Eind september lanceerde de 86-jarige Amanda Lear haar nieuwe single “Amour (s)”, een voorproefje van haar aankomende album “Looking Back” dat op 7 november 2025 verschijnt.

Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.

De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.

Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.

Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.

Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.

Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.

Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.

Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.

Vandaag zou de wereldberoemde tenor Luciano Pavarotti 90 jaar geworden zijn.

Vijfendertig jaar geleden, in oktober 1990, had deze muzikale legende een opmerkelijke link met onze regio, want hij was te gast bij de Belgische ondernemer Leon Melchior in Limburg.

De carrière van Luciano Pavarotti begon bescheiden in een kerkkoor. Hoewel zijn stem hem wereldroem zou bezorgen, had hij als jongeman een even grote passie voor voetbal.

Ook stond hij bekend als een levensgenieter en een groot liefhebber van lekker eten.

Popster Sting, een van de vele artiesten met wie hij samenwerkte, vertelde ooit hoe hij Pavarotti in zijn eentje twee volledige kippen zag verorberen.

Zijn professionele leven bracht hem naar de top van de operawereld.

Pavarotti werkte met de meest vooraanstaande dirigenten, zoals Herbert von Karajan en Claudio Abbado, en zong hoofdrollen in alle grote operahuizen ter wereld. Later zocht hij een breder publiek op met optredens in concertzalen en indrukwekkende openluchtarena’s.

De rondborstige tenor was niet bang om buiten de lijnen van de klassieke muziek te kleuren.

In 1995 nam hij samen met Bono van U2 het lied “Miss Sarajevo” op. Daarnaast organiseerde hij tien benefietconcerten onder de noemer “Pavarotti and Friends”, waarmee hij geld inzamelde voor goede doelen in onder meer Bosnië, Kosovo, Liberia, Afghanistan en Irak.

Zijn laatste publieke optreden vond plaats in 2006, tijdens de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in zijn thuisland, in Turijn.

Er werd achteraf gefluisterd dat hij die avond geplaybackt zou hebben.

Een jaar later, op 6 september 2007, overleed Luciano Pavarotti op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van pancreaskanker.

Zijn gastheer van destijds in Limburg, Leon Melchior, had een al even opmerkelijk, zij het controversieel, leven.

Hij groeide op in Maastricht als zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij in een moeilijke positie terecht.

Als veertienjarige werd hij lid van de Hitlerjugend en op zeventienjarige leeftijd, in 1943, meldde hij zich aan bij de Waffen-SS en vocht aan het oostfront.

Later volgde hij een opleiding tot SS-officier. Na de bevrijding werd hij gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien maanden.

Ook werd zijn Nederlandse nationaliteit hem ontnomen.

Na deze donkere periode bouwde Melchior een succesvol zakenimperium op en vestigde hij zich in Lanaken, op Domein Zangersheide, waar hij zijn wereldberoemde stoeterij Studbook Zangersheide oprichtte.

In 1974 verkreeg hij de Belgische nationaliteit.

Voor zijn verdiensten ontving hij later diverse onderscheidingen: hij werd officier in de Leopoldsorde, kreeg het Ereteken van Verdienste van de stad Maastricht, was ereburger van Lanaken en erevoorzitter van voetbalclub MVV.

Zijn passie voor de paardensport werd doorgegeven aan zijn dochter, Judy-Ann Melchior, die een professioneel ruiter werd.

Leon Melchior overleed op 11 november 2015 op 88-jarige leeftijd.

Twee markante figuren, een wereldster uit de opera en een ondernemer met een beladen verleden, wiens paden 35 jaar geleden kort kruisten in Limburg.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 111 jaar geleden, bezetten de Duitse troepen Gent.

Op 12 oktober 1914 marcheerden Duitse troepen Gent binnen.

De stad werd de hoofdplaats van het Vierde Etappegebied, een militaire zone die West- en Oost-Vlaanderen en een deel van Henegouwen besloeg.

Hierdoor kwam Gent onder een direct militair bestuur te staan, wat een bezettingsregime met zich meebracht dat nog harder was dan in de rest van België.

Het leven in de stad veranderde drastisch. Contact met andere delen van het land werd zo goed als onmogelijk gemaakt.

De pers en de post stonden onder strenge censuur en elke vorm van politieke berichtgeving was verboden.

Het dagelijkse leven werd gedomineerd door voortdurende opeisingen door de bezetter.

In het stadscentrum namen de Duitsers steeds meer gebouwen in beslag, te beginnen met alle kazernes.

De Kouter werd de centrale uitvalsbasis waar onder andere de Kommandantur en de Pass-Zentrale gevestigd waren.

Veel gebouwen kregen een nieuwe, militaire functie: het Gravensteen diende als opslagplaats en herstelplaats voor wapens, in het Groot Vleeshuis werden bier en wijn gestockeerd en Het Pand werd een groentendepot.

Soldaten konden revalideren in hotels, scholen en het Casino aan de Coupure, terwijl het Belfort dienstdeed als uitkijkpost voor piloten.

Het omvangrijke wagenpark van het leger vond onderdak in loodsen in de haven.

Met ongeveer 12.000 militairen was de Duitse aanwezigheid overweldigend en zeer zichtbaar in het straatbeeld.

Duitse vlaggen wapperden aan de gevels, Duitse bewegwijzering hing aan muren en bomen, en cafés kregen Duitse namen.

Het station Gent Sint-Pieters groeide uit tot het centrale spoorwegknooppunt voor het transport van troepen en materieel van en naar het front.

De controle over de bevolking werd aangescherpt door de invoering van de identiteitskaart met foto.

Aanvankelijk was dit document enkel nodig om het Etappegebied te verlaten, maar vanaf 1916 werd iedere inwoner verplicht er een te bezitten en bij zich te dragen.

Vier jaar lang was de bewegingsvrijheid van de Belgen beperkt tot hun eigen gemeentegrens, tenzij ze de nodige papieren konden voorleggen.

De productie van al deze identiteitskaarten stelde fotografen voor een praktisch probleem.

Door een tekort aan fotopapier namen ze vaak hun toevlucht tot een creatieve oplossing: ze maakten een groepsfoto en sneden vervolgens de individuele gezichten uit om op de identiteitskaarten te kleven.

Het grootste probleem vanaf het begin van de oorlog was echter de voedselbevoorrading.

De binnenlandse productie was ontoereikend, de Britse maritieme blokkade verhinderde de invoer van levensmiddelen en de talrijke Duitse opeisingen maakten de situatie nog nijpender.

De Stad Gent reageerde snel en richtte al op 8 augustus 1914 een Stedelijk Comité der Volksvoeding op dat gratis soep en brood uitdeelde.

Tegen het najaar werd de voedselsituatie echter kritiek.

Op 23 oktober 1914 werd in Brussel het Nationaal Hulp- en Voedingscomité opgericht dat de spil zou worden van de nationale hulpverlening.

Voedsel werd in de Verenigde Staten aangekocht door de Commission for Relief in Belgium.

De distributie in België zelf werd door het Nationaal Comité georganiseerd via een netwerk van provinciale en lokale comités.

Het voedsel werd gerantsoeneerd en verkocht in speciale ‘Amerikaanse’ winkels.

In 1916 waren meer dan 60.000 Gentenaars afhankelijk van deze voedselhulp.

Naarmate de oorlog vorderde, nam het Comité steeds meer taken op zich, zoals het organiseren van soepkeukens, melk- en schoolmaaltijden, het uitdelen van kleding, werklozensteun en het versturen van pakjes naar krijgsgevangenen.

Naast dit nationale initiatief waren er in Gent nog een dertigtal kleinere hulporganisaties actief.

Deze georganiseerde hulp was echter maar één kant van het verhaal. Schaarste leidde onvermijdelijk ook tot hamsteren, een bloeiende zwarte markt en woekerprijzen.

Nieuwe rijken, die profiteerden van de tekorten, kregen de smalende bijnaam ‘baron Zeep’, een verwijzing naar de bijzonder winstgevende productie van ersatzzeep.

De afkorting ‘RIF’ op deze zeepblokken werd door de bevolking verkeerdelijk geïnterpreteerd als ‘Reines Jüdisches Fett’, wat de gruwelijke misvatting voedde dat er menselijk vet in verwerkt zat.

In werkelijkheid stond de afkorting voor ‘Reichsstelle für industrielle Fette’, het rijksbureau voor de bevoorrading van industrieel vet, en bevatte de zeep geen menselijk vet.