Vandaag is het 90 jaar geleden dat de Franse wiskundige en politicus Paul Painlevé overleed (29 oktober 1933)

Paul Painlevé geboren op 5 december 1863 in Parijs, stamt af van een familie die zich in verschillende ambachten heeft onderscheiden.

Aan de kant van zijn vader waren zijn voorouders wijnmakers uit Eure-et-Loir, terwijl aan de kant van zijn moeder zijn voorouders steenhouwers waren uit Meaux.

Zijn grootvader van vaderskant verhuisde naar Parijs, waar hij als typograaf werkte.

Hij ging met pensioen op negenenvijftigjarige leeftijd en keerde terug naar zijn geboortedorp, waar hij twintig jaar later overleed.

Zijn vader volgde het voorbeeld van zijn grootvader en zijn oom en werd een lithografisch ontwerper in de grafische industrie in Parijs.

In het begin van de jaren zeventig richtte hij een drukinktfabriek op in Malakoff.

Paul Painlevé groeide op in een redelijk welvarende, progressieve en goed opgeleide middenklasse familie.

Hij studeerde aan de École Normale Supérieure, waar hij later ook hoogleraar werd.

Hij was een expert op het gebied van differentiaalvergelijkingen en hemelmechanica, en leverde belangrijke bijdragen aan de theorie van de singulariteiten en de stabiliteit van vloeistofstromen.

In 1900 werd hij verkozen tot lid van de Academie van Wetenschappen.

Hij bestudeerde de beweging van vloeistoffen en hun toepassing op het ontwerp van vliegtuigen.

In 1903 publiceerde hij een formule die aantoonde dat een vleugel een opwaartse kracht kan genereren door de luchtstroom om zich heen te veranderen.

In 1908 maakte hij een historische vlucht en was hij de eerste passagier van de gebroeders Wright, die de eerste gemotoriseerde vlucht hadden uitgevoerd in 1903.

Hij bleef geïnteresseerd in de theorie van de luchtvaart en in 1927 formuleerde hij een wiskundig model voor de beweging van een vlak in een perfecte vloeistof, dat wil zeggen een vloeistof zonder viscositeit of wrijving.

Zijn werk legde de basis voor latere ontwikkelingen in de aerodynamica en de stromingsleer.

Hij was niet alleen een invloedrijke figuur in de Franse wetenschap, maar hij was ook actief in de politiek, zo was hij twee keer premier (in 1917 en 1925) en bekleedde hij verschillende ministerposten.

Hij speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de militaire luchtvaart in Frankrijk.

In 1910 overtuigde hij het parlement om geld vrij te maken voor de aanschaf van vliegtuigen.

Hij was rapporteur en later voorzitter van de commissie voor marinezaken, lid van de Hoge Raad voor Militaire Luchtvaart en van de Technische Commissie voor Spoorwegoperaties.

Hij zette zich in om de nationale verdediging te versterken.

Hij was een voorstander van de internationale samenwerking en de wetenschappelijke vooruitgang, en richtte onder andere het Institut d’Histoire des Sciences et des Techniques op.

Painlevé was getrouwd met Marguerite Petit de Villeneuve

Zij hadden samen een zoon, Jean Painlevé, die een beroemde regisseur en bioloog werd.

Jean Painlevé maakte meer dan tweehonderd films over het leven in de zee, waarin hij wetenschap en kunst combineerde. Hij was ook een pionier op het gebied van de microcinematografie en de onderwaterfotografie.

Paul Painlevé stierf op 29 oktober 1933 in Parijs, op 69-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 60 jaar geleden, de ontvoering van voetballer Alfredo Di Stéfano (Panorama 8 oktober 1963)

In 1963 werd Di Stéfano het slachtoffer van een ontvoering in Caracas, Venezuela, waar hij met Real Madrid een vriendschappelijke wedstrijd zou spelen.

Hij werd op (volgens sommige bronnen op 24 augustus) meegenomen door twee gewapende mannen die zich voordeden als politieagenten.

Ze eisten losgeld en politieke concessies van de Venezolaanse regering.

Di Stéfano werd twee dagen vastgehouden (sommige bronnen hebben het over 25 uur) in een afgelegen huis, maar bleef ongedeerd. Hij kreeg zelfs te eten en te drinken en mocht naar de radio luisteren.

De ontvoerders behoorden tot een linkse guerrillabeweging die zichzelf de Gewapende Revolutionaire Beweging (MRA) noemde.

Ze wilden met hun actie aandacht vragen voor de sociale ongelijkheid en de onderdrukking in Venezuela.

Ze hadden ook contact met Fidel Castro, de leider van Cuba, die hen steunde in hun strijd tegen het regime van president Rómulo Betancourt.

Castro zou zelfs hebben bemiddeld om Di Stéfano vrij te krijgen, volgens sommige bronnen.

Op 26 augustus werd Di Stéfano vrijgelaten in de buurt van de Spaanse ambassade.

Hij werd opgevangen door zijn ploeggenoten en kon al snel weer voetballen.

Hij speelde zelfs mee in de uitgestelde wedstrijd tegen São Paulo, die Real Madrid met 2-1 won.

Di Stéfano zei later dat hij geen wrok koesterde tegen zijn ontvoerders en dat hij begrip had voor hun idealen. Hij schonk ook een deel van zijn gage aan een Venezolaans weeshuis.

Alfredo Di Stéfano was een van de grootste voetballers aller tijden. Hij speelde als aanvaller en was vooral bekend om zijn successen met Real Madrid in de jaren 50 en 60.

Hij won vijf keer de Europacup I en scoorde in elke finale. Hij was ook vijf keer de topscorer van Spanje en werd twee keer verkozen tot Europees voetballer van het jaar.

Di Stéfano begon zijn carrière bij River Plate in Argentinië, waar hij in 1947 de Copa América won.

Hij speelde ook voor Huracán en Millonarios in Colombia, voordat hij in 1953 naar Real Madrid ging.

Hij nam de Spaanse nationaliteit aan en speelde 31 interlands voor Spanje, nadat hij eerder ook voor Argentinië en Colombia had gespeeld.

Di Stéfano maakte nooit zijn debuut op een WK, omdat Spanje zich niet kwalificeerde of zich terugtrok.

Na zijn voetbalcarrière werd hij trainer van onder andere Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate en Real Madrid.

Hij won als coach onder meer de Argentijnse titel met Boca Juniors en River Plate, de Spaanse titel en de Europacup II met Valencia en de Spaanse Supercup met Real Madrid.

Hij was ook een filmacteur en speelde in vier films: Con los mismos colores (1949), Saeta rubia (1956), La batalla del domingo (1963) en Once pares de botas (1968).

Di Stéfano overleed in 2014 op 88-jarige leeftijd in Madrid. Hij wordt beschouwd als een legende van het voetbal en een icoon van Real Madrid.

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Florimond Grammens werd in 1899 in Bellem geboren als zoon van Frederick Grammens en Maria Gelaude, beiden van boerenafkomst.

Hij studeerde aan het College van Eeklo en daarna aan de Normaalschool van Sint-Niklaas.

In 1918 dook hij onder en werd bij de bevrijding door de Belgische troepen vrijwillig brancardier bij het veldleger.

In 1920 werd hij leraar in Ronse, wat hij bleef tot 1929.

Flor Grammens werd actief flamingant, vooral doordat hij als leraar aan de taalgrens de onrechtvaardige en onwettelijke toestanden leerde kennen en in 1927 een voetreis langs de hele taalgrens maakte.

Dit resulteerde in de oprichting van de taalgrensactie.

In 1931 begon hij zelf voor tweetaligheid te zorgen in die taalgrensgemeenten die bleven weigeren de taalwetten toe te passen.

Dit leidde tot processen die gevoerd werden in de provincies Luik en Henegouwen, waar hij als eerste voor Waalse rechtbanken rechtspleging in het Nederlands eiste.

Een nieuwe periode in de taalgrensactie begon toen Flor Grammens op 9 januari 1937, in witte schilderskiel, de Franstalige straatnaamborden en wegwijzerplaten in de taalgrensstad Edingen overschilderde.

Deze en andere acties genoten veel bijval en talrijke Vlaamse studenten sloten zich aan bij wat zij de nieuwe Vlaamse schildersschoolnoemden.

Overal waar ze maar konden, voerden ze actie en organiseerden ze meetings en andere manifestaties. In de pers en het parlement ontstond daarover heel wat rumoer.

De campagne duurde drie jaar tot uiteindelijk de eentaligheid van Vlaanderen werd verkregen.

Grammens verbleef nog maar eens in de gevangenis toen hij in 1939, bij een onvoorziene parlementsverkiezing, als onafhankelijk kamerlid werd verkozen.

Grammens, die in deze periode (1937-1940) de Raad der Daadstichtte, wou nooit lid van een partij worden om zo onafhankelijk mogelijk en met zoveel mogelijk Vlaamsgezinden te kunnen optreden.

Hij kantte zich tegen politieke collaboratie in de Tweede Wereldoorlog, maar aanvaardde lid en daarna voorzitter te worden van de Commissie voor Taaltoezicht.

Onder zijn leiding werden door die Commissie onderzoeken ingesteld naar de toepassing van de taalwetten in de taalgrensgemeenten en de hoofdstedelijke agglomeratie.

Zo bleek dat in de Brusselse gemeenten talrijke Vlaamse kinderen onwettig in Franstalige klassen waren ondergebracht.

Veel kinderen werden overgeplaatst naar Nederlandstalige klassen, wat na de bevrijding voor een groot deel weer ongedaan werd gemaakt.

Grammens, die argumenteerde dat hij alleen de taalwetten toepaste, werd na de bevrijding, ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid, opgesloten.

Zijn woning werd geplunderd.

Hij kreeg een gevangenisstraf van zes jaar, waarvan hij er vier heeft uitgezeten.

In 1956 hielp hij de Vlaamse Volksbewegingheroprichten en trad hij onder meer op tegen de eentalig Franse opschriften op de wereldtentoonstelling in Brussel en later tegen de Franstalige reclameteksten aan de kust en elders in Vlaanderen.

Ook was hij betrokken bij de oprichting van de stichting van het Taal Aktie Komitee.

In 1962 werd hij hersteld in zijn burgerrechten.

Grammens bleef actief voordrachten geven en was pleitbezorger van een politieke integratie van Vlaanderen en Nederland, in een eengemaakte Europa.

Ook wendde hij overal waar hij kon zijn invloed aan om mistoestanden te signaleren en te verhelpen.

Voor zijn verdiensten in verband met de taalstrijd, ontving hij in 1971 de Marnixring-André Demedtsprijs van de Kortrijkse Marnixkring.

Hij was de vader van journalist Mark Grammens.

In 1975 kocht het Grammensfonds het geboortehuis van Flor Grammens en schonk het aan het gemeentebestuur van Bellem.

Hij overleed in Deinze in 1985.

Na zijn dood werd het persoonlijk archief van Flor Grammens, in het bezit van het Grammensfonds, overgedragen aan de bibliotheek van de Campus Kortrijk van de KU Leuven. (Diverse bronnen, Wikipedia, gemeente Aalter en De Post van 3 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

45 jaar geleden, te gast thuis bij minister van Onderwijs Herman De Croo en zijn gezin.

Van 1974 tot 1988 was Herman De Croo bijna ononderbroken minister.

Van april 1974 tot juni 1977 was hij minister van Nationale Opvoeding in de regeringen-Tindemans I, -II en -III, ten tijde van de Goede Vrijdagbenoemingen.

Daarna was hij van mei tot oktober 1980 minister van PTT en Pensioenen in de Regering-Martens III, van december 1981 tot november 1985 was hij minister van Verkeerswezen en PTT in de Regering-Martens V en van november 1985 tot mei 1988 minister van Verkeerswezen en Buitenlandse Handel in de Regering-Martens VI en de Regering-Martens VII.

Herman De Croo
Herman samen met zijn vader
De jonge Alexander, nu onze huidige eerste minister met zijn mama
45 jaar geleden, te gast thuis bij de minister van Onderwijs Herman De Croo.
Alexander De Croo

Vandaag 50 jaar geleden, start voor de nieuwe regering Regering-Gaston Eyskens V (21 januari 1972)

De regering bestond uit 19 ministers en 10 staatssecretarissen. De CVP had 6 ministers en 3 staatssecretarissen, BSP/PSB had 9 ministers en 5 staatssecretarissen en PSC had 4 ministers en 2 staatssecretarissen.

Op 31 december 1972 verving André Cools Henri Simonet ad interim als minister van Economische Zaken.

Vandaag 50 jaar geleden, start voor de nieuwe regering Regering-Gaston Eyskens V (21 januari 1972)