Deze week, 90 jaar geleden, voorstelling maquette van de boekentoren in Gent.

Henry Van de Velde doceerde van 1926 tot 1936 Bouwkunst en Toegepaste Kunsten aan de Gentse Universiteit.

In 1933 (hij was toen zeventig) werd hem gevraagd een nieuwe universitaire bibliotheek te ontwerpen.

In dezelfde opdracht zaten ook de nieuwe gebouwen voor de instituten van Kunstgeschiedenis, Dierkunde en Farmacie.

De bouwplaats was het voormalige De Vreesebeluik of de Cité Ouvrière op de Blandijnberg, het hoogste punt van de stad.

Van de Velde opteerde voor een toren als baken van de wetenschap; een vierde toren die zich kon meten met de drie torens waar Gent om bekendstaat: die van de Sint-Niklaaskerk, de Sint-Baafskathedraal en het Belfort.

Het ontwerp was omstreden en er kwam zelfs een alternatief plan met een langwerpig gebouw van de tekentafel van architect Armand Cerulus, maar Van de Veldes ontwerp haalde het uiteindelijk toch.

In 1935 waren de definitieve plannen klaar.

Het werd een toren van 64 meter hoog, met 20 verdiepingen, 4 kelderverdiepingen en een belvedère als uitkijkplatform.

Als symbool voor de moderniteit koos Van de Velde een constructie uit beton, waarvan de sokkel bekleed is met arduin.

Gisteren nog vandaag

Het grondplan kreeg de vorm van een Grieks kruis, om de verbinding tussen hemel en aarde en de vermenging van tijd en ruimte te symboliseren.

De bouwwerken startten in 1936 en in 1939 waren de ruwbouw en een deel van de afwerking klaar.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren ingenomen door de Duitsers als uitkijkpost.

Toen ze de oorlog dreigden te verliezen, bliezen ze het schutgeweer op dat op het dak stond.

Hierdoor bleef het dak, maar ook de vloer eronder lang beschadigd.

Het aanpalende gebouw voor het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde werd afgewerkt, maar de afdelingen voor Dierkunde en Farmacie kwamen er niet.

In de jaren 1950 werden op die plaats de nieuwe gebouwen voor de Faculteit voor Letteren en Wijsbegeerte opgetrokken door Eugène Delatte, maar in een andere stijl en met andere materialen dan Van de Velde voorzien had.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Van de Velde beschuldigd van collaboratie.

Tot een proces kwam het nooit, maar Van de Velde ging wel in vrijwillige ballingschap; hij trok zich terug in het Zwitserse Oberägeri, waar hij zijn memoires schreef, die in 1962 postuum zouden verschijnen onder de titel Die Geschichte meines Lebens.

Van de Velde overleed in 1957 op 94-jarige leeftijd te Zürich en werd begraven in Tervuren, bij Brussel.

Op 16 september 2005 besliste de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent om 30 miljoen euro te investeren in de restauratie van de Boekentoren.

De vijf ontwerpteams, aan wie de Universiteit vroeg om hun ruimtelijke visie uit te werken, bestond uit drie Belgische en twee internationale teams.

De keuze viel op het Gentse architectenbureau Robbrecht en Daem dat zich laat omringen door een multidisciplinair ontwerpteam.

Op 1 maart 2012 vingen de werken aan met het bouwen van een spectaculair ondergronds depot in de binnentuin.

Het zal drie verdiepingen tellen en 45 km materiaal kunnen herbergen dat in de beste klimatologische omstandigheden bewaard zal worden.

Vandaag is het gebouw al van 2022 terug toegankelijk en in gebruik (Diverse bronnen, De Stad, 28 december 1934, Jill Dhondt, RUG, Wikipedia en Duo Nous (Violiste Christy Collet en celliste Liesbet Engelen)

Gisteren nog vandaag

75 jaar geleden, te gast in het droomkasteel ‘Le Palais Idéal’ van de postbode Cheval.

In het plaatsje Hauterives in de Drôme staat een exotisch bouwsel dat iets weg heeft van de tempels van Angkor.

Geen hoek van Le Palais Idéal is recht en de muren zijn versierd met de vreemdste stenen, schelpen, exotische dieren en wezens.

Dit is het aandoenlijke levenswerk van Facteur Cheval, een postbode die in 1879 zijn voet stootte tegen een gek uitziende steen.

Gisteren nog vandaag

Hij voelde een roeping en besloot het paleis van zijn dromen te bouwen, speciaal voor zijn jonge dochter.

In 30 jaar (en totaal 90.000 manuren) verrees een heus paleis met verwijzingen naar bouwstijlen uit alle continenten. Want postbode Cheval vond zijn inspiratie op de ansichtkaarten die hij bezorgde. In zwart-foto’s van hindoe-tempels, moskeeën en Egyptische grafkamers.

Gisteren nog vandaag

Verleden jaar kwam de Franse film L’Incroyable destin du Facteur Cheval uit.

In de film zien we hoe Facteur Cheval die een hoop te verduren krijgt in zijn leven. Zo verliest hij de ene na de andere geliefd. Maar zijn paleis blijkt een soort reddingsboei, een reden om door te gaan, ook al begrijpt alleen zijn dochter waar hij mee bezig is.

Een mooi moment in de film is als zijn vrouw (Laetitia Casta) naar hem lacht, als hij een eerste lintje krijgt van de burgemeester. Jarenlang vond ze zijn project net zo vreemd als de andere dorpsbewoners.

Maar nu realiseert ze zich trots dat mensen van verre komen om zijn paleis te bewonderen.

Gisteren nog vandaag

Facteur Cheval is ineens geen lokale gek meer, maar de held van een eenvoudig dorpje in de Drôme.

Bijna een eeuw na zijn dood blijft dat een hele mooie reden om zijn Palais Idéal eens te bezoeken.

Le Palais Idéal en het museum over Facteur Cheval in Hauterives is dagelijks open en de inkom is is 8 euro (volw.) en 5 euro (kinderen). Meer informatie: http://www.facteurcheval.com. (Diverse bronnen, Sabine Dekker, Wikipedia en Foto’s afkomstig uit het Tijdschrift Ons Volk november 1949)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, reclame en geschiedenis van het hotel Amigo in Brussel.

De Vroente of Amigo was naast de Treurenbergpoort en de Steenpoort een van de drie middeleeuwse gevangenissen in Brussel.

De eerste vermelding ervan dateert uit 1326.

Ze had geen vaste plek maar werd elke drie jaar door de landsheer verpacht, wat tot te veel ontsnappingen leidde.

Daarom maakte de Rekenkamer in februari 1522 middelen vrij om een huis aan te kopen in de huidige Vruntstraat tegenover de toenmalige Lakenhal.

Het was een eigendom van de erfgenamen van Jan van Lindt, gelegen tussen de herbergen t’Oudt Stadhuys en Emaüs.

Behalve kamers en cellen (callaborsen) was er ook een kapel ingericht. In de Spaanse Tijd kreeg de gevangenis de naam Amigo, zoals ook blijkt uit een officiële akte van 1652.

Allicht ging het om een foute vertaling die vrunt verwarde met vriend. Het woord vond ook elders in de Nederlanden ingang.

De kamers hadden elk een verschillend tarief, dat ook afhing van hoeveel personen er waren opgesloten.

Voor de cellen en de behoeftigenkamers kreeg de cipier een vergoeding van de overheid of van de schuldeiser die de arrestatie had uitgelokt.

Zowel criminele als civiele gevangenen konden in de Amigo terechtkomen. Een oorkonde van 1328 schreef voor dat poorters en poorteressen van Brussel nergens gevangen mochten worden gezet tenzij in de Vroente of in de Steenpoort.

De costuymen van 1570 schreven voor dat poorters en ingezetenen gewoonlijk in de Vroente moesten worden opgeborgen.

Vandaar dat men zei dat je een nachtje in de Amigo moest hebben doorgebracht om Brusselaar te zijn. Na het bombardement van 1695 lag de Amigo in puin.

De centrale regering wilde er geen kosten aan maken en stond het gebouw in 1705 af aan het stadsbestuur. Het herrees als politiegevangenis en zou volgens Henne en Wauters in 1791 nogmaals zijn herbouwd.

Tijdens de Franse bezetting eind 1792 werden de politieke gevangenen van de Madelonetten overgebracht naar de Amigo.

Paul Verlaine bracht er in 1873 een nacht door waarvan hij een beschrijving naliet. De Amigo bleef bestaan tot 1930.

De naam leeft voort in het Hotel Amigo, dat al sinds 1957 bestaat.

Het werd door de familie Blaton omgebouwd om koninklijke families, beroemdheden en vips te herbergen voor de wereldexpositie van 1958.

Om de hoek op de Kolenmarkt is nog steeds een politiecommissariaat met een cellenblok. (Diverse bronnen, Wikipedia en reclame van november 1973)

Een tunnel onder de Straat van Gibraltar is al lang een droom van velen die de verbinding tussen Europa en Afrika willen verbeteren.

Het idee dateert al uit 1933, maar werd nooit gerealiseerd door verschillende obstakels.

De wereldwijde economische crisis en de Tweede Wereldoorlog maakten een einde aan de eerste plannen.

In 1979 werd het project nieuw leven ingeblazen, omdat Spanje en Marokko hun handelsrelaties wilden versterken en de scheepvaart in de straat te druk werd.

Een Spaans en een Marokkaans bedrijf voerden studies uit voor een dubbele spoorwegtunnel die de baai van Tanger in Marokko met het Spaanse schiereiland Tarifa zou verbinden.

De tunnel zou 38,5 km lang zijn, waarvan 28 km onder water en op een maximale diepte van 475 m.

Het project liep echter veel vertraging op, onder meer door politieke spanningen tussen de twee landen en de financiële crisis in Spanje in 2008.

In 2013 werd het ontwerp voorgelegd aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

In 2021 kwam het Verenigd Koninkrijk met een alternatief plan om een tunnel te bouwen tussen Gibraltar en de Marokkaanse stad Tanger.

Dit plan zou het Spaans-Marokkaanse project kunnen overbodig maken.

De grootste uitdaging voor de bouw van een tunnel onder de Straat van Gibraltar is echter de geologische structuur van de zeebodem, die wordt beïnvloed door de beweging van de aardplaten.

Dit kan leiden tot grote technische problemen en hoge kosten voor de aanleg.

Het is daarom nog steeds onzeker of de tunnel economisch haalbaar zou zijn. Daarom is er tot op heden nog geen tunnel gebouwd.(Ons Land november 1933)

75 jaar geleden, te gast in het Brouwershuis in Antwerpen (oktober 1948) deel 1

Het Brouwershuis in Antwerpen is een historisch gebouw dat dateert uit de 16e eeuw.

Het was oorspronkelijk de zetel van de gilde van de brouwers, die een belangrijke rol speelden in de economische en sociale ontwikkeling van de stad.

Het gebouw is een voorbeeld van de Brabantse renaissancestijl, met een rijk versierde gevel en een imposante trapgevel.

Het interieur bevat onder meer een grote zaal met een houten zoldering, een schouw met albasten reliëfs en een collectie schilderijen en wandtapijten.

Het Brouwershuis is sinds 1938 een beschermd monument en is nu in gebruik als museum en evenementenlocatie.

Oude molens in Vlaanderen (foto’s september 1923)

Foto 1: Kloostermolen in Elsegem, was gelegen op de site van het verdwenen omgracht en ommuurd kloostercomplex.

De geschiedenis van de voormalige augustijnerpriorij van Onze-Lieve-Vrouw Ten Walle gaat terug tot 1417, toen Bernard van Brakel een leen genaamd “Wippelgem” verwierf dat een oude nederzetting uit de vroege middeleeuwen was.

Hij stichtte er een klooster en een kerk, waar Arnold Buederic in 1418 een scriptorium oprichtte.

Het kloostercomplex werd verwoest door brand in 1577-1586, maar later hersteld en uitgebreid in de late 17de eeuw.

Het klooster stond toen bekend als “Kloosterhoeve” en verzorgde de parochiale diensten.

In 1782 werd het klooster opgeheven onder Jozef II.

Het omvatte toen een kerk, twee huizen, een priorskwartier, twee eetzalen, gastenverblijven, een keuken, een brouwerij, knechtenkamers, schuren, een hoeve, een windmolen en visvijvers.

Alles werd verkocht en gesloopt, en de grachten werden gedempt.

Met uitzondering van een deel van de gekelderde kloosterhoeve, aangrenzende stallen en de molen.

Deze houten korenwindmolen op een terp werd gebouwd in 1457 en aangepast en herbouwd in 1479.

De molen met de naam Kloostermolen is in 1940 afgebroken.

Foto 2: De molen van Scillie, kan niets terug vinden over deze molen.

Foto 3: Molen Den Osse gelegen in Bevere bij Oudenaarde en was toen eigendom van Remi Van Lerberge. De molen is gesloopt in 1965. (Deze gegevens van deze molen gekregen van Annie Rousseau, waarvoor mijn dank)

Oude molens in Vlaanderen (foto’s september 1923)

Foto 1: Molen Van Malderen, zou volgens mijn gegevens van 1190 moeten zijn, huidige bronnen spreken van de eerste helft van de 14e eeuw en ontleent zijn huidige naam aan de plaats waar ze staat, de “Malderse Heide”.

In de loop van de geschiedenis is de molen meermaals geheel of gedeeltelijk vernield en opnieuw opgericht.

Deze molen bestaat nog, maar wegens technische gebreken aan de molenconstructie is de molen niet toegankelijk voor publiek.

Foto 2: Molen Ter Hengst aan de Ommegangstraat in Nukerke. Molen Ter Hengst staat op een van de hoogste punten in de Vlaamse Ardennen en is van heel ver in de omgeving te zien.

Al eeuwenlang staat er een molen, eerst in hout, nadien in steen. De huidige molenkuip werd rond 1830 gebouwd en bleef malen tot na de Tweede Wereldoorlog. Na het stopzetten van de maalactiviteiten begon het verval vlug in te treden.

In de jaren 60 werd de molen beschermd erfgoed. De toenmalige eigenaars, de familie Vandekerkhove gaven aan het molenhuis een nieuwe bestemming en jarenlang stond die bekend als de horecazaak The Ranch.

Een eerste restauratie volgde in de jaren zeventig. Na een tweede renovatie door molenbouwer-restaurateur Peter Thomas werd de molen opnieuw weer maalvaardig.

Foto 3: Molen Hondzocht in Tubize is gebouwd in 1775. De molen, die dateert uit het eind van de 18e eeuw, bleef in gebruik tot het jaar 1979, toen de laatste molenaar stierf.

SIndsdien raakte de beschermde molen steeds meer in verval. Men zou in 2019 beginnen met de werken, maar men is pas begonnen met de werken in 2022. Op termijn komen in de molen een museum en een belevingscentrum rond oude molentechnieken.

Foto 4: Molen van den Berg Peteghem, zou één van de oudste molens moeten zijn die toen nog bestonden. Volgens mijn gegevens van 1092. Was gelegen in Eksaarde en is afgebroken in 1932.

60 jaar geleden, Ford komt naar Genk (De Post (De Post 29 april 1962)

60 jaar geleden, Ford komt naar Genk (De Post (De Post 29 april 1962)
60 jaar geleden, Ford komt naar Genk (De Post (De Post 29 april 1962)
60 jaar geleden, Ford komt naar Genk (De Post (De Post 29 april 1962)
60 jaar geleden, Ford komt naar Genk (De Post (De Post 29 april 1962)
60 jaar geleden, Ford komt naar Genk (De Post (De Post 29 april 1962)

Vandaag 50 jaar geleden, opening van de Internationale Boekenbeurs in het Rogiercentrum (Rogier International Centre) in Brussel (11 maart tot en met 19 maart 1972

De Martinitoren of liever het Rogier International Centre is het werk van twee architecten: Jacques Cuisinier en Serge Lebrun.

Het gebouw werd gebouwd op de plaats van het oude Noordstation dat onder impuls van de Noord-Zuidverbinding zijn functie van eindstation had verloren en daarom gesloopt werd.

Het was samen met het Atomium het uithangbord van de Expo 58 en straalde de sfeer van de gouden jaren zestig uit.

De toren werd een stad in de stad waar men kon wonen en werken en bevatte onder meer 150 appartementen, honderden kantoren, twee theaters, horeca, expositieruimtes, een winkelgalerij met meer dan 80 winkels, parkeerplaats voor 1.000 auto’s.

In totaal goed voor 60.000 vierkante meter en dat aan de rand van de binnenring.

Vandaag 50 jaar geleden, opening van de Internationale Boekenbeurs in het Rogiercentrum (Rogier International Centre) in Brussel (11 maart tot en met 19 maart 1972

Bij de voltooiing in 1961 was het een van de opmerkelijkste hoogbouwprojecten in België omwille van het multifunctionele programma, de vormgeving en de integratie in de stad.

De Rogiertoren zal ook bekend worden door de link met het bekende Italiaanse alcoholmerk Martini.

Dit, onder impuls van de familie Vastapane, exclusief importeur in België die er bar met een Martini-terras zal openen.

Op het menu: cocktails, concerten, avondborrels en de aanwezigheid van internationale sterren.

De jetset kon men ontmoeten in deze exclusieve club op de 29e verdieping, bereikbaar via een privélift.

Bekende mensen uit de wereld van muziek, film en sport bezochten de club.

Zoals onder meer Johnny Hallyday, Henri Salvador, Jane Fonda, Sophia Loren, Joséphine Baker, Eddy Merckx, Bourvil, Pelé, Marlene Dietrich, Peter O’Toole, Claude François, Sammy Davis Jr en Nat King Coole.

Ook Louis de Funès, Georges Brassens, Jacques Brel en The Rolling Stones kwamen er langs voor een persvoorstelling en signeersessies.

Vandaag 50 jaar geleden, opening van de Internationale Boekenbeurs in het Rogiercentrum (Rogier International Centre) in Brussel (11 maart tot en met 19 maart 1972

Het Rogier Centre was ook de gastheer van de Boekenbeurs en het hoofdkwartier van de Liberale Partij.

Ook British Airways, Olivetti en Mercedes gebruikte het gebouw als hun hoofdkantoor. (De Mercedes ster zal later trouwens het Martini-paneel vervangen in 1978)

Met dank aan Ignace De Cock

De Martini club sloot uiteindelijk in 1978 de deuren en nadien ging het ook met de rest van het ooit zo prestigieuze centrum gestaag naar beneden.

Kantoren en appartementen raakten niet meer verhuurd, een geplande renovatie ging niet door en ook externe factoren zoals de kaalslag van de Noordwijk deden geen goed.

Met dank aan Ignace De Cock

De Martinitoren verwaarloosde steeds meer en werd ook illegaal bewoond door krakers.

De laatste bewoner werd in 1995 uiteindelijk na een juridische strijd uit zijn appartement gezet.

De neergang werd tot 2001 bespoedigd door alles in het gebouw open te laten.

Zelfs het meubilair van de club kon hierdoor geplunderd worden.

Het Théâtre National vertrok uiteindelijk in het voorjaar van 2001 en het hele gebouw werd in augustus van datzelfde jaar ondanks protesten gesloopt in een tempo van een verdieping per week.

In juni 2002 waren de afbraak werken voltooid en begon men aan de bouw van het nieuwe gebouw.

Het gebouw kreeg de naam Dexia Tower (nu Belfius), genoemd naar de bank, de toekomstige bewoner.

De inhuldiging van het nieuwe gebouw was op 21 november 2006.

De toren wordt enkel gebruikt door de financiële instelling Belfius. (Diverse bronnen, De Post en Wikipedia)

Vandaag 45 jaar geleden, officiële opening van het Centre Georges Pompidou in Parijs

Vandaag 45 jaar geleden, officiële opening van het Centre Georges Pompidou in Parijs
Ook ons vorstenpaar Boudewijn en Fabiola waren aanwezig op de opening. 
Vandaag 45 jaar geleden, officiële opening van het Centre Georges Pompidou in Parijs
Andere gasten waren onder meer Grace Van Monaco, groothertog Jean van Luxemburg met zijn vrouw Josephine Charlotte van België en president Léopold en Colette Senghor van Senegal.