bouwde een indrukwekkend artiestenbestand op, met namen als Slade, The New Seekers, John Leyton, Eden Kane en White Plains met zanger Tony Burrows, naast succesvolle producties zoals The Carpenters Story en Blondie Goes to Hollywood.

Carter stond bekend om zijn grote toewijding aan zijn artiesten en het publiek.

Naast zijn commerciële werk zette hij zich regelmatig in voor grootschalige liefdadigheidsevenementen, waaronder een benefietshow in Londen voor Marie Curie-verpleegkundigen en optredens voor de Variety Club in Cardiff.

Ook buiten het Verenigd Koninkrijk liet hij van zich horen, onder meer met zijn vaste betrokkenheid bij de Golden Years Show in het Antwerpse Sportpaleis en het Britse Chelmsford Festival.

De allerlaatste editie van de populaire nostalgieshow The Golden Years in het Sportpaleis (inmiddels bekend als de AFAS Dome) in Antwerpen vond plaats op zaterdag 14 december 2013.

Het was de vijfentwintigste en tevens finale editie van dit langlopende muziekfeest voor golden oldies, met optredens van onder meer Dave Edmunds, Albert Hammond, Slade, Alvin Stardust, The Sweet en The Rubettes.

Hal Carter, geboren als Harold Carter Burrows op 13 juli 1935, overleed op zijn negenenzestigste verjaardag op 13 juli 2004.

Jeanette lief snoetje met veel talent

Wie in september 1976 aan Spanje dacht, dacht onmiddellijk aan Julio Iglesias.

Hij was en bleef destijds vooralsnog de enige Spaanse zanger met internationale bekendheid.

Maar het zag er toen naar uit dat hij die status binnenkort zou moeten delen met Jeanette, een 24-jarige zangeres uit Barcelona.

Met ‘Pourquoi tu vis’ was zij destijds aardig op weg om haar eerste hit buiten de landsgrenzen te scoren.

Het was een Franstalige versie van haar Spaanse hit ‘Porque te vas’, vertaald door Claude Lemesle, een man die onder meer voor Joe Dassin en Michel Fugain werkte.

In Spanje zelf was Jeanette toen al lang geen onbekende meer.

Haar carrière begon echter al veel eerder, en laten we beginnen bij het begin. Jeanette, geboren op 10 oktober 1951 in Engeland, verhuisde kort daarna met haar ouders naar de Verenigde Staten en vestigde zich op haar twaalfde definitief in Barcelona.

Ze is de dochter van een Belgisch-Congolese vader en een Spaanse moeder.

Op haar zestiende was ze al lid van de folkgroep Pic-Nic, waarmee ze in een mum van tijd beroemd werd.

In 1967 scoorde de groep een nummer één-hit in Spanje met de single ‘Cállate Niña’, een nummer dat ze zelf schreef samen met Rafael Turia.

Na de singles ‘Amanecer’ en ‘No digas nada’, die redelijk succesvol waren in Spanje, besloot de groep ermee te stoppen en maakte Jeanette een wereldreis.

In 1968 leerde ze op 17-jarige leeftijd Laszlo Kristof kennen in Barcelona.

Ze ontmoetten elkaar in een bar van Zoltán Czibor, de legendarische Hongaarse voetballer van FC Barcelona.

Omdat deze bar toevallig vlak naast het huis van Jeanette lag, kwam ze daar regelmatig.

Het was liefde op het eerste gezicht: amper zes maanden later waren ze al verloofd en in februari 1970 stapten ze in het huwelijksbootje.

Jeanette trouwde zo op 18-jarige leeftijd met de Hongaarse muzikant en voetballer.

Het jonge koppel vertrok naar Wenen om een rustig gezinsleven te leiden, en al vlug kwam dochter Blythe ter wereld.

Na een goed jaar in Wenen smeekte haar platenlabel haar in 1971 om terug te keren naar Spanje.

Dat luidde de start in van haar solocarrière: haar debuutsingle ‘Soy rebelde’ werd meteen een monsterhit.

De Spaanse componist en zanger José Luis Perales schreef in 1974 voor haar het nummer ‘Porque Te Vas’.

De single deed het goed in haar thuisland, maar bleef aanvankelijk onbekend in de rest van de wereld. Perales scoorde een jaar later overigens zelf een wereldhit met ‘Y Tú, Te Vas’.

De grote internationale doorbraak voor Jeanette volgde in 1976 dankzij regisseur Carlos Saura, die haar melodietje koos voor de soundtrack van zijn film ‘Cría cuervos’.

De prent sleepte prijzen in de wacht op het Filmfestival van Cannes, waardoor de soundtrack volop aandacht kreeg en ‘Porque Te Vas’ alsnog uitgroeide tot een internationale triomf.

Vreemd genoeg was het nummer in Vlaanderen en Nederland minder succesvol, terwijl het in Wallonië de zesde plaats in de hitparade bereikte.

Jeanette en Laszlo bleven na al die bewogen jaren meer dan een halve eeuw onafscheidelijk samen, tot aan zijn overlijden in augustus 2022.

De nu 74-jarige zangeres weigert te horen van stoppen of met pensioen gaan. Ze viert haar indrukwekkende carrière met een grote ’50 Aniversario’-jubileumtournee.

Ze reist hiermee langs grote theaters en concertzalen in Spanje en Latijns-Amerika.

De tournee werd oorspronkelijk aangekondigd en gestart rond 2021–2022 ter gelegenheid van precies 50 jaar ‘Soy rebelde’.

Vanwege de aanhoudende belangstelling en uitbreidingen naar Latijns-Amerika heeft haar management de naam behouden.

Op haar officiële website en posters wordt het project nu breder gepresenteerd als ’50 años de carrera musical’ of ‘Gira 50 Aniversario’.

Haar laatste echte studioalbum ‘Loca por la música’ dateert al van 1989. Jeanette heeft in interviews aangegeven dat ze de focus volledig legt op het live overbrengen van haar rijke muzikale erfenis.

In plaats van nieuwe muziek verschijnen er wel geregeld geremasterde verzamelalbums of zingt ze incidenteel live duetten met andere artiesten.

Haar concerten draaien dan ook puur om nostalgie en het vieren van de hits die haar wereldberoemd maakten.