75 jaar geleden, leefde nog altijd 300 000 ontheemden in kampen in Duitsland.

Vijf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1950, zaten er nog steeds 300.000 mensen vast in Duitse vluchtelingenkampen.

.

Dit waren de laatste van de miljoenen ‘Displaced Persons’ (DP’s), een term van de geallieerden voor burgers die door de oorlog ontheemd waren geraakt.

Direct na de bevrijding in 1945 was een immense repatriëring op gang gekomen. Burgers uit West-Europese landen waren relatief snel weer thuis.

Maar voor de miljoenen ontheemden uit Oost-Europa lag de situatie veel gecompliceerder.

Hun terugkeer werd een politiek schaakspel.

De Sovjet-Unie controleerde de doorgangsroutes en vertraagde het proces.

Tegelijkertijd wilden velen niet terug naar hun vaderland, dat nu achter het IJzeren Gordijn lag.

Ze vreesden de nieuwe communistische regimes.

Voor Sovjet-burgers was die angst existentieel: wie terugkeerde, liep het risico om als collaborateur te worden vervolgd en zelfs geëxecuteerd door het Stalin-regime.

Zo bleef een grote groep ontheemden achter in de kampen, bestempeld als ‘niet-repatrieerbaar’.

Pas in 1951 werd de officiële internationale hulp stopgezet en werd de zorg voor de laatste tienduizenden overgedragen aan Duitsland, als een laatste, stille getuige van de chaos die de oorlog had achtergelaten.

25 jaar geleden: Toen de Gentse kunstenaarspartij “Digter” meer dan alleen maar ludiek was.

Onder de bezielende leiding van onze eigen Coenraed de Waele zette deze gloednieuwe partij de boel op stelten.

Wat Digter zo bijzonder maakte? Wel, het was de allereerste keer in de Belgische geschiedenis dat een lijst vol kunstenaars zich in de verkiezingsstrijd mengde. “Voor het eerst in het bestaan van België neemt een lijst met kunstenaars deel aan de verkiezingen”, verkondigde lijsttrekker en dichter Coenraed de Waele (toen 48).

De naam “Digter” stond voor een heerlijke knipoog naar de poëzie: “Dichten Is Geen Tralala Eerder Rock ‘n’ roll”.

Rond dit gevatte acroniem schaarden zich maar liefst 23 creatieve geesten.

Denk aan bekende namen uit de literatuur zoals Marcella Baete, Ronald Vermeulen en Eva Cox, maar ook theatermakers als Jaak Van De Velde en muzikanten zoals rockdrummer Boudewijn Creelle.

Het programma van Digter was op z’n zachtst gezegd… origineel.

Wat dacht je van de “herverdeling van de liefde”, de “omverwerping van de dictatuur van het orgasme” of een “bos met zangvogels en stadsaapjes op de Vrijdagmarkt”? Het toont de humor en het speelse karakter van deze unieke partij.

Maar Digter had ook serieuze noten op de zang.

Zo pleitten ze voor een proefproject om kunstenaars een echt statuut te geven en de oprichting van een “Huis van het Woord”.

De Vlaamse zanger Frank Alwin, geboren als Frank Van der Steen

De carrière van zanger Frank Alwin uit Wambeek begon veelbelovend.

Na zijn eerste single ‘Oh Oh Melanie’ in 1974, volgde in 1975 ‘Trouw Niet Met Die Ander’, een nummer geschreven door Andy Free, Camiel Saey en Romain De Smet.

De grote doorbraak kwam een jaar later, in 1976, toen hij de prestigieuze Radio 2 Zomerhit won met ‘Alleen In Gedachten’.

Heel Vlaanderen zong mee en zijn toekomst leek verzekerd.

Het lot besliste er echter anders over: kort na zijn grote triomf ging zijn platenfirma failliet, waardoor zijn muzikale droom abrupt ten einde kwam.

In 2021, maar liefst 45 jaar later, bracht de zanger, die dit jaar zijn 75e verjaardag viert, zijn klassieker opnieuw uit in een frisse, moderne versie.

Vandaag 50 jaar geleden, première van de Nederlandse film “Het jaar van de kreeft”

De film van regisseur Herbert Curiel, met Willeke van Ammelrooy als Toni en Rutger Hauer als Pierre, is een bewerking van de gelijknamige roman van Hugo Claus.

Claus baseerde het intense liefdesverhaal op zijn eigen, turbulente relatie met actrice Kitty Courbois.

Interessant is het verschil in symboliek: in het boek sterft Toni aan kanker (kreeft in het Duits is ‘Krebs’), terwijl de film zich volledig richt op de eigenschappen van haar sterrenbeeld.

De rol van Pierre werd Hauer aangeboden nadat Rijk de Gooyer had geweigerd.

De Gooyer vond het boek maar niets en had geen vertrouwen in de regisseur.

Criticus Gerrit Komrij beschreef de film als een verhaal over “psychische verwarring” en “Allesverslindende Liefde”, waarin Pierre ontroerd wordt door de onvolkomenheden van Toni, een vrouw die hem zowel tederheid als ergernis bezorgt en in seksueel opzicht frigide blijkt te zijn.

De geschiedenis van het casino van Middelkerke, een van de vier casino’s aan de Belgische kust, is een verhaal van ambitie, vernieling en wederopbouw.

In 1891 trok een groep private investeerders onder leiding van de Brusselse hotelier Charles Smedt een relatief klein, houten gebouw op de zeedijk op.

Het ontwerp van architect Alexis Dumont was zo’n bezienswaardigheid dat zelfs koning Leopold II tijdens een wandeling vanuit Oostende de bouw kwam inspecteren.

Na enkele verbouwingen en de toevoeging van zijvleugels bood het complex plaats aan een restaurant, winkeltjes en een feestzaal.

Het was een populaire trekpleister voor toeristen, kinderbals en optredens van variétéartiesten.

In 1908 kocht het gemeentebestuur het gebouw, met de intentie om iets nieuws en groters te bouwen.

In 1914, na de opening van zijn opvolger, werd het eerste casino gesloopt.

In 1912 besloot de gemeente tot de bouw van een nieuw, statig casino op een uitbouw van de zeedijk.

Het ontwerp was van architect Georges Hobé, met een interieur door Albert Van Huffel.

Het opende op 18 juli 1914 en omvatte een speelzaal, leeszaal, horecazaken, biljarttafels, een bowling en een concertzaal, omgeven door een binnentuin en tennisvelden.

De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten; het Duitse leger gebruikte het complex als hoofdkwartier en liet het zwaar beschadigd achter.

Na de oorlog werd het casino heropgebouwd volgens de originele plannen en heropende het in 1925.

In het interbellum traden er grootheden als Charles Trenet en Jean Omer op.

De Tweede Wereldoorlog betekende echter het definitieve einde voor het gebouw; het werd volledig tot puin herleid.

Na de oorlog werd tijdelijk een casino ingericht in ‘Hôtel de la Plage’.

Het derde casinogebouw, ontworpen door de Middelkerkse architect August Vereecke in een Normandische stijl, opende zijn deuren in 1954.

Dit casino zou uitgroeien tot een icoon van het Vlaamse entertainment.

Onder leiding van directeur Luc Rammant (1979-1998) werden tal van nationale en internationale sterren naar de kust gehaald, met Will Tura en Gilbert Bécaud als regelmatige gasten.

Het gebouw huisvestte naast de speelzaal en nachtclub Montezuma de beroemde Baccarazaal.

In deze feestzaal met zeezicht werd vanaf 1969 de ‘Gouden Sirene’ georganiseerd, een concours voor het Belgische levenslied waar onder meer Eva Marie haar carrière lanceerde.

Dit evenement was de voorloper van de legendarische ‘Baccarabeker’, een provinciale talentenjacht die liep van 1981 tot 1990.

Ook de VRT vond haar weg naar de zaal voor de opnames van de populaire televisietalkshow ‘Margriet aan zee’ (1989-1994).

De laatste jaren van dit casino werden echter overschaduwd door een grootschalige fraude aan de roulettetafel, waarbij croupiers tussen 2001 en 2015 zo’n drie miljoen euro verduisterden.

Na enkele opfrisbeurten sloot het gebouw in 2017 definitief de deuren en werd het een jaar later gesloopt.

In maart 2024 begon een nieuw hoofdstuk met de opening van SILT, een multifunctioneel evenementengebouw dat het vierde casino herbergt.

Dit ambitieuze project is meer dan een speelzaal; het omvat een foyer, restaurant, evenementenzaal voor 1700 personen, een hotel en een ondergrondse parking.

Het ontwerp, van de hand van een consortium van architecten en bouwbedrijven, integreert een versterkte zeedijk die bestand is tegen een duizendjarige storm en creëert een naadloze, autovrije overgang tussen de dijk en het Epernayplein.

De uitbating van het nieuwe casino is in handen van Belcasinos, onderdeel van de Franse Groupe Partouche (postkaarten uit mijn eigen verzameling)

Vandaag 55 jaar geleden, overleed Jimi Hendrix, op 27-jarige leeftijd en werd daarmee een van de eerste en bekendste leden van de beruchte ’27 Club’.

Hij bracht zijn laatste uren door in het appartement van zijn toenmalige vriendin, de Duitse kunstschaatsster en schilderes Monika Dannemann, in het Samarkand Hotel.

Hoewel zij de ambulance belde, zijn de precieze omstandigheden van zijn dood altijd in nevelen gehuld gebleven, wat de deur openzette voor talloze theorieën en speculaties.

De officiële lezing, zoals die destijds door de media werd verspreid, was dat Hendrix was gestikt in zijn eigen braaksel.

Hij zou in een diepe coma zijn geraakt na het innemen van een overdosis slaappillen in combinatie met rode wijn.

Een tragisch detail hierbij is dat de Britse slaappillen die hij had genomen, aanzienlijk sterker waren dan de Amerikaanse varianten die hij gewend was.

Deze versie wordt echter tegengesproken door verschillende bronnen. Mitch Mitchell, de drummer van The Jimi Hendrix Experience, opperde in zijn boek ‘Inside the Experience’ een schrijnend alternatief.

Volgens hem stierf Hendrix pas op een brancard in de gang van het Londense ziekenhuis.

Mitchell suggereerde dat er, omdat Hendrix Afro-Amerikaans was of omdat niemand hem onmiddellijk herkende, niet adequaat naar hem werd omgekeken.

Een ander hardnekkig gerucht was een overdosis heroïne. Dit werd echter al snel ontkracht door de autopsie, waaruit bleek dat er geen sporen van heroïne in zijn bloed zaten.

Bovendien was het in zijn directe omgeving algemeen bekend dat Hendrix, anders dan vele rocksterren uit die tijd, een uitgesproken afkeer van naalden had en geen heroïne gebruikte.

De sensationeelste theorie kwam pas decennia later aan het licht. James ‘Tappy’ Wright, een voormalige roadie, beweerde in 2009 dat Hendrix werd vermoord door zijn eigen manager, Michael Jeffery.

Jeffery zou in dronken toestand hebben bekend dat hij Hendrix met hulp van anderen had volgegoten met drank en pillen.

Het motief? Angst dat zijn grootste ster, die hij vreesde, kwijt te raken, zou overstappen naar een andere manager.

Deze zware beschuldiging kan helaas niet meer op haar waarheid worden getoetst. Jeffery kwam namelijk in 1973, kort na zijn vermeende bekentenis, om het leven bij een vliegtuigcrash.

Alsof het mysterie nog niet complex genoeg was, voegde de documentaire ‘Jimi Hendrix: The Last 24 Hours’ uit 2004 er een politieke dimensie aan toe.

Hierin wordt gesuggereerd dat de CIA betrokken was bij zijn dood. Hendrix’ banden met de Black Panther Party en zijn openlijke kritiek op de Vietnamoorlog zouden hem tot een doelwit hebben gemaakt. In enkele jaren was hij uitgegroeid tot een wereldwijd icoon met een enorme invloed op de Amerikaanse jeugd.

Zijn vervormde versie van het Amerikaanse volkslied op Woodstock in 1969 wordt nog steeds gezien als een krachtig cultureel statement.

Ongeacht de ware toedracht, de wereld verloor een muzikaal genie. De man die als linkshandige speler een rechtshandige gitaar bespeelde (na de snaren in omgekeerde volgorde te hebben gezet), had de gitaarmuziek voorgoed veranderd.

Jimi Hendrix werd uiteindelijk begraven op het Greenwood Memorial Park in Renton, een stadje nabij zijn geboortestad Seattle.

Zijn plotselinge overlijden was niet alleen een muzikaal verlies, maar ook het begin van een gecompliceerde strijd om zijn nalatenschap.

Jimi Hendrix had namelijk geen testament opgemaakt. Volgens de wet ging zijn volledige vermogen daardoor naar zijn dichtstbijzijnde familielid: zijn vader, Al Hendrix.

Voor zijn eigen dood in 2002 liet Al het beheer van het miljoenenbedrijf, Experience Hendrix LLC, na aan zijn geadopteerde dochter Janie Hendrix, de stiefzus van Jimi.

Dit leidde tot een jarenlange juridische strijd met Jimi’s biologische broer, Leon Hendrix, die door deze beslissing grotendeels werd buitengesloten van de erfenis.

Uiteindelijk besliste de rechter in het voordeel van Janie, die tot op de dag van vandaag de controle heeft over de nalatenschap van Jimi Hendrix.

Gisteren nog vandaag