Vlak bij Gent ligt het kasteel van Laarne, een van de best bewaarde waterburchten van ons land en een waar historisch pronkstuk.
De wortels van deze bijzondere plek gaan terug tot het begin van de dertiende eeuw, toen Beatrix van Massemen werd vermeld als vrouwe van Laarne.
Haar zoon, Giselbrecht van Zottegem, was een avontuurlijke ridder die als huurling vocht voor de Engelse koning Jan zonder Land en deelnam aan de vijfde kruistocht in Egypte.
Rond 1228 liet hij vermoedelijk het hof van Laarne aanleggen, de voorloper van de huidige burcht.
De geschiedenis van het kasteel verliep niet zonder slag of stoot.
In 1362 werd het officieel als kasteel vermeld in een overeenkomst waarbij de graaf van Vlaanderen het slot mocht gebruiken in oorlogstijd.
Toen Gent twintig jaar later in opstand kwam, werd het kasteel belegerd en ingenomen.
De brandsporen van die dramatische dag op 22 september 1382 zijn vandaag nog altijd zichtbaar.
Onder de Bourgondische hertogen verloor de burcht uiteindelijk haar militaire functie, omdat de middeleeuwse muren niet bestand waren tegen modern geschut.
Het slot transformeerde daardoor in een vorstelijk buitenverblijf.
De twintigste eeuw bracht nieuwe woelige tijden. Graaf Robert-Jean de Ribaucourt wilde het kasteel restaureren om er te wonen, maar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en het overlijden van zijn zoon doorkruisten die plannen.
Het kasteel raakte in verval en werd tijdelijk een toevluchtsoord voor kunstenaars zoals Jef Crick.
Nadat het in 1943 als monument werd beschermd, schonk de graaf de vervallen burcht in 1953 aan de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden van België.
Dankzij een grootschalige restauratie onder leiding van ridder Joseph de Ghellinck d’Elseghem kon het slot in 1967 de deuren openen voor het publiek, compleet met een prachtige zeventiende-eeuwse inrichting en een Europees vermaarde zilvercollectie.
Wie het domein bezoekt, wandelt over een vaste brug over de slotgracht en loopt onder de oude toegangspoort door, waar de kettinggaten van de vroegere ophaalbrug nog herkenbaar zijn.
Op het rechthoekige binnenplein, omringd door historische gebouwen en overschaduwd door vier eeuwenoude linden, voel je meteen het verleden tot leven komen.
Blikvangers zijn de robuuste ronde torens en de imposante dertiende-eeuwse slottoren.
Dankzij latere restauraties vanaf 1987 ontving het kasteel in 1996 zelfs de prestigieuze Europa Nostra Prijs.
Tel daar de mysterieuze legende van de Witte Dame bij op, en je hebt een magische plek die het feodale leven van het middeleeuwse Vlaanderen op unieke wijze bewaart.

