Deze week, 90 jaar geleden, stond de achtjarige Gentse danseres Suzy Feys, die later bekend zou worden als lid van “De Beren” van het gezelschap van Romain Deconinck, op de foto in het tijdschrift ABC van 24 februari 1935)

Raymond Vanherberghen begon al op zijn zevende met jeugdtoneel in zijn geboortestad Tienen.

In 1938 verhuisde hij met zijn ouders naar Gent, waar hij na zijn werkuren als mecanicien al snel weer op de planken stond.

Hij speelde in de bekende Minardschouwburg, onder de vleugels van theatericoon Romain Deconinck.

Daar werd hij verliefd op Suzy, vijf jaar jonger en danseres.

In 1952 trouwden ze en kregen ze een zoon, Gino.

Het koppel was in de jaren 50 en ’60 goed bevriend met mijn marraine en grootvader, die tot zijn overlijden in 1965 lid was van de beheerraad van het theatergezelschap.

Meer dan veertig jaar lang stonden Raymond en Suzy samen op de planken.

Raymond Vanherberghen overleed in juli 2018, Suzy Feys in november 2023.

ABC van 10 februari 1935, nummer 3 en met op de cover Kent Taylor.

Kent Taylor, geboren als Kent Taylor op 11 mei 1907 in Nashua, Iowa, groeide op in een boerengezin en werkte na de middelbare school in verschillende baantjes voordat hij rond 1930 naar Californië trok met de droom om acteur te worden.

Hij veranderde zijn naam in Kent Taylor, een naam die beter paste bij zijn filmambities.

Zijn eerste rollen waren klein, maar zijn atletische bouw en knappe verschijning hielpen hem op te vallen.

Taylor werd echter nooit een echte Hollywoodster, maar bouwde een solide reputatie op als betrouwbare acteur in B-films, met rollen in westerns, misdaadfilms, melodrama’s en horrorfilms.

Bekende titels uit die periode zijn onder andere I’m No Angel (1933) met Mae West, Death Takes a Holiday (1934) en Ramona (1936). Hij werd soms de “King of the B’s” genoemd.

Vanaf de jaren 50 verlegde Taylor zijn focus naar televisie, met gastrollen in vele series en hoofdrollen in onder andere Boston Blackie (1951-1953), The Rough Riders (1958-1959) en Tightrope! (1959-1960).

Hij bleef tot in de jaren 70 acteren, vaak in low-budget films.

Taylor was driemaal getrouwd, eerst met Alice Dahlgren (1933-1935), daarna met modeontwerpster Augusta(‘Gussie’) Bender (1938-1955), met wie hij dochter Victoria kreeg.

Zijn laatste huwelijk was met Patricia Bergin vanaf 1956.

Naast acteren was Taylor een fervent golfer en tennisser en diende hij in de Army Air Force tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hij overleed op 11 april 1987 in Woodland Hills, Californië, aan een hartaanval.

90 jaar geleden, te gast bij Gentse beeldhouwer Leon Sarteel.

Leon Petrus Sarteel, geboren in Gent op 2 oktober 1882 als zoon van huisschilder Petrus Sarteel en Maria Theresia Temmerman.

Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent onder Louis Mast en Jules Van Biesbroeck en toonde al vroeg zijn talent.

In 1907 ontving hij een eervolle vermelding op het Salon van Gent en werd in 1908 leraar boetseren aan de Gentse Nijverheidsschool.

Zijn oeuvre omvat portretbustes (o.a. Cyriel Buysse, De Gentse kunstschilder Constant Montald en Julius Mac Leod (hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Gent en bestuurder van de Gentse Plantentuin), figuren (mythologisch, allegorisch en alledaags), monumenten (zoals het oorlogsmonument in Zomergem) en reliëfs.

Zijn werken zijn te vinden in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) Gent, in de Gentse openbare ruimte (beelden aan de Sint-Niklaaskerk en Sint-Baafskathedraal), de Boekentoren (bevat een reliëf van Sarteel, De Leie en de Schelde.), en op Campo Santo (Treurende Ouders op het graf van zijn schoonzoon, piloot Jean Vanavermaete).

Hij trouwde met Marguerite De Mulder, met wie hij twee kinderen kreeg: zoon en architect Antoine Sarteel en dochter Germaine.

In zijn carrière ontving Sarteel verschillende onderscheidingen, waaronder Ridder in de Leopoldsorde (1921) en Officier in de Kroonorde (1929). Hij was lid van de kunstenaarsvereniging Kunst en Kennis.

Sarteel, wiens Art-decowoning van architect Jan-Albert De Bondt en atelier zich in de Vaderlandstraat 166 bevond, werkte in brons, marmer, steen en terracotta.

Zijn stijl is realistisch, met aandacht voor detail en expressie.

Hij overleed op 2 mei 1942, op 59-jarige leeftijd, in Gent aan een longontsteking (ABC 10 februari 1935)

Kan een afbeelding zijn van 4 mensen en tekst

40 Jaar Geleden: Don Henley’s “The Boys of Summer” Single van de Week in de Joepie.

De recensie in Joepie, hoewel kort, schetst een leuk beeld van de muzikale smaak van journalisten van die tijd.

“Ook de ex-Eagles-drummer omringt zich ondanks de aanwezigheid van gitarist-producer Danny Kortchmar vooral met elektronika,” lezen we.

Verder merkt Joepie op: “Henley’s stemgeluid doet het nog steeds, maar op deze single is het heilig vuur duidelijk zoek.”

Hoewel Henley’s stem nog steeds overeind blijft, mist de single volgens het tijdschrift de bezieling die men van hem gewend was.

Dit kan te maken hebben met de overgang naar een meer jaren 80 geluid, wat in die tijd niet altijd goed ontvangen werd door de media en de fans van meer traditionele rockmuziek.

Wat Joepie destijds niet vermeldde, is dat het nummer geschreven is door Mike Campbell, bekend als gitarist van Tom Petty and the Heartbreakers, samen met Don Henley zelf.

De single, uitgebracht op het label Geffen/CBS met catalogusnummer 4945, markeerde een keerpunt in Henley’s solocarrière.

Hoewel destijds een radiohit, bleef het succes in de hitlijsten in onze contreien beperkt.

In Vlaanderen kwam “The Boys of Summer” niet verder dan de Tipparade en in Nederland piekte het op een bescheiden drieëntwintigste plaats in de Top 40.

Opmerkelijk is dat een cover van de Spaanse DJ Sammy met vocalen van de Nederlandse zangeres Loona in 2003, wél een hit werd in Vlaanderen.

Deze versie bereikte de twintigste plaats in de Super Top 50, waarmee het origineel van Henley in Vlaanderen commercieel werd overtroffen.

In Nederland bereikte deze cover de negentiende plaats in de Top 40 en deed het dus ook beter dan Don Henley.

“The Boys of Summer” is een duidelijk voorbeeld van een nummer dat in de loop der tijd aan waardering heeft gewonnen.

Ondanks het schijnbaar ontbreken van het “heilig vuur” volgens de Joepie-recensent van 1985, en het aanvankelijk matige succes in de Lage Landen, is het uitgegroeid tot een klassieker uit de jaren 80 (Joepie 3 februari 1985)