
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag
Het nummer is een emotionele ballade waarin Michelle Pfeiffer haar liefde verklaart aan een overleden persoon.
Het nummer is geschreven door Patrick Doyle, die ook de muziek voor de film componeerde, en Kenneth Branagh, die de film regisseerde en de hoofdrol speelde met onder meer Michelle Pfeiffer, Johnny Depp en Penélope Cruz.
Het nummer is dan ook terug te vinden op het album Murder on the Orient Express (Original Motion Picture Soundtrack) dat uitgebracht werd door Sony Classical op 3 november 2017.
Haar carrière begon in de jaren 50 en omvat meer dan 100 films, waaronder klassiekers als Belle de Jour, The Umbrellas of Cherbourg en Indochine.
Ze werkte samen met gerenommeerde regisseurs als Luis Buñuel, Roman Polanski en François Truffaut.

Gisteren nog vandaag, te gast bij de zusjes Dorléac (Françoise Dorléac en haar jongere zus Catherine Dorléac, die we nu kennen als Catherine Deneuve) en hun ouders in 1960
Ze werd vier keer genomineerd voor een César, de belangrijkste Franse filmprijs, en won er een in 1981 voor haar rol in The Last Metro.
Ze ontving ook een ere-César in 2008 voor haar bijdrage aan de Franse cinema.
Naast haar filmcarrière stond Deneuve ook bekend om haar relaties met beroemde mannen, zoals fotograaf David Bailey, regisseur Roger Vadim, Johnny Hallyday en acteur Marcello Mastroianni.
Reclame: N°5, the 1973 Film with Catherine Deneuve: Whispered – CHANEL Fragrance
Met deze laatste kreeg ze een dochter, Chiara Mastroianni, die ook actrice werd.
Deneuve heeft ook een zoon, Christian Vadim, uit haar huwelijk met Roger Vadim. Hij is ook een acteur en in 1999 samen te zien met zijn moeder in de film Le Temps retrouvé.
Ze was nooit getrouwd met Mastroianni, maar bleef bevriend met hem tot zijn dood in 1996.
Deneuve heeft altijd haar privéleven afgeschermd van de media en zei ooit: “Ik ben niet geïnteresseerd in het delen van mijn gevoelens of mijn leven met het publiek.”
Ze is ook een voorvechtster van vrouwenrechten en heeft zich uitgesproken tegen seksueel misbruik en huiselijk geweld.

Gisteren nog vandaag: De Post 10 december 1961
Patricia Highsmith (1921-1995) was de auteur van ruim twintig romans, waaronder de Ripley-reeks en Vreemden in de trein (Strangers on a Train).
Zij werd geboren in de Verenigde Staten, maar woonde het grootste gedeelte van haar leven in Frankrijk.
Haar boeken zijn in meer dan twintig talen vertaald en veelvuldig verfilmd, door onder meer Alfred Hitchcock.
Carol verscheen in 1952 onder het pseudoniem Claire Morgan.
Pas in 1990 verscheen een boek voor het eerst onder haar eigen naam. (foto december 1981)

Alois De Bois, zoals Wies Andersen werd vooral bekend van zijn quiz ‘Wies Andersen Show’, die tussen 1976 en 1977 liep op de BRT.
Hij werkte in die quiz samen met een panel van bekende Vlamingen, waaronder Johan Anthierens, de controversiële journalist en columnist, nam geen blad voor de mond en daagde zijn medegasten uit met provocerende uitspraken en grappen.
Hij botste vooral met Paul Snoek, de gevierde dichter en schilder, die zich ergerde aan Anthierens cynisme en arrogantie.
Harry Kümel, de succesvolle filmregisseur, probeerde te bemiddelen tussen de twee, maar kon niet verhinderen dat er af en toe een vonk oversloeg.
Mick Clinckspoor, de populaire radiopresentator, Mimi Smith en Della Bosiers, zorgden voor wat luchtigheid en relativering in het gesprek.
Andersen zelf bleef op de achtergrond en liet zijn panelleden vrijuit praten. Hij genoot zichtbaar van de levendige discussie en het spektakel dat zich voor zijn ogen afspeelde.
De Wies Andersen Show staat dan ook in het collectieve geheugen gegrift als een van de hoogtepunten van de Vlaamse televisie.
In 1972 kon Wies Andersen eindelijk beginnen met zijn speelfilm Jonny & Jessy (met onder anderen Rocco Granata, die ook de muziek schreef). Helaas niets terug gevonden op Youtube.
Hij was 20 jaar getrouwd met de actrice Dora van der Groen.
Ze schitterden in verschillende toneelstukken, waaronder de klassieker “Kat op een heet zinken dak” van Tenessee Williams, waarin ze de hoofdrollen van Maggie en Brick vertolkten.
Van dit toneelstuk was er in 1958 een filmversie met Elizabeth Taylor als Maggie en Paul Newman als Brick
Hun zoon, Brick de Bois, volgde in hun voetsporen en werd een succesvolle toneelschrijver en regisseur.
Eind jaren 90 dook Wies Andersen opnieuw op tv op.
Ditmaal met het reisprogramma ‘Wies Anders’, waarin hij Vlamingen in het buitenland opzocht.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 22 maart 1970)


Ralph Macchio is vooral bekend is geworden door zijn rol als Daniel LaRusso in de Karate Kid-films.
Hij begon zijn carrière als tieneridool in de jaren tachtig en speelde in films als The Outsiders, Crossroads en My Cousin Vinny.
Hij bleef actief in de film- en televisiewereld, maar nam ook een pauze om zich te concentreren op zijn gezin.

Hij is al meer dan dertig jaar getrouwd met zijn vrouw Phyllis en heeft twee kinderen, Daniel en Julia.
Hij keerde terug in 2018 naar de schijnwerpers met zijn rol in de succesvolle serie Cobra Kai, een vervolg op de Karate Kid-films.

Nico wordt geboren op 16 oktober 1938 in Keulen als Christa Päffgen, maar het kan evengoed 15 oktober 1943 in Boedapest zijn.
Nico heeft er altijd geheimzinnig over gedaan. Zeker is dat ze opgroeit zonder vader, die tijdens de oorlog soldaat is in de Wehrmacht en waarschijnlijk is gesneuveld, al zou Nico zelf later het verhaal in de wereld brengen dat hij is vermoord door de nazi’s.
Nico’s moeder, Margaret Päffgen vertrekt na de oorlog met haar dochter naar Berlijn.
Nico werkt op 15-jarige leeftijd tijdelijk op een basis van Amerikaanse luchtmacht, waar ze slachtoffer wordt van een verkrachting door een Amerikaanse sergeant die vervolgens ter dood wordt veroordeeld door de krijgsraad.
De rest van haar leven blijft Nico getraumatiseerd door de verkrachting en voelt zich tegelijkertijd schuldig voor de dood van de sergeant.
Op 16-jarige leeftijd wordt ze in Berlijn ontdekt als fotomodel en mannequin. Via haar werkgever krijgt ze in 1960 een kleine rol in Federico Fellini’s film La Dolce Vita.
Inmiddels is Nico naar Parijs verhuisd, waar ze haar artiestennaam Nico aanneemt.
Dankzij het vele werk voor tijdschriften en bekende firma’s als Coco Chanel wordt ze het eerste supermodel en de lieveling van de jet set.
Ze raakt bevriend met artiesten als Bob Dylan en Brian Jones en krijgt een verhouding met acteur Alain Delon, die de vader van haar zoon Ari (Christian Aaron Boulogne) is, iets wat Delon altijd ontkend heeft.
Vreemd want Delons moeder Edith heeft Boulogne opgevoed en uiteindelijk geadopteerd in 1977 met haar tweede man Paul Boulogne, die de jongen ook zijn familienaam gaf.
In 1964 maakte ze kennis met Andy Warhol, die haar adopteert als zijn protege.
In 1965 verschijnt haar eerste single I’m Not Saying en in 1967 speelt ze in Warhol’s film Chelsea Girls.
Datzelfde jaar wordt ze als ‘chanteuse’ toegevoegd aan de band The Velvet Underground, waar ze eerst de avances van Lou Reed afslaat om vervolgens een verhouding met John Cale te beginnen.
Het eerste album van de band bevat een aantal nummers die door Nico worden gezongen.
Met name door de jaloerse en door Nico afgewezen Lou Reed wordt haar een grotere rol in de band geweigerd.
Een aantal nummers die ze al heeft ingezongen worden door Lou Reed uit wraak opnieuw ingezongen, en verschijnen in die versie uiteindelijk op het album.
Nico is levenslang verslaafd aan heroïne en overlijdt uiteindelijk aan een hersenbloeding op 18 juli 1988 als gevolg van een val van haar fiets tijdens een afkicksessie op het eiland Ibiza. Nico is 49 jaar geworden.
Toen zijn moeder was gestorven, zei haar zoon Ari het volgende over zijn moeder: “Voor mij was ze een heel goede moeder. Ze gaf me alles. Zelfs drugs, ik heb het met haar ten volle ervaren zonder dat het een probleem was. Vanaf mijn zestiende tot het einde deelden we medicijnen, dezelfde spuit. Het was een manier van samenzijn.
Ook na haar dood blijft Nico tot de verbeelding spreken.
James Young schrijft in 1992 de biografie Songs They Never Play On The Radio.
In 1995 verschijnt Nico Icon, een documentaire van de Duitse televisie over haar leven. Onder de titel Nico wordt in 1997 een ballet opgevoerd van choreograaf Ed Wubbe, waarvoor John Cale de muziek schrijft.
In 2014 liet Wubbe zich opnieuw inspireren door Nico en de Velvet Underground voor zijn choreografie “ICON/NICO”.
Haar zoon, Ari Boulogne werd in de nacht van 19 op 20 mei 2023 dood aangetroffen in zijn appartement.
Zijn lichaam werd in een vergevorderde staat van ontbinding ontdekt door zijn partner Yasmina, die met haar zoon Fadhil, 21 jaar oud, was teruggekeerd van een verblijf in de provincies.
Vreemd om haar partner alleen te laten wetende dat hij door een hersenbloeding verlamd was en gebruikmaakte van een rolstoel.
Op 22 mei 2023 werd Yasmina dan ook aangeklaagd wegens niet helpen van een persoon in gevaar, onvrijwillige doodslag en overdracht van verdovende middelen.
Ari Boulogne werd op 18 juli 2023 begraven, bijna twee maanden na zijn dood, vanwege vertragingen bij het onderzoek naar de oorzaken van zijn dood door deskundigen. (diverse bronnen en Wikipedia)


Eddie Murphy heeft drie studioalbums uitgebracht: How Could It Be (1985), So Happy (1989) en Love’s Alright (1993).
Hij scoorde een hit met het nummer “Party All the Time” in 1985.
Hij werkte samen met verschillende muzikanten en producers, zoals Rick James, Crystal Blake, Michael Jackson, Narada Michael Walden, Larry Blackmon, Stevie Wonder, Julio Iglesias, Paul McCartney, Nile Rodgers en Teddy Riley.

Gisteren nog vandaag

In 1963 werd Di Stéfano het slachtoffer van een ontvoering in Caracas, Venezuela, waar hij met Real Madrid een vriendschappelijke wedstrijd zou spelen.
Hij werd op (volgens sommige bronnen op 24 augustus) meegenomen door twee gewapende mannen die zich voordeden als politieagenten.
Ze eisten losgeld en politieke concessies van de Venezolaanse regering.
Di Stéfano werd twee dagen vastgehouden (sommige bronnen hebben het over 25 uur) in een afgelegen huis, maar bleef ongedeerd. Hij kreeg zelfs te eten en te drinken en mocht naar de radio luisteren.
De ontvoerders behoorden tot een linkse guerrillabeweging die zichzelf de Gewapende Revolutionaire Beweging (MRA) noemde.
Ze wilden met hun actie aandacht vragen voor de sociale ongelijkheid en de onderdrukking in Venezuela.
Ze hadden ook contact met Fidel Castro, de leider van Cuba, die hen steunde in hun strijd tegen het regime van president Rómulo Betancourt.
Castro zou zelfs hebben bemiddeld om Di Stéfano vrij te krijgen, volgens sommige bronnen.
Op 26 augustus werd Di Stéfano vrijgelaten in de buurt van de Spaanse ambassade.
Hij werd opgevangen door zijn ploeggenoten en kon al snel weer voetballen.
Hij speelde zelfs mee in de uitgestelde wedstrijd tegen São Paulo, die Real Madrid met 2-1 won.
Di Stéfano zei later dat hij geen wrok koesterde tegen zijn ontvoerders en dat hij begrip had voor hun idealen. Hij schonk ook een deel van zijn gage aan een Venezolaans weeshuis.
Alfredo Di Stéfano was een van de grootste voetballers aller tijden. Hij speelde als aanvaller en was vooral bekend om zijn successen met Real Madrid in de jaren 50 en 60.
Hij won vijf keer de Europacup I en scoorde in elke finale. Hij was ook vijf keer de topscorer van Spanje en werd twee keer verkozen tot Europees voetballer van het jaar.
Di Stéfano begon zijn carrière bij River Plate in Argentinië, waar hij in 1947 de Copa América won.
Hij speelde ook voor Huracán en Millonarios in Colombia, voordat hij in 1953 naar Real Madrid ging.
Hij nam de Spaanse nationaliteit aan en speelde 31 interlands voor Spanje, nadat hij eerder ook voor Argentinië en Colombia had gespeeld.
Di Stéfano maakte nooit zijn debuut op een WK, omdat Spanje zich niet kwalificeerde of zich terugtrok.
Na zijn voetbalcarrière werd hij trainer van onder andere Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate en Real Madrid.
Hij won als coach onder meer de Argentijnse titel met Boca Juniors en River Plate, de Spaanse titel en de Europacup II met Valencia en de Spaanse Supercup met Real Madrid.
Hij was ook een filmacteur en speelde in vier films: Con los mismos colores (1949), Saeta rubia (1956), La batalla del domingo (1963) en Once pares de botas (1968).
Di Stéfano overleed in 2014 op 88-jarige leeftijd in Madrid. Hij wordt beschouwd als een legende van het voetbal en een icoon van Real Madrid.






Bobby Henrey was een kindacteur die bekend werd door zijn rol in de film The Fallen Idol uit 1948, geregisseerd door Carol Reed.
Hij speelde de rol van Philippe, een jongen die getuige is van een moord en verstrikt raakt in een web van leugens en bedrog.
Henrey was slechts acht jaar oud toen hij de rol kreeg, en had geen acteerervaring.
Hij werd gecast nadat Reed hem zag op een foto in een boek over zijn vader, Robert Henrey, een Franse diplomaat en schrijver.
Henrey’s acteerprestaties werden geprezen door de critici en het publiek, en hij werd een ster in Engeland en Amerika.
Hij verscheen in nog twee films, The Wonder Kid (1951) en Little Boy Lost (1953), voordat hij zich terugtrok uit de filmwereld.
Hij had moeite om zich aan te passen aan het normale leven na de roem, en worstelde met depressie, drugsverslaving en alcoholisme.
Hij schreef later een autobiografie over zijn ervaringen als kindster, getiteld A Minor Consideration (1989).
Henrey leeft nu in de Verenigde Staten en werkte daar als leraar en vertaler. Hij heeft twee kinderen en vier kleinkinderen.
Hij heeft geen spijt van zijn filmcarrière, maar zegt dat hij het niet opnieuw zou doen.
Hij beschouwt The Fallen Idol als zijn beste werk, en zegt dat hij nog steeds een speciale band voelt met Carol Reed, die als een vaderfiguur voor hem was.
