
90 jaar geleden, de Gentse steegjes en poortjes (ABC 20 januari 1935)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Deze regering, Theunis IV, een coalitie van Katholieken en Liberalen, voerde een impopulair economisch herstelbeleid, dat gekenmerkt werd door deflatiemaatregelen, en werd geconfronteerd met sociale onrust en hevige oppositie van de socialistische BWP-POB.
Ondanks het deflatiebeleid bleef de Belgische economische toestand verslechteren.
De regering viel dan ook op 25 maart 1935.
De opvolgende regering-Van Zeeland I (25 maart 1935 – 13 juni 1936) was een coalitie van de Katholieke Unie (80 zetels), de BWP (72 zetels) en de Liberale Partij (24 zetels).
Op 30 maart 1935, kort na haar aantreden, devalueerde deze regering de Belgische frank met 28%.
De regering bleef in functie tot aan de verkiezingen van 24 mei 1936, waarbij de drie grote partijen veel zetels verloren ten voordele van kleinere extremere partijen en met name Rex.
Toch werd de regering opgevolgd door een regering-Van Zeeland II.


90 jaar geleden, was het tijdschrift ABC te gast bij deze schilder
Alois van Regemorter, geboren op 1 januari 1895 te Lier en op 17 februari 1915 verhuisde hij naar Havendijk 11 bij schuring.

Hij is te komen overlijden in 1961.
Meer kan ik niet vinden van deze schilder, weet er iemand iets meer over hem?





Met onder meer Shirley Temple (foto 3), Marion Davies (foto 4), Toby Wing (foto 2)



In juni 1936 lag de omgeving van Brugge vol met een enorme weelde aan natuurschoon.
Hoewel elke stad een groene rand heeft waar mensen graag naartoe trekken voor wat frisse lucht, kozen de Bruggelingen in die tijd liever voor de kust.
Ze trokken met de fiets, te voet of met de trein naar zee, terwijl de directe regio juist vol lag met uitgestrekte parken, bossen en historische kastelen die elke bezoeker zouden kunnen betoveren.
Toch was al die pracht voor de gewone burger destijds een verboden paradijs.
Deze schitterende tuinen en vijvers waren het exclusieve bezit van een handvol adellijke families en rijkaards.
Zij waakten er streng over dat hun privédomeinen afgesloten bleven voor het publiek.
Wie de binnenwegen of statige dreven opzocht, stuitte overal op bordjes die de toegang verboden.
Het leek wel of de eigenaren hun rijkdom en de schilderachtige omgeving bewust wilden verbergen voor de buitenwereld.
Zelfs op de verborgen plekken hingen destijds borden die de weinige bezoekers verplichtten om te zwijgen, en die het gesticuleren of lasteren verboden.
De enige plek waar gewone mensen soms werden toegelaten, waren de heilgrotten op de domeinen.
Daar mochten de arbeiders in alle stilte bidden en hun zorgen uiten, zolang ze zich maar aan de strikte regels hielden.
De natuur trok zich overigens weinig aan van die menselijke regels; de vogels en bosdieren lieten zich niet de mond snoeren en de pauwen van het kasteel schreeuwden luidkeels hun eigen boodschap.
Het was in die periode een fundamentele vraag waarom al deze schoonheid slechts voor een enkeling bestemd was.
De jachtwachters traden destijds hard op tegen iedereen die het waagde een voet op de verboden wegen te zetten.
Voor de jongere generatie van toen was die bijna feodale mentaliteit onbegrijpelijk.
Zij vonden dat het belang van de gemeenschap zwaarder moest wegen dan dat van het individu en dat iedereen recht had om te genieten van de verheffende schoonheid van de natuur.
Onder andere het sprookjesachtige kasteel van Sint-Michiels en de indrukwekkende buitengoederen in Sint-Andries waren sprekende voorbeelden van deze verborgen rijkdommen.

Toen Esther de Boer-van Rijk in 1937 overleed, rouwde heel Nederland. De kranten kopten ‘Nederlands populairste actrice is dood’ en duizenden mensen stonden langs de route van haar begrafenisstoet.
Haar populariteit was ongekend: ze was een icoon wiens beeltenis op talloze artikelen verscheen en wiens levensechte acteerwerk het publiek diep raakte. Recensenten bejubelden haar naturel met de woorden: ‘Men vergat dat ze speelde’.
Haar roem was een wereld van verschil met haar jeugd in een arm, joods-orthodox gezin in Rotterdam.
Na de vroege dood van haar vader werkte ze in het naaiatelier van haar moeder, maar droomde van het toneel.
Ze leerde haar eerste rollen met de tekst op schoot en vocht zich via het amateurtoneel een weg naar een professioneel contract.
Na haar huwelijk met musicus Henri de Boer en hun verhuizing naar Amsterdam, sloeg het noodlot toe.
Haar man raakte verlamd, waardoor Esther de rest van haar leven de enige kostwinner van het gezin zou zijn. Juist in deze zware periode vond ze haar artistieke thuis bij schrijver Herman Heijermans.
Ze werd de ultieme vertolkster van zijn realistische vrouwenrollen, met als absoluut hoogtepunt de rol van vissersweduwe Kniertje in Op hoop van zegen.
Meer dan 1200 keer speelde ze deze rol, zo levensecht dat haar tranen, zoals ze zelf zei, altijd echt waren.
Ondanks haar status werd haar carrière getekend door financiële tegenslag. Gezelschappen gingen failliet, maar de weduwe De Boer-van Rijk was onvermoeibaar.
Gedwongen door geldzorgen richtte ze haar eigen gezelschappen op en toerde tot op hoge leeftijd door het land met de successtukken van Heijermans.
Pas na een operatie besloot de actrice, die ook bekendstond om haar liefdadigheid en trotse joodse identiteit, te stoppen.
Ze overleed kort daarna in 1937 op 84-jarige leeftijd.
