De vele gezichten van Davos: van De Toverberg tot Trump.

Davos is een gemeente in het oostelijke deel van Zwitserland, gelegen in het kanton Graubünden.

De plaats staat bekend als de hoogstgelegen stad van Europa, bevindt zich op ruim 1500 meter hoogte in het Landwasser-dal en heeft een rijke geschiedenis die veel verder teruggaat dan de beroemde economische toppen.

Oorspronkelijk werd het gebied in de middeleeuwen bevolkt door de Walser, een Duitstalig volk dat vanuit Oberwallis naar deze hooggelegen gebieden trok om er landbouw te bedrijven.

Eeuwenlang bleef het een relatief geïsoleerde boerengemeenschap, totdat de specifieke ligging en het klimaat in de negentiende eeuw voor een radicale wending zorgden.

De transformatie van boerendorp naar internationale bestemming begon rond 1853, toen de Duitse arts Alexander Spengler de geneeskrachtige werking van de berglucht ontdekte.

Hij merkte op dat tuberculose, destijds een dodelijke volksziekte, nauwelijks voorkwam bij de lokale bevolking.

Dit inzicht leidde tot de ontwikkeling van Davos als een vermaard kuuroord.

Er werden talrijke sanatoria gebouwd waar patiënten uit heel Europa naartoe kwamen om te genezen in de schone, droge lucht.

Deze periode heeft ook een belangrijke literaire erfenis achtergelaten; de Duitse schrijver Thomas Mann bezocht zijn zieke vrouw in Davos en deed daar inspiratie op voor zijn wereldberoemde roman De Toverberg, die zich afspeelt in een van deze sanatoria.

Toen in de loop van de twintigste eeuw medicijnen tegen tuberculose werden ontwikkeld, verloor het kuuroord zijn oorspronkelijke functie, maar de gemeente vond zichzelf succesvol opnieuw uit als bestemming voor wintersport.

Een publicatie uit het tijdschrift ABC van januari 1936 illustreert hoe Davos zich in die periode al had ontwikkeld tot een trekpleister voor sneeuwliefhebbers.

Het gebied Parsenn, gelegen op 2661 meter hoogte en bereikbaar via een spoorwegrit van twintig minuten, werd destijds geprezen als een ideaal terrein met eindeloze hellingen en ongerepte sneeuw.

Prominente bezoekers, zoals de bekende autocoureur Louis Chiron, spraken vol lof over de prachtige skivelden en stelden dat wie de betoverende charme van Davos eenmaal kende, er altijd zou terugkeren.

Hoewel de skisport in die jaren als koning werd gezien, bleven ook activiteiten als kunstschaatsen, ijshockey, curling en tobogganwedstrijden onverminderd populair en trokken ze duizenden mensen naar de bergen.

Tegenwoordig is Davos echter vooral wereldberoemd door een evenement dat jaarlijks in januari plaatsvindt: de bijeenkomst van het World Economic Forum, oftewel het WEF.

De geschiedenis van dit congres begint in 1971, toen de Duitse econoom en ingenieur Klaus Schwab het initiatief nam voor wat toen nog het European Management Symposium heette.

De eerste bijeenkomst vond plaats in het congrescentrum van Davos en trok honderden deelnemers uit het Europese bedrijfsleven.

Het oorspronkelijke doel van Schwab was vrij specifiek: hij wilde Europese bedrijfsleiders kennis laten maken met Amerikaanse managementtechnieken om zo de concurrentiepositie van Europa te versterken.

Hij introduceerde daarbij de stakeholdertheorie, het idee dat een bedrijf niet alleen verantwoording schuldig is aan aandeelhouders, maar aan alle belanghebbenden, inclusief werknemers en de samenleving.

In de jaren die volgden, verbreedde Schwab de horizon van het congres aanzienlijk.

Het werd duidelijk dat economische vraagstukken niet los konden worden gezien van geopolitieke en sociale problemen.

In 1987 veranderde de naam officieel in het World Economic Forum. Het evenement groeide uit tot een uniek platform waar niet alleen CEO’s, maar ook regeringsleiders, intellectuelen, journalisten en activisten samenkomen.

Het informele karakter van de bijeenkomsten in het besneeuwde bergdorp, ver weg van de politieke hoofdsteden, leidde tot wat men de Davos Spirit noemt: een sfeer waarin tegenstanders makkelijker met elkaar in gesprek gaan.

Zo speelde het forum in het verleden een rol bij ontmoetingen tussen Griekenland en Turkije en verschenen Nelson Mandela en F.W. de Klerk er samen op het podium toen de apartheid in Zuid-Afrika ten einde liep.

Vandaag de dag is de combinatie van de kleine berggemeente en het machtige wereldcongres een begrip, waarbij lokale traditie en wereldpolitiek jaarlijks even samensmelten.

De aanwezigheid van president Donald Trump op het Wereld Economisch Forum bevestigt vandaag opnieuw dat het forum nog steeds het centrum van de wereldmacht is.

De Amerikaanse actrice Paulette Goddard (januari 1935)

Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.

Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.

Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.

Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.

Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.

Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.

Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.

Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).

Goddard was vier keer getrouwd:

Edgar James (1927-1932)

Charlie Chaplin (1936-1942)

Burgess Meredith (1944-1949)

Erich Maria Remarque (1958-1970)

Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.

Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.

Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.

Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.

Vandaag mag de Zwitserse zanger, componist en producer Phil Carmen 70 kaarsjes uitblazen.

In Vlaanderen en Nederland kennen we hem vooral van het nummer On My Way To LA.

Het nummer schreef hij samen met Simon Dale Sanders in 1985.

In zijn thuisland was de single goed voor een negende plaats in de hitparade.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland kwam dit nummer niet verder dan de tipparade.

Ook een jaar later, met het nummer Moonshine Still mislukte zijn poging om bij ons een plaats te veroveren in de hitparade.

Vreemd, want beide nummers zijn echt wel pareltjes en gelukkig wel en toen vaak te horen op de radio.

Phil Carmen (echte naam Herbert Hofmann) studeerde af als boekhouder, maar volgde tijdens zijn tienerjaren les aan het conservatorium in Luzern.

Tijdens zijn studententijd orkestleider van de schoolband The High Lifes in Stans.

Vanaf 1970 begon zijn muzikale carrière dat hij toen combineerde met een muziekwinkel waar hij zowel lp’s en singles als gitaren verkocht.

Vanaf 1979 had hij redelijk veel succes en dit samen met zijn vriend Mike Thompson (echte naam Marcel Galuzzi) en dit onder de artiestennaam Carmen & Thompson.

In 1980 hadden ze zelf een hit met de single Time Moves On en met een jaar later deden ze zelf mee aan het Festival van San Remo met het nummer Follow Me (1981)

Een jaar later was hij eigenaar van zijn eigen platenstudio Picar Studios in Stein am Rhein in Zwitserland.

In zijn studio gebeurde ook de opname van het nummer The Captain Of Her Heart van het Zwitserse duo Double en dat is wel duidelijk te horen.

Vandaag 50 jaar geleden, Charlie Chaplin krijgt een Academy Honorary Award voor zijn hele oeuvre. (13 april 1972)

Hij kreeg toen ook de langste staande ovatie in de geschiedenis van de Oscars.

Oona O’Neill was de dochter van de Nobel- en Pulitzerprijs winnende toneelschrijver Eugene O’Neill en van de schrijfster Agnes Boulton.

Opgevoed door haar moeder, na de scheiding met haar vader, die ze nog zelden zag, woonde ze hoofdzakelijk aan de Oostkust van de VS.

Al van in haar schooltijd (Brearley School in New York) in 1940-1942, ging ze tot de jetset behoren, met vriendinnen zoals Carol Marcus en Gloria Vanderbilt, langs wie ze ook bevriend werd met Truman Capote.

Toen ze in de Stork Club verkozen werd tot “The Number One Debutante” voor het seizoen 1942–1943 wekte ze volop de aandacht op van de media.

Dit bracht haar tot de beslissing te gaan acteren en weldra trok ze naar Hollywood.

In deze tijd had ze ook een relatie met de schrijver J.D. Salinger.

In 1942 trad Salinger opnieuw in militaire dienst en dat betekende ook het einde van hun relatie.

In Hollywood werd ze voorgesteld aan Charlie Chaplin die voor haar een rol in een volgende film voorzag.

Er kwam echter niets van nadat ze verliefd werden op elkaar en in juni 1943 trouwden.

Zij was net 18, hij was 54 en het was zijn vierde huwelijk.

De weinige contacten die Oona met haar vader had, werden als gevolg van dit huwelijk compleet en definitief afgebroken.

Een huwelijk van Chaplin was op zich nieuws, de jeugdige leeftijd van zijn partner en het leeftijdsverschil, maakte er een gebeurtenis met aanzienlijke mediabelangstelling van.

De jonge vrouw gaf elk idee van een filmcarrière op.

Doorheen moeilijke jaren en tot aan zijn dood in 1977 bleven ze zeer met elkaar verbonden en ze kregen acht kinderen, drie jongens en vijf meisjes.

Vanaf hun huwelijk woonden ze in Beverly Hills.

Het waren moeilijke jaren voor Chaplin die achtervolgd werd als mogelijke communist door senator MacCarthy.

In september 1952 bevond het echtpaar zich met de kinderen op de Queen Elisabeth, onderweg naar Londen voor de première van Limelight toen hen het nieuws bereikte dat Chaplins visum voor terugkeer naar de VS was ingetrokken.

Ze beslisten toen permanent in Europa te blijven wonen.

Ze liquideerden alles wat ze bezaten in de VS en kochten een domein aan, de Manoir de Ban in het Zwitserse Corsier-sur-Vevey.

Kort daarop verzaakte O’Neill aan haar Amerikaans staatsburgerschap en werd ze Brits onderdaan.

Na het overlijden van Charlie Chaplin woonde ze opnieuw deeltijds in New York.

Ze was, zoals destijds haar vader, aan alcohol verslaafd en ze leefde stilaan toch vooral een zeer teruggetrokken leven in Vevey.

Ze overleed er aan pancreaskanker in 1991 en was toen 66.

(foto samen met zijn vrouw Oona O’Neill)

60 jaar geleden, prinses Grace van Monaco met haar kinderen op wintervakantie in Gstaad in Zwitserland (De Post 18 februari 1962)

Haar man prins Reinier III van Monaco lag toen in bed wegens griep.

Op foto 3 Grace van Monaco met haar twee kinderen Caroline en Albert II van Monaco.

60 jaar geleden, prinses Grace van Monaco met haar kinderen op wintervakantie in Gstaad in Zwitserland (De Post 18 februari 1962)

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden.

Albert Servaes werd in april 1883 geboren in Gent.

Servaes werkte aanvankelijk als handelsreiziger.

Hij volgde in de jaren 1901 en 1902 avondlessen aan de Academie voor Beeldende Kunst (Gent)In 1905 trok hij naar Sint-Martens-Latem waar hij zich in een houten keet vestigde.

In Latem leerde Servaes een aantal kunstenaars kennen zoals Gustave Van de Woestyne en George Minne.

Hun religieussymbolistisch oeuvre inspireerde Servaes, maar tegelijk ging hij op zoek naar een eigen beeldtaal die brak met het werk van deze eerste Latemse kunstenaarsgroep.

Een zeer donker kleurenpalet en een expressieve verftoets werden zijn handelsmerk.

Met zijn werk beïnvloedde Servaes onder meer kunstenaars zoals Constant Permeke en Albert Saverys.

De expressieve stijl die Servaes vanaf 1910 ontwikkelde, kwam tot een hoogtepunt in de reeksen die hij in de periode 1918-1922 maakte rond het Passieverhaal en de Kruisweg van Christus.

Ook al werd dit werk verworpen door de Rooms-Katholieke Kerk, het bevestigde zijn reputatie van moderne kunstenaar die religieuze thema’s herinterpreteert, net als tijdgenoten Emil Nolde in Duitsland en Georges Rouault in Frankrijk.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1917 gaf hij opdracht aan architect August Desmet om op de plaats van een 18de-eeuws boerderijtje een woonhuis en atelier te bouwen.

In het ontwerp inspireerde architect A. Desmet in samenspraak met Servaes zich op romaanse kloosterarchitectuur en de traditionele hoevebouw.

Het Torenhuis, naam van het pand draagt het jaaranker 1917, maar werd pas na het einde van de oorlog, in 1919, voltooid.

In 1982 verkocht Piet Servaes, zoon van de schilder het pand.

Na de verkoop van het huis werd de atelierwoning omgebouwd tot hotel.

Vanwege sympathieën die hij openlijk koesterde voor de Duitse cultuurpolitiek tijdens het nationaalsocialisme.

Uit angst voor juridische vervolging, verliet hij in 1944 ons land en vestigde zich in 1945 te Lüzern en verwierf hij in 1961 de Zwitserse nationaliteit

In 2005 was hij ook een van de kansmakers op de titel De Grootste Belg, maar haalde de uiteindelijke nominatielijst niet en strandde op nr. 71 van diegenen die net buiten de nominatielijst vielen.

Servaes is de overgrootvader van Valerie De Booser. (Diverse bronnen, Museum Dhondt-Dhaenens, De Post 30 april 1961 en Wikipedia)

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden

Vandaag is het ook al dertien jaar geleden dat de Schotse actrice Deborah Kerr is overleden.

Kerr werd in 1921 in Schotland geboren en volgde een opleiding tot balletdanseres.

Haar eerste filmrol van formaat vertolkte ze in 1941 in ‘Major Barbara’, een verfilming van de gelijknamige roman van George Bernard Shaw.

In 1947 brak ze door op het witte doek door met haar rol in Black Narcissus, waarna een succesvolle periode in Hollywood volgde.
Ze speelde onder meer in de films From Here to Eternity, The End of the Affair, Seperate Tables, The King and I, The Sundowners en Heaven knows Mr Allison.

In 1969 zette Kerr een punt achter haar filmcarrière, naar eigen zeggen vanwege de groeiende hoeveelheid seks in films.

In latere jaren verscheen ze meer op het theater en de televisie.

In 1985 keerde ze eenmalig terug naar het witte doek in The Assam Garden.

Kerr werd zes keer genomineerd voor de Oscar voor beste vrouwelijke hoofdrol, maar won de prijs nooit.

Wel kreeg ze in 1994 een beeldje voor haar gehele oeuvre.

In 1997 werd ze door koningin Elizabeth II benoemd tot Commandant in de orde van het Britse Keizerrijk.

Deborah Kerr is tweemaal getrouwd geweest.

Op 28 november 1945 trouwde ze met Anthony Bartley. Ze hebben twee kinderen, Melanie Jane en Francesca Ann. Kerr en Bartley scheidden in 1959.

Vanaf 23 juni 1960 was ze getrouwd met schrijver Peter Viertel.

Samen met Viertel heeft Kerr lange tijd in hun huis in Zwitserland gewoond, maar uiteindelijk verhuisde ze weer terug naar het Verenigd Koninkrijk.

Ze overleed aan complicaties van de ziekte van Parkinson, een ziekte waar ze al geruime tijd aan leed.

Ze werd 86 jaar oud.

Vandaag is het ook al dertien jaar geleden dat de Schotse actrice Deborah Kerr is overleden.
Deborah Kerr in de Story 29 oktober 1985
Vandaag is het ook al dertien jaar geleden dat de Schotse actrice Deborah Kerr is overleden.
Vandaag is het ook al dertien jaar geleden dat de Schotse actrice Deborah Kerr is overleden.
Vandaag is het ook al dertien jaar geleden dat de Schotse actrice Deborah Kerr is overleden.