Van jungle-avontuur in 1991 tot volwaardig modemerk: de opmerkelijke geschiedenis van Camel Active

Wie vandaag door een kledingwinkel loopt, komt geregeld jassen, truien of schoenen van het merk Camel Active tegen.

De collectie ademt nog altijd een robuuste outdoorsfeer uit, maar weinigen staan er nog bij stil dat dit merk zijn wortels heeft in een bijzonder doordachte marketingstrategie van de tabaksindustrie.

De geschiedenis gaat terug naar de overgang van de jaren zeventig naar tachtig.

Tabaksgigant R.J. Reynolds richtte destijds een dochteronderneming op onder de naam Worldwide Brands Inc. om licenties en nevenproducten te ontwikkelen.

De directe aanleiding was het enorme succes van de Camel Trophy, de befaamde en loodzware offroad-competitie die in 1980 voor het eerst met gele Land Rovers door het Amazonewoud trok.

Rond die rally ontstond de officiële kledinglijn Camel Trophy Adventure Wear.

In het begin ging het vooral om functionele expeditiekleding, stevige laarzen, horloges en uitrusting voor de deelnemers en volgers van het avontuur.

In de vroege jaren negentig kregen tabaksfabrikanten te maken met steeds strengere regels.

Reclame voor sigaretten op televisie en langs sportvelden werd in hoog tempo aan banden gelegd of verboden.

Het moederbedrijf zocht daarom naar manieren om de merknaam toch in het straatbeeld aanwezig te houden, een beproefde marketingtruc die ook wel bekendstaat als brand stretching.

Een sprekend voorbeeld daarvan verscheen in september 1991 in de bladen, met een paginagrote advertentie voor de Camel Collection onder de noemer Your Own Style.

De sfeer sloot naadloos aan bij het imago van de sigaretten: een avonturier die over een wankele touwbrug diep in een tropische jungle balanceert, vergezeld van hetzelfde lettertype en het herkenbare logo.

Slechts een klein hoekje van de pagina toonde de daadwerkelijke kleding, met een grof gebreide trui en een broek, gericht op de man die zijn eigen keuzes maakt.

Officieel werd er mode aangeprezen, maar de associatie met het tabaksmerk werd bij de lezer onmiddellijk gewekt, zonder een wet te overtreden.

Het bleef echter niet bij een publiciteitsstunt alleen.

De kleding bleek van degelijke kwaliteit en sloeg buitengewoon goed aan bij het winkelende publiek.

Toen overheden rond de eeuwwisseling de regels nog verder aanscherpten en ook indirecte reclame door tabaksmerken aan banden legden, moesten de banden met de sigarettenindustrie definitief worden doorgeknipt.

De kleding- en schoenentak werd volledig verzelfstandigd en ging over naar onafhankelijke licentiebedrijven, met name in Duitsland via de Seidensticker Group en later de Bültel Group.

Die verzelfstandiging bracht ook een totale visuele transformatie met zich mee.

Om aan de strenge wetgeving te voldoen, moesten alle herkenbare elementen van de sigarettenpakjes verdwijnen.

De vertrouwde dromedaris en de kenmerkende gele, ronde letters werden definitief geschrapt.

Het vernieuwde merk ging verder onder de naam Camel Active, voorzien van een strakke, eigentijdse typografie en een modern beeldmerk van gestileerde, overlappende pijlen dat subtiel verwijst naar een kompas en buitenactiviteiten.

De legendarische Camel Trophy zelf hield het overigens niet vol.

De rally verdween definitief van het toneel na de editie van 2000, toen het verbod op tabakssponsoring en het eerdere vertrek van Land Rover in 1998 het oorspronkelijke concept onhoudbaar maakten.

Zo is de kledinglijn uiteindelijk als enige overeind gebleven en doorgegroeid naar het hedendaagse Camel Active, een zelfstandig internationaal modemerk.

Waar de gevaarlijke expedities met gele terreinwagens, de sigaretten en zelfs het originele dromedarislogo al lang tot het verleden behoren, herinneren de advertenties uit 1991 nog levendig aan een tijd waarin een slimme maas in de wet het fundament legde voor een blijvend succes in de modewereld (reclame voor kledij van het merk Camel Collection

50 jaar geleden, reclame voor de Kangourak van het merk Salik (juli 1976)

Wie in de jaren zeventig of tachtig is opgegroeid, herinnert zich ongetwijfeld nog de schoolreizen of uitstapjes met de jeugdbeweging waarbij één kledingstuk absoluut onmisbaar was.

Rond de middel van zowat elk kind hing toen een handig, opgerold tasje dat bij de minste regenbui kon worden uitgeplooid tot een felgekleurde regenjas.

Dit ingenieuze kledingstuk, dat sterk leek op de Franse K-way, stond bij ons bekend als de kangourak.

Het was de absolute kaskraker van de Belgische zakenman Pierre Salik en zijn gelijknamige kledingbedrijf.

De geschiedenis van het kledingmerk Salik begint feitelijk al vlak na de Tweede Wereldoorlog bij de Joodse handelaar Jacob Salik, de vader van Pierre.

Het bedrijf kende zijn eerste grote successen met de import en verkoop van militaire overschotten van het Amerikaanse leger en begon in de jaren vijftig met de productie van leren en suède kleding.

Toen Pierre Salik in 1964 het roer overnam van zijn overleden vader, zag de jonge ondernemer meteen een gat in de markt.

Hij richtte zijn pijlen op de productie van jeansbroeken en deed dat met succes.

Het opvallende, Amerikaans lijkende woordlogo Salik werd in de jaren zestig in Europa even bekend als Lee Cooper of Levi’s en vormde zowaar een geduchte concurrent voor deze grote merken.

Pierre Salik was niet alleen een gewiekst zakenman, hij begreep ook de kracht van marketing als geen ander.

Om zijn fortuin te maken met de verkoop van jeansbroeken, plaatste hij onder meer grote advertenties in het weekblad Kuifje.

Wie was er immers beter geplaatst om reclame te maken voor stoere jeans dan stripheld Lucky Luke?

Omdat Salik in Brussel heel wat mensen kende, waaronder tekenaar Hergé, haalde hij uit die nauwe band met de stripwereld in de jaren zeventig nog een meesterzet.

Bij de verkoop van de beroemde kangourak-regenjasjes zat telkens een spaarzegel of een zelfklever van Kuifje, Kapitein Haddock of een ander personage uit de reeks.

De tekeningen hiervoor werden vaak speciaal ontworpen door Hergés rechterhand Bob de Moor.

Het zorgde ervoor dat kinderen maar wat graag een nieuwe kangourak wilden, liefst nog in verschillende kleuren, wat de kassa van Salik flink deed rinkelen.

De man achter dit enorme succes, de in 1930 geboren Pierre Salik, was een bijzonder flamboyant figuur in de Brusselse beau monde.

Salik was naar het schijnt een intimus van de afgetreden koning Leopold III, bij wie hij naar verluidt kind aan huis was, en bouwde in de loop der jaren een fabelachtige kunstcollectie op.

Hij verzamelde werken van klinkende namen als Monet en Modigliani, maar had vooral een immense collectie schilderijen van de Belgische surrealist René Magritte.

Tot zijn verzameling behoorde ooit La corde sensible, een doek dat later voor ettelijke miljoenen euro’s onder de hamer ging bij veilinghuis Christie’s.

Salik hield van het luxueuze leven en ontving geregeld bekende politici op zijn buitenverblijf in Knokke, waarbij hij niet verlegen zat om het uitdelen van dure relatiegeschenken.

Ondanks de grote successen met de Salik-jeans en de onvergetelijke kangourak, kende het zakenimperium in de latere decennia ook donkere periodes.

De fabriek in Quaregnon moest eind jaren zeventig de deuren sluiten en latere avonturen in de kledingsector kenden wisselend succes.

Zo eindigde het verhaal van zijn kinderkledingmerk Kid Cool uiteindelijk in een faillissement.

Vanaf de late jaren tachtig tot ver in de jaren negentig en zelfs in de jaren tweeduizend kwam Pierre Salik vaker in het nieuws door aanslepende en dure conflicten met de fiscus en vermeldingen in politiek-juridische dossiers, in plaats van met nieuwe modetrends.

Die jarenlange fiscale geschillen bleven niet zonder gevolgen.

In 2022 verkocht hij noodgedwongen zijn bekende villa in Knokke voor 14 miljoen euro om een miljoenenboete aan de fiscus te kunnen betalen.

Vandaag is het kledingmerk Salik grotendeels uit het straatbeeld verdwenen.

De fabriek in Quaregnon, de plek waar ooit duizenden broeken van de band rolden, is tegenwoordig een meubelzaak.

Toch blijft de naam Salik, en in het bijzonder de felgekleurde kangourak met de Kuifje-stickers, voor velen een iconisch stukje nostalgie.

Het was een tijd waarin een simpel regenjasje in een buideltje volstond om ons als kind op schoolreis een veilig en stoer gevoel te geven.

Pierre Salik is vorig jaar op 17 januari 2025 op 94-jarige leeftijd overleden.

40 jaar geleden, Pas de deux met hun nummer Mani Meme.

In de video Mani Meme zien we alleen maar zangeres Dett Peyskens van de groep.

Het nummer Mani Meme is geschreven door Walter Verdin en dit samen met Bea Daems en Karel Vereertbrugghen.

Deze drie kennen elkaar van hun gemeenschappelijke groep De Nota.

Karel Vereertbrugghen kennen we onder meer ook van de groep Soft Verdict.

De groep rond de Belgische muzikant Wim Mertens.

Dett Peyskens zingt in een verzonnen taal die lijkt op het Italiaans, maar geen echte betekenis heeft.

Het nummer werd terug bekend toen het modehuis Gucchi het gebruikte voor een reclamecampagne in oktober 2020.

Als muzikante en zangeres werkte Peyskens na Pas De Deux samen met Walter Verdin aan het video/concert Videorhythmics.

Ze speelde ook in de surrealistische film “Le Mur” van Alain Berliner uit 1998, in de voorstelling Revue van Ruud Gielens voor Het Toneelhuis en in vele kunstvoorstellingen die muziek, dans en theater combineerden.

In 2002 bracht ze samen met drummer Danny Van Hoeck het album October’Oktobre uit.

Het nummer werd terug bekend toen het modehuis Gucchi het gebruikte voor een reclamecampagne in oktober 2020.