Van het Palais des Nations tot America First: de geschiedenis van de Verenigde Naties en de heropleving van het isolationisme in 2026.

In de zomer van 1940 verliet een belangrijk deel van het secretariaat van de Volkenbond, waaronder de Economische en Financiële Organisatie, het weelderige nieuwe Palais des Nations op de rechteroever van het Meer van Genève.

Omdat Zwitserland na de val van Frankrijk ingesloten was geraakt, emigreerden zij naar de Verenigde Staten om hun werk vanuit Princeton voort te zetten.

Zij vonden zo ironisch genoeg onderdak in een land dat nooit lid was geweest van de Geneefse Liga.

De uittocht was echter niet compleet; de Internationale Arbeidsorganisatie verhuisde naar Canada, terwijl een kleine bezetting onder leiding van secretaris-generaal Seán Lester in het vrijwel lege paleis in Genève achterbleef om de organisatie op papier in leven te houden totdat deze in 1946 definitief werd ontbonden.

Dat de vergaderingen van de pas opgerichte Verenigde Naties vanaf 1946 naar de Verenigde Staten verhuisden, was echter geen direct gevolg van deze eerdere emigratie, maar een bewuste geopolitieke keuze.

De geallieerden hadden geleerd van het falen van de Volkenbond, die vanaf het begin zwaar verzwakt was, omdat de Amerikanen weigerden lid te worden en kozen voor isolationisme.

Om te voorkomen dat de grootmacht zich na de Tweede Wereldoorlog opnieuw van de internationale politiek zou afkeren, werd besloten het nieuwe hoofdkwartier op Amerikaans grondgebied te vestigen.

Zo werden de Verenigde Staten letterlijk en figuurlijk in de nieuwe wereldorganisatie verankerd.

Daarbij kwam dat grote delen van Europa in puin lagen en de middelen en infrastructuur misten om zo’n diplomatieke instelling te huisvesten, terwijl de Verenigde Staten ongeschonden en economisch bloeiend uit de strijd waren gekomen.

Hoewel de allereerste Algemene Vergadering in januari 1946 nog in Londen plaatsvond, streek de organisatie later dat jaar tijdelijk neer in de staat New York.

De definitieve keuze voor een permanent hoofdkwartier in Manhattan kreeg de doorslag toen John D. Rockefeller Jr. op het laatste moment 8,5 miljoen dollar schonk om een braakliggend stuk land aan de East River te kopen.

De definitieve vestiging in New York was daarmee geen erfenis van de gevluchte Volkenbondmedewerkers in Princeton, maar de ultieme weerspiegeling van de naoorlogse verschuiving van de macht in de wereld.

Tijdens deze historische eerste bijeenkomst in Londen in januari 1946 nam de Belgische staatsman Paul-Henri Spaak een prominente plaats in.

Hij werd er verkozen tot de allereerste voorzitter van de Algemene Vergadering.

Bij de stemming haalde hij het nipt van de Noorse kandidaat Trygve Lie.

Voor Lie was dit verlies echter van korte duur: amper een maand later werd hij alsnog benoemd tot de eerste officiële secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Hij volgde daarmee de Britse diplomaat Gladwyn Jebb op, die de functie in de opstartfase tijdelijk als waarnemer had vervuld.

Het verschil tussen deze twee topfuncties, dat toen in de begindagen werd vastgelegd, bestaat vandaag de dag nog steeds en ligt in de aard van het werk en de ambtstermijn.

De secretaris-generaal is de hoogste ambtenaar en het belangrijkste diplomatieke gezicht van de organisatie.

Deze persoon leidt het VN-secretariaat, stuurt wereldwijd het personeel aan, bemiddelt in internationale conflicten en kan als enige rechtstreeks zaken agenderen bij de Veiligheidsraad.

Het is een zware uitvoerende functie met een mandaat dat zich uitstrekt van Silicon Valley tot ver daarbuiten, met een termijn van vijf jaar die vaak één keer wordt verlengd.

De voorzitter van de Algemene Vergadering is daarentegen de neutrale gespreksleider van het overkoepelende orgaan waarin alle lidstaten samenkomen.

Deze voorzitter leidt de debatten, bepaalt mede de agenda en smeedt compromissen.

Dit mandaat duurt slechts één jaar en rouleert jaarlijks tussen de continenten om iedereen evenredig aan bod te laten komen.

Ook in 2026 worden beide functies ingevuld door ervaren diplomaten en politici.

De Portugees António Guterres bekleedt de rol van secretaris-generaal en bevindt zich in de laatste maanden van zijn tweede termijn, die eind 2026 afloopt.

De Algemene Vergadering staat tot september 2026 nog onder leiding van de Duitse Annalena Baerbock, die de tachtigste sessie voorzit.

Omdat een VN-werkjaar in september begint en eindigt, zal de recent verkozen diplomaat Khalilur Rahman uit Bangladesh daarna de voorzittershamer overnemen om de eenentachtigste sessie in goede banen te leiden.

De historische herinnering aan het vroege Amerikaanse isolationisme, dat de kiem legde voor de zwakte van de Volkenbond, is vandaag de dag actueler dan ooit door de buitenlandpolitiek van president Trump onder de noemer America First.

Er zijn duidelijke parallellen te trekken tussen beide stromingen, aangezien ze voortkomen uit het verlangen om nationale belangen absoluut voorop te stellen en zich te distantiëren van multilaterale verplichtingen.

Dit moderne neo-isolationisme uit zich in een diep wantrouwen tegenover internationale instellingen en uit zich in het bekritiseren of verlaten van internationale verdragen en VN-organisaties.

Ook de kritische, transactionele houding tegenover bondgenootschappen zoals de NAVO en het afschermen van de eigen economie met strenge handelstarieven weerspiegelen deze mentaliteit om de focus resoluut binnen de eigen landsgrenzen te leggen.

Toch plaatsen geopolitieke analisten in 2026 een belangrijke kanttekening bij een directe vergelijking met het traditionele isolationisme uit de jaren twintig en dertig.

Waar de Verenigde Staten zich destijds diplomatiek en militair probeerden terug te trekken uit de wereldpolitiek, is de huidige aanpak onder Trump veel assertiever en dominanter.

Het beleid schuwt eenzijdig en krachtig ingrijpen niet wanneer dit het directe Amerikaanse strategische of economische belang dient, zoals zichtbaar is bij zware economische dwangmaatregelen.

De Verenigde Staten isoleren zich dus niet in volledige afzondering, maar weigeren simpelweg om nog langer op te treden als de onvoorwaardelijke spil en financier van de multilaterale wereldorde zonder dat daar een direct en meetbaar voordeel voor het eigen land tegenover staat.

De geest van het isolationisme waart hiermee weliswaar weer volop rond, maar heeft in deze eeuw een veel conventionelere, transactionele en militante vorm aangenomen.

Plaats een reactie