40 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Name Of The Rose.

De verfilming van Umberto Eco’s beroemde roman ‘De naam van de roos’ ging op 19 september 1986 in première in Amerika.

De film, geregisseerd door Jean-Jacques Annaud, had Sean Connery en een jonge Christian Slater in de hoofdrollen.

Voor zijn prestatie als de monnik William van Baskerville ontving Connery een BAFTA.

Ook de sfeervolle muziek van James Horner, die een unieke plaats inneemt in diens oeuvre, droeg bij aan het succes.

De film is beroemd om zijn grimmige en authentieke sfeer, die grotendeels te danken is aan de gekozen filmlocatie.

De opnames vonden plaats in de winter van 1985-1986 in het twaalfde-eeuwse Klooster Eberbach in Duitsland.

Dit klooster diende als decor voor veel van de cruciale binnenscènes.

Zo werd de indrukwekkende slaapzaal van de monniken omgebouwd tot het beroemde scriptorium (de schrijfzaal) en werd ook de kapittelzaal intensief gebruikt.

Het feit dat er in de winter werd gefilmd, maakte het er naar verluidt ijskoud, wat perfect bijdroeg aan de naargeestige sfeer van het verhaal.

Wat veel mensen echter niet weten, is dat de buitenkant van de abdij—inclusief de iconische achthoekige bibliotheektoren—helemaal niet in Duitsland te vinden was.

Dit was een gigantische set, speciaal voor de film gebouwd in een steengroeve buiten Rome.

Het echte Klooster Eberbach, een voormalig cisterciënzer klooster nabij Eltville am Rhein, is dus het decor voor het ‘interne’ leven in de film.

Het complex zelf, met zijn prachtige Romaanse en vroeggotische gebouwen, wordt beschouwd als een van de belangrijkste monumenten van Europa.

Tegenwoordig dient het klooster als een van de hoofdlocaties voor het Rheingau Musik Festival, een internationaal festival voor klassieke muziek.

De geschiedenis van de locatie is echter niet alleen religieus; in de middeleeuwen was Eberbach ook een economische grootmacht en bezat het met 300 hectare de grootste wijngaarden van heel Europa.

40 jaar geleden, Ann Petersen, Vlaanderens veelzijdige actrice over zichzelf en haar carrière.

Ann Petersen werd op 22 juni 1927 geboren in Wuustwezel. Hoewel ze als kind al gebeten was door het theater, koos ze pas op latere leeftijd voor een leven als actrice. Vanaf dat moment bouwde ze wel een indrukwekkende carrière uit, zowel op televisie, in de film als in het theater.

Bij het grote publiek brak ze in 1964 door met haar rol als Emma in de legendarische BRT-jeugdserie Kapitein Zeppos.

Het was de start van een lange reeks televisierollen.

Zo speelde ze in de tv-bewerking van Wij, heren van Zichem (1969), de historische reeks De vorstinnen van Brugge (1972) en de komische serie Slisse en Cesar (1977). Ook later bleef ze een vertrouwd gezicht in reeksen als de Paradijsvogels (1980) en Het verdriet van België (1994). Voor een latere generatie werd ze vooral bekend als Florke, een rol die ze acht jaar lang vertolkte in de populaire soap Thuis.

Daarnaast schreef ze een aantal belangrijke films op haar palmares. De bekendste daarvan zijn klassiekers als Mira (1971) en Hector (1987), maar ook latere films zoals Manneken Pis (1995) en Pauline en Paulette (2002). Voor die laatste rol ontving ze, samen met collega Dora Van der Groen, nog een Fonske, een Vlaamse filmprijs.

Gisteren nog vandaag

Ook op de planken was Petersen erg actief. Ze was 30 jaar lang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en speelde gastrollen bij diverse theatergezelschappen. Een van haar meest opvallende theaterprestaties was de monoloog Het massagesalon (1986), die later ook op televisie werd vertoond.

Ondanks haar 76 jaar en gezondheidsproblemen – ze leed aan diabetes, artrose en had hartproblemen – bleef Ann Petersen erg actief. Ze deed dit deels omdat ze het acteren graag deed, maar ook omdat ze maar een klein pensioen had.

Gisteren nog vandaag

Haar huwelijk eindigde in 1960 in een echtscheiding. Zelf vertelde ze dat ze haar man verliet omdat hij graag kinderen had gewild, iets wat ze na een operatie met complicaties niet meer kon krijgen.

Ann Petersen overleed op 11 december 2003 in haar woning in Opwijk.

Gisteren nog vandaag

De Italiaanse zangeres en actrice Ornella Vanoni is vandaag op 91-jarige leeftijd overleden

Volgens Italiaanse media stierf ze in haar woning in Milaan aan de gevolgen van een hartstilstand.

Vanoni wordt beschouwd als een van de invloedrijkste vertolkers van het Italiaanse lied.

Met meer dan 55 miljoen verkochte platen en circa veertig studioalbums op haar naam groeide ze uit tot een absoluut icoon.

Ze werd geroemd om haar intieme, expressieve stem en haar vermogen verhalen te vertellen over liefde en verlies, maar ook over armoede en sociale uitsluiting.

Van theater naar festivalsucces Geboren in 1934 in Milaan, begon Vanoni haar loopbaan in de jaren vijftig aan het Piccolo Teatro.

Onder leiding van regisseur Giorgio Strehler maakte ze aanvankelijk naam met ‘canzoni della mala’, liederen over de zelfkant van de samenleving.

In 1960 trouwde ze met de zakenman Lucio Ardenzi; twee jaar later werd hun zoon, Cristiano, geboren.

In 1963 won ze het Festival van het Napolitaanse Lied met het nummer Tu si na cosa grande.

In de jaren die volgden nam ze met groot succes meerdere keren deel aan het prestigieuze Festival van San Remo.

Haar grootste commerciële succes behaalde ze in 1970 met L’appuntamento.

Dit nummer was oorspronkelijk geschreven door de Braziliaanse zanger Erasmo Carlos (geboren als Erasmo Esteves) en mede geschreven door de gekende wereldster Roberto Carlos (geboren als Roberto Carlos Braga).

Hoewel ze dezelfde artiestennaam droegen, waren ze geen familie van elkaar; ze brachten het nummer in 1980 overigens wel samen opnieuw uit als duet.

Vanoni’s versie van het nummer verwierf wereldwijd bekendheid.

Het kreeg decennia later een hernieuwde populariteit toen het werd gebruikt in de soundtrack van de film Ocean’s Twelve (2004).

Ook nummers als Anonimo Veneziano en Domani è un altro giorno behoren tot de klassiekers van de Italiaanse popmuziek.

In 1989 keerde ze terug naar het Festival van San Remo met het nummer Io come farò en tien jaar later nam ze het duet Alberi op met Enzo Gragnaniello.

Een bijzonder moment volgde in 2004: ter ere van haar zeventigste verjaardag nam ze een duettenalbum op met haar oude liefde en vaste muzikale partner Gino Paoli.

In 2021 bracht ze haar laatste studioalbum Unica uit.

90 jaar geleden, Dolly Davis maakt reclame voor zeep van het merk Lux

Dolly Davis, geboren als Julienne Alexandrine David stond bekend om haar rollen in films als Le Chauffeur de Mademoiselle en werd geprezen om haar gratie en charme door de filmpers van die tijd.

Tijdens haar carrière werd ze meermaals geportretteerd in schilderijen door kunstenares Jacqueline Marval.

Jacqueline Marval (1866–1932) was een spilfiguur in de Parijse kunstwereld rond 1900.

Als Franse kunstschilderes, graficus en beeldhouwster was ze een van de vrouwelijke pioniers van de avant-garde.

Ze werd geboren als Marie-Joséphine Vallet in Quaix-en-Chartreuse.

Haar vroege leven kende een tragische start: na het verlies van haar kind verliet ze haar echtgenoot en trok ze naar Parijs om een nieuw leven op te bouwen.

Om in haar levensonderhoud te voorzien, begon ze daar als ‘giletière’ (een maakster van vesten).

Al snel ontwikkelde ze echter haar artistieke talent en nam ze het pseudoniem Jacqueline Marval aan, een samentrekking van haar voor- en achternaam.

In Parijs bouwde ze een leven op in het hart van de kunstscene, waar ze bevriend raakte met prominente kunstenaars als Henri Matisse, Albert Marquet en haar levensgezel Jules Flandrin.

Haar doorbraak kwam in 1901, toen ze voor het eerst exposeerde op de Salon des Indépendants.

De invloedrijke kunsthandelaar Ambroise Vollard was direct onder de indruk en kocht maar liefst tien van haar schilderijen, waaronder het geruchtmakende naakte zelfportret “Odalisque au guépard”.

Marval bleef de kunstwereld opschudden.

Haar schilderij “Les Odalisques” (1902-1903) zorgde voor opschudding op de Salon van 1903.

Niet alleen was het avant-gardistisch, maar het onderwerp – een bordeelscène geschilderd door een vrouw waarin ze bovendien zichzelf meermaals afbeeldde – was zeer gedurfd voor die tijd.

Haar werk kenmerkt zich door een levendig kleurgebruik en een heel persoonlijke lijnvoering.

Ze schilderde uiteenlopende onderwerpen, van portretten en bloemstillevens tot het moderne strandleven in Biarritz en interpretaties van ballet.

In 1913 ontving ze de prestigieuze opdracht om de foyer van het nieuwe Théâtre des Champs-Élysées te decoreren, waarvoor ze panelen creëerde rond het ballet Daphnis et Chloé.

Marval werd bewonderd door tijdgenoten als Guillaume Apollinaire en stond bekend om haar flamboyante persoonlijkheid, wat haar de bijnaam ‘fee van de belle époque’ opleverde.

Tijdens haar leven werd haar werk veelvuldig getoond in heel Europa en de Verenigde Staten, onder meer op de beroemde Armory Show in New York (1913) en de Biënnale van Venetië.

Na haar dood in 1932 raakte ze wat in de vergetelheid, maar recentelijk is er weer volop aandacht voor haar belangrijke rol als vrouwelijke pionier in de moderne kunst.

40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.

40 jaar geleden, Joan Collins wordt Maria Callas.

Joan Collins stond al op driejarige leeftijd op het podium, met de droom om toneelactrice te worden.

Ze begon een opleiding aan de Royal Academy of Dramatic Arts in Londen, maar ze maakte deze niet af. Want de verleiding van de filmindustrie was te sterk.

Op haar zeventiende tekende ze haar eerste contract bij een Britse filmstudio en drie jaar later maakte ze een wervelende entree in Hollywood.

Collins genoot intens van de feestjes en ontmoetingen met sterren als Marlon Brando, James Dean en Marilyn Monroe.

Ze werkte samen met grootheden als Bette Davis, Richard Burton en Paul Newman, en deed zo enorm veel ervaring op.

Ze maakte echter ook kennis met de omgangsregels van Hollywood, waarbij studiobazen haar grote rollen toezegden in ruil voor ‘wederdiensten’.

Collins wees deze allemaal af, waardoor de hoofdrol in ‘Cleopatra’ – de film die Liz Taylor haar grote doorbraak bezorgde – aan haar voorbijging.

Na een vroege, maar weinig opzienbarende carrière, kwam haar echte doorbraak pas veel later.

In de jaren 80 werd ze op latere leeftijd wereldberoemd door haar iconische rol als ‘superbitch’ Alexis Colby in de televisieserie Dynasty.

Hoewel dit haar bekendste rol is, heeft ze in totaal in meer dan 60 films meegespeeld en meerdere boeken geschreven.

Collins zag vier eerdere huwelijken stranden. Ze heeft twee kinderen uit haar tweede huwelijk met zanger Anthony Newley, en een dochter uit haar derde huwelijk met platenbaas Ron Kass.

Sinds 2002 is ze gelukkig getrouwd met Percy Gibson, de manager van een theatergezelschap, die 32 jaar jonger is dan zijzelf.

Haar jongere zus was de bekende schrijfster Jackie Collins

Op 31 december 2014 werd ze geridderd door koningin Elizabeth II en mag ze zichzelf Dame Joan noemen.

Ze woont doorgaans met haar man in Belgravia, een zeer exclusieve wijk in Londen, maar bezit ook huizen in New York en Los Angeles.

Daarnaast heeft ze een enorme villa in Saint-Tropez, Frankrijk, waar ze afgelopen zomer nog van een zonnige vakantie genoot.

In 2022 vatte de documentairefilm This is Joan Collins haar veelbewogen leven samen 

Vandaag is het precies 90 jaar geleden dat de Nederlandse film “Suikerfreule” in première ging in Nederlands-Indië

De regie was in handen van Haro van Peski, die het verhaal baseerde op het gelijknamige toneelstuk van Henri van Wermeskerken.

Van Peski was begin jaren dertig actief in de Duitse filmwereld.

In 1931 richtte hij zijn eigen filmmaatschappij Majestic op en bracht een jaar later zijn eerste film “Rivalen” uit. Opmerkelijk was de hoofdrol voor de beroemde Duitse autocoureur Manfred von Brauchitsch, die destijds voor Mercedes-Benz reed in hun legendarische “Silver Arrows”.

Hoewel “Suikerfreule” zich grotendeels afspeelt in Nederlands-Indië, werd de film voornamelijk in Nederland opgenomen.

Om de juiste sfeer te scheppen, werden er speciale decors gebouwd in de Cinétone-studio’s.

De buitenopnamen vonden deels plaats in Java, maar ook op Schiphol en in IJmuiden.

De hoofdrollen werden vertolkt door onder anderen Johan Elsensohn, Louis de Bree, Annie van Duyn en Aaf Bouber.

Een dag na de Indische première was de film ook in de Nederlandse bioscopen te zien.

Ondanks plannen voor een grote Nederlandse operettefilm met Johannes Heesters en Annie van Duyn kwam het niet tot verdere producties.

Het project kwam nooit van de grond en het zou voor Van Peski bij deze ene Nederlandse film blijven.

Hij overleed op 2 augustus 1948 op 52-jarige leeftijd.

Harris Glenn Milstead zou vandaag 80 zijn geworden.

Een naam die weinigen kennen, in tegenstelling tot zijn alter ego: Divine.

Een extravagante, grensverleggende en onvergetelijke artiest die de wereld schokte, liet dansen en zelfs onbewust het Disney-universum binnendrong als de inspiratiebron voor de zeeheks Ursula.

Het verhaal van Divine is onlosmakelijk verbonden met dat van regisseur John Waters.

Als tieners in Baltimore sloten ze een vriendschap die de underground filmwereld voorgoed zou veranderen.

Waters gaf Milstead de naam ‘Divine’ en creëerde een persona dat alle regels van goede smaak aan de laars lapte.

Met controversiële cultfilms als ‘Pink Flamingos’ (1972) werd Divine een icoon in de alternatieve scene en de homowereld.

In de jaren tachtig breidde Divine zijn werkterrein uit naar de muziek en veroverde hij de Europese dansvloeren.

De single ‘Shoot Your Shot’ werd een enorme hit in Vlaanderen en bereikte in januari 1983 de vierde plaats in de BRT Top 30, wat leidde tot optredens in legendarische clubs als de DOK in Amsterdam.

Hoewel hij zijn persona omarmde, wilde Milstead bewijzen dat hij ook een getalenteerd acteur was buiten de drag.

Hij speelde mannelijke rollen en kreeg steeds meer erkenning, met als hoogtepunt zijn dubbelrol in de mainstream hit ‘Hairspray’ (1988).

Dit leek de start van een nieuw hoofdstuk. Hij werd gecast voor een gastrol in de populaire sitcom ‘Married… with Children’; de opnames zouden starten op 7 maart 1988.

Die opnames zouden er nooit komen. Op exact die dag werd Divine, op 42-jarige leeftijd, dood aangetroffen in zijn hotelkamer.

Hij was in zijn slaap overleden aan een hartstilstand, veroorzaakt door een zwaarlijvigheidsprobleem waarvoor artsen hem hadden gewaarschuwd.

Joepie 9 januari 1983

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Divine (Joepie 2 oktober 1983)

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Julie London is overleden.

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.

Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.

Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.

Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.

Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.

Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.

Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.

Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.