Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Auteur: Patrick De Graeve
Patrick De Graeve is een gepassioneerde blogger die schrijft over zijn ervaringen en inzichten in de wereld van de popmuziek en geschiedenis. Hij is de oprichter en beheerder van de Facebookgroepen Gisteren nog vandaag en Weetjes over Popmuziek, waar hij regelmatig interessante feiten, anekdotes en trivia deelt met andere muziekliefhebbers. Patrick is ook een fervent verzamelaar van tijdschriften, vooral van het populaire Belgische blad Joepie. Hij heeft een volledige collectie vanaf september 1973 tot en met eind december 1989, die hij zorgvuldig bewaart en koestert. Patrick's blog, Gisteren nog vandaag, is een bron van inspiratie en nostalgie voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van Vlaanderen en dat via oude tijdschriften, foto's, tv-reeksen, films en reclame.
Bert Hildebrandt, geboren in 1906 in Antwerpen, begon hij als leerling in het atelier van Henri Luyten.
Hij volgde opleiding aan de Academie van Antwerpen en aan het NHISKA.
Hij studeerde onder leiding van gerenommeerde kunstenaars zoals Isidoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Saverys.
Hij was bevriend Edmond Van Dooren (die kubisme en futurisme combineert met neoromantische toekomstvisioenen)
Ook was hij vriend van Richard Baseleer, Vic van Berkelaere, Jos Mous, Ivo Van Hool en zijn zoon Gilbert Van Hool en onderhoudt contacten met Alois De Laet.
Hij stond bekend om zijn gedurfde gebruik van kleur en zijn expressieve stijl.
Zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een zekere melancholie en een gevoel van vervreemding.
Hildebrandt won tijdens zijn carrière verschillende prijzen en onderscheidingen.
Zijn werk werd aangekocht door de Belgische staat in 1959 en 1968/1969.
Bert Hildebrandt schilderde ook vaak op glas dat hij toen noemde als de vergeten kunst in Vlaanderen.
Werken van Bert Hildebrandt zijn te zien in verschillende musea, waaronder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.
Geboren in het naoorlogse Amsterdam als dochter van de bekende zanger Willy Alberti en Ria Kuiper, bracht ze een deel van haar jeugd door in Arnhem bij haar grootmoeder.
Al op jonge leeftijd, elf jaar om precies te zijn, debuteerde ze in de musical Duel om Barbara en zong ze samen met haar vader het duet “Zeg pappie ik wilde u vragen” op haar eerste single.
De jaren zestig markeerden haar doorbraak als zangeres, “Spiegelbeeld” (1963), een bewerking van “Tender Years”, leverde haar een gouden plaat op en werd gevolgd door hits als “Mijn dagboek” en “De winter was lang” (nummer 1 in 1964).
Samen met haar vader schitterde ze in de populaire televisieshow Willy en Willeke.
In de jaren zeventig verbreedde Alberti haar horizon naar het acteerwerk, met een hoofdrol in de televisieserie De kleine waarheid en rollen in films als Oom Ferdinand en de toverdrank en Rooie Sien, waarin ze het prachtige “Telkens weer” vertolkte.
Ook “Carolientje” (1977) werd een grote hit in Nederland en Vlaanderen. Zowel in Vlaanderen als in Nederland bereikte ze de vijfde plaats met dit leuk nummer.
Na een periode van relatieve rust maakte Alberti in 1987 een succesvolle comeback.
Haar platen werden opnieuw met goud bekroond en het lied “Samen zijn” uit de kinderserie Pompy de Robodoll werd een hit.
Ze trad op in theaters, verscheen op televisie en werkte samen met diverse artiesten.
Haar deelname aan het Eurovisiesongfestival in 1994 met “Waar is de zon” leverde helaas een teleurstellende klassering op.
Naast haar artistieke carrière toonde Alberti zich maatschappelijk betrokken.
Ze richtte de Willeke Alberti Foundation op, die zich inzet voor ouderen in zorginstellingen.
Ze bleef acteren in series, musicals en films, leende haar stem aan animatiefiguren en werkte samen met uiteenlopende artiesten.
Haar zestigjarig jubileum en zeventigste verjaardag vierde ze groots in Carré en met De Toppers in de ArenA.
Ze werd benoemd tot ambassadeur van het Nederlandse levenslied en toerde met een jubileumshow.
Ter gelegenheid van haar 75e verjaardag en 60-jarig jubileum is in 2023 haar complete oeuvre uitgebracht in de 25 cd’s tellende boxset “Telkens Weer Samen”.
Deze indrukwekkende verzameling en natuurlijk ook aanwezig in mijn verzameling, bevat al haar singles, albums, duetten, samenwerkingen en nooit eerder uitgebrachte opnames, waaronder een bijzonder duet met Rob de Nijs en een herontdekte Nederlandse vertaling van “House For Sale”.
De box biedt een unieke blik op de rijke carrière van Alberti en bevat, maar liefst 584 nummers, waarvan velen voor het eerst op cd te beluisteren zijn.
Willeke Alberti, terugblikkend op haar carrière: “Aan veel van die liedjes zijn voor mij herinneringen verbonden, net als voor u. Ze begeleiden en verbinden ons samen al een leven lang.”
Onlangs kondigde ze aan dat ze stopt met optreden om meer tijd met haar familie door te brengen.
Gwen Guthrie, geboren en getogen in Newark, New Jersey, toonde al op jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.
Haar vader leerde haar piano spelen toen ze nog maar acht jaar oud was, en op school verdiepte ze zich in de klassieke muziek.
Naast haar formele opleiding zong ze ook voor haar plezier op straatfeesten en partijen.
Begin jaren zeventig zong ze in de zanggroepen The Ebonettes en The Matchmakers.
Na haar opleiding werkte ze als onderwijzeres, maar de muziek bleef trekken.
In 1974 deed ze auditie als studiozangeres voor Aretha Franklin en ze kreeg de baan en dit was het begin van een indrukwekkende carrière als achtergrond- en sessiezangeres.
Haar veelzijdige en krachtige stem maakte haar ook een veelgevraagd zangeres in de reclamewereld.
Ze zong in talloze jingles, vaak samen met haar vriendin Valerie Simpson, bekend van het duo Ashford & Simpson.
Ook de samenwerking met Luther Vandross was een vruchtbare periode in haar carrière.
Als sessiezangeres liet Guthrie haar stempel achter op albums van een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Kenny Loggins, Steely Dan, The Affair, George Howard, Noel Pointer, Houston Person, Angela Bofill, John Blake, Roberta Flack en Billy Griffin.
Naast zingen bleek Guthrie ook een begenadigd liedjesschrijver.
In 1975 componeerde ze “Supernatural Thing” voor Ben E. King, dat een top 10-hit werd.
Ook schreef ze nummers voor Isaac Hayes.
Voor het debuutalbum “Circle Of Love” van The Sister Sledge schreef ze maar liefst zeven nummers, samen met haar toenmalige vriend, trombonist en bassist Patrick Grant (Haras Fyre).
Eind jaren zeventig nam ze een soloplaat op voor Columbia Records, maar deze werd helaas nooit uitgebracht.
Teleurgesteld vertrok ze naar Jamaica, waar ze een jaar verbleef.
Na haar terugkeer in de Verenigde Staten kreeg ze een contract bij Chris Blackwell van Island Records.
In 1982 werd haar eerste officiële soloalbum, simpelweg getiteld “Gwen Guthrie”, uitgebracht.
Het album bevatte een mix van R&B, reggae en dancemuziek.
Haar grootste succes kwam in 1986 met de onweerstaanbare discoklassieker “Ain’t Nothin’ Goin’ On But The Rent”.
Dit nummer werd een wereldwijde hit en had een belangrijke invloed op de ontwikkeling van housemuziek.
Tot 1988 had ze nog enkele kleinere hits in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren negentig richtte Guthrie zich voornamelijk op het arrangeren en produceren van muziek.
Op 2 februari 1985, vandaag exact 40 jaar geleden, landde de Spandau Ballet World Parade in de Brielpoort in Deinze.
Na enkele Britse new wave hits, waaronder hun vijfde top 10-hit in de Britse top 40 “Lifeline” in de herfst van 1982, brak Spandau Ballet in 1983 wereldwijd door met hun derde LP ‘True’.
Dit album, met een meer jazzy, poppy en soulvol geluid, leverde de monsterhits “True” en “Gold” op, beide geschreven door Gary Kemp, die verantwoordelijk was voor alle 22 Spandau Ballet singles.
Voor de ingang van de Brielpoort verdrongen fans, getooid met Spandau-petjes en sjaaltjes, zich om een glimp van hun idolen op te vangen.
Honderden jongelui stonden ongeduldig te wachten, hier was duidelijk iets aan de hand: “Welcome To The Spandau World Parade!”
De nokvolle zaal was gevuld met een opgewonden menigte, popelend om de favoriete band van het moment te zien.
Het publiek, overwegend vrouwelijk en net geen twintig, liet zien dat Spandau Ballet niet langer alleen de allerkleinsten wist te bekoren.
Tussen de jonge fans kon je ook ouders spotten die gretig langs de tientallen stalletjes met Spandau-prullaria schoven.
Posters, ter grootte van een rol behangselpapier, badges, sjaals, alles was versierd met het verzorgde Spandau-logo.
Een goed draaiende nevenhandel voor elke populaire Engelse band, een lucratieve business zo bleek uit de kooplustige fans die de stalletjes afschoven.
Precies op tijd ging de bel en stormde iedereen naar hun, ongetwijfeld duur betaalde, stoeltjes.
Een flard populaire klassieke muziek zwermde over de tienduizend hoofden, het donkere gordijn werd met een fikse ruk weggetrokken en daar stonden ze: de halfgoden van de Britse popindustrie.
Vijf jongens die, ondanks wat kritische tegenwind, op drie jaar tijd de absolute top hadden bereikt.
Met “Communication” zette de band meteen de toon voor de avond.
De zaal swingde, en van stilzitten was nauwelijks sprake meer.
De heupbewegingen van Tony Hadley, perfect te volgen op het grote videoscherm, werden begroet met luid gejoel.
Een thuiswedstrijd voor het Londense vijftal in het hart van Vlaanderen.
De veelgehoorde kritiek dat Spandau live niet sterk zou zijn, werd door Gary Kemp met een paar loeiende gitaarsolo’s, en saxofonist Steve Norman met een glasheldere solo, van de kaart geveegd.
Na een half uur nam de band gas terug en liet Hadley een paar nummers ‘croonen’, waarbij zijn jasje en hoge boord vakkundig werden opgevangen door de roadies. “True” werd het eerste hoogtepunt, gevolgd door “Gold” en “Code Of Love”.
Hadley praatte met zijn publiek alsof hij in een pub stond te praten, de jongens hadden het entertainersvak, door het vele ‘on the road’ zijn, duidelijk onder de knie.
Het decor in de achtergrond wisselde nog sneller dan de outfits van de bandleden zelf.
De belichting was sober, maar de kleuraccenten pasten perfect bij de sfeer van elk nummer.
Spandau werd natuurlijk teruggeroepen voor een toegift en het gekrijs was tot ver in de omtrek te horen. “Paint Me Down” en “Chant No. 1” sloten de bijna twee uur durende show af.
Spandau Ballet bewees die avond in Deinze meer te zijn dan een opgepepte hitmachine.
Hun fraaie pakjes verborgen allerminst een gebrek aan muzikaal talent. Een band om in de gaten te houden, zeker na hun eclatante succes in de Wembley Arena!
Na de split in 1990 kwam de band in 2009 weer bij elkaar.
In 2019 viel het doek definitief, na het vertrek van zanger Tony Hadley in 2017 (vervangen door Ross William Wild).
Ondanks het einde van Spandau Ballet in zijn klassieke vorm, blijven de bandleden actief.
Gary Kemp speelt in Nick Mason’s Saucerful Of Secrets en acteert.
De broers Kemp speelden samen in de films The Krays en The Bodyguard.
Ook op muzikaal vlak blijft de erfenis van Spandau Ballet nazinderen, hun laatste album, Once More, verscheen in 2009.
Russell was van adellijke afstamming en hij kreeg onderwijs van privéleraren.
Zijn grootvader John Russell was tweemaal premier van het Verenigd Koninkrijk geweest: 1846-1852 en 1865-1866.
Hij maakte naam met ‘Principles of Mathematics’ (1903) en geldt als grondlegger van de analytische filosofie.
Russell gebruikte logica om wiskundige problemen op te lossen en om filosofische problemen te verhelderen.
Hij zag het als zijn taak een logische taal te ontwerpen, zodat wij niet langer worden misleid door de onnauwkeurige weergave van de wereld in de gewone taal.
De flamboyante Engelsman had vooruitstrevende ideeën en stond daar ook voor.
In 1918 zat hij vijf maanden vast wegens zijn pacifistisch protest tegen deelname van de Verenigde Staten als bondgenoot in de strijd tegen Duitsland.
In 1940 werd hij in New York moreel ongeschikt bevonden om les te geven.
Hij streed voor gelijkberechtiging van vrouwen en tegen het christendom.
In 1950 kreeg Russell de Nobelprijs voor de Literatuur, niet voor zijn filosofisch werk, maar voor zijn rol als ‘voorvechter van humaniteit en geestelijke vrijheid van de mensheid’.
Russell keerde zich vanaf het midden van de jaren vijftig ook tegen nucleaire bewapening.
Tijdens de Vietnamoorlog riep hij samen met o.a. Jean-Paul Sartre een Vietnamtribunaal in het leven: een opinietribunaal.
Hij beschuldigde de Verenigde Staten van oorlogsmisdaden.
Drie dagen voor zijn dood publiceerde Russell nog een brief met een veroordeling van Israëls politiek die hij kenmerkte als een “politiek van agressie en gebiedsuitbreiding door geweld”.
De brief, gedateerd op 31 januari 1970 werd op 3 februari, een dag na zijn dood, voorgelezen op een Internationale conferentie van parlementariërs in Caïro.
De brief werd ook als advertentie in The Times gepubliceerd.