
50 jaar geleden, Dave verliefd op Vicky Leandros, pseudoniem van Vassiliki Papathanasiou

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Zijn muzikale reis begon nochtans klassiek; als jong kind volgde hij lessen aan het conservatorium op de accordeon en klarinet.
Die wereld veranderde echter volledig toen hij de Amerikaanse rock-‘n-roll ontdekte.
Geïnspireerd door iconen als Elvis Presley en Bill Haley ruilde hij zijn klassieke instrumenten in voor een gitaar.
In de vroege jaren 60 vormde hij zijn band The King Creoles.
Ze maakten furore met instrumentale nummers die sterk deden denken aan de stijl van The Shadows en The Ventures.
Blanca stond al snel bekend om zijn virtuoze spel op de Fender Stratocaster, wat hem in eigen land de bijnaam de Belgische Elvis opleverde.
Wat zijn carrière echter uniek maakte, was zijn enorme succes over de taalgrens.
In 1961 werd zijn talent opgemerkt door het grote Franse label Pathé-Marconi.
Hij verhuisde naar Parijs, speelde in de legendarische club Golf Drouot en deelde in 1962 het podium van de Olympia met internationale grootheden zoals Gene Vincent.
Toen de muzikale trends in de jaren zeventig veranderden, bleef Blanca trouw aan zijn wortels.
Hij nam in dat decennium verscheidene rock-‘n-roll-albums op met zijn eigen versies van bekende songs uit het genre.
Zijn status als gerespecteerd muzikant werd bevestigd door de artiesten voor wie hij het voorprogramma mocht verzorgen.
Dit waren niet de minsten: hij opende voor legendes als Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Gary Glitter en de Frans-Belgische rocker Johnny Hallyday.
De jaren tachtig brachten een enorme commerciële heropleving. In het begin van dit decennium ging Burt Blanca een samenwerking aan met Lou Deprijck, de producer achter Plastic Bertrand en Two Man Sound.
Dit resulteerde in de single Touche Pas à Mon R.N.R., waarmee hij de hitlijsten veroverde.
Maar daar bleef het niet bij. In 1983 richtte hij de band The Klaxons op.
Samen met zijn vrienden Jean-Marie Troisfontaine en Roger Verbestel schreef hij de megahit Clap, Clap Sound.
Het nummer werd een fenomenaal succes en haalde in verscheidene landen de top van de hitparade.
In Zuid-Afrika stond de single maar liefst 25 weken op nummer 1.
Het leverde hen verscheidene keren platina en zelfs diamant op.
Ook in het nieuwe millennium bleef hij actief en veelzijdig.
In januari 2004 maakte hij een uitstapje naar televisie door deel te nemen aan de opnamen van de populaire VTM-serie Familie.
Datzelfde jaar was ook op muzikaal vlak bijzonder: in juni 2004 gaf hij opnieuw een concert in de Olympia in Parijs en vierde hij zijn 45-jarige carrière met een optreden in de Ancienne Belgique.
Burt Blanca, inmiddels Ridder in de Orde van Leopold II, blijft de geschiedenis ingaan als de man die de elektrische gitaar in België populariseerde, internationale successen boekte van Parijs tot Zuid-Afrika, en zijn hele leven in dienst stelde van de rock-‘n-roll.





Gisteren nog vandaag
Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.
Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.
Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.
De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.
Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.
In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.
Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.
Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.
In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.
Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.
Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.
Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.
In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.
Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.
Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.
Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.
Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.
Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.

