De Nederlands-Surinaamse actrice Alida Neslo.

De Nederlands-Surinaamse actrice en theatermaakster Alida Neslo groeide op in Suriname in een intellectueel gezin en is de zus van de bekende surinamiste Ellen Neslo.

Al op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de kunsten dankzij balletlessen van haar oom, de balletpedagoog Percy Muntslag.

Na het afronden van het Atheneum A koos ze aanvankelijk voor een talenstudie.

Ze vertrok naar Vlaanderen en behaalde aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen haar bachelor in Spaans en Engels.

Toch ontdekte ze dat haar ware passie ergens anders lag.

Ze besloot haar talenstudie niet te vervolgen en schreef zich in aan de befaamde theateropleiding Studio Herman Teirlinck in dezelfde stad.

Haar studententijd was niet alleen leerzaam, maar ook avontuurlijk.

Om haar opleiding te bekostigen, trok ze als danseres door Vlaanderen met een drive-inshow, waarbij ze het podium deelde met bekende artiesten als Vader Abraham, Jacques Herb, De Kermisklanten en Mieke.

In 1980 studeerde ze succesvol af.

Haar carrière nam al snel een vlucht toen ze zich aansloot bij Tiedrie, het Theater van de derde wereld onder leiding van Tone Brulin.

Hier schitterde ze in stukken als Kapai-Kapai, Charkawa, Gilgamesj en het door Edgar Cairo geschreven Ba Anansi.

Daarnaast deed ze ruime podiumervaring op bij Mudra Afrique, waar ze werkte met de gerenommeerde choreografen Maurice Béjart en Germaine Acogny, en stond ze op de planken bij de Zwarte Komedie, met teksten van onder meer Tom Lanoye en Bert Verhoye, en bij het Nederlands Toneel Gent.

Voor het grote publiek in Vlaanderen werd Alida in 1983 een bekend en geliefd gezicht dankzij haar rol als panellid in het televisieprogramma TV-Touché.

Nog generatie-overstijgender was haar verschijning als Alida in het educatieve kinderprogramma

De Boomhut op de VRT, het huidige Ketnet. Dit programma was een groot succes en werd in 1998 zelfs bekroond met de Prijs voor het beste jeugdprogramma van de Vlaamse Gemeenschap.

Haar televisiewerk omvatte verder de presentatie van Het einde van de wereld en de creatie van diverse documentaires, wat haar brede inzetbaarheid als mediamaker onderstreept.

Haar onberispelijke taalgevoel kwam in 2003 prachtig tot uiting toen ze deelnam aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Halverwege de jaren negentig verlegde ze haar werkterrein naar Nederland.

In 1995 werd ze artistiek leider bij De Nieuw Amsterdam, een theatergroep en toneelopleiding die oorspronkelijk was opgezet door Rufus Collins.

Vijf jaar later, in 2000, volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van de theateropleiding DasArts, een door hem opgezette tweede fase-opleiding voor reeds afgestudeerde theaterstudenten.

Ondanks haar successen in Europa bleef Suriname trekken.

In 2006 besloot ze terug te keren naar haar geboorteland met een duidelijke missie: het opzetten van een hoogwaardige toneelopleiding, vergelijkbaar met de Studio Herman Teirlinck waar zij zelf haar vak had geleerd.

Naast deze feiten over haar rijkgevulde loopbaan zijn er nog enkele bijzondere weetjes over Alida Neslo.

Met haar rol in TV-Touché was ze een van de eerste opvallende vrouwen van kleur op de Vlaamse televisie die structureel in een intellectueel en satirisch panel plaatsnam, wat destijds een ware doorbraak was in de media.

Bij haar terugkeer in Suriname beperkte ze zich bovendien niet tot het reguliere kunstonderwijs.

Ze startte bijzondere theaterprojecten met gedetineerden, onder andere in de gevangenis van Santo Boma, om hen via creatieve expressie te helpen bij hun rehabilitatie en terugkeer in de maatschappij.

Daarnaast groeide ze al snel uit tot een onmisbare stem in de Surinaamse cultuursector, waar ze onder meer optrad als adviseur voor het Directoraat Cultuur.

Acteur Jef Demedts mag vandaag 90 kaarsjes uitblazen.

Jef Demedts was jarenlang een vaste waarde in het theater, voornamelijk bij NTGent, waar hij niet alleen op de planken stond, maar ook een periode de artistieke leiding op zich nam.

Voor het grote publiek is hij wellicht het bekendst door zijn iconische hoofdrol als Fabian van Fallada in de gelijknamige jeugdreeks.

Daarnaast vertolkte hij door de jaren heen nog vele andere televisierollen.

Zo speelde hij Miel Bataille in ‘Rupel’, was hij drie jaar lang te zien als Gaston Veugelen in ‘Familie’ en had hij een rol als Karel Arends in de telenovelle ‘Ella’.

Zijn veelzijdigheid bleek ook uit zijn talrijke gastoptredens in populaire series.

Hij verscheen onder meer in ‘De Kotmadam’, ‘Windkracht 10’, ‘Wittekerke’, ‘Spoed’, ‘Flikken’, ‘Aspe’ en ‘LouisLouise’. In ‘F.C. De Kampioenen’ was hij zelfs drie keer te gast in verschillende rollen.

Daarnaast werkte hij mee aan klassiekers als ‘Manko Kapak’, ‘Kapitein Zeppos’, ‘Het zwaard van Ardoewaan’ en ‘De Paradijsvogels’.

Op het witte doek had hij een rol als begrafenisondernemer in de film ‘Pauline & Paulette’ uit 2001.

35 jaar geleden, Hugo Van Den Berghe, pannellid in de Wies Andersen Show.

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.

In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.

Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).

Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.

Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.

Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).

Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.

Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.

Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.

“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.

Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.

Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).

Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.

Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.

Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”

Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.

Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.

In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.

Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.

Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.

Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.

Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.

“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.

Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

Kan een afbeelding zijn van 3 mensen en tekst

Vanavond 60 jaar geleden, eerste voorstelling van het Nederlands Toneel Gent.

Op 9 oktober 1965 ging het NTG van start met een merkwaardige opvoering van Maria Stuart van Friedrich von Schiller (1759-1805) in een regie van Georges Vitaly (animator van kleine theaters in Parijs) en de regieassistent was Jo Decaluwe.

Met Joanna Geldof in de titelrol en Suzanne Juchtmans als Elisabeth.

Maakten ook nog deel uit van deze eerste cast: Gaby Bouüaert, Roger Bolders, Jef Demedts, Daniël Decock, Eric Raes, Werner Kopers, Edgar De Pont, Jo Delvaux, Jaak Vissenaken, Jo De Meyere, Paul-Emile Van Royen, Eddy Asselbergs, Roger De Wilde, Greta Verniers, Anton Cogen, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden, Veerle Wyffels, Ivo Baeyens, Jan Gheysens, Dirk Liefooghe, Dirk De Vilder en Gilbert Braeckman.

Er werden van Maria Stuart drieëntwintig voorstellingen gespeeld, waarmee 13.429 toeschouwers werden bereik.

De laatste voorstelling was op 27 oktober 1965

De eerste NTG-directeur, Dré Poppe, kon er maar twee seizoenen blijven.

Wegens een onenigheid met zijn Raad van Bestuur met als voorzitter Bert Willems, omtrent participatie in de opbrengst van het toenemende aantal bezoekers, vroeg Poppe op het einde van het seizoen 1966-1967 van zijn verplichtingen als directeur ontheven te worden.

Hij werd opgevolgd door Albert Hanssens, die al als administrateur aan het NTG verbonden was.

Na een carrière van 43 jaar is vandaag de dag aangebroken waarop ik van mijn pensioen mag genieten.

Mijn loopbaan begon als verkoper van groenten en fruit, na een korte opleiding in de Wondelgemstraat.

Al snel droeg ik de verantwoordelijkheid voor de winkel aan het Van Beverensplein in Gent.

Deze eerste werkervaring werd onderbroken door mijn legerdienst in Duitsland.

Na een opleiding in Peel, werd ik als magazijnier tewerkgesteld bij de logistieke dienst in Aken.

Toen majoor de Man vroeg naar kandidaten om in het hotel Mercator te werken, was ik een van de eersten om die kans te grijpen.

Gisteren nog vandaag

Daar ontdekte ik de horeca en binnen enkele weken was ik al ‘Maître de salle’.

Ik woonde er samen met drie andere soldaten in een woning in de wijk van de beroepsmilitairen, waaronder Patrick, een tandarts die ook uit Gent kwam.

Ik werkte er veel en kreeg zelfs de kans om als burger in dienst te blijven, maar dat aanbod sloeg ik af.

Ik keerde terug naar mijn vertrouwde wereld en werd opnieuw gerant, waarbij ik met veel plezier groenten en fruit verkocht.

Een jaar later maakte ik de overstap naar de elektronicawereld als verkoper in de Tandy-winkel in Oostakker.

Nog een jaar later werd ik gerant van het filiaal in de Vlaanderenstraat in Gent, waar ik ook in een mooi appartement boven de winkel woonde.

Gisteren nog vandaag

Enkel jaren later, nam ik er een bijverdienste in de avond bij als barman in het NTG in Gent, een rol waarin mijn horeca-ervaring uit het leger goed van pas kwam.

Toen het met de Tandy-keten minder goed ging, diende zich een nieuwe kans aan.

Met veel enthousiasme werd ik foyerverantwoordelijke in het NTG.

Gisteren nog vandaag

Naast het horecagedeelte kwam ik er in contact met de fascinerende wereld van theater, met zijn acteurs, regisseurs en andere boeiende persoonlijkheden.

Ik kon van op de eerste rij meemaken hoe nieuwe producties tot stand kwamen en leerde er warme collega’s met een hart voor het theater kennen.

Ik was ook nauw betrokken bij de verbouwing van het theatergebouw, meer specifiek de foyer, keuken, eetzalen en de artiestenbar.

Gisteren nog vandaag

Een moment dat me altijd zal bijblijven, is de opening van de foyer, die ik omvormde tot een brasserie waar ik nog steeds trots op ben.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Ook Minnemeers, de tweede zaal van het NTG, en tijdens de Gentse Feesten in de Lakenhal, met gasten als Freek Neirynck en Radio 2, blijven gekoesterde herinneringen.

Gisteren nog vandaag

Ik heb in die tijd zelfs in het theatergebouw gewoond.

Gisteren nog vandaag

Aan dit avontuur kwam echter een einde en ik begon een nieuw hoofdstuk bij Vendex.

Dit bedrijf, destijds ook eigenaar van Hema, had net de supermarktketen Battard overgenomen, die vooral in West-Vlaanderen en Wallonië actief was.

Mijn taak was om de winkels aan te passen aan de nieuwe beleidsplannen. Ik werkte voornamelijk in Wallonië en verbleef er de hele week op hotel.

Tijdens die periode wees mijn vriend Philippe Bossuyt me erop dat de Hotsy Totsy te koop stond.

Samen zijn we in dat avontuur gestapt.

Gisteren nog vandaag

We transformeerden de Hotsy Totsy, voorheen een privézaak, tot een levendig café. Met een aangepaste drankkaart, optredens en diverse activiteiten maakten we er opnieuw een succesverhaal van.

Enkele jaren later kreeg ik de kans om aan het hoofd te staan van de plaatselijke dekenij.

Samen met de andere leden en mijn vriend Thierry Bonnaffé heb ik toen de boekenmarkt op de Graslei in Gent opgericht.

Dankzij de steun van de huidige burgemeester Mathias De Clercq en toenmalig burgemeester Daniël Termont is deze zondagse markt uitgegroeid tot een groot succes.

In 2000 was ik ook medeoprichter van de Poëzieroute in de Gentse binnenstad.

Als hoofd van de dekenij besloot ik met het bestuur om onze activiteiten tijdens de Gentse Feesten grondig te herzien.

Zo schaften we de maandagmarkt, bekend als ‘de dag van de lege portemonnee’, af en verwelkomden we in 2004 de organisatie van Polé Polé.

Nu is de tijd gekomen om dit alles achter me te laten en van mijn pensioen te genieten.

Ik ben dankbaar voor deze prachtige carrière en vooral voor de vele mensen die ik heb mogen leren kennen.

Gisteren nog vandaag

Het zijn er te veel om op te noemen, maar ze hebben voor altijd een plek in mijn hart.

Gisteren nog vandaag

Vanavond, 34 jaar geleden, op 9 juni 1991, vond de laatste voorstelling plaats van het toneelstuk Het gezin Van Paemel in de Tolhuislaan in Gent.

Deze klassieker, geschreven door Cyriel Buysse, werd geregisseerd door Dirk Tanghe.

Ik herinner me nog dat ik hem tijdens de repetities regelmatig een glas witte wijn bracht en dan bleef kijken naar de gang van zaken.

Het decor, ontworpen door Steven Demets, en de verlichting van Jaak van de Velde waren subliem.

Het verhaal was ijzersterk en de bezetting was fantastisch; Jef Demets schitterde in zijn rol als vader Van Paemel.

Naast vrijwel de complete vaste groep toneelspelers van het NTG, kregen ze ook nog versterking van Els De Schepper, Koen De Sutter, Frank Dierens en Marijke Pinoy.

Dirk Tanghe wist er bijna een filmvoorstelling van te maken, mede dankzij de ruimte die hij kreeg in de Tolhuislaan.

Bijna 30.000 mensen kwamen kijken, dus we kunnen zeker spreken van een groot succes.

Steef Verwée rijpt als een goede wijn; zijn creativiteit lijkt met de jaren alleen maar te groeien.

Na zijn succesvolle cd’s “Oudenaarde een Hymne” (2014) en “Oudenaarde een Idioticon” (2022), die beide rijk zijn aan unieke teksten en muzikale composities, bracht hij verleden jaar een nieuwe cd uit met liederen in de Zuid-Oost-Vlaamse streektaal.

Deze keer richt Verwée zich op het fascinerende taalgrensgebied rond de stad Ronse, “Koningin der Vlaamse Ardennen” en “Le Pays des Collines”.

Opnieuw bracht hij erfgoed, sagen, mythen, folklore en lokale verhalen tot leven in zijn muziek.

Steef Verwée (1951), van jongs af aan gepassioneerd door het Oudenaards dialect, groeide op in een familie waar “ouwenors” de voertaal was.

Zijn familiewortels gaan terug tot het midden van de 16e eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Op zijn achttiende schreef Steef zijn eerste Oudenaardse liederen, waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het conservatorium van Gent in 1973 begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder “Claus on the Rocks”, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV, een welkome bron van inkomsten voor de jonge vader.

In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij “De Cirkel” op.

Na zijn periode bij Theater Arena startte hij “Applied Promotions Intermed nv”, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij eigen werk creëren, met als hoogtepunt de première van “The Erotic Opera” in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling.

In 2012, voor de retrospectieve tentoonstelling “Beatles, Bombardons en Buuneklakkers”, werd Steef gevraagd om zijn jaren 60 liedjes in het Oudenaards dialect opnieuw uit te voeren.

Deze liederen trokken de aandacht van het stadsbestuur, wat resulteerde in de cd “Oudenaarde een Hymne” (2014), een drieluik met 20 Oudenaardse liederen.

Zijn live optreden bij de cd-release in CC De Woeker werd bekroond met de titel “Ambassadeur van het Oudenaards Dialect”.

Na een ernstig ongeval in 2015 volgde een rustperiode, waarin Steef zich weer aan het componeren en schrijven zette.

Dit resulteerde in nieuwe cd’s en drie theatercreaties, waaronder “Oudenaarde een Idioticon” (2022), geïnspireerd op Isidoor Teirlincks “Zuid-Oostvlaandersch Idioticon” (1905).

Op deze cd brengt Steef oude woorden en uitdrukkingen tot leven, vaak met een knipoog naar de lokale geschiedenis.

Zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip “Largootje voor mijn prinsesje”, geregisseerd door het team van de film “Adam en Eva”.

Momenteel werkt hij aan “Tour de Chant Ronse, parel van de Vlaamse Ardennen”, een nieuwe audiovisuele theatercreatie die op 3 mei 2025 in Ronse in première gaat.

Vandaag, 100 jaar geleden, viering 25 jaar NTG (27 december 1924)

De officiële naam luidt als volgt: Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS).

Nochtans staat het gebouw beter bekend als NTG of NTGent omdat NTG de theatergroep is die op die locatie speelt.

Ik heb daar jaren gewerkt als hoofd van het horecagedeelte en ik woon daar toen ook in het gebouw.

Ook ben ik trots dat ik toen de eer had om de Foyer op te starten en dat met veel succes.

Koen Crucke mag vandaag 72 kaarsjes uitblazen

Met de deskundige hulp van Bart Herman en Jaap Kwakman (van de Nederlandse formatie 3J’s) ontstond ‘Kleine Edith’, een heerlijk walsje waarmee je je instant in het Parijs uit vervlogen tijden waant.

Onnodig te vertellen wellicht dat Koen met dit nummer zijn grote idool en voorbeeld Edith Piaf eer wil brengen.

Deze Grand Dame uit de muziekgeschiedenis kreeg een heel speciaal plekje in Koen’s hart, dat blijkt nog maar eens dit prachtige nummer.

Vandaag 60 jaar geleden, première van het toneelstuk Lieve leugenaar van Bernard Shaw met Luc Philips en Hélène Van Herck te zien in het Ntg in Gent (Première 22 september 1962)

Vandaag 60 jaar geleden, première van het toneelstuk Lieve leugenaar van Bernard Shaw met Luc Philips en Helena te zien in het Ntg in Gent (Première 22 september 1962)
Vandaag 60 jaar geleden, première van het toneelstuk Lieve leugenaar van Bernard Shaw met Luc Philips en Helena te zien in het Ntg in Gent (Première 22 september 1962)
Vandaag 60 jaar geleden, première van het toneelstuk Lieve leugenaar van Bernard Shaw met Luc Philips en Helena te zien in het Ntg in Gent (Première 22 september 1962)

Vandaag 95 jaar geleden, de geboorte van de Vlaamse actrice Ann Petersen

In 1964 speelde ze de rol van Emma in de legendarische BRT-jeugdserie Kapitein Zeppos.

Later volgden onder meer nog rollen in de tv-bewerking van Wij, heren van Zichem (1969), de historische reeks De vorstinnen van Brugge (1972), de komische reeks Slisse en Cesar (1977) en de series de Paradijsvogels (1980) en het Verdriet van België (1994) en acht jaar vertolkte ze in de populaire TV1-soap Thuis de rol van Florke.

Ann Petersen kon ook een aantal films op haar palmares schrijven. De bekendste daarvan zijn Mira (1971), Hector (1987), Manneken Pis (1995) en Pauline en Paulette (2002).

Voor die laatste kreeg ze vorig jaar samen met collega Dora Van der Groen nog een Fonske, een Vlaamse filmprijs.

De actrice was verder 30 jaar lang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en speelde bij diverse theatergezelschappen gastrollen.

Een van haar opvallende theaterrollen was die van Maria Caspari in de monoloog Het massagesalon (1986), later ook op televisie vertoond.

Ann Petersen was tot 1960 getrouwd, dit huwelijk eindigde in een echtscheiding.

Zelf vertelde ze dat ze van haar man wegging omdat hij graag kinderen had gehad, terwijl ze die zelf niet meer kon krijgen door een operatie met complicaties

Petersen was ondanks haar 76 jaar en haar gezondheidsproblemen -ze leed aan diabetes, artrose en had hartproblemen- nog erg actief, deels omdat ze een klein pensioen had, deels omdat ze het graag deed.

Op 11 december 2003 overleed Petersen in haar woning in Opwijk.(Diverse bronnen, Wikipedia en Story juni 1987)

Vandaag 95 jaar geleden, de geboorte van de Vlaamse actrice Ann Petersen

Vandaag 95 jaar geleden, de geboorte van de Vlaamse actrice Ann Petersen

De Vlaamse actrice Ann Petersen maakt reclame voor De Golden Railpass van de Belgische Spoorwegen (november 1991)