Achter de grollen van de Marx Brothers, de complete geschiedenis en verborgen weetjes

Toen de vier inmiddels wereldberoemde Marx Brothers voor het eerst voor een publiek optraden, hadden zij aanvankelijk helemaal niet de intentie om komieken te worden.

De broers waren destijds jong, bezeten door hoge idealen en hadden enkel de ambitie om klassieke muziek op een perfecte wijze aan hun toehoorders te presenteren.

Alle vier de broers beschikten echter over een groot gevoel voor humor en kampten bovendien met een hevige plankenkoorts.

Deze beklemming verdween alleen wanneer zij tijdens het optreden enkele woorden met elkaar konden wisselen, wat de spanning direct doorbrak.

Dit leidde ertoe dat de broers op een bescheiden manier grappen met elkaar begonnen te maken zodra het publiek ongevoelig bleek te zijn voor de schoonheid van de composities van Chopin of Brahms.

Zo rolden ze langzaam maar zeker het komische vak in.

Later stonden zij bekend als drie dwazen, terwijl Zeppo de rol van impresario op zich nam, en lieten zij het publiek onbedaarlijk lachen met hun grollen.

Hun passie voor muziek lieten de broers overigens nooit helemaal los.

Groucho Marx werd in Amerika beschouwd als een van de beste gitaristen en hij was daarnaast zeer vaardig op de piano, de mandoline en de harp.

Harpo dankte zijn naam aan zijn virtuoze harpspel, al speelde hij ook verdienstelijk piano, fluit en trombone.

De bekende pianist Arthur Shattuck verklaarde destijds zelfs dat Harpo het in zich had om een meesterpianist van de eerste rang te worden, mits hij maar lang en serieus genoeg zou studeren.

Chico speelde op het toneel en in films altijd op een belachelijke manier piano, waarmee hij zijn eigen spel karikaturiseerde.

Als hij dat wilde, kon hij echter spelen als een ware kunstenaar.

Naast de piano wist hij ook aan de kornet, de citer en de viool de prachtigste klanken te ontlokken.

Zeppo bespeelde op zijn beurt de saxofoon, piano, cello en fluit.

Deze buitengewone muzikale vaardigheid vormde de belangrijkste basis voor hun grote succes.

Hoewel de geschilderde snor van Groucho en de zoete ernst van Zeppo de vaste kenmerken van een Marx-voorstelling waren, vergat Chico nooit om even de pianotoetsen te beroeren en liet Harpo steevast zijn gekke houding even varen om melodieuze akkoorden uit de snaren te halen.

Gisteren nog vandaag

Hun veelzijdige artistieke aanleg hadden de broers niet van vreemden.

Hun moeder, Minnie Palmer, was een voormalige actrice en vaudevillester.

Zij stelde hun eerste nummer samen en stuurde de jongemannen ermee op pad, wat hen destijds een gemiddeld bruto-inkomen van vijftig dollar per week opleverde.

Hun grootvader was eveneens een opmerkelijke verschijning; hij reisde als goochelaar en beoefenaar van de zwarte kunst door Duitsland, emigreerde daarna naar Amerika en overleed in Chicago op de hoge leeftijd van honderdeen jaar, nadat hij Harpo al zijn kunstgrepen had geleerd.

Van zijn grootmoeder, die harpiste was, erfde Harpo een versleten en zwaar beschadigde harp die hij zichzelf leerde bespelen.

Hij deed dit op een manier die vakmensen de haren te berge deed rijzen, maar het resultaat was zo schitterend dat elk onbevooroordeeld publiek verrukt was over zijn spel.

De Marx Brothers begonnen hun carrière door als muzikaal nummer langs kermissen te reizen.

Samen met hun moeder en een tante traden zij destijds op onder de naam De zes muzikale mascottes, en in latere jaren noemden zij zichzelf De Vier Nachtegalen.

Op een avond moesten zij in Texas door onvoorziene omstandigheden invallen en een volledig nieuw nummer improviseren.

Dit brachten zij ten gehore onder de naam De Vier Marx Brothers, waardoor plotseling werd ontdekt dat zij clowns waren met een ongelooflijke handigheid en vindingrijkheid.

Vanaf dat moment bleven zij actief als komieken, waar noch de broers, noch het publiek ooit spijt van kregen, aangezien zij in die rol werkelijk grandioos waren.

Voor Paramount en later voor Metro-Goldwyn-Mayer maakten zij verschillende films die hen in Amerika en ver daarbuiten transformeerden tot de absolute koningen van de lach.

Zij verkwikten het grootste deel van de wereld met hun frisse humor, hun uitbundige overmoed en hun kostelijke dwaasheden.

De vier broers bezorgden talloze mensen lachkrampen en slaagden er telkens weer in om zelfs het meest stijve en ongemakkelijke publiek volledig te ontdooien.

Hun succes was vooral te danken aan het feit dat zij spotten met alle vormen en conventies.

Op het witte doek haalden zij streken uit die ieder ander stiekem ook had willen doen, als het fatsoen daar geen onoverkomelijke barrière voor had gevormd, en daardoor maakten zij direct contact met de zaal.

In de vroege jaren speelde Gummo nog mee in plaats van Zeppo, maar na de oorlog nam Zeppo zijn plaats in.

Hoewel Zeppo later zelf minder meespeelde, zorgde hij achter de schermen voor de gags.

Bovendien kon hij zijn broers zo voortreffelijk imiteren dat hij bij ziekte van een van hen onmiddellijk de opengevallen plaats kon innemen.

De vier bekende Marx Brothers bestonden destijds uit Groucho, Chico, Harpo en Zeppo.

De vier oorspronkelijke Marx Brothers, toen zij nog optraden onder de naam The Four Nightingales, circa 1905. Van boven naar onder: Harpo, Groucho, Gummo en Lou Levy (aka Leo Levin). (foto met dank aan (Jef Davidse)

Naast hun gezamenlijke filmcarrière hadden de broers ook elk hun eigen opmerkelijke levensloop en eigenaardigheden, wat een onuitputtelijke bron van weetjes opleverde.

Chico, wiens echte naam Leonard was, stond in het dagelijks leven bekend als een fervent gokker.

Zijn gokverslaving nam zulke proporties aan dat dit de belangrijkste reden was waarom de broers in latere jaren films zoals A Night in Casablanca bleven maken; de inkomsten waren simpelweg nodig om zijn torenhoge schulden af te betalen.

Chico overleed op 11 oktober 1961 op 74-jarige leeftijd aan de gevolgen van aderverkalking.

Harpo, geboren als Adolph, veranderde zijn naam al in 1911 legaal naar Arthur, omdat hij een hekel had aan zijn geboortenaam.

Hoewel hij op het scherm steevast de zwijgende vagabond speelde die communiceerde via een toeter en altijd een overjas droeg vol onmogelijke voorwerpen, was hij in de realiteit een zeer welbespraakte man.

Hij bewoog zich met groot gemak in de hoogste literaire kringen van New York en was een gewaardeerde gast op intellectuele bijeenkomsten.

Harpo stierf op 28 september 1964 na complicaties bij een hartoperatie.

Groucho, wiens werkelijke naam Julius Henry luidde, kende na de gezamenlijke films een bijzonder succesvolle solocarrière.

Hij werd een geliefd presentator van het komische spelprogramma You Bet Your Life op televisie en radio.

Hij was bovendien een groot liefhebber van literatuur en onderhield een jarenlange, levendige correspondentie met de beroemde dichter T. S. Eliot.

Groucho overleed op 19 augustus 1977 aan een longontsteking.

Zijn overlijden viel slechts drie dagen na de dood van Elvis Presley, waardoor dit nieuws in de wereldwijde media ietwat werd overschaduwd door het heengaan van de bekende zanger.

Gummo, ofwel Milton, nam al afscheid van de act voordat de grote filmcarrière begon, omdat hij besloot te dienen in de Eerste Wereldoorlog.

Na zijn militaire dienst keerde hij niet terug naar het podium, maar werd hij een buitengewoon succesvolle impresario.

Hij behartigde niet alleen de zakelijke belangen van zijn eigen broers, maar ook van vele andere bekende artiesten.

Daarnaast was hij ook een verdienstelijk uitvinder met een officieel patent op een speciaal soort verpakkingsdoos.

Gummo stierf op 21 april 1977, enkele maanden voor Groucho.

De jongste broer Zeppo, geboren als Herbert, besloot de komische groep te verlaten na het verschijnen van de film Duck Soup.

Hij sloot zich aan bij het agentschap van Gummo en boekte eveneens grote successen als impresario.

Wat veel mensen niet wisten, was dat Zeppo een indrukwekkend technisch inzicht had.

Hij was verantwoordelijk voor meerdere gepatenteerde uitvindingen, waaronder een speciaal polshorloge dat was ontworpen om de hartslag van hartpatiënten continu te kunnen meten.

Zeppo was de langstlevende van de beroemde broers en overleed uiteindelijk op 30 november 1979 aan de gevolgen van longkanker.

Foto: De laatste foto waarop alle vijf Marx brothers samen te zien zijn: Harpo, Zeppo, Chico, Groucho en Gummo, waarschijnlijk in 1961 (foto met dank aan Jef Davidse)

Yvette Mimieux

Yvette Carmen Mimieux zag het levenslicht op 8 januari 1942 in het bruisende Los Angeles en verliet deze wereld op 17 januari 2022.

Ze was een Amerikaanse actrice die in de jaren zestig en zeventig grote bekendheid genoot. Ze had een vader van Franse afkomst en een Mexicaanse moeder.

Haar doorbraak op het witte doek kwam in 1960 met twee zeer verschillende rollen die haar veelzijdigheid lieten zien. In The Time Machine, de beroemde verfilming van het boek van H.G. Wells, speelde ze Weena, een wezen uit een verre toekomst.

In datzelfde jaar was ze te zien in de succesvolle film Where the Boys Are.

Voor haar rol in de film Platinum High School, eveneens uit 1960, ontving ze een Golden Globe-nominatie voor beste nieuwkomer.

Naast deze vroege successen speelde Yvette in een groot aantal films en televisieseries.

Zo kreeg ze veel lof voor haar gevoelige vertolking in ‘Light in the Piazza’ uit 1962, waarin ze een jonge vrouw met een verstandelijke beperking speelde die verliefd wordt tijdens een vakantie in Italië.

Daarnaast speelde ze ook in de Disney-sciencefictionfilm ‘The Black Hole’ uit 1979 en in de cultfilm ‘Jackson County Jail’ uit de jaren zeventig.

Op televisie had ze gastrollen in populaire series zoals ‘Dr. Kildare’ en ‘The Love Boat’.

Een interessant weetje is dat ze, voordat haar filmcarrière begon, meedeed aan een schoonheidswedstrijd waarbij Elvis Presley de jury was.

Ze was een van de vier finalisten die werden uitgenodigd op de set van Jailhouse Rock om te strijden voor een kleine figurantenrol, al werd ze uiteindelijk niet gekozen.

Wat veel mensen ook niet weten, is dat Yvette Mimieux niet alleen acteerde, maar zich later ook toelegde op het schrijven en produceren.

Ze wilde niet vastzitten aan het imago van enkel een mooie, kwetsbare vrouw.

Ze schreef en produceerde de televisiefilm ‘Obsessive Love’ uit 1984, waarin ze zelf de uitdagende hoofdrol van een stalker op zich nam.

Eerder schreef ze al het script voor de televisiefilm ‘Hit Lady’ in 1974, waarin ze een meedogenloze huurmoordenaar speelde.

Na haar rol in de miniserie ‘Lady Boss ‘in 1992 besloot ze afscheid te nemen van de acteerwereld.

Ze begon een geheel nieuw en succesvol hoofdstuk in haar leven als zakenvrouw in de vastgoedsector.

Ze had een brede interesse in de wereld om haar heen, wat leidde tot studies in de antropologie en archeologie.

Ze reisde veel, hield zich bezig met schilderen en was een toegewijd beoefenaar van yoga.

Samen met een voormalige actrice begon ze bovendien een bedrijf dat gespecialiseerd was in textiel en borduurwerk, gebaseerd op ontwerpen uit Haïti.

Op persoonlijk vlak was Yvette Mimieux drie keer getrouwd.

Haar tweede huwelijk was met de bekende filmregisseur Stanley Donen, met wie ze van 1972 tot 1985 getrouwd was.

In 1986 trouwde ze met zakenman en National Geographic-fotograaf Howard F. Ruby, met wie ze samenbleef tot aan haar overlijden.

Ze had geen kinderen en leidde na haar acteerpensioen een rijk en fascinerend leven ver buiten de schijnwerpers van Hollywood.

Vandaag is het ook al 60 jaar geleden dat de Amerikaanse acteur Ed Wynn overleed.

Ed Wynn werd op 9 november 1886 in Philadelphia geboren als Isaiah Edwin Leopold, zoon van Joodse immigranten.

Zijn vader, oorspronkelijk afkomstig uit Bohemen, runde een bloeiende hoedenzaak en hoopte dat zijn zonen het familiebedrijf zouden overnemen.

De jonge Isaiah had echter een heel andere toekomst voor ogen.

Al op vijftienjarige leeftijd liep hij van huis weg om zich aan te sluiten bij een theatergezelschap.

Om zijn familie de schande van een zoon in de amusementswereld te besparen, besloot hij zijn middelste naam in tweeën te splitsen en zo de artiestennaam Ed Wynn aan te nemen.

Zijn carrière begon in het vaudevillecircuit, waar hij de kunst van de visuele komedie al snel in de vingers kreeg.

In 1921 boekte hij een enorm succes met de Broadway-voorstelling The Perfect Fool, een show die hij zelf schreef, regisseerde en produceerde.

In deze periode perfectioneerde hij zijn kenmerkende typetje, dat opviel door een giechelende stem, fladderende handgebaren en een absurde garderobe van honderden grappige hoedjes en slecht passende jassen.

Zijn visuele humor en cartooneske verschijning maakten hem tot een geliefde ster op het podium.

Tijdens de jaren dertig veroverde Wynn ook de radio met zijn populaire programma The Fire Chief.

Hoewel hij enorme successen vierde, kende zijn leven eveneens flinke tegenslagen.

Een mislukte poging om in 1933 een eigen radiostation op te richten, liep al na enkele weken uit op een faillissement, wat hem zowel financieel als emotioneel zwaar trof.

Toch wist hij zich in de daaropvolgende jaren sterk te herpakken. In juni 1946 maakte hij een triomfantelijke comeback in de openbaarheid.

Destijds werd hij geprezen als de gekke clown die de Engelsen massaal vreugde bracht.

Als een bekende naam voor alle luisteraars van de Engelse radio trad hij op voor de toeschouwers van het Texaco Star Theatre in Londen, waar hij zorgde voor een daverende lach met zijn parodieën op enkele grote opera’s.

Hij leek toen goed op weg om een van de grote Engelse clowns te worden, een opvallende prestatie in een land dat van oudsher als het vaderland van de clown werd gezien.

Clowns waren er immers een vast onderdeel in alle stukken van het oude repertoire, met historische grootheden in de annalen van het circus zoals Footit en Chocolat of Billy Hayden als onbetwiste internationale sterren.

De clowneske persoonlijkheid van Ed Wynn viel in deze periode vooral op door de uiterst komische mimiek van zijn gezicht.

Hij verzon onophoudelijk nieuwe gags en burleske absurditeiten. Met een opvallende, verbijsterde blik voerde hij allerlei zelfbedachte trucs uit.

Zelfs als het publiek besefte hoe waanzinnig het allemaal was, was een lachbui simpelweg niet te onderdrukken en had de clown de zaal volledig voor zich gewonnen.

Naast zijn optredens stond hij ook bekend om zijn waanzinnige en ingenieuze uitvindingen die zijn humoristische reputatie versterkten.

Zo bedacht hij een aansteker met een onfeilbaar effect: zodra men deze activeerde, wees een windwijzerpijltje feilloos de dichtstbijzijnde persoon aan die lucifers op zak had.

Een andere opmerkelijke creatie was een kaars die precies acht uur brandde, om vervolgens met het vlammetje de oorlel van de slaper te kietelen als wekker.

Hij ontwierp tevens een speciale scharnierschoen die uitglijden onmogelijk maakte en overtollig water moeiteloos afvoerde, wat rubberen overschoenen volstrekt overbodig maakte.

Voor reizen in de drukke metro droeg hij een op maat gemaakt kledingstuk bezaaid met stalen punten om zich tegen het geduw te beschermen, gecombineerd met een afneembare hoedrand om bekenden beleefd te kunnen begroeten zonder risico op een verkoudheid.

Zijn destijds meest recente vondst was een kolossale bamboestok van ruim elf voet lang, met als enige specifieke doel het opmeten van mensen die langer dan tien voet waren.

Aangemoedigd door zijn zoon, de acteur Keenan Wynn, maakte hij in de jaren vijftig een verrassende en zeer succesvolle overstap naar serieus acteerwerk.

Voor zijn dramatische rol in de televisieproductie Requiem for a Heavyweight ontving hij in 1956 een Emmy Award.

Niet lang daarna kreeg hij lovende kritieken en een Oscarnominatie voor zijn ontroerende bijrol als Albert Dussell in de filmverfilming van The Diary of Anne Frank uit 1959.

Bij een jonger publiek is Ed Wynn vooral bekend gebleven door zijn vele samenwerkingen met Walt Disney.

Hij leende in 1951 zijn stem aan de Mad Hatter in de animatiefilm Alice in Wonderland.

Later was hij in levende lijve te zien in familiefilms zoals Babes in Toyland en Mary Poppins, waarin hij de rol van de vrolijke, zwevende Uncle Albert speelde.

Ed Wynn bleef nagenoeg zijn hele leven actief in de showbusiness, tot aan zijn overlijden aan slokdarmkanker op 19 juni 1966 in Beverly Hills.

Bernard en Sara Giraudeau, en hoe de passie voor acteren van vader op dochter werd doorgegeven.

Bernard Giraudeau werd geboren op 18 juni 1947 in La Rochelle en overleed op 17 juli 2010 in Parijs.

Voordat hij een bekende naam in de Franse film- en theaterwereld werd, koos hij voor een heel ander pad.

Al op jonge leeftijd schreef hij zich in bij de Franse marine. Hij voer twee keer de wereld rond, onder meer aan boord van het bekende schip Jeanne d’Arc.

Deze reizen en zijn diepe verbondenheid met de zee zouden de rest van zijn leven en later ook zijn literaire werk sterk beïnvloeden.

Na zijn jaren op zee ontdekte hij de acteerwereld en trok hij naar Parijs om aan het conservatorium te studeren, waar hij in 1974 de eerste prijs voor klassieke en moderne komedie behaalde.

Zijn filmcarrière begon indrukwekkend naast grootheden als Jean Gabin en Alain Delon in Deux hommes dans la ville.

In de decennia die volgden, groeide hij uit tot een van de meest veelzijdige Franse acteurs, met geprezen rollen in films als Le Fils préféré, Ridicule en Une affaire de goût.

Naast acteren ging hij ook zelf achter de camera staan en regisseerde hij onder andere L’Autre en Les Caprices d’un fleuve.

Wat veel mensen buiten Frankrijk misschien niet weten, is dat zijn warme stem voor een hele generatie Franse jongeren onlosmakelijk verbonden is met magie.

Giraudeau was namelijk de verteller van de eerste vier Franstalige audioboeken van Harry Potter.

Daarnaast sprak hij ook met veel succes de klassieker Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry in.

In zijn persoonlijke leven vormde hij vijftien jaar lang een beroemd koppel met de actrice Anny Duperey.

Anny Duperey werd geboren als Annie Legras in 1947 in Rouen.

Op jonge leeftijd werd ze wees nadat haar beide ouders tragisch omkwamen door koolmonoxidevergiftiging, een zwaar trauma dat ze vele jaren later op indrukwekkende wijze beschreef in haar autobiografische bestseller Le Voile noir.

Bij het grote publiek brak ze in de jaren zeventig door met haar rol in de Franse komedie Un éléphant ça trompe énormément, en ze speelde ook internationaal aan de zijde van Al Pacino in de film Bobby Deerfield.

Toch kennen miljoenen Fransen haar vandaag de dag vooral als Catherine Beaumont, de warme moeder in de populaire en enorm langlopende televisieserie Une famille formidable, een rol die ze meer dan vijfentwintig jaar lang vertolkte.

Samen kregen ze twee kinderen, onder wie Sara Giraudeau.

Sara Giraudeau professionele carrière nam al snel een hoge vlucht op de planken.

In 2007 brak ze door in de theaterwereld met haar rol in La Valse des pingouins, waarvoor ze de prestigieuze Prix Molière won voor beste vrouwelijke belofte.

Jaren later, in 2023, mocht ze opnieuw een Molière in ontvangst nemen, ditmaal als beste actrice in een publiek theaterstuk voor haar indrukwekkende prestatie in Le Syndrome de l’oiseau.

Ze wist zich daarmee al snel te ontdoen van het stempel van de dochter van te zijn en bouwde haar eigen veelzijdige carrière op.

Bij het grote internationale publiek verwierf ze enorme bekendheid door haar rol in de veelgeprezen Franse spionageserie Le Bureau des Légendes.

Tussen 2015 en 2020 vertolkte ze de rol van Marina Loiseau, een briljante maar fragiel ogende jonge agente die uitgroeit tot een onmisbare spionne in het Midden-Oosten en Rusland.

Ook op het witte doek boekte ze grote successen. Voor haar ontroerende bijrol als dierenarts in het landbouwersdrama Petit Paysan werd ze in 2018 bekroond met een César.

Toen Bernard Giraudeau in het jaar 2000 de diagnose kanker kreeg, veranderde zijn leven ingrijpend.

Hij moest het acteren grotendeels opgeven door de zware behandelingen, maar hij vond een nieuwe en succesvolle uitlaatklep in de literatuur.

Hij begon romans en reisverhalen te schrijven die vaak doordrenkt waren van zijn maritieme verleden en zijn passie voor verre reizen. Boeken zoals Le Marin à l’ancre, Les Dames de nage en Cher amour werden niet alleen bestsellers, maar leverden hem ook prestigieuze literaire prijzen op.

Tijdens zijn laatste levensjaren sprak hij bovendien zeer openhartig over zijn strijd tegen zijn ziekte en zette hij zich onvermoeibaar in om andere patiënten te steunen en fondsen in te zamelen voor medisch onderzoek.

Het veelzijdige acteertalent van Claude Rich, van Panoramix tot Talleyrand.

Claude Rich werd op 8 februari 1929 geboren in Straatsburg en groeide uit tot een van de meest herkenbare en geliefde acteurs van de Franse film en het theater.

Na het verlies van zijn vader op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn moeder naar Parijs, waar hij de liefde voor het acteren ontdekte.

Hij begon zijn opleiding aan het bekende Conservatoire national supérieur d’art dramatique en maakte daar deel uit van een uitzonderlijke lichting, samen met andere latere grootheden zoals Jean-Paul Belmondo en Jean Rochefort.

Zijn filmcarrière kwam in de vroege jaren zestig echt van de grond. Met zijn ietwat hese stem en kenmerkende fijne glimlach werd hij vaak gecast als charmante aristocraat, intellectueel of sluwe politicus.

Een mooi weetje over zijn beginjaren is zijn geweldige komische timing in de film Oscar uit 1967, waarin hij als aanstaande schoonzoon op onnavolgbare wijze tegenspel bood aan de energieke Louis de Funès.

Slechts een jaar later liet hij een heel andere kant van zichzelf zien in de melancholische sciencefictionfilm Je t’aime, je t’aime van regisseur Alain Resnais, een rol die zijn enorme veelzijdigheid bewees.

Zijn absolute meesterwerk volgde in 1992 met de film Le Souper.

Hij speelde hierin de doortrapte Franse diplomaat Talleyrand en won voor deze vertolking in 1993 de prestigieuze César voor Beste Acteur.

Wat het extra bijzonder maakt, is dat hij deze veeleisende rol daarvoor al vele malen met overweldigend succes in het theater had gespeeld.

Later in zijn carrière ontdekte een geheel nieuwe generatie zijn talent toen hij in 2002 in de huid kroop van de wijze druïde Panoramix in de Franse kaskraker Astérix en Obélix: Missie Cleopatra.

Ondanks zijn indrukwekkende filmlijst met meer dan tachtig speelfilms, beschouwde hij de theaterwereld altijd als zijn ware thuis.

Een minder bekend feit is dat hij zelf ook een getalenteerd toneelschrijver was en tot ver in de tachtig op de planken bleef staan.

In 2002 werd zijn uitzonderlijke bijdrage aan de Franse cultuur bekroond met een ere-César voor zijn gehele oeuvre.

Claude Rich deelde zijn leven meer dan achtenvijftig jaar lang met actrice Catherine Renaudin, met wie hij twee dochters kreeg, waaronder actrice Delphine Rich.

Hij overleed op 20 juli 2017 op achtentachtigjarige leeftijd in zijn woning in Orgeval, waarna Frankrijk afscheid nam van een man die bekendstond om zijn zeldzame elegantie.

De verrassende wendingen in het leven en de carrière van Morgan Fairchild

Morgan Fairchild werd op 3 februari 1950 in Dallas, Texas, geboren als Patsy Ann McClenny.

Als verlegen kind werd ze door haar moeder ingeschreven voor acteerlessen, waarna ze al op tienjarige leeftijd in kindervoorstellingen begon te spelen.

Na wat kleine opdrachten in Texas verhuisde ze in 1973 naar New York, waar ze al snel de rol kreeg van de wispelturige Jennifer Pace in de soapserie Search for Tomorrow.

Haar ware doorbraak bij het grote publiek kwam eind jaren zeventig, toen ze naar Los Angeles trok en gestalte gaf aan Jenna Wade in de immens populaire reeks Dallas.

Deze rol zette de toon voor haar verdere carrière, waarin ze vaak werd gecast als de glamoureuze, ambitieuze en soms meedogenloze vrouw.

Ze schitterde in de jaren tachtig in succesvolle producties zoals Flamingo Road, waarvoor ze een Golden Globe-nominatie ontving, Paper Dolls, Hotel en Falcon Crest.

Bij een latere generatie kijkers werd ze bijzonder geliefd door haar komische gastrol als Nora Tyler Bing, de extravagante schrijfster en moeder van Chandler in de populaire sitcom Friends.

Wat veel mensen niet weten over haar beginjaren, is dat haar allereerste klus in Hollywood die van body double was.

In de filmklassieker Bonnie and Clyde uit 1967 viel ze in voor hoofdrolspeelster Faye Dunaway tijdens de autorijscènes, simpelweg omdat Dunaway niet met een handgeschakelde versnellingsbak overweg kon.

Haar inmiddels beroemde voornaam Morgan leende ze van de Britse film Morgan: A Suitable Case for Treatment.

Naast de glitter en glamour van Hollywood heeft de actrice ook volkomen onverwachte intellectuele interesses.

Zo is ze al van jongs af aan enorm gefascineerd door dinosauriërs en paleontologie, een wetenschappelijk veld waarin ze had willen werken als haar acteercarrière niet van de grond was gekomen. Nog opvallender is haar diepgaande interesse in epidemiologie en virussen.

Tijdens de vroege jaren van de aids-epidemie verdiepte ze zich uitgebreid in de medische materie en was ze een van de weinige bekende gezichten die weigerde te zwijgen over de ziekte.

Ze trad op als voorvechter en gaf destijds op nationale televisie zelf wetenschappelijke uitleg over retrovirussen om de heersende paniek en stigma’s aan te pakken, ook al gelooft ze dat deze openhartigheid en haar uitgesproken activisme haar in die tijd bepaalde acteerrollen hebben gekost.

Wat haar privéleven betreft, stapte de actrice op zeventienjarige leeftijd in 1967 in het huwelijksbootje met muzikant en zakenman Jack Calmes.

Dit huwelijk hield niet stand en eindigde in 1973 in een scheiding, waarna ze naar New York vertrok om zich volledig op haar carrière te storten.

De grote liefde van haar leven vond ze in 1980 bij filmproducent Mark Seiler. Mark Seiler, geboren op 2 mei 1948, was een invloedrijke Amerikaanse filmproducent en leidinggevende in Hollywood.

Hij bouwde een indrukwekkende carrière op waarin hij onder meer fungeerde als president van de bekende filmstudio RKO Pictures in de jaren tachtig en later als CEO van het productie- en distributiebedrijf Capella Films.

Binnen de filmindustrie stond hij bekend om zijn scherpe zakelijke inzicht en zijn betrokkenheid bij de financiering en distributie van diverse grote internationale filmprojecten.

Hoewel Morgan Fairchild en Mark Seiler er bewust voor kozen om nooit officieel te trouwen, bleven ze meer dan veertig jaar onafscheidelijk en vormden ze een buitengewoon hecht paar tot aan zijn overlijden in juli 2023, na een jarenlange strijd tegen de ziekte van Parkinson en latere complicaties door het coronavirus.

Morgan Fairchild heeft zelf geen kinderen gekregen en heeft later in interviews openhartig verteld dat ze in het verleden meerdere miskramen heeft moeten verwerken.

Haar moedergevoelens uitte ze deels in haar enorme liefde voor dieren.

Ze is al decennialang een fanatieke pleitbezorger voor dierenrechten en heeft door de jaren heen talloze honden en katten uit asielen geadopteerd en een liefdevol thuis gegeven.

De Canadees-Amerikaanse actrice en sopraan Deanna Durbin, geboren als Edna Mae Durbin.

Al op jonge leeftijd veroverde Deanna Durbin de wereld.

Tegen de tijd dat ze eenentwintig jaar oud was, mocht ze zich de bestbetaalde vrouwelijke filmster ter wereld noemen.

Haar ongekende talent bleef niet onopgemerkt, want in 1938 werd ze bekroond met een speciale Academy Juvenile Award, ook wel de kinder-Oscar genoemd, voor haar grensverleggende bijdrage aan het witte doek.

Naast haar succes als actrice oogstte ze veel lof met haar klassieke crossover-muziek.

Ze verkocht miljoenen platen met prachtige vertolkingen van zowel populaire liedjes als operastukken, waaronder het bekende ‘Un bel dì, vedremo’ uit de opera Madama Butterfly.

Wat veel mensen niet weten, is dat haar debuutfilm uit 1936, ‘Three Smart Girls,’ zo’n gigantisch kassucces was dat het de beroemde filmstudio Universal Studios eigenhandig redde van een dreigend faillissement.

Ze had bovendien fans over de hele wereld en in de meest opmerkelijke kringen.

De Britse premier Winston Churchill was bijvoorbeeld een enorm groot bewonderaar en eiste regelmatig om haar nieuwste films in een privébioscoop te mogen bekijken, nog voordat ze officieel voor het grote publiek in première gingen.

Ondanks haar wereldwijde roem en aanhoudende succes koos Durbin er op 27-jarige leeftijd voor om Hollywood en de filmwereld abrupt de rug toe te keren.

Ze wees alle verdere filmaanbiedingen af en vertrok naar Frankrijk om daar samen met haar man een rustig, anoniem leven te leiden, ver weg van de pers en de schijnwerpers.

In datzelfde land is ze uiteindelijk vele decennia later, in april 2013, op 91-jarige leeftijd in alle rust overleden.

ABC van 7 juni 1936

Lisette Lanvin was een Franse actrice die vooral in de jaren dertig en veertig een bekende verschijning was in de Franse cinema. Ze werd geboren als Élisabeth Étiennette Marie Carémil op 3 september 1913 in het Zuid-Franse Grasse, de bekende parfumstad, en overleed op 90-jarige leeftijd op 27 juli 2004 in Suresnes, nabij Parijs.

Zij begon haar loopbaan in de filmwereld aan het begin van de jaren dertig, net toen de geluidsfilm zijn intrede deed. Haar eerste rollen dateren uit 1931 en 1932, met vroege optredens in films zoals La Chauve-Souris en Le Chien jaune, een vroege verfilming van een Georges Simenon-mysterie rond commissaris Maigret.

In de loop van de jaren dertig werkte ze samen met enkele van de grootste namen uit de Franse filmgeschiedenis.

Een van haar meest opmerkelijke rollen speelde ze in Jenny uit 1936, het regiedebuut van de beroemde regisseur Marcel Carné.

In deze film speelde ze de rol van Danielle, naast legendarische acteurs als Françoise Rosay en Jean-Louis Barrault.

Een ander hoogtepunt in haar filmografie was haar samenwerking met de veelzijdige filmmaker en auteur Sacha Guitry. Ze was te zien in twee van zijn bekende producties, namelijk Les Perles de la couronne uit 1937 en Remontons les Champs-Élysées uit 1938, waarin ze de rol van Louisette vertolkte.

Daarnaast speelde ze in Orage uit 1938 onder regie van Marc Allégret, aan de zijde van Charles Boyer en Michèle Morgan.

Haar acteercarrière was relatief kort maar intensief.

Tussen 1931 en 1939 was ze zeer actief en speelde ze in tientallen films, variërend van drama’s tot muzikale komedies zoals Arènes joyeuses.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam haar productiviteit echter nagenoeg tot stilstand.

Na de oorlog maakte ze nog een korte comeback.

Ze was in 1948 te zien in de komedie Métier de fous van regisseur André Hunebelle en in het biografische drama La Route inconnue van Léon Poirier, over het leven van Charles de Foucauld.

Na deze producties trok ze zich rond 1949 definitief terug uit de filmwereld, waarna ze nog decennia in de anonimiteit leefde tot haar overlijden in 2004.

Colette Renard, van Irma la Douce tot de laatste grande dame van het realistische chanson.

Colette Renard werd op 1 november 1924 geboren in Ermont onder de naam Colette Lucie Raget en groeide uit tot een van de meest herkenbare stemmen van het Franse naoorlogse chanson en een gerespecteerde actrice.

Ze kende een lange carrière, maar haar definitieve doorbraak kwam er in 1956, toen zij als allereerste de titelrol vertolkte in de Franse versie van de beroemde musical Irma la Douce.

Dit personage zou haar voor de rest van haar leven blijven achtervolgen, en ze speelde de rol maar liefst meer dan tien jaar lang onafgebroken.

Met haar zeer expressieve stem en onberispelijke dictie werd ze gezien als de laatste echte vertegenwoordigster van de Franse realistische zangers, een stijl waarin het vertellen van een doorleefd verhaal met een krachtige emotie centraal stond.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan nam ze meer dan negenhonderd nummers op en bracht ze ruim vijftig albums uit.

Een heel opvallend weetje over haar zangcarrière is haar grote voorliefde voor chansons gaillardes et libertines, oftewel pikante en ondeugende liedjes, die ze met veel elegantie en een flinke dosis humor wist te brengen.

Het bekendste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld ‘Les Nuits d’une demoiselle’, een lied waarin ze op poëtische maar niet mis te verstane wijze talloze synoniemen voor seksuele handelingen en het orgasme opsomt.

Ondanks haar enorme populariteit in Frankrijk en talloze gouden platen was Colette Renard relatief weinig te zien in televisieprogramma’s met muziek.

De reden daarvoor was erg principieel, ze weigerde namelijk categorisch om te playbacken voor de camera.

Naast haar zangcarrière bouwde ze tevens een mooi cv op als actrice op het witte doek en het kleine scherm.

Ze speelde in films zoals Un roi sans divertissement in 1963 en aan de zijde van Yves Montand in IP5: L’île aux pachydermes uit 1992.

Bij de jongere generaties en het brede televisiepubliek werd ze in haar latere jaren echter pas echt legendarisch door haar rol als Rachel Lévy in de populaire Franse soapserie Plus belle la vie.

Tussen 2004 en 2009 was zij de absolute grande dame en de ouderdomsdeken van deze reeks.

Omdat de opnames steevast in Marseille plaatsvonden, verhuisde ze deels naar de Zuid-Franse stad om dichter bij de studio te zijn.

Een leuk detail van haar tijd op de set was dat ze elke ochtend al om vijf uur opstond, maar in haar contract had bedongen dat ze uitsluitend in de voormiddag hoefde te acteren, waarna ze steevast rond de middag huiswaarts keerde.

Wat haar privéleven betreft, was ze vier keer getrouwd, waarbij de bekende dirigent Raymond Legrand een van haar echtgenoten was.

In de jaren zestig en zeventig zorgde haar stormachtige affaire met zanger en acteur Franck Fernandel, de zoon van de wereldberoemde komiek Fernandel, bovendien voor heel wat ophef in de Franse roddelpers.

In 1998 bracht ze met Raconte-moi ta chanson een succesvolle autobiografie uit waarin ze uitgebreid terugblikte op haar leven in de showbizz.

Gedurende haar leven werd ze veelvuldig geprezen en onderscheiden voor haar culturele bijdrage, onder meer als Officier in de Orde van Kunsten en Letteren en met het prestigieuze Legioen van Eer.

In 2006 werd er hersenkanker bij haar vastgesteld, waardoor ze drie jaar later definitief moest stoppen met acteren.

Ze overleed op 6 oktober 2010 op 85-jarige leeftijd in Saint-Rémy-lès-Chevreuse, waarna een indrukwekkend tijdperk van het Franse variété definitief ten einde kwam.

De gierigste miljardair ter wereld: een terugblik op het meedogenloze leven van Jean Paul Getty, een halve eeuw na zijn overlijden.

Jean Paul Getty was met een persoonlijk vermogen van 15 miljard dollar een van de rijkste mensen ter wereld.

De in de Verenigde Staten geboren oliemagnaat had al op 24-jarige leeftijd zijn eerste miljoen verdiend, waarna hij tijdelijk met pensioen ging om een playboyleven in Los Angeles te leiden.

Hoewel hij al snel terugkeerde naar de zakenwereld en een van de omvangrijkste kunstcollecties op deze planeet opbouwde, was hij op iets heel anders het meest trots: een mannelijk geslacht van meer dan dertig centimeter.

Zijn immense fortuin kwam overigens in een stroomversnelling toen hij in 1949 een gok waagde in het Midden-Oosten en Arabisch leerde om persoonlijk de uiterst lucratieve oliecontracten met Saoedi-Arabië uit te onderhandelen.

Hij sprak daarnaast ook vloeiend Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch.

Zijn privéleven was een aaneenschakeling van schandalen en huwelijken, want Getty trouwde maar liefst vijf keer.

Zijn echtgenotes waren achtereenvolgens Jeanette Dumont, met wie hij van 1923 tot 1925 getrouwd was en zoon George Franklin Getty II kreeg.

Daarna volgde Allene Ashby van 1926 tot 1928 en Adolphine Helmle van 1928 tot 1932, met wie hij zoon Jean Ronald Getty kreeg.

Met Ann Rork, getrouwd van 1932 tot 1935, kreeg hij twee zonen: Paul Getty en Gordon Getty.

Tot slot was er Louise Dudley Lynch van 1939 tot 1958, de moeder van zijn op twaalfjarige leeftijd overleden zoon Timothy.

Omdat scheiden voor hem niet snel genoeg kon gaan, leefde de miljardair twee keer in bigamie.

Dat hij hiervoor niet meermaals gerechtelijk werd vervolgd, had hij uitsluitend aan zijn grote invloed te danken.

Tijdens de scheiding van zijn vierde vrouw Ann bracht haar getuigenis echter alsnog een gigantisch schandaal aan het licht.

Terwijl zij acht maanden zwanger was, vertrok Getty naar Europa om de bloemetjes buiten te zetten.

Toen zij hem achterna reisde, sloot hij haar op in zijn Parijse liefdesnest aan de Rue Saint-Didier, terwijl hij zichzelf amuseerde in een hotel met jonge Françaises.

Bovendien verplichtte hij de hoogzwangere vrouw om de Vesuvius te bewandelen, wat erin resulteerde dat het kind enkele dagen later te vroeg werd geboren op een Italiaans vrachtschip.

Terug in Los Angeles huurde hij een goedkope flat voor zijn vrouw en kind, en trok zelf weer in bij zijn moeder.

Een later bezoekje aan Ann resulteerde in een nieuwe zwangerschap, wat voor Getty de ultieme reden was om prompt weer naar Europa te vluchten.

Kort na de geboorte keerde hij even terug, keek in het ziekenhuis naar de baby, zei enkel dat het kind op haar leek, en vertrok direct weer.

Zijn zonen konden de meedogenloze oliemagnaat net zo min schelen als zijn vrouwen.

De oudste dreef hij tot drank en zelfmoord in 1973.

De volgende onterfde hij kort na de geboorte, puur uit wraak op de moeder, omdat zij weigerde genoegen te nemen met een karige alimentatie.

Zijn derde zoon werd al snel drugsverslaafd, en over zijn vierde gaf hij zijn advocaat letterlijk de opdracht om hem kapot te maken.

Het meest hartverscheurend was de situatie rond zijn jongste zoon Timothy, die op negenjarige leeftijd een hersentumor kreeg.

Getty maakte zich voornamelijk kwaad over de hoge behandelingskosten.

Toen het jongetje op twaalfjarige leeftijd stierf, kwam de miljardair niet eens naar de begrafenis, maar was hij wel razend, omdat hij de uitvaartkosten te hoog vond.

Op latere leeftijd verklaarde Getty over zijn relaties dan ook stellig dat een blijvende relatie met een vrouw alleen mogelijk is als je een zakelijke mislukkeling bent.

Gisteren nog vandaag

(Foto met fotomodel Dorien Leigh)

Wat veel mensen niet weten, is dat hij ondanks deze kille opvattingen wel zelfhulpboeken schreef, waaronder het bekende How to Be Rich, en in zijn vrije tijd een leeuwenwelp als huisdier hield.

Ondanks zijn immense fortuin was Old John, zoals de oliebaron werd genoemd, een notoire gierigaard.

Om geld uit te sparen, waste hij zijn eigen kleding met de hand, zodat hij de stomerij niet hoefde te betalen.

Op recepties en cocktailparty’s stond hij erom bekend zijn zakken te vullen met gratis sigaren en gebakjes.

Op zijn landgoed Sutton Place in het Britse Surrey liet hij zelfs een betaaltelefoon installeren, speciaal om te voorkomen dat hij moest opdraaien voor de telefoontjes van zijn personeel en gasten.

Als hij reisde, onderhandelde hij eindeloos tot hij de mooiste kamer in het meest luxe hotel kreeg voor een absoluut minimumbedrag, een tactiek die hij ook steevast toepaste bij het afdingen op kunst en onroerend goed.

Deze drang naar gierigheid bleek ook toen de schatrijke Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis bij hem op bezoek kwam; de gast kreeg niet eens een stoel aangeboden om op te zitten, wat pijnlijk duidelijk maakte dat er zelfs onder de allerrijksten nog steeds ongelijkheid bestond.

Het absolute dieptepunt van zijn krenterigheid werd bereikt toen zijn zestienjarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 in Rome werd ontvoerd door de Italiaanse maffia.

De ontvoerders eisten zeventien miljoen dollar losgeld, wat voor Getty een peulenschil was, maar hij weigerde stellig te betalen.

Pas toen de kidnappers een afgesneden oor en een haarlok naar een krant stuurden met de dreigende boodschap dat het andere oor zou volgen of de jongen in stukjes zou terugkeren als het geld niet binnen tien dagen werd betaald, kwam de oude Getty in actie.

De losgeldprijs was inmiddels gezakt naar drie miljoen dollar, maar Getty wilde niet meer dan 2,2 miljoen betalen, omdat dit precies het maximale bedrag was dat hij fiscaal van de belasting kon aftrekken.

De resterende 800.000 dollar mocht zijn zoon van hem lenen, uiteraard wel tegen een rente van vier procent.

Zijn kleinzoon kwam dit immense trauma nooit te boven; hij raakte verslaafd aan drugs, kreeg een beroerte door een overdosis drank en medicijnen en eindigde zwaar verlamd en vrijwel blind.

Gisteren nog vandaag

(Foto met Onassis)

Regisseur Ridley Scott verfilmde dit ijzingwekkende verhaal in 2017 in de film All the Money in the World, die geïnspireerd was op het boek Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty van auteur John Pearson.

In zijn latere jaren trok de hoogbejaarde Getty, die een cosmetische facelift had ondergaan die enigszins mislukt was en hem een onnatuurlijke uitdrukking gaf, zich terug op zijn kasteel Sutton Place, waar hij samenleefde met maar liefst zes vriendinnen.

Hij vergeleek zichzelf met een boosaardige duivel en gaf openlijk toe dat zijn enige overgebleven plezier was om deze vrouwen tegen elkaar op te hitsen.

Elke avond koos hij zijn bedpartner door een van hen met een klap op de bips te sommeren.

De onderlinge concurrentiestrijd was intens; er ging geen week voorbij zonder hysterische aanvallen en woede-uitbarstingen.

Krijsend vlogen de vrouwen elkaar in de haren, vielen ze elkaar aan met bestek en aan de eettafel werd continu gebekvecht om de ereplaats naast Getty.

Tijdens wandelingen duwden ze elkaar letterlijk aan de kant om naast hem te kunnen lopen.

Er heerste oorlog op alle fronten, maar de vrouwen verdroegen het in de vaste overtuiging dat zij voor hun beste jaren rijkelijk beloond zouden worden in zijn testament.

Gisteren nog vandaag

(foto met de zes vrouwen die hij op het einde van zijn leven deelde)

De oude miljardair bedroog hen echter nog in de dood.

Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, was de vervreemding van zijn familie zo groot dat uitsluitend zijn oudste zoon Paul op de begrafenis verscheen.

De ontsteltenis was enorm toen bleek dat Getty enkele weken voor zijn dood zijn testament ingrijpend had gewijzigd.

Hij liet zijn volledige bezit niet na aan zijn zonen, maar vermaakte alles aan zijn museum in Malibu.

Ook de zes vriendinnen kwamen bedrogen uit: op één na kregen zij allemaal slechts een handvol aandelen met een magere waarde van een paar duizend dollar.

Voor het zwakke geslacht had hij nog een allerlaatste cynische verrassing in petto.

Al wie kon bewijzen dat zij ooit intiem met hem was geweest, ontving exact tien dollar uit de erfenis, en ook zonen of dochters die uit een dergelijke relatie waren voortgekomen, moesten het met precies datzelfde bedrag doen.

Gisteren nog vandaag

(foto 1 met fotomodel Danielle Hegeler)

55 jaar geleden sloegen Joan Baez en Ennio Morricone de handen ineen voor Here’s To You, een nummer dat zij schreven voor de film Sacco & Vanzetti van regisseur Giuliano Montaldo.

Het lied brengt een ode aan Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti, twee Italiaanse anarchisten die in de jaren twintig ter dood werden veroordeeld door een Amerikaanse rechtbank.

Hun proces werd wereldwijd gezien als een schrijnend voorbeeld van klassenjustitie; de mannen kregen nooit een eerlijke kans en hun veroordeling leek eerder gebaseerd op hun politieke kleur dan op feitelijk bewijs.

Hoewel gratie een optie was, weigerden ze dit standvastig, omdat dit een schuldbekentenis zou impliceren.

De zaak leidde tot een enorme storm van protest binnen en buiten de Verenigde Staten.

Zelfs kopstukken als Albert Einstein, Marie Curie en George Bernard Shaw ondertekenden petities om het tij te keren, maar hun inzet mocht niet baten.

Op 23 augustus 1927 volgde de executie op de elektrische stoel, een gebeurtenis die internationaal voor een golf van ontzetting zorgde.

Pas vijftig jaar later, in 1977, erkende gouverneur Michael Dukakis officieel dat het proces onrechtvaardig was verlopen.

Spencer Sacco, de kleinzoon van Nicola, benadrukte tijdens deze plechtigheid dat hij deze erkenning van onschuld verkoos boven een postuum pardon, aangezien gratie nog altijd een zweem van schuld met zich mee zou dragen.

Ondanks de diepe historische impact bleef het commerciële succes van de single beperkt: het nummer behaalde de tweeëntwintigste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en de negenentwintigste positie in de Nederlandse Top 40.

Door de jaren heen is het nummer door talloze artiesten in diverse talen vertolkt.

De Israëlische zangeres Daliah Lavi zong het lied in het Engels, Frans en Duits, terwijl de Franse zanger Georges Moustaki zowel een Franse als Engelse versie uitbracht.

Ook Agnetha Fältskog, bekend van ABBA, nam het nummer in 1972 op in het Duits onder de titel Geh’ mit Gott.

In de jaren zeventig verscheen er bovendien een Nederlandstalige uitvoering; Thérèse Steinmetz coverde het nummer in 1978 als Steen Voor Steen.

Later volgden nog diverse bijzondere samenwerkingen, zoals in 1997 toen Nana Mouskouri het opnam met Les Enfoirés, en de uitvoering van Hayley Westenra die samen met Ennio Morricone een versie opnam voor het album Paradiso.

When Doves Cry was de eerste van de vijf Amerikaanse nummer 1-hits die Prince op zijn naam zou schrijven en groeide uit tot een van zijn meest geliefde nummers bij het grote publiek.

In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.

Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.

De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.

Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.

Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.

Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.

In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.

Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.

Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.

Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.

Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.

Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.

Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.

Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.

Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.

In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).

Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.

Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.

Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)

Vandaag is het ook al 20 jaar geleden dat Claude Piéplu, de onvergetelijke stem van Les Shadoks, is overleden.

Claude Léon Auguste Piéplu was een geliefde Franse acteur die op 9 mei 1923 in Parijs werd geboren en op 24 mei 2006 in zijn geboortestad overleed.

Hij liet een onuitwisbare indruk achter in de theater-, film- en televisiewereld.

Voordat hij de planken betrad, werkte hij na zijn schooltijd eerst een periode als bankbediende.

De drang om te acteren bleek echter te sterk, en na het volgen van toneellessen maakte hij in 1948 zijn filmdebuut als figurant in de film D’hommes à hommes.

Vanaf de late jaren vijftig en met name in de jaren zeventig begon zijn carrière pas echt te floreren.

Hij speelde in zo’n tachtigtal films, vaak in komedies waarin hij uitblonk als de wat stijve, voorname of licht excentrieke figuur.

Daarnaast was het theater zijn grote liefde, wat resulteerde in optredens in maar liefst 175 verschillende toneelstukken.

Wat Piéplu echt uniek maakte, was zijn zeer herkenbare, ietwat schorre stem in combinatie met een feilloze uitspraak.

Die stem maakte hem voor het grote publiek onsterfelijk als de verteller van Les Shadoks, een absurde en bijzonder populaire Franse animatieserie.

Zijn bloedserieuze manier van vertellen vormde een prachtig contrast met de waanzinnige avonturen van de vreemde wezentjes op het scherm.

Een leuk detail is dat veel van de nonsensicale Shadok-uitspraken, zoals de regel dat het beter is om te pompen, ook al gebeurt er niets, juist door zijn droge dictie zo legendarisch werden.

In 2000 sprak hij voor het laatst de stem in voor de serie.

Toen er na zijn overlijden nog een speciale aflevering over een mysterieuze ziekte werd geproduceerd, was dit dan ook de enige aflevering uit de geschiedenis van de reeks zonder zijn vertrouwde stemgeluid.

Naast zijn succesvolle stemmenwerk had hij nog meer memorabele rollen op televisie en het witte doek.

Zo speelde hij in 1988 de opvallende figuur van de man met de gouden sleutels in de Franse komische serie Palace.

Ook de filmwereld had veel waardering voor zijn talent, wat onder meer bleek uit zijn nominatie in 1987 voor een César, de belangrijkste Franse filmprijs, voor zijn rol in de film Le Paltoquet van regisseur Michel Deville.

In totaal was hij tot op hoge leeftijd actief en speelde hij naast grote namen als Gérard Philipe en Louis de Funès.

Buiten zijn acteercarrière was Claude Piéplu een man met sterke idealen en een nuchtere kijk op de wereld.

Toen hij elf jaar oud was, scheidden zijn ouders, waarna hij door zijn moeder werd opgevoed.

Omdat zij uit het bescheiden dorpje Signy-le-Petit in de Franse Ardennen kwam, bleef hij altijd een sterke band voelen met deze streek en de natuur.

Hij verloochende zijn afkomst nooit en bracht er graag tijd door om de drukte van Parijs te ontvluchten.

Als eerbetoon draagt de plaatselijke mediatheek in dat dorp tegenwoordig zijn naam.

Verder liet hij zich ook maatschappelijk gelden, bijvoorbeeld door in 1987 op de barricaden te staan voor de belangen van de culturele sector, en door zijn actieve betrokkenheid bij vredesinitiatieven.

Met zijn overlijden in 2006 verloor Frankrijk een bevlogen man die met zijn subtiele humor en onvergetelijke stem vele generaties wist te raken.

Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Precies vijfenzestig jaar geleden ontmoetten Marlon Brando en Tarita Teriipaia elkaar tijdens de opnames van de Amerikaanse film Mutiny on the Bounty.

Tarita werd op 29 december 1941 geboren op Bora Bora in Frans-Polynesië en was van 1962 tot 1972 getrouwd met Brando als zijn derde vrouw.

Samen kregen zij twee kinderen: zoon Simon Teihotu en hun inmiddels overleden dochter Cheyenne Brando.

De voormalige actrice is momenteel 84 jaar oud en leidt een teruggetrokken leven op Tahiti in Frans-Polynesië.

In 2004 publiceerde ze haar memoires, Marlon, My Love and My Torment, waarin ze openhartig vertelt over haar turbulente relatie met de legendarische acteur.

Hun dochter Cheyenne werd geboren in 1970, maar toen zij twee jaar oud was, besloten Marlon Brando en Tarita Teriipaia te scheiden.

Cheyenne werd daarna opgevoed door haar moeder en zag haar vader nauwelijks.

Aan het eind van de jaren tachtig begon ze een carrière als model, maar in deze periode raakte ze ook verslaafd aan drugs.

In 1987 leerde ze Dag Drollet kennen en in 1989 raakte ze in verwachting van hem.

Datzelfde jaar raakte Cheyenne zwaargewond bij een ongeval waarbij haar gezicht zo verminkt raakte dat ze plastische chirurgie moest ondergaan.

Op 16 mei 1990 werd Dag Drollet vermoord door de halfbroer van Cheyenne, Christian Devi Brando.

Cheyenne beviel in juni van dat jaar van een zoon, Tuki Brando, die later ook model werd.

In de jaren na de moord op Drollet belandde Cheyenne regelmatig in psychiatrische ziekenhuizen.

Ze werd schizofreen verklaard en verloor het ouderlijk gezag over Tuki, waarna Tarita Teriipaia de opvoeding overnam en de voogdij kreeg.

Cheyenne ging mentaal steeds verder achteruit en was niet in staat om te getuigen tegen Christian.

Door het wegvallen van deze getuigenis kreeg Christian een lichtere straf en kwam hij in 1996 al vrij.

Cheyenne maakte dit niet meer mee; zij pleegde op 16 april 1995 op 25-jarige leeftijd zelfmoord.