
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag
In de zomer van 1940 verliet een belangrijk deel van het secretariaat van de Volkenbond, waaronder de Economische en Financiële Organisatie, het weelderige nieuwe Palais des Nations op de rechteroever van het Meer van Genève.
Omdat Zwitserland na de val van Frankrijk ingesloten was geraakt, emigreerden zij naar de Verenigde Staten om hun werk vanuit Princeton voort te zetten.
Zij vonden zo ironisch genoeg onderdak in een land dat nooit lid was geweest van de Geneefse Liga.
De uittocht was echter niet compleet; de Internationale Arbeidsorganisatie verhuisde naar Canada, terwijl een kleine bezetting onder leiding van secretaris-generaal Seán Lester in het vrijwel lege paleis in Genève achterbleef om de organisatie op papier in leven te houden totdat deze in 1946 definitief werd ontbonden.
Dat de vergaderingen van de pas opgerichte Verenigde Naties vanaf 1946 naar de Verenigde Staten verhuisden, was echter geen direct gevolg van deze eerdere emigratie, maar een bewuste geopolitieke keuze.
De geallieerden hadden geleerd van het falen van de Volkenbond, die vanaf het begin zwaar verzwakt was, omdat de Amerikanen weigerden lid te worden en kozen voor isolationisme.
Om te voorkomen dat de grootmacht zich na de Tweede Wereldoorlog opnieuw van de internationale politiek zou afkeren, werd besloten het nieuwe hoofdkwartier op Amerikaans grondgebied te vestigen.
Zo werden de Verenigde Staten letterlijk en figuurlijk in de nieuwe wereldorganisatie verankerd.
Daarbij kwam dat grote delen van Europa in puin lagen en de middelen en infrastructuur misten om zo’n diplomatieke instelling te huisvesten, terwijl de Verenigde Staten ongeschonden en economisch bloeiend uit de strijd waren gekomen.
Hoewel de allereerste Algemene Vergadering in januari 1946 nog in Londen plaatsvond, streek de organisatie later dat jaar tijdelijk neer in de staat New York.
De definitieve keuze voor een permanent hoofdkwartier in Manhattan kreeg de doorslag toen John D. Rockefeller Jr. op het laatste moment 8,5 miljoen dollar schonk om een braakliggend stuk land aan de East River te kopen.
De definitieve vestiging in New York was daarmee geen erfenis van de gevluchte Volkenbondmedewerkers in Princeton, maar de ultieme weerspiegeling van de naoorlogse verschuiving van de macht in de wereld.
Tijdens deze historische eerste bijeenkomst in Londen in januari 1946 nam de Belgische staatsman Paul-Henri Spaak een prominente plaats in.
Hij werd er verkozen tot de allereerste voorzitter van de Algemene Vergadering.
Bij de stemming haalde hij het nipt van de Noorse kandidaat Trygve Lie.
Voor Lie was dit verlies echter van korte duur: amper een maand later werd hij alsnog benoemd tot de eerste officiële secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Hij volgde daarmee de Britse diplomaat Gladwyn Jebb op, die de functie in de opstartfase tijdelijk als waarnemer had vervuld.
Het verschil tussen deze twee topfuncties, dat toen in de begindagen werd vastgelegd, bestaat vandaag de dag nog steeds en ligt in de aard van het werk en de ambtstermijn.
De secretaris-generaal is de hoogste ambtenaar en het belangrijkste diplomatieke gezicht van de organisatie.
Deze persoon leidt het VN-secretariaat, stuurt wereldwijd het personeel aan, bemiddelt in internationale conflicten en kan als enige rechtstreeks zaken agenderen bij de Veiligheidsraad.
Het is een zware uitvoerende functie met een mandaat dat zich uitstrekt van Silicon Valley tot ver daarbuiten, met een termijn van vijf jaar die vaak één keer wordt verlengd.
De voorzitter van de Algemene Vergadering is daarentegen de neutrale gespreksleider van het overkoepelende orgaan waarin alle lidstaten samenkomen.
Deze voorzitter leidt de debatten, bepaalt mede de agenda en smeedt compromissen.
Dit mandaat duurt slechts één jaar en rouleert jaarlijks tussen de continenten om iedereen evenredig aan bod te laten komen.
Ook in 2026 worden beide functies ingevuld door ervaren diplomaten en politici.
De Portugees António Guterres bekleedt de rol van secretaris-generaal en bevindt zich in de laatste maanden van zijn tweede termijn, die eind 2026 afloopt.
De Algemene Vergadering staat tot september 2026 nog onder leiding van de Duitse Annalena Baerbock, die de tachtigste sessie voorzit.
Omdat een VN-werkjaar in september begint en eindigt, zal de recent verkozen diplomaat Khalilur Rahman uit Bangladesh daarna de voorzittershamer overnemen om de eenentachtigste sessie in goede banen te leiden.
De historische herinnering aan het vroege Amerikaanse isolationisme, dat de kiem legde voor de zwakte van de Volkenbond, is vandaag de dag actueler dan ooit door de buitenlandpolitiek van president Trump onder de noemer America First.
Er zijn duidelijke parallellen te trekken tussen beide stromingen, aangezien ze voortkomen uit het verlangen om nationale belangen absoluut voorop te stellen en zich te distantiëren van multilaterale verplichtingen.
Dit moderne neo-isolationisme uit zich in een diep wantrouwen tegenover internationale instellingen en uit zich in het bekritiseren of verlaten van internationale verdragen en VN-organisaties.
Ook de kritische, transactionele houding tegenover bondgenootschappen zoals de NAVO en het afschermen van de eigen economie met strenge handelstarieven weerspiegelen deze mentaliteit om de focus resoluut binnen de eigen landsgrenzen te leggen.
Toch plaatsen geopolitieke analisten in 2026 een belangrijke kanttekening bij een directe vergelijking met het traditionele isolationisme uit de jaren twintig en dertig.
Waar de Verenigde Staten zich destijds diplomatiek en militair probeerden terug te trekken uit de wereldpolitiek, is de huidige aanpak onder Trump veel assertiever en dominanter.
Het beleid schuwt eenzijdig en krachtig ingrijpen niet wanneer dit het directe Amerikaanse strategische of economische belang dient, zoals zichtbaar is bij zware economische dwangmaatregelen.
De Verenigde Staten isoleren zich dus niet in volledige afzondering, maar weigeren simpelweg om nog langer op te treden als de onvoorwaardelijke spil en financier van de multilaterale wereldorde zonder dat daar een direct en meetbaar voordeel voor het eigen land tegenover staat.
De geest van het isolationisme waart hiermee weliswaar weer volop rond, maar heeft in deze eeuw een veel conventionelere, transactionele en militante vorm aangenomen.



Davos is een gemeente in het oostelijke deel van Zwitserland, gelegen in het kanton Graubünden.
De plaats staat bekend als de hoogstgelegen stad van Europa, bevindt zich op ruim 1500 meter hoogte in het Landwasser-dal en heeft een rijke geschiedenis die veel verder teruggaat dan de beroemde economische toppen.
Oorspronkelijk werd het gebied in de middeleeuwen bevolkt door de Walser, een Duitstalig volk dat vanuit Oberwallis naar deze hooggelegen gebieden trok om er landbouw te bedrijven.
Eeuwenlang bleef het een relatief geïsoleerde boerengemeenschap, totdat de specifieke ligging en het klimaat in de negentiende eeuw voor een radicale wending zorgden.
De transformatie van boerendorp naar internationale bestemming begon rond 1853, toen de Duitse arts Alexander Spengler de geneeskrachtige werking van de berglucht ontdekte.
Hij merkte op dat tuberculose, destijds een dodelijke volksziekte, nauwelijks voorkwam bij de lokale bevolking.
Dit inzicht leidde tot de ontwikkeling van Davos als een vermaard kuuroord.
Er werden talrijke sanatoria gebouwd waar patiënten uit heel Europa naartoe kwamen om te genezen in de schone, droge lucht.
Deze periode heeft ook een belangrijke literaire erfenis achtergelaten; de Duitse schrijver Thomas Mann bezocht zijn zieke vrouw in Davos en deed daar inspiratie op voor zijn wereldberoemde roman De Toverberg, die zich afspeelt in een van deze sanatoria.
Toen in de loop van de twintigste eeuw medicijnen tegen tuberculose werden ontwikkeld, verloor het kuuroord zijn oorspronkelijke functie, maar de gemeente vond zichzelf succesvol opnieuw uit als bestemming voor wintersport.
Een publicatie uit het tijdschrift ABC van januari 1936 illustreert hoe Davos zich in die periode al had ontwikkeld tot een trekpleister voor sneeuwliefhebbers.
Het gebied Parsenn, gelegen op 2661 meter hoogte en bereikbaar via een spoorwegrit van twintig minuten, werd destijds geprezen als een ideaal terrein met eindeloze hellingen en ongerepte sneeuw.
Prominente bezoekers, zoals de bekende autocoureur Louis Chiron, spraken vol lof over de prachtige skivelden en stelden dat wie de betoverende charme van Davos eenmaal kende, er altijd zou terugkeren.
Hoewel de skisport in die jaren als koning werd gezien, bleven ook activiteiten als kunstschaatsen, ijshockey, curling en tobogganwedstrijden onverminderd populair en trokken ze duizenden mensen naar de bergen.
Tegenwoordig is Davos echter vooral wereldberoemd door een evenement dat jaarlijks in januari plaatsvindt: de bijeenkomst van het World Economic Forum, oftewel het WEF.
De geschiedenis van dit congres begint in 1971, toen de Duitse econoom en ingenieur Klaus Schwab het initiatief nam voor wat toen nog het European Management Symposium heette.
De eerste bijeenkomst vond plaats in het congrescentrum van Davos en trok honderden deelnemers uit het Europese bedrijfsleven.
Het oorspronkelijke doel van Schwab was vrij specifiek: hij wilde Europese bedrijfsleiders kennis laten maken met Amerikaanse managementtechnieken om zo de concurrentiepositie van Europa te versterken.
Hij introduceerde daarbij de stakeholdertheorie, het idee dat een bedrijf niet alleen verantwoording schuldig is aan aandeelhouders, maar aan alle belanghebbenden, inclusief werknemers en de samenleving.
In de jaren die volgden, verbreedde Schwab de horizon van het congres aanzienlijk.
Het werd duidelijk dat economische vraagstukken niet los konden worden gezien van geopolitieke en sociale problemen.
In 1987 veranderde de naam officieel in het World Economic Forum. Het evenement groeide uit tot een uniek platform waar niet alleen CEO’s, maar ook regeringsleiders, intellectuelen, journalisten en activisten samenkomen.
Het informele karakter van de bijeenkomsten in het besneeuwde bergdorp, ver weg van de politieke hoofdsteden, leidde tot wat men de Davos Spirit noemt: een sfeer waarin tegenstanders makkelijker met elkaar in gesprek gaan.
Zo speelde het forum in het verleden een rol bij ontmoetingen tussen Griekenland en Turkije en verschenen Nelson Mandela en F.W. de Klerk er samen op het podium toen de apartheid in Zuid-Afrika ten einde liep.
Vandaag de dag is de combinatie van de kleine berggemeente en het machtige wereldcongres een begrip, waarbij lokale traditie en wereldpolitiek jaarlijks even samensmelten.
De aanwezigheid van president Donald Trump op het Wereld Economisch Forum bevestigt vandaag opnieuw dat het forum nog steeds het centrum van de wereldmacht is.


Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.
Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.
Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.
Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.
Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.
Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.
Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.
Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).
Goddard was vier keer getrouwd:
Edgar James (1927-1932)
Charlie Chaplin (1936-1942)
Burgess Meredith (1944-1949)
Erich Maria Remarque (1958-1970)
Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.
Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.
Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.
Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.


En toen al schreef de pers dat het in Vlaanderen, uitzonderlijk is, dat we een witte kerst hebben, vergeleken met vroeger…..




In Vlaanderen en Nederland kennen we hem vooral van het nummer On My Way To LA.
Het nummer schreef hij samen met Simon Dale Sanders in 1985.
In zijn thuisland was de single goed voor een negende plaats in de hitparade.
Zowel in Vlaanderen als in Nederland kwam dit nummer niet verder dan de tipparade.
Ook een jaar later, met het nummer Moonshine Still mislukte zijn poging om bij ons een plaats te veroveren in de hitparade.
Vreemd, want beide nummers zijn echt wel pareltjes en gelukkig wel en toen vaak te horen op de radio.
Phil Carmen (echte naam Herbert Hofmann) studeerde af als boekhouder, maar volgde tijdens zijn tienerjaren les aan het conservatorium in Luzern.
Tijdens zijn studententijd orkestleider van de schoolband The High Lifes in Stans.
Vanaf 1970 begon zijn muzikale carrière dat hij toen combineerde met een muziekwinkel waar hij zowel lp’s en singles als gitaren verkocht.
Vanaf 1979 had hij redelijk veel succes en dit samen met zijn vriend Mike Thompson (echte naam Marcel Galuzzi) en dit onder de artiestennaam Carmen & Thompson.
In 1980 hadden ze zelf een hit met de single Time Moves On en met een jaar later deden ze zelf mee aan het Festival van San Remo met het nummer Follow Me (1981)
Een jaar later was hij eigenaar van zijn eigen platenstudio Picar Studios in Stein am Rhein in Zwitserland.
In zijn studio gebeurde ook de opname van het nummer The Captain Of Her Heart van het Zwitserse duo Double en dat is wel duidelijk te horen.
Hij kreeg toen ook de langste staande ovatie in de geschiedenis van de Oscars.
Oona O’Neill was de dochter van de Nobel- en Pulitzerprijs winnende toneelschrijver Eugene O’Neill en van de schrijfster Agnes Boulton.
Opgevoed door haar moeder, na de scheiding met haar vader, die ze nog zelden zag, woonde ze hoofdzakelijk aan de Oostkust van de VS.
Al van in haar schooltijd (Brearley School in New York) in 1940-1942, ging ze tot de jetset behoren, met vriendinnen zoals Carol Marcus en Gloria Vanderbilt, langs wie ze ook bevriend werd met Truman Capote.
Toen ze in de Stork Club verkozen werd tot “The Number One Debutante” voor het seizoen 1942–1943 wekte ze volop de aandacht op van de media.
Dit bracht haar tot de beslissing te gaan acteren en weldra trok ze naar Hollywood.
In deze tijd had ze ook een relatie met de schrijver J.D. Salinger.
In 1942 trad Salinger opnieuw in militaire dienst en dat betekende ook het einde van hun relatie.
In Hollywood werd ze voorgesteld aan Charlie Chaplin die voor haar een rol in een volgende film voorzag.
Er kwam echter niets van nadat ze verliefd werden op elkaar en in juni 1943 trouwden.
Zij was net 18, hij was 54 en het was zijn vierde huwelijk.
De weinige contacten die Oona met haar vader had, werden als gevolg van dit huwelijk compleet en definitief afgebroken.
Een huwelijk van Chaplin was op zich nieuws, de jeugdige leeftijd van zijn partner en het leeftijdsverschil, maakte er een gebeurtenis met aanzienlijke mediabelangstelling van.
De jonge vrouw gaf elk idee van een filmcarrière op.
Doorheen moeilijke jaren en tot aan zijn dood in 1977 bleven ze zeer met elkaar verbonden en ze kregen acht kinderen, drie jongens en vijf meisjes.
Vanaf hun huwelijk woonden ze in Beverly Hills.
Het waren moeilijke jaren voor Chaplin die achtervolgd werd als mogelijke communist door senator MacCarthy.
In september 1952 bevond het echtpaar zich met de kinderen op de Queen Elisabeth, onderweg naar Londen voor de première van Limelight toen hen het nieuws bereikte dat Chaplins visum voor terugkeer naar de VS was ingetrokken.
Ze beslisten toen permanent in Europa te blijven wonen.
Ze liquideerden alles wat ze bezaten in de VS en kochten een domein aan, de Manoir de Ban in het Zwitserse Corsier-sur-Vevey.
Kort daarop verzaakte O’Neill aan haar Amerikaans staatsburgerschap en werd ze Brits onderdaan.
Na het overlijden van Charlie Chaplin woonde ze opnieuw deeltijds in New York.
Ze was, zoals destijds haar vader, aan alcohol verslaafd en ze leefde stilaan toch vooral een zeer teruggetrokken leven in Vevey.
Ze overleed er aan pancreaskanker in 1991 en was toen 66.


Haar man prins Reinier III van Monaco lag toen in bed wegens griep.
Op foto 3 Grace van Monaco met haar twee kinderen Caroline en Albert II van Monaco.

