



Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




Dit beluik was gelegen tussen de Rozierstraat (ook nog Rogierstraat) en de Blandinusstraat (sedert 1942 : Blandijnberg).
In 1848 gaf het stadsbestuur aan aannemer Lieven De Vreese de toelating een beluik te .bouwen.
De plannen voor deze “cité ouvrière” werden ontworpen door architect Leclerc-Restiaux. De voorgevel (kant Blandijnberg) werd in 1851 opgetrokken.
Enkele jaren na de bouw, schreef J. J. Steyaert in zijn “Volledige beschrijvingvan Gent 1857″ het volgende: ”Sederdang had men vele plannen gemaekt om gemakkelyke, gezonde en goedkoope wooningen aen werkliedèn te bezorgen; dit heeft men hier verwezentlykc.
Enige oude gebouwen langs het St Pietersplein werden weggebroken, en op dien grond en op den aenpalenden hof, verscheidene ryenhuizen gebouwd, welke omtrent honderd zeer· geschikte wooningen uitmaken, en ten volle aen het menschlievend doel beantwoorden.
Deze huizen staen er langs eenen cour of ruime open binnenplaets, alwaer sommige bewooners vóór het huis een klein hoveken hebben aengelegd. Langs het plein ziet men den prachtigen voorgevel van de twee toegangen naer dit beluik; dezelve zijn in den vorm van twee arkaden of zegebogen met beelden versierd ! hetwelk van op het plein gezien, een fraai gezigt te meer oplevert:”
In het ”Verslag over het onderzoek gedaan ten jare 1904″ omtrent de beluiken binnen de Stad Gent, vernemen wij dat er in het De Vreesebeluik 67 huizen waren bewoond door 62 gezinnen waaronder 29 zonder kinderen. Totaal inwoners : 176. Kant Rozier waren er 24 huizen bewoond door 22 gezinnen met een totaal van 83 inwoners.
De zeer ongezonde Bataviawijk gelegen ten noorden van de “cité ouvrière” verdween in 1883 voor het bouwen van het Instituut der Wetenschappen tussen de Rozier en de nieuwer Plateaustraat (vroeger Laurierstraat en Kaleitje) Het De Vreesebeluik werd afgebroken- einde 1935/begin 1936- voor het bouwen van de nieuwe Universiteitsbibliotheek- met boekentoren naar de plannen van Henry Van de Velde. Op de hoek Rozier en St Hubertusstraat verrees het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde. Jaren later werden de gebouwen van de Faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte opgetrokken aan de Blandijnberg.
Het stadsbestuur en de rijke burgerij bekostigen nieuwe prestigieuze gebouwen in het stadscentrum zoals de Aula, de opera, het justitiepaleis en talloze burgerhuizen.
De arbeidersbeluiken in het stadscentrum passen niet in hun burgerlijke plaatje en worden weggemoffeld achter nieuwe gevels. Zo krijgt de architect Charles Leclerc-Restiaux de opdracht de open ruimte aan de Sint-Pietersabdij aan te pakken.
Hij tekent een homogene compositie van burgergevels die de arbeiderskrotten maskeren.
Grenzend aan het plein, op de plaats waar vandaag de Boekentoren de faculteit Letteren en Wijsbegeerte staan, neemt Lieven De Vreese het initiatief om in 1848 een ‘modelwerkmanscité’ te bouwen.
Naar de inzichten van politicus en professor Adolphe Burggraeve, die het huisvestingsprobleem net als Mareska en Heyman vanuit het gezondheidsperspectief benadert, verrijst de ‘Cité Ouvrière of ‘De Vreesebeluik’ met bredere steegjes en comfortabelere huisjes dan zijn beruchte buur Batavia. Binnen in het beluik bevinden zich bovendien een bakkerij, kruidenierszaak, slagerij, herberg en grasplein.
Aan weerszijden van het beluik en uitgevend op het Sint-Pietersplein dienen twee triomfbogen als ingang.
Als de cholera-epidemieën van de jaren 1850 aan het De Vreesebeluik voorbij gaan, ziet men daarin het bewijs van het nut en succes van dit type beluik.
Maar het stadsbestuur is niet enthousiast: het zou de andere arbeiders maar attent maken op hun eigen miserabele woonomstandigheden (De Stad 11 mei 1934 en dank aan Gent Geprent en Stad Gent)

George Peppard was een Amerikaanse acteur, regisseur en producent, die vooral bekend werd door zijn rol als kolonel John “Hannibal” Smith in de televisieserie The A-Team.
Hij speelde ook in verschillende films, zoals Breakfast at Tiffany’s, The Blue Max, The Carpetbaggers en How the West Was Won.
Hij begon zijn carrière als theateracteur en nieuwslezer voor een lokaal radiostation in Pittsburgh.
Hij had een moeilijke jeugd, want zijn vader overleed toen hij nog jong was.
Hij zocht troost in de drank, maar wist uiteindelijk zijn verslaving te overwinnen.
Hij stopte ook met roken nadat hij longkanker had gekregen.
Hij had een turbulent liefdesleven, want hij trouwde vijf keer met verschillende vrouwen.
Hij had ook veel affaires met andere actrices.
Hij stierf op 8 mei 1994, op 65-jarige leeftijd aan longkanker en daardoor te zwak om een longontsteking te overleven.
Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Dearborn, Michigan.
