
40 jaar geleden, Salvador Dalí ziek en mensenschuw (De Post 31 augustus 1980)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

In 1943 kwam de jonge kunstenaar Baldaccini, geboren uit Italiaanse ouders, naar Parijs om er als smid een lange academische vorming door te maken.
Zijn eerste expositie was bij galerie Lucien Durand, te Parijs in 1955. Zijn insecten, zijn personages, zijn uit oud ijzer gelaste portretten trokken meteen de aandacht.
Zijn succes werd twee jaar later hernieuwd bij galerie Claude Bernard, ook in Parijs.
César was een meester in de metaalsculptuur. Virtuoos smeedde hij ingenieuze beelden zoals Punaise en Bas-relief à l’insecte in 1955, Aile in 1956, L’Homme de Draguignan en La Tortue in 1958.
Met zijn vrouw Rosine en zijn dochter Anna woonde César in de Rue Boulard van het Quartier du Montparnasse in het 14e arrondissement.
Al in 1960 had César opzien gebaard, toen hij voor de jaarlijkse ‘Salon de Mai’ drie blokken van geperste autowrakken had ingestuurd.
Het Franse tijdschrift Paris Match stuurde een fotograaf, de burgerij had haar schandaal. Is dit kunst? César vond van wel. In 1962 zei hij tegen Vrij Nederland: ‘Mij komt het vaderschap toe van het nieuwe materiaal. Op een dag zag ik dat blok, dat bestond uit vermorzelde auto’s. Ik zag het… ik ben ernaar toegegaan en heb het getekend met mijn naam: César. Het was van mij. Ik had het gezien.’
César heeft zijn autowrakken, zijn compressies, nooit verlaten. Net zo min als hij zijn expansions – zijn soms fallische uitstulpingen van gestold polyethuraan – zijn empreintes, lichaamsafdrukken van vooral zijn eigen duim, en zijn academische beginnersbeeldjes van naakten, mannen en dieren vaarwel kon zeggen.
Zelfs ontwierp hij in 1976 de ‘César’, de Franse Oscar, die de Franse filmindustrie jaarlijks uitreikt.
Enkele van zijn werken zijn: Zittend naakt, waarmee César verwees naar de versteende slachtoffers van de Pompeïaanse vulkaanuitbarsting; Le Centaure, een hommage aan zijn vriend Picasso; Le Pouce; Compression Motobécane; Compression de voiture; Le Sein; Françis Bacon; Grosse Ginette of de Venus de Villateneuse; Gustave Eiffel en een reeks Marionettes.
Met Gérard Blandin, een juwelier uit Nice, verwerkte hij goud en edelstenen van gedragen juwelen tot compressies die goed verkochten.
In 1988 ontmoette César op 67-jarige leeftijd zijn nieuwe partner, de jonge Stéphanie Busutti.
Hij overleed in 1998 op 77-jarige leeftijd in zijn woning te Parijs aan de gevolgen van kanker. (diverse bronnen en Wikipedia)




Foujita was de zoon van een Japanse generaal en bezocht de Tokyo University of the Arts. Zijn Japanse carrière begon veelbelovend en hij kreeg zelfs portretopdrachten vanuit de keizerlijke familie. Na een reis naar Engeland en Frankrijk in 1912 ontdekte hij echter de modernistische West-Europese kunst en verhuisde in 1913 naar Parijs. Daar verkeerde hij onder vooraanstaande avant-gardistische kunstenaars, zoals Georges Braque, Henri Matisse, Fernand Léger, Jean Cocteau, Juan Gris en Pablo Picasso. Met Amedeo Modigliani raakte hij nauw bevriend en hij bouwde een reputatie op als vrouwenversierder; hoewel hij in Japan al was getrouwd had hij relaties met Kiki de Montparnasse, kunstschilderes Fernande Barrey en de Belgische actrice Lucie Badoud, door hem Youki genoemd, met wie hij samen met zijn vriend Robert Desnos rond 1930 een spraakmakende “ménage à trois” onderhield.Foujita maakte schilderijen en grafische werken die een mengeling vormden tussen de Japanse prentkunst en de moderne Westerse kunst, en ontwikkelde daarin een geheel eigen stijl. Ook maakte hij beroemd geworden fresco’s in de Notre-Dame-de-la-Paix-kapel te Reims. Hij groeide uit tot een gevierd kunstenaar en was in de jaren twintig aanwezig op vrijwel alle belangrijke West-Europese exposities van moderne kunst.In 1931 reisde Foujita door Latijns-Amerika en in 1933 keerde hij terug naar Japan, waar hij groots werd onthaald. In Japan werkte hij als propagandistisch oorlogsschilder voor het Japans Keizerlijk Leger. Na de oorlog keerde hij terug naar Frankrijk. Hij werd katholiek, nam het Franse staatsburgerschap aan, en noemde zich voortaan Léonard. Foujita en als waardering kreeg hij de uitreiking van ridder in het Légion d’honneur. Hij overleed in 1968 aan longkanker. Zijn werken zijn te zien in tal van grote musea, zowel in het westen als in Japan. (Diverse bronnen, Wikipedia en Foto’s september 1959)







De in 1944 te Eindhoven geboren kunstschilder Cornelis le Mair kan men met recht een natuurtalent noemen.
Al op de kleuterschool, amper vijf jaar oud, moet hij in alle klassen zijn tekeningen laten zien.
Na het doorlopen van de middelbare school gaat hij studeren aan de kunstacademie in Den Bosch.
Helaas voor de getalenteerde Le Mair wordt in het huidige kunstonderwijs uitsluitend de ‘vrije expressie’ gedoceerd, waarbij een tekentalent wordt beschouwd als een hindernis op weg naar de ‘ware kunst’. Geen enkele leraar kan hem iets vertellen over wat hem nu juist interesseert.
Op advies van een goedbedoelende onderwijzer stapt hij in 1965 over naar de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar het oude schilder-ambacht nog zou worden geleerd.
Maar ook daar blijkt het modernisme te hebben toegeslagen, al is er gelukkig voor hem nog één leraar die traditionele schildertechnieken serieus wil nemen: professor Victor Dolphijn.
In 1968 studeert Le Mair cum laude bij hem af in de richting portret- en figuurschilderen.
Zijn leraar zet hem tevens op het spoor van het stilleven, een genre waarin hij zich is blijven bekwamen. In 1973 vestigt Le Mair zich als zelfstandig kunstschilder in een landelijk gelegen boerderij, in de directe omgeving van zijn geboortestad.
De stijl waarin hij werkt noemt hij zelf traditioneel-ambachtelijk. Dit is het vak zoals het eeuwenlang is beoefend en waarvoor een groot tekentalent, veel kennis en een nimmer aflatende oefening is vereist.
Daardoor kunnen de schilderijen van Le Mair terecht worden vergeleken met die van de Oude Meesters (waardoor hij negatieve kritiek krijgt van modernistische criticasters), maar voor de oplettende toeschouwer verraden ze beslist een eigen identiteit.
Cornelis le Mair is een veelzijdig talent.
Naast zijn beroep, het schilderen van portretten, figuren, stillevens en een enkel landschap, houdt hij zich bij periodes intensief bezig met de architectuur, het maken van beelden, het bouwen van muziekinstrumenten en het vervaardigen van meubels. Ook verruilt hij regelmatig het schilderpenseel voor de schrijfpen.
In 2002 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer een roman, Vanitas geheten, waarin de schilderkunst een grote rol speelt. In 2008 publiceert hij bij uitgeverij In de Knipscheer een essaybundel over de verschillende aspecten van zijn vak.
Het interieur van zijn boerderij, dat hij naar eigen inzichten heeft verbouwd en ingericht, is vaak gefilmd, gefotografeerd en beschreven. Vele tijdschriften hebben artikelen gewijd aan dit bijzondere onderkomen en ook in televisieprogramma’s is het vaker te zien geweest.
Grote exposities waaraan de media veel aandacht hebben besteed, zijn de overzichtstentoonstelling in Museum Kempenland (1994), de eenmanstentoonstelling in Slot Zeist (1998) en de overzichtstentoonstelling in het Westfries Museum (1999).
In 2004 organiseerde Museum Kempenland een tentoonstelling rondom zijn maquette van een gebouwencomplex, het zogeheten Vanitas-paleis.












