
50 jaar geleden, reclame voor Axolon (december 1973)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Het nummer werd geschreven door Tikaram zelf en geproduceerd door Peter Van Hooke en Rod Argent.
Het nummer was een groot succes in verschillende Europese landen, vooral in Oostenrijk en Duitsland, waar het de tweede plaats bereikte.
In Vlaanderen was de single goed voor zesentwintigste plaats in de Brt Top 30.
In Nederland bereikte daar het nummer de drieëntwintigste plaats.
Het nummer gaat over het gevoel van vervreemding en teleurstelling dat Tikaram had toen ze 18 jaar oud was.
De videoclip werd geregisseerd door Gerard de Thame en gefilmd in Bolivia.
Tanita Tikaram werd geboren in Duitsland uit een Maleisische moeder en een Indiase vader.
Ze verhuisde op jonge leeftijd naar Engeland, waar ze begon met zingen en gitaar spelen.
Na haar doorbraak met Ancient Heart bracht ze nog verschillende albums uit, maar geen enkele kon het succes van haar debuut evenaren.
Ze bleef wel actief in de muziekwereld en werkte samen met artiesten als Neneh Cherry, Marco Zappa en Nick Lowe.
In 1996 coverde ze het nummer E Penso A Te geschreven door Lucio Battisti en Giulio Rapetti (artiestennaam Mogol).
Ze schreef de Engelse tekst en gaf het nummer als titel And I Think Of You.
Het nummer is terug te vinden op haar verzamelaar The Best Of Tanita Tikaram (1996)
Ook coverde ze de klassieker The Day Before You Came van Abba in 1998 en terug te vinden op haar album The Cappuccino Songs.
In 2016 bracht ze haar laatste album uit, Closer to the People. Een album dat ik mijn bezit heb en goed in elkaar zit. Het album is te beluisteren op Spotify.

Mijn grootvader werkte vroeger als vertegenwoordiger voor dit bedrijf, nadat hij zijn eigen sigaretten- en sigarenzaak in de Normaalschoolstraat had gesloten.

Hij liet me zijn verkoopcatalogus na, waarin alle producten van het jaar 1960 van Cogétama stonden.

Ik wil graag elke week een stukje van deze catalogus met jullie delen in onze groep.
Het bedrijf had een depot in Sint-Amandsberg in de Adolf Bayensstraat.
De fabriek van Cogétama stond in Knesselare, maar daar is nu niet veel meer van over.

Alleen de kantoren, de villa en een stuk muur herinneren nog aan het verleden van de sigarenindustrie.

Het 7e cavalerieregiment (7th Cavalry Regiment) ging onder bevel van majoor Samuel Whitside op zoek naar de Miniconjou die het reservaat waren ontvlucht.
Op 28 december 1890 werd de groep gevonden, 48 kilometer ten oosten van Pine Ridge (Pijnboom-Rug). Spotted Elk hoopte dat Rode Wolk in Pine Ridge zijn volgelingen tegen de soldaten kon beschermen.
De uitgeputte en slecht tegen de winterkou geklede indianen boden geen verzet.
Spotted Elk, die een longontsteking had opgelopen en wegens bloedingen in een wagen verder trok, liet een witte vlag aan zijn wagen bevestigen.
Ze kregen de opdracht een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek (Chankpe Opi Wakpala of Gekwetste Knie-kreek), 8 kilometer westelijker.
De volgende ochtend wilde het leger de indianen ontwapenen.
Hun medicijnman Yellow Bird voorspelde, toen hij een paar passen danste van de Dans van de Geesten en een van de heilige liederen zong dat de geestendanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels van de militairen.
Intussen probeerden enkele soldaten een van de indianen zijn geweer te ontnemen.
Zij wisten niet dat Zwarte Prairiewolf doof was en zagen zijn onbegrip aan voor verzet.
Er ontstond een worsteling waarbij het geweer per ongeluk afging en een soldaat neerviel.
Dit was het begin van een hevige schietpartij. Van dichtbij vuurden de soldaten, ondersteund door Hotchkiss-geschut, in de groep indianen die slechts gewapend waren met de knuppels en messen die ze hadden verborgen in dekens.
De geestendanshemden boden niet de eraan toegedichte magische bescherming.
Tientallen indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten.
De indianen die erin geslaagd waren te vluchten werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.
In totaal kwamen meer dan 200 indianen om.
Volgens een schatting kwamen bijna driehonderd van de 350 mannen, vrouwen en kinderen om.
Er sneuvelden 25 militairen, en 39 raakten gewond, de meesten door eigen kogels en granaatscherven.
De volgende dag, 30 december 1890, vond nog een laatste gewelddadige confrontatie plaats, die bekend zou worden als de Drexel Mission Fight, tussen overgebleven Lakota-krijgers en hetzelfde cavalerieregiment.
De volgende lente, toen het leger terugkeerde, werden de lijken die waren blijven liggen (te weten 144 indianen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen), begraven in een massagraf.
Aan de betrokken militairen werd na afloop een medaille toegekend.
Op 8 mei 1973 komt er een einde aan een tien weken durende bezetting van de Indiaanse nederzetting Wounded Knee in Zuid-Dakota door jonge Sioux-indianen.
Zij protesteren tegen de sociale en economische achterstand van Indianen in de Verenigde Staten.
De actievoerders hebben juist voor Wounded Knee gekozen, omdat het een historische plek is in de Amerikaanse geschiedenis.
Naar aanleiding van de actie van de Sioux-indianen onderneemt Redbone de single We Were All Wounded At Wounded Knee op.
In scherpe bewoordingen wordt kritiek geleverd op het beleid van de Amerikaanse regering.
We Were All Wounded At Wounded Knee komt op 6 juni 1973 de BRT Top 30 binnen, en staat vanaf 30 juni 1973 vijf weken op de eerste plaats.
Ook in Nederland komt de single voor vijf weken op de eerste plaats in de Top 40. In Amerika wordt de single niet uitgebracht.
De tekst is te kritisch voor de Amerikaanse regering.

Gisteren nog vandaag


In een artikel in februari 1958 in de krant The New York Times lezen we zijn kwaliteiten als gastheer.
De krant schreef toen het volgende: Peter De Maerel etentjes zijn onvergetelijke gelegenheden.

Misschien is zijn geheim tot succes de intelligente manier waarop de heer De Maerel, hier directeur van het Belgisch Bureau voor Toerisme en ambtenaar van de Wereldtentoonstelling in Brussel, de menu’s van zijn geboorteland België aanpast aan de smaken en eetlust van New York City.
Buiten gastheer was hij vooral een kunstkenner en kunstverzamelaar.
Zoals zijn vrienden was hij goed bevriend met René en Georgette Magritte.
Ze brachten op 8 december 1965 een bezoek in New York.

In 1963 beweerde hij dat hij nooit afscheid zou kunnen nemen van zijn kunstverzameling.
Toch verkocht hij zijn schilderij Le prêtre marié (1961) van Magritte in 1975.
Ook het werk The Art of Conversation van Magritte dat hij aankocht bij zijn vriend Harry Torczyner.
Zou hij of zijn famile verkopen in 1993.
Het werk werd in 2021 verkocht aan de prijs van 13 miljoen dollar.




Gisteren nog vandaag

Peter De Maerel was een van de belangrijkste figuren in de Belgische culturele diplomatie in de twintigste eeuw.
Hij speelde een cruciale rol in de organisatie en promotie van de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958, waar hij als adviseur optrad.
Daarna werd hij directeur van het Belgisch Bureau voor Toerisme in New York, waar hij de schoonheid en diversiteit van zijn land aan het Amerikaanse publiek voorstelde.
Hij werkte ook nauw samen met Sabena, de nationale luchtvaartmaatschappij, om het toerisme naar België te stimuleren.
Peter De Maerel had een passie voor kunst en literatuur, en was bevriend met enkele van de meest vooraanstaande Belgische kunstenaars en schrijvers die in Amerika woonden of werkten.

Hij was een van de oprichters van de American Belgian Art Foundation, samen met Harry Torczyner, een advocaat en kunstcriticus die een indrukwekkende collectie moderne kunst bezat, waaronder werken van Magritte, Chagall, Balthus en Bacon.
Torczyner schreef ook een boek over zijn vriendschap met Magritte, getiteld Magritte/Torczyner letters between friends.
Hij overleed in 1998 in New York.
Een andere goede vriend van Peter De Maerel was Albert Goris, beter bekend onder zijn pseudoniem Marnix Gijsen.
Hij was een schrijver en diplomaat, die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Amerika vluchtte als vertegenwoordiger van het Belgisch paviljoen op de wereldtentoonstelling van New York in 1939-1940.
Hij bleef daar tot 1964, eerst als directeur, daarna als Belgisch Commissaris voor Informatie.
Hij verzorgde ook elke zaterdagavond een radioprogramma op de BRT, genaamd De Stem uit Amerika.
In 1959 werd hij benoemd tot cultureel attaché en in 1964 tot ambassadeur.
Hij keerde terug naar België in 1964, en woonde in Elsene tot zijn dood in 1984.
De schrijver werd in 1975 door de Belgische koning tot baron benoemd, een erfelijke titel die alleen aan hem toebehoorde.
Zijn wapenschild droeg de spreuk “Qui transtulit, sustinet”: wie verplant is, bloeit toch voort.
Hij had geen nakomelingen uit zijn twee huwelijken, dus met zijn dood eindigde ook zijn adellijke lijn.
Marnix Gijsen onderhield een hechte vriendschap met Marc Galle, een politicus van de SP, die hem weer in contact bracht met Maria Magdalena (‘Leentje’) Bambust, met wie hij vijftien jaar in New York had samengeleefd en met wie hij in 1976 trouwde.
Op zijn sterfbed in 1984 zou Gijsen aan Galle gevraagd hebben om na zijn heengaan voor zijn weduwe te zorgen.
Galle kreeg ook de opdracht om het vermogen en het literaire archief van de overleden schrijver als een goede rentmeester te beheren.
In 2000 spande de familie van Leentje Bambust een rechtszaak aan tegen Galle wegens misbruik van vertrouwen en verduistering van 2,5 miljoen euro en twee schilderijen van René Magritte.
De strafzaak werd echter stopgezet door het overlijden van Galle in maart 2007.
Marnix Gijsen stierf op 29 september 1984 op 84-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Leuven.
Hij werd begraven op het Schoonselhof in Antwerpen.



Het nummer is afkomstig uit de musical Scraps en was voor het eerst te zien in het Orange Tree Theatre, Richmond, Londen in 1976.
Het nummer is geschreven door Jeremy Paul, Leslie Stewart en Keith Strachan.
Met toestemming van de componisten, mocht Cliff Richard de tekst veranderen. Zodoende kreeg het nummer, een meer religieus betekenis.
Voor Cliff Richard was Mistletoe And Wine zijn twaalfde nummer één hit in England en zijn 99ste single.
Mistletoe And Wine is in Groot-Brittannië de bestverkochte single van 1988.
Bij ons in Vlaanderen komt de single niet verder dan de tweeëntwintigste plaats in de BRT Top 30.
Dit omdat de olifant het kind perfect imiteerde. Beide leefde in het circus en daardoor ontstond er een hechte vriendschap.
