
40 jaar geleden, lp bespreking Milk And Honey van John Lennon & Yoko Ono (Joepie 29 januari 1984)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Snoopy was een Nederlands meisjesduo dat in 1978 werd opgericht door muziekmanager Han Meijer.
De zangeressen waren Ethel Mezas en Florence Woerdings, die in 1979 werd vervangen door Maureen Seedorf.
Snoopy maakte vrolijke Caribische popmuziek en hadden dus in 1978 een hit met No time for a tango, een nummer dat geschreven is door Han Meijer, Cees Bergman, Aart Mol, Elmer Veerhoff, Erwin van Prehn, Geertjan Hessing en Lucia Flint, de vrouw van de producer van de single, namelijk Jaap Eggermont.
Het nummer stond 7 weken in de Nederlandse Top 40 en bereikte de eenentwintigste plaats.
In Vlaanderen bereikte het nummer de vijftiende plaats in de Brt Top 30.
Het nummer was ook terug te vinden op het enige album van Snoopy
De opvolger It’s All in the Bible, dat in 1979 uitkwam, was in Vlaanderen goed voor een achtste plaats in de Brt Top 30.
In Nederland was de single goed voor een tiende plaats in de Top 40.
Andere singles van Snoopy waren Rain, Snow and Ice en Honolulu, maar die haalden niet hetzelfde succes als hun vorige singles.
In 1980 eindigde het verhaal van Snoopy.


65 jaar geleden, de Vlaamse wielrenner en later sportjournalist Fred De Bruyne en de Italiaanse wielrenner Fausto Coppi (1958)

Gisteren nog vandaag
Fred De Bruyne, ik viste op paling met een omgekeerde paraplu (Story 26 mei 1987)

Gisteren nog vandaag
Het nummer, dat hij zelf schreef, werd geproduceerd door Jean Vanloo en verscheen op het album Born To Be Alive uit 1979.
Het nummer werd een van de grootste discohits aller tijden en bereikte de top van de hitlijsten in meer dan 20 landen.
In Nederland bereikte het nummer de vijfde plaats in de Top 40.
De opvolger Back to Boogie was in Vlaanderen goed voor een achtentwintigste plaats in de Brt Top 30.
In Nederland bereikte de single de vijfentwintigste plaats in de Top 40.
Patrick Hernandez is nu 74 jaar oud en woont in L’Isle-sur-la-Sorgue in Frankrijk.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 35 jaar geleden, Judas Priest te gast in Vorst-Nationaal in Brussel.


Irene Cara begon haar carrière al op jonge leeftijd, toen ze op vijfjarige leeftijd debuteerde op Broadway.
Ze speelde in verschillende musicals en trad ook op in een eerbetoon aan Duke Ellington, samen met beroemde artiesten als Stevie Wonder, Sammy Davis jr. en Roberta Flack.
In 1975 maakte ze haar filmdebuut als Angela in de romantische thriller Aaron Loves Angela.
Haar grote doorbraak kwam in 1980, toen ze de rol van Coco Hernandez speelde in de musicalfilm Fame.
Ze zong ook het titelnummer van de film, dat een wereldwijde hit werd en haar een Oscar, een Golden Globe en een Grammy opleverde.
In 1983 speelde ze de hoofdrol in de dansfilm Flashdance, waarvoor ze ook het lied “Flashdance… What a Feeling” zong.
Dit nummer werd nog succesvoller dan “Fame” en leverde haar opnieuw een Oscar, een Golden Globe en een Grammy op.
Na deze successen bleef Cara actief als zangeres en actrice, maar ze bereikte niet meer hetzelfde niveau van populariteit.
Ze raakte ook betrokken bij juridische geschillen met haar platenmaatschappijen over haar contracten en royalty’s.
Ze bracht nog enkele albums uit en speelde in kleinere films en tv-series.
Irene Cara was getrouwd met Conrad Palmisano, een stuntman en regisseur, van 1986 tot 1991.
Ze gingen uit elkaar na vijf jaar huwelijk. Ze kregen geen kinderen samen.
In 2004 richtte ze haar eigen platenlabel op, Caramel Productions.
De laatste jaren leefde ze een teruggetrokken bestaan in Florida.
Irene Cara kwam te overlijden op 22 november 2022.
In februari 2023 publiceerde het Amerikaanse ‘TMZ’ op hun website de resultaten van het medisch onderzoek naar de rede van het overlijden van Irene Cara.
Daaruit blijkt dat ze is overleden aan de gevolgen van hypertensie (hoge bloeddruk) en een hoge cholesterol.
Uit de resultaten van het onderzoek is ook gebleken dat de zangeres aan diabetes leed.

Woodrow Wilson was een Amerikaanse politicus en academicus die de 28e president van de Verenigde Staten was van 1913 tot 1921.
Hij was lid van de Democratische Partij en diende als president van de Princeton University en als gouverneur van New Jersey voordat hij de presidentsverkiezingen van 1912 won.
Als president veranderde hij het economische beleid van het land en leidde hij de Verenigde Staten in de Eerste Wereldoorlog in 1917.
Hij was de belangrijkste architect van de Volkenbond, en zijn progressieve houding tegenover het buitenlands beleid kwam bekend te staan als het wilsonianisme .
Wilson werd geboren in Staunton, Virginia, en groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten, voornamelijk in Augusta, Georgia, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en het Reconstruction-tijdperk.
Hij studeerde af aan de Princeton University en behaalde zijn doctoraat in de politieke wetenschappen aan de Johns Hopkins University.
Zijn proefschrift, Congressional Government: A Study in American Politics, werd gepubliceerd in 1886 en vestigde zijn reputatie als een geleerde.
Hij doceerde aan verschillende universiteiten voordat hij in 1902 president werd van Princeton, waar hij een aantal hervormingen doorvoerde om het curriculum te moderniseren en de democratie te bevorderen.
In 1910 werd Wilson gekozen tot gouverneur van New Jersey met de steun van de progressieve vleugel van zijn partij.
Hij voerde een aantal wetten door om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, de corruptie te bestrijden, het kiesrecht uit te breiden en het bankwezen te reguleren.
Zijn succes als gouverneur maakte hem tot een leidende kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1912, waar hij het opnam tegen de Republikeinse zittende president William Howard Taft en de voormalige president Theodore Roosevelt, die zich afsplitste van zijn partij om een derde partij op te richten, de Progressive Party .
Wilson won de verkiezing met een meerderheid in het kiescollege, maar slechts 42 procent van de populaire stemmen.
Hij was de eerste Democraat die sinds 1896 werd gekozen tot president en de eerste zuidelijke president sinds 1848.
Als president lanceerde hij een ambitieus binnenlands programma dat bekend stond als The New Freedom, dat gericht was op het verminderen van tarieven, het hervormen van het bankwezen, het creëren van een federale handelscommissie en het versterken van de antitrustwetgeving.
Hij steunde ook sociale wetgeving om kinderarbeid te verbieden, arbeiders het recht op collectieve onderhandelingen te geven en federale leningen aan boeren te verstrekken .
Wilson werd herkozen in 1916 met een nipte marge onder de slogan “He kept us out of war”.
Hij had geprobeerd om neutraal te blijven in de Eerste Wereldoorlog die Europa verscheurde sinds 1914, maar hij werd geconfronteerd met toenemende druk om zich bij de geallieerden aan te sluiten tegen Duitsland na verschillende provocaties, zoals de onbeperkte duikboot oorlogvoering en het Zimmermann-telegram.
In april 1917 vroeg Wilson het Congres om een oorlogsverklaring tegen Duitsland “om de wereld veilig te maken voor democratie”.
Hij mobiliseerde snel het land voor oorlog door middel van propaganda, conscriptie, rantsoenering en leningen.
Hij stuurde ook meer dan twee miljoen Amerikaanse soldaten naar Europa om te vechten onder generaal John J. Pershing.
Wilson speelde een cruciale rol bij het beëindigen van de oorlog en het vormgeven van de naoorlogse orde.
Hij presenteerde zijn visie voor een rechtvaardige en duurzame vrede in een toespraak tot het Congres in januari 1918, waarin hij zijn beroemde Veertien Punten uiteenzette.
Deze omvatten het principe van nationale zelfbeschikking, de vrijheid van de zeeën, de vermindering van bewapening, en vooral de oprichting van een “algemene vereniging van naties” om de internationale samenwerking en veiligheid te waarborgen.
Wilson reisde persoonlijk naar Parijs om deel te nemen aan de vredesconferentie, waar hij de leider werd van de “Big Four”, samen met de Britse premier David Lloyd George, de Franse premier Georges Clemenceau en de Italiaanse premier Vittorio Orlando.
Hij slaagde erin om zijn idee van een Volkenbond op te nemen in het Verdrag van Versailles, dat in juni 1919 werd ondertekend.
Wilson keerde terug naar de Verenigde Staten om het verdrag te ratificeren door het Congres, maar hij stuitte op hevig verzet van senatoren die zich verzetten tegen het lidmaatschap van de Volkenbond.
Wilson weigerde compromissen te sluiten of wijzigingen in het verdrag toe te staan, en lanceerde een nationale spreekbeurt om steun te verwerven voor zijn plan.
Tijdens deze tour kreeg hij echter een beroerte die hem gedeeltelijk verlamd en blind aan één oog achterliet.
Zijn vrouw Edith, met wie hij in 1915 was getrouwd na de dood van zijn eerste vrouw Ellen in 1914, nam veel van zijn taken over als zijn naaste adviseur.
Het Congres verwierp uiteindelijk het Verdrag van Versailles en de Volkenbond, waardoor Wilsons droom van een nieuwe wereldorde werd gedwarsboomd.
Wilson bleef tot het einde van zijn termijn in 1921 in functie, maar hij was grotendeels afgesneden van het publiek en had weinig invloed op binnenlandse of buitenlandse zaken.
Hij werd opgevolgd door de Republikein Warren G. Harding, die beloofde terug te keren naar “normaliteit” na de oorlog en de hervormingen.
Wilson trok zich terug in zijn huis in Washington, D.C., waar hij tot zijn dood in 1924 bleef.
Hij werd begraven in de Washington National Cathedral, als eerste president die in de hoofdstad werd begraven .
Wilson wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste presidenten in de Amerikaanse geschiedenis, vooral om zijn leiderschap tijdens de Eerste Wereldoorlog en zijn visie op een vreedzame internationale orde.
Hij wordt ook geprezen om zijn progressieve hervormingen op binnenlands gebied, hoewel hij ook wordt bekritiseerd om zijn segregatiebeleid en zijn schendingen van burgerlijke vrijheden tijdens de oorlog.
Hij ontving in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan het beëindigen van de oorlog en het bevorderen van de Volkenbond.




