
Mode, voor het schaatsrijden

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Creatief, geestig en gevat: dat is Agnes De Man ten voeten uit. Na haar studies in modestad Parijs was ze zeventien jaar lang actief in de modewereld, waar ze haar eigen winkel had.
Ze bruiste van de inspiratie en ontwierp kledij, zowel in opdracht van boetieks als voor zichzelf.
Haar rijke fantasiewereld voedde een eigen lijn met extravagante kledij, typisch voor de post-punkperiode van de eighties.
Denk aan een explosie van kleuren, gecombineerd met halskettingen, breiwerk, plastiek en gigantische schouders.
Daarbij richtte ze zich niet zelden tot vrouwen met een maatje meer. Het leverde haar een leven vol hectische modeshoots en campagnes op.
Haar fascinatie voor het Oosten bracht haar naar Indonesië, waar ze stoffen bedrukte met zeefdrukken van koriander- en kippenvoerzakken.
In India trok ze de aandacht door oude, veelkleurige stoffen op te kopen en ter plaatse, samen met Indische kleermakers, nieuwe kleding te creëren.
Een grote ommekeer in haar leven kwam in 1996.
Agnes De Man hing haar flitsende modecarrière aan de wilgen om haar jeugddroom na te jagen: clown worden.
Ze richtte de vzw Relatieclowns op en werkte tien jaar lang intensief met kwetsbare ouderen en mensen met dementie.
Deze ervaring vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar huidige kunstwerken. Haar werk is een direct gevolg van deze persoonlijke en professionele verschuiving.
De kwetsbaarheid van de ‘oudjes’ – soms gekwetst, soms kinderlijk onbevangen lachend – bood een diepgaand tegengewicht voor de perfectionistische modewereld waarin ze eerder vertoefde.
Hieruit ontstonden haar groteske, witte poppen van papier-maché.
Sindsdien maakt Agnes De Man persoonlijk en oprecht werk.
Haar emotionele erfenissen vinden een uitweg in suggestieve sculpturen en “niet onschuldige” colliers, maar altijd met de nodige knipoog. Haar wereld is vervreemdend en speels: een champignon groeit door het dak van een huis, een diepblauwe kwal spreidt zijn lange tentakels en houten popjes houden een vinger voor hun mond.
Ze schuwt ook de maatschappijkritiek niet. Met haar komische Barbie-installatie confronteert De Man ons met het maatschappelijk opgedrongen “perfecte” lichaam.
Met klei geeft ze de poppen allerlei plastisch chirurgische ingrepen, van borstvergrotingen en liposucties tot geslachtsveranderingen.
Wat ze ook maakt, haar werk raakt telkens een gevoelige snaar en is doordrongen van tederheid, compassie, troost en humor.




Gedurende de jaren 40, 50 en 60 was Jean Dessès een vooraanstaand couturier wiens ontwerpen de invloeden van zijn reizen weerspiegelden.

Zijn specialiteit was het draperen van avondjurken in chiffon en mousseline, geïnspireerd op de kleding uit de Griekse en Egyptische oudheid (De Post van 24 september 1950)





De winnares was de Naamse actrice Netta Duchâteau, die later dat jaar in Texas ook de titel van Miss Universe zou winnen.
De geschiedenis van de wedstrijd was op dat moment nog jong en kende een opmerkelijke evolutie.
Het hele avontuur begon in 1919 als een promotiestunt van de Waalse krant ‘La Dernière Heure’.

De verkiezing werd bewust aan de kust georganiseerd, omdat men daar niet vreemd opkeek van vrouwen in badpak. Omdat de oproep enkel in de organiserende krant verscheen, waren de meeste deelneemsters afkomstig uit Wallonië.
Opmerkelijk genoeg werd de wedstrijd gewonnen door een Britse toeriste die toevallig aan de kust op vakantie was.

Het evenement was een commercieel succes, en dus werd het de volgende jaren herhaald. Omdat de locatie steevast een kustplaats was, kreeg de winnares de titel ‘Miss Kust’ of ‘Miss Litoral’.
Dit veranderde in 1928, toen de eerste Miss Europa-verkiezing van start ging, mocht België niet deelnemen.

De reden was simpel: ons land had geen officiële Miss België, enkel een Miss Kust.
De naam moest dus veranderen. Journalist Jean-Jacques Fortis nam de organisatie over, maar hield vast aan de traditie om het evenement aan zee te organiseren, ditmaal in Blankenberge.
De winnares, de Waalse Ann Koyaert, werd daardoor onbedoeld nog ‘Koningin van het strand’ genoemd in plaats van Miss België.

De eerste echte, officiële Miss België-verkiezing vond plaats in 1929.
De titel ging naar de Brusselse Jenny Vanparays.

Een vast onderdeel van de wedstrijd was de badpakronde, die destijds als bevrijdend voor de vrouw werd beschouwd.

Daarnaast werden de deelneemsters in een speciale kast opgemeten om te controleren of hun maten voldeden aan het toenmalige ideaalbeeld.




Een van de eredames was de Gentse Alice de Rammelaere. Ik heb niet veel terug kunnen vinden dan dat ze geboren is op 25 maart 1913 en dat ze trouwde op 26 oktober 1935 met Luis Albornoz.


Op 19 juli 1965 opende in Orléans een winkel die meer was dan alleen een kledingwinkel.
Het was de belichaming van de droom van een jonge, opkomende Franse zangeres: Sheila.
Ze was pas 19 jaar oud, maar had al een aantal hits op haar naam staan, waaronder “L’école est finie” en “Vous les copains, je ne vous oublierai jamais”.

Sheila, geboren als Annie Chancel, zag de kledinglijn en de winkel als een manier om haar imago als stijlicoon verder te versterken en een directere band met haar fans te creëren.
De opening in Orléans, een stad niet ver van haar geboorteplaats Créteil, was een bewuste keuze.

De winkel was elegant ingericht en bood een selectie kleding en accessoires aan die pasten bij de ‘yé-yé’-stijl van die tijd, een stijl die Sheila zelf belichaamde en populair maakte.
De opening zelf trok dan ook veel aandacht, zowel van de pers als van haar fans.
Sheila was persoonlijk aanwezig en de belangstelling was enorm.
De collectie van de boetiek was geïnspireerd op Sheila’s eigen kledingstijl, een mix van jeugdige frisheid en Parijse chic.

Men kon er terecht voor jurkjes, rokken, blouses, schoenen en accessoires die allemaal zorgvuldig waren geselecteerd om de ‘Sheila-look’ te repliceren.
In de beginperiode was La Boutique de Sheila een succes.
De naam en faam van Sheila trokken veel klanten, en de winkel werd een trekpleister voor jonge vrouwen die op zoek waren naar de nieuwste modetrends.

Het was meer dan zomaar een winkel, het was een verlengstuk van het merk “Sheila”.
Vandaag bestaat La Boutique de Sheila niet meer, maar op haar site kunt u nog steeds shirts en juwelen kopen.


Caroline Reboux, een naam die synoniem staat voor elegantie en innovatie in de modewereld, werd op 25 februari 1837 geboren in Châtenay-Malabry, Frankrijk (sommige bronnen spreken van 1841, maar 1837 lijkt waarschijnlijker).
Als dochter van Jean-Baptiste Francois Reboux en Sophie Adelaide Chedin begon ze haar carrière als verkoopster in een Parijse hoedenwinkel.
Rond 1860 zette Reboux de gedurfde stap om haar eigen atelier te openen op Rue de la Paix 9 in Parijs, midden in het kloppende hart van de haute couture.
Haar elegante en innovatieve ontwerpen leverden haar al snel de bijnaam “Modiste des Reines” (Hoedenmaakster der Koninginnen) op.
Haar creaties vonden gretig aftrek bij royalty en beroemdheden over de hele wereld.
Onder haar illustere klantenkring bevonden zich keizerin Eugénie van Frankrijk (een Spaanse gravin die door haar huwelijk met Napoleon III de laatste keizerin der Fransen werd), koningin Alexandra van het Verenigd Koninkrijk (echtgenote van de Britse koning Edward VII) en de befaamde actrice Sarah Bernhardt (pseudoniem van Henriëtte-Rosine Bernardt, een Franse actrice van Nederlandse afkomst).
In de daaropvolgende decennia breidde Reboux haar imperium uit met meerdere salons in Parijs en Londen.
De periode van 1890 tot 1910 markeert het absolute hoogtepunt van haar carrière.
In deze jaren creëerde ze talloze ontwerpen die de mode van die tijd definieerden.
Zo wordt ze beschouwd als de uitvinder van de cloche hoed, een nauwsluitende klokvormige hoed die in de jaren 1920 enorm populair werd.
Vermoedelijk ontwierp ze deze iconische hoed al in 1908, hoewel de cloche pas later wereldwijd doorbrak.
Reboux was een ware pionier in de hoedenmakerij, die niet terugschrok voor het experimenteren met nieuwe materialen en technieken.
Haar ontwerpen werden gekenmerkt door een tijdloze elegantie, eenvoud en onberispelijk vakmanschap.
Naast haar creatieve talent, stond ze ook bekend om haar scherpe zakelijk inzicht en haar vermogen om modetrends feilloos te voorspellen.
Ze werkte samen met andere beroemde ontwerpers uit die tijd, zoals Jacques Doucet en Madeleine Vionnet.
Haar invloed reikte zelfs tot in de literatuur: Reboux wordt genoemd als inspiratiebron voor het personage Madame Aurore in de roman “Pot-Bouille” van Émile Zola.
In 1870 trad Reboux in het huwelijk met Henri Antoine Auguste Léger, maar dit geluk was van korte duur.
Léger overleed al in 1872, waarna Reboux niet hertrouwde.
Op 13 december 1927 overleed Caroline Reboux op 90-jarige leeftijd in haar huis in Parijs (foto 1925)

Erik Braagaard werd geboren op 24 augustus 1912 in Kopenhagen, in Denemarken.
Hij emigreerde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten.
Erik Braagaard vestigde zich in New York City en werd daar een gerenommeerd hoedenontwerper.
Hij werkte onder zijn eigen naam, Erik Braagaard, en had zijn atelier in Manhattan.
Erik Braagaard stond bekend om zijn elegante en innovatieve dameshoeden.
Zijn ontwerpen waren vaak gedurfd en artistiek, met een focus op vorm, textuur en versiering.
Hij werkte met een verscheidenheid aan materialen, waaronder vilt, stro, zijde, veren, en fluweel.
Braagaard had een trouwe klantenkring van welgestelde dames uit de New Yorkse society en de entertainmentindustrie en stond bekend als de “Mad Hatter” of the “Mad Hatter of Madison Avenue” vanwege zijn extravagante en speelse ontwerpen, die soms een theatrale flair hadden.
Hij werd dan ook gezien als een kunstenaar die hoeden transformeerde tot draagbare sculpturen.
Hij maakte ook hoeden voor Broadway-producties en films.
Hij wordt beschouwd als een van de toonaangevende hoedenontwerpers van het midden van de 20e eeuw in New York.
Hoeden van Erik Braagaard zijn tegenwoordig zeldzaam en gewild bij verzamelaars van vintage mode.

Maison Mauboussin werd opgericht in 1827 in Parijs.
Het huis werd opgericht door Monsieur Rocher als een juweliersatelier in de Rue Greneta in Parijs.
In 1848 nam Jean-Baptiste Noury, de voorman van het atelier, het over.
In 1869 associeerde Noury zich met zijn neef Georges Mauboussin.
In 1876 nam Georges de leiding van het bedrijf over.
De naam Mauboussin werd synoniem met het merk.
In 1883 werd het huis gevestigd op nummer 3, Rue de Choiseul en in 1898 op nummer 20, Place Vendôme, een prestigieus adres in de juwelierswereld.
Georges’ zoon, Marcel Mauboussin, trad in 1922 toe tot het bedrijf en gaf het een internationale dimensie.
Hij opende filialen in New York, Londen en Buenos Aires.
Mauboussin was een van de eerste juweliershuizen die reclamecampagnes gebruikte om hun producten te promoten.
In 1928 hield het huis een tentoonstelling en verkoop van diamanten in New York, rechtstreeks geleverd per vliegtuig.
Hij werkte in deze periode samen met de Amerikaanse juwelier Trabert & Hoeffer.
In de jaren 30 werd de naam van het huis dan ook Trabert & Hoeffer-Mauboussin.
Mauboussin werd beroemd om zijn Art Deco juwelen, die werden gekenmerkt door geometrische vormen, levendige kleuren en het gebruik van edelstenen zoals smaragden, robijnen en saffieren.
Ze wonnen diverse prijzen op internationale tentoonstellingen, zoals de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs in 1925, waar ze een Grand Prix kregen.
Beroemde klantenkring: Koninklijke families, aristocraten en filmsterren zoals Marlene Dietrich, Greta Garbo, Paulette Goddard, en Audrey Hepburn droegen Mauboussin juwelen.
Na de Tweede Wereldoorlog bleef Mauboussin innoveren en nieuwe stijlen ontwikkelen.
Het huis bleef een favoriet onder de elite en beroemdheden.
Jean Goulet-Mauboussin, kleinzoon van Georges Mauboussin, nam in 1955 de leiding van het bedrijf over.
In de jaren 80 en 90 kende het huis een periode van wisselende eigenaren.
In 2002 werd Mauboussin overgenomen door de Zwitserse financier Dominique Frémont, die het merk nieuw leven inblies.
Hij herpositioneerde het merk met een focus op toegankelijkere luxe.
In 2019 nam Alain Némarq, de huidige CEO, de leiding van het bedrijf over.
In de beginjaren waren de ontwerpen afkomstig van Monsieur Rocher en later Jean-Baptiste Noury.
Georges Mauboussin was niet alleen een zakenman, maar ook betrokken bij het ontwerpproces.
Marcel Mauboussin speelde een belangrijke rol in het ontwikkelen van de Art Deco stijl van het huis.
Door de jaren heen heeft Mauboussin samengewerkt met diverse getalenteerde ontwerpers, vaak in-house, maar ook met externe ontwerpers.
Vandaag de dag heeft Mauboussin een team van in-house ontwerpers die verantwoordelijk zijn voor de creaties van het huis.
Mauboussin stond bekend om zijn innovatieve en gedurfde ontwerpen, vooral tijdens de Art Deco periode.
Onder leiding van Dominique Frémont werd het merk met succes geherpositioneerd als een toegankelijker luxemerk.
Mauboussin heeft verschillende collecties gecreëerd, waaronder de “Nadia” ring (een ring met een centrale edelsteen omringd door kleinere stenen) en de “Le Premier Jour” collectie (een collectie verlovings- en trouwringen).
Het huis staat ook bekend om zijn parfums.
Maison Mauboussin bestaat nog steeds en is actief in de juweliers- en parfumindustrie.
Het heeft boetieks over de hele wereld en verkoopt zijn producten ook online (foto januari 1935)

