Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.
Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.
Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.
Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.
Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.
Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.
Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.
In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.
Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.
Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.
Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.
Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.
Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.
Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.
De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.
45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)
Gisteren nog vandaag
Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.
De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.
Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.
Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.
Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.
Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.
Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.
De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.
In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.
Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.
Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).
Gisteren nog vandaag
Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.
De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.
Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.
Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.
I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.
Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.
Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.
De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.
Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.
Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.
Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.
De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.
De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.
Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.
In 1946 werd het haar allereerste grote hit.
In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.
De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.
Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.
Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.
Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.
Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.
Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.
Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.
Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.
De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.
Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.
De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.
Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.
Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.
Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.
Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.
Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.
De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.
Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.
Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.
De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.
De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.
In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.
Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.
De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.
Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.
Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.
40 jaar geleden, reclame voor het automodel GSA van het merk Citroën (november 1991)40 jaar geleden, reclame voor het automodel GSA van het merk Citroën (mei-juni 1981)
De serie is bedacht door Gerard Glaiser, een voormalige RAF-piloot.
Hij baseerde zich op ware gebeurtenissen, die hij ontleende aan de Belgische verzetsgroep Comet Line, die werd geleid door de jonge Belgische Andrée de Jongh en aan de belevenissen van Group Captain William Randle.
De serie werd grotendeels opgenomen op locatie in België, terwijl ook werd gefilmd in Engeland in Norfolk.
40 jaar geleden, de tv-reeks Ontsnappingsroute (Secret Army) komt terug.
De serie kende 42 afleveringen van 50 minuten die verdeeld over drie seizoenen werden uitgezonden.
In 1980 werd een vervolg op de serie uitgezonden onder de titel Kessler.
Het betrof een mini-serie over de jacht op oorlogsmisdadiger Ludwig Kessler.
Later zou men de serie gebruiken als inspiratie en om te parodiëren voor de Britse komische reeks ‘Allo ‘Allo!.(Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie 31 mei 1981)