Vandaag is het ook al twintig jaar geleden dat Thomas Lesley Gray kwam te overlijden.

Les Gray was de zanger en frontman van de Britse glamrockband Mud, die in de jaren zeventig een reeks hits scoorde met aanstekelijke popliedjes.

Hij werd geboren op 9 april 1946 in Carshalton, Surrey, en begon al op jonge leeftijd trompet te spelen in een schoolbandje.

Na zijn schoolperiode werkte hij als reclameman, maar bleef hij ook muziek maken met zijn broer in een skifflegroep genaamd The Mourners.

In 1966 vormde hij samen met drummer Dave Mount, gitarist Rob Davies en bassist Ray Stiles de band Mud, die aanvankelijk weinig succes had met hun eerste singles.

Dat veranderde toen ze in 1973 onder contract kwamen bij platenlabelbaas en producer Micky Most, die hen koppelde aan het succesvolle songschrijversduo Nicky Chinn en Mike Chapman.

Deze succesvolle samenwerking leverde in drie jaar tijd maar liefst vijftien singles op die de Britse hitlijsten haalden.

De eerste single was ‘Crazy’ (1973), die de twaalfde plek bereikte.

In Vlaanderen en Nederland was dit nummer geen succes.

Maar de opvolger Dyna-Mite was wel een groot succes.

Net als de nummers Tigerfeet, Oh Boy, The Cat Crept In, Show Me You’re A Woman, The Secrets That You Keep, L’L’Lucy en Lonely This Christmas die allemaal de top tien haalden in het Verenigd Koninkrijk, Vlaanderen en Nederland.

Les Gray viel op door zijn expressieve stem en zijn imitaties van Elvis Presley.

In 1977 ging Mud uit elkaar en probeerde Les Gray een solocarrière op te bouwen onder de naam Tulsa McClean, maar dat werd geen succes.

Hij bleef wel optreden met verschillende muzikanten onder de naam Mud, terwijl de andere bandleden andere wegen insloegen.

Rob Davies werd bijvoorbeeld een succesvolle producer en songwriter voor artiesten als Kylie Minogue en Atomic Kitten.

Bassist Ray Stiles koos voor The Hollies en drummer Dave Mount werd verzekeringsagent.

Dave Mount ondernam een zelfmoordpoging en stierf op 2 december 2006 in een ziekenhuis.

Les Gray woonde de laatste twintig jaar in Portugal.

Hij werd behandeld voor keelkanker, maar overleed op 21 februari 2004 op 57-jarige leeftijd aan een hartaanval in het ziekenhuis in Lagos.

Geschiedenis van het Kasteel van Tieghem de ten Berghe in Mariakerke en haar bouwheer.

Het kasteel is ontworpen door de architect Joseph Schadde en werd in 1890 voltooid in opdracht van Paul Van Tieghem.

Paul Van Tieghem was de erfgenaam van de heerlijkheid Schaubroeck, een oud leen dat zich uitstrekte over de parochies Mariakerke, Drongen en Wondelgem.

De geschiedenis van deze familie gaat terug tot de 14de eeuw, toen ze eigenaar werden van het goed van Coolman dat later het kasteel Van Tieghem de ten Berghe zou worden.

In de loop der eeuwen kwam de heerlijkheid Schaubroeck in handen van verschillende adellijke geslachten, zoals de Triest, de Borluut en de Van der Noodt.

In 1889 liet Paul Van Tieghem het oude kasteel afbreken en een nieuw neogotisch kasteel bouwen dat hij Les Muguets noemde.

Hij woonde er tot 1917, waarna het kasteel door de Duitsers bezet werd en later aan diverse huurders verhuurd werd.

Het gebied van de heerlijkheid Schaubroeck werd grotendeels verkaveld in de 20ste eeuw.

Na de Tweede Wereldoorlog raakte het kasteel verwaarloosd en onbewoond, totdat het in 1963 werd aangekocht door de gemeente Mariakerke.

Het kasteel werd gerestaureerd en deed vanaf 1967 dienst als het gemeentehuis van Mariakerke.

Na de fusie met Gent in 1977 werd het kasteel een dienstencentrum voor de deelgemeente.

Het kasteel is sinds 1997 beschermd als monument en is een voorbeeld van de neogotische stijl.

Onder neogotiek wordt een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek.

Het kasteel heeft een rechthoekige plattegrond met een polygonaal (Polygonaal wil zeggen “naar vele richtingen verlopend” en het woord bestaat uit het Griekse poly (veel) en de toevoeging “gonaal”, die afkomstig is van het Griekse gonia (hoek) hoektorentje op de noordoostelijke hoek.

De voor- en achtergevel worden gemarkeerd door een breed middenrisaliet met een opengewerkte puntgevel.

Het kasteel is opgetrokken uit rode baksteen met verwerking van arduin en heeft een schilddak met leien.

Het interieur is aangepast aan de neogotische stijl en bevat onder meer stucversiering, schouwmantels en wapenschilden (foto februari 1934)

Priscilla Presley wil onafhankelijkheid bewijzen.

Priscilla Presley werd geboren als Priscilla Wagner, op 24 mei 1945 in Brooklyn, New York, maar kreeg later de achternaam van haar stiefvader Paul Beaulieu.

Haar biologische vader James Wagner overleed kort na haar geboorte.

Ze ontmoette Elvis toen ze 14 jaar oud was, in 1959, toen hij in Duitsland gestationeerd was als soldaat.

Ze trouwden in 1967 en kregen een dochter, Lisa Marie, in 1968.

Lisa Marie Presley kwam verleden jaar op 12 januari 2023 te overlijden.

Ze scheidden in 1973, maar bleven vrienden tot zijn dood in 1977.

Priscilla Presley heeft een veelzijdig leven geleid, waarin ze haar erfenis als de weduwe van de “King of Rock and Roll” heeft gecombineerd met haar eigen ambities en interesses.

Ze heeft een succesvolle carrière opgebouwd als actrice, met rollen in films als The Naked Gun en tv-series als Dallas.

Ze heeft ook verschillende boeken geschreven, waaronder haar autobiografie Elvis and Me en een kinderboek over haar kleinkinderen.

Ze is ook een invloedrijke zakenvrouw geweest, die verantwoordelijk is voor het beheer van Graceland, het landgoed van Elvis in Memphis dat een van de populairste toeristische attracties ter wereld is geworden.

Ze heeft ook verschillende bedrijven opgericht en gesteund, waaronder een parfumlijn en een kledingmerk.

Priscilla Presley heeft ook een bewogen liefdesleven gehad, naast haar beroemde huwelijk met Elvis.

Ze heeft relaties gehad met onder anderen Mike Stone, een karateleraar die ze ontmoette via Elvis, Marco Garibaldi, een Italiaanse scenarioschrijver en producer met wie ze 22 jaar samen was.

Samen kregen ze in 1987 een zoon, Navarone Garibaldi en momenteel zanger van Them Guns,

Ze had ook nog een relatie met Nigel Lythgoe, een Britse tv-producent en danser.

Ze heeft ook twee kleinkinderen: Riley Keough en Benjamin Keough (Joepie 12 februari 1984).

55 jaar geleden, te gast bij de laatste herder van het waasland (februari 1969)

De laatste herder was Tuur Rijckaert en zijn vrouw Martha.

Het gebied waar de herder zijn schapen liet grazen, werd afgebakend door banen en binnenwegen en soms ook door voetpaden, en werd de drift of schapendrift genoemd. Deze afbakening werd door mondelinge overeenkomst tussen de herders vastgesteld.

Wanneer vroeger elke wijk zijn herder had, waren de wijkgrenzen ook die van de driften.

Doorgaans noemde men de herders naar de wijk waar hun schaapskooi stond en waar hun drift gelegen was.

Zo had men te Sint-Niklaas de herder van de « Heimolen », te Belsele die van de « Valk », met te St.-Pauwels die van de « Ossenhoek », te Zwijndrecht die van de « Melsele Polder », enz.

Ook werden ze soms genoemd naar het hof waar de schaapskooi was ondergebracht, zoals de herder van « ’t Hof ter Spree » te Waasmunster.

Twisten waren er altijd tussen herders, meestal wanneer op de grens van de drift twee kudden elkaar kruisten en dan onvermijdelijk door elkaar liepen.

Doch niets is rapper geluwd dan een herderstwist, want in tegenstelling met de boeren, die nijdig zijn op elkaar, komen de herders jaarlijks bijeen in een der herbergen van de markt te Sint-Niklaas om elkaar met raad en daad bij te staan.

De schapenstal is een pot- of kuilstal, die slechts eenmaal per jaar wordt uitgemest.

De schapen blijven in de winter nog op stal tot 10 of 11 uur.

In de zomer krijgen de schapen op stal geen eten.

De schapen van de herder zijn drijf- of kuddeschapen; het zijn vleesschapen.

Bij kleine boeren, die slechts enkele schapen hebben, zijn het melkschapen. De wol van deze laatste is vettiger.

Door steeds in regen en wind te lopen is de wol der kuddeschapen droger.

Vooraleer geschoren te worden, sluit men ze daarom enkele dagen in de stal op.

Door het zweten wordt hun wol vettiger en zwaarder.

Hierdoor levert een schaap uit de Wase zandgronden tot 10 kg. wol per jaar op.

Een kudde bestaat in het Waasland doorgaans uit zeventig tot tweehonderd schapen en wordt bewaakt en gedreven door twee schapershonden, hetzij Duitse schepershonden ofwel Bouviers, Vlaamse veedrijvers, in Frankrijk « Bouviers des Flandres » genoemd.

De herders roepen hem met kort bevel toe : « Gaat er over » of « Gaat er door ». Deze honden zijn zeer opmerkzaam, intelligent en actief en hebben een zeer groot uithoudingsvermogen.

Nu de kudden fel verminderen, zijn ze politiehond, blindengeleider of waakhond geworden.

Wanneer de herder met zijn kudde uitgaat, heeft hij steeds een herdersstaf, « spriet » genaamd, in de hand.

In de middeleeuwen heette het een « schaep-schuppe ». Het schopje of lepel aan de punt van de herderstaf dient om een aardkluit op te scheppen en naar het schaap te gooien dat op verboden grond staat te grazen.

Naast het ijzeren schopje heeft de herdersstaf soms ook een ijzeren haak waarmede de herder een schaap bij de poot kan grijpen.

Het hoefje blijft er in haperen en het dier zit gevangen.

De herdersstaf is zowel een werp- als een vangstok.

Tot de opdracht of de taak van de herder behoort niet alleen het drijven en verplegen maar ook het scheren en fokken.

Daarom bestonden er in Frankrijk en in Duitsland opleidingsscholen waar ze het tot schaapmeester konden brengen.

Wanneer de ooien of wijfjesschapen drachtig zijn bindt de herder soms een hangende baalzak aan de buik van de ram om het bespringen te beletten.

Op foto 3 ziet u Martha met de castreertang. Duidelijk geen dame om tegen te spreken. (diverse bronnen en Wikipedia)