35 jaar geleden, Kylie Minogue covert oude Locomotion hit

Het nummer werd in 1962 geschreven door Gerry Goffin en Carole King.

Het nummer werd toen een grote hit voor Little Eva (geboren als Eva Narcissus Boyd en helaas ook al overleden op 10 april 2003).

Little Eva bereikte met dit nummer de eerste plaats in de Verenigde Staten en de tweede plaats in het Verenigd Koninkrijk.

De versie van Kylie Minogue uit 1988 bereikte de tweede plaats in het Verenigd Koninkrijk.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een vierde plaats in de Brt Top 30.

In Nederland bereikte de single de zesde plaats in de Top 40.

Het nummer stond ook op haar debuutalbum Kylie dat in Vlaanderen en Nederland werd uitgebracht onder de titel Kylie Minogue.

De productie was in handen van Stock, Aitken & Waterman en het album bevatte nog andere succesvolle singles, zoals I Should Be So Lucky, Got to Be Certain en Je ne sais pas pourquoi.

Gisteren nog vandaag

De Vlaamse zanger Ignace had 50 jaar geleden een grote hit met zijn nummer More Than Sympathy

Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.

Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.

In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent. In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest.

Hij wordt er gastzanger.

Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.

Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”. De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.

Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band. In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.

De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).

Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.

Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt. In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.

Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen. Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.

Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.

Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).

Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”. In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).

Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François.

De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.

In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.

Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio. Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht.

Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.

Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.

Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.

Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.

Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich. Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld.

Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Futurama-festival in zaal Brielpoort in Deinze (25 september 1988)

Voice Of The Beehive was een Amerikaans-Britse poprockband die in de late jaren 80 en vroege jaren 90 succesvol was.

De band bestond uit de zussen Tracey (artiestennaam Tracey Bryn) en Melissa Belland, die de zang verzorgden, Daniel M. Woodgate en Mark Bedford die beide daarvoor lid waren van de groep Madness en Mike Jones.

Een van hun bekendste nummers was I Say Nothing, dat in 1988 verscheen op hun debuutalbum Let It Bee. Het nummer werd geschreven door de leden Mike Jones en Tracey Bryn van de groep en de productie was in handen van Peter Collins.

I Say Nothing bereikte de vijftiende plaats in de Britse hitlijst. In Vlaanderen en Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Alessi Brothers met hun nummer All For A Reason

De Amerikaans broers Billy en Bobby Alessi schreven jet nummer zelf en de productie was in handen van David Helfman (artiestennaam David Lucas)

De single bereikte in Vlaanderen niet de hitparade, in Nederland was het nummer goed voor tweeëntwintigste plaats in de Top 40.

De broers Billy en Bobby Alessi begonnen al op jonge leeftijd met muziek maken en richtten samen met twee vrienden de band The Country Gentlemen op, die optrad op hun middelbare school West Hempstead High School.

Na hun afstuderen kregen ze de kans om mee te spelen in de Broadway musical “Hair”, waar ze Peppy Castro ontmoetten, een voormalig lid van de psychedelische rockgroep Blues Magoos.

Met Castro en drummer Mike Ricciardella vormden ze de band Barnaby Bye, die twee albums uitbracht bij Atlantic Records: “Room to Grow” (1972) en “Touch” (1973).

Een derde album bleef onuitgebracht tot 2008.

De Alessi Brothers besloten om als duo verder te gaan en tekenden een contract bij A&M Records.

Hun eerste album “Alessi” (1976) bevatte hun grootste hit “Oh Lori”, die in verschillende landen de top 10 bereikte.

In Vlaanderen was de single goed voor veertiende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte ze de zesde plaats in de Top 40.

Ze waren ook liedjesschrijvers, arrangeurs en producers voor andere artiesten, zoals Paul McCartney, Deborah Gibson, Frankie Valli, Richie Havens, Olivia Newton John en Christopher Cross.

Ze schreven ook een nummer voor de film “Ghostbusters” (1984), getiteld “Savin’ the Day”.

Ze schreven ook veel jingles en reclamespots, en dit samen met producer David Lucas.

Glenn Medeiros en de Franse zangeres Elsa samen op stap

Het nummer Un Roman d’Amitié is geschreven door de Canadese componist Robbie Buchanan en de Engelse tekst is van de gekende Amerikaanse tekstschrijfster en componist Diane Warren.

De Franse tekst is van Didier Barbelivien.

Diane Warren begon nummers te schrijven toen ze elf was en kreeg in 2020 de Polar Music Prize. Ze schreef onder meer nummers voor Celine Dion( Because You Loved Me), Toni Braxton (Un-Break My Heart), Bad English (When I See You Smile), Cher (If I Could Turn Back Time), Faith Hill (There You’ll Be), Aerosmith (I Don’t Want To Miss A Thing) en LeAnn Rimes (Can’t Fight The Moonlight).

Hun hit Un Roman d’amitié was een groot succes en stond op nummer één in de Franse hitlijsten.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een negende plaats in de Brt Top 30.

In Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

In Nederland zong hij ditzelfde nummer in het Engels, samen met de helaas overleden zangeres Ria Brieffies. Die we natuurlijk kennen van de meidengroep de Dolly Dots.

Hun versie was toen goed voor een veertiende plaats in de Nederlandse Top 40. In Vlaanderen kwam het nummer niet verder dan zesentwintigste plaats in de BRT Top 30.

Er waren toen geruchten dat Elsa Lunghini en Glenn Medeiros een koppel waren, maar dat klopt niet.

Elsa Lunghini, was in 1986 de jongste zangeres die nummer één bereikte in de Franse hitlijsten, met het nummer “T’en va pas”.

Elsa is de dochter van George Lunghini (acteur, fotograaf en componist) en Christiane Jobert (kunstschilder en ook zus van actrice Marlène Jobert en cameraman en kunstfotograaf Charles Jobert.

Ze begon haar carrière als actrice op zevenjarige leeftijd in 1981, in de film “Garde à vue” van Claude Miller.

Toen ze zeventien jaar was, en daarmee de jongste vrouwelijke artieste ooit die optrad in de Olympia in Parijs, in oktober 1991.

Glenn Medeiros is getrouwd met Tammy Armstrong sinds 1996 en ze hebben twee kinderen, Lyric en Chord en woont nu in Hawaï en is daar directeur van een school.

Aan de andere kant, de nu 50-jarige Elsa Lunghini is gestopt met zingen en is nu een gekende actrice. (Joepie 11 september 1988)

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, de Zwitserse klanktovenaars van Yello

Dieter Meier werd geboren op 4 maart 1945 in Zürich, Zwitserland en is medeoprichter en dit samen met ex-lid Carlos Perón (verliet de groep in 1983) van de elektronische muziekgroep Yello.

Meier is de frontman en tekstschrijver, evenals manager en producer van de groep.

Naast zijn werk als muzikant en kunstenaar is Dieter Meier schrijver, auteur van kinderboeken en filmmaker.

Hij heeft professioneel poker gespeeld, horloges ontworpen en heeft een biologische rundveeboerderij en wijnmakerij in Argentinië.

We kennen hem ook als de regisseur van de videoclip Big In Japan van de Duitse groep Alphaville.

In 2002 was hij samen met David Byrne, één van de gastvocalisten van het duo X-Press 2.

Dan hebben we nog Boris Blank (geboren op 15 januari 1952 in Bern, Zwitserland).

Hij componeert de nummers en is verantwoordelijk voor het karakteristieke geluid, met de reputatie van een perfectionist.

Blank beschouwt zichzelf als een constructeur van muziek, beginnend met het componeren met manipulatie van zelfopgenomen samples en eindigend met de tracks met de deelname van uitgenodigde professionele muzikanten.

Voordat hij aan zijn muzikale carrière begon, werkte Blank als vrachtwagenchauffeur.

De band heeft sinds 1980 14 studioalbums uitgebracht.

Blog Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Frankie Valli met zijn hit Grease.

Frankie Valli werd geboren in Newark (New Jersey) als Francis Stephen Castelluccio.

Hij begon z’n professionele muziekcarrière in 1951.

Hij werd opgemerkt door de groep Variety Trio, bestaande uit Nickie DeVito, Tommy DeVito en Nick Macioci.

Maar een jaar later splitste de groep op en ging Valli verder met Tommy DeVito.

Samen werden ze lid van de band die altijd optrad in The Strand in New Brunswick, New Jersey. Valli zong en speelde basgitaar.

1953 nam hij z’n eerste single, “My Mother’s Eyes”, op onder de naam Frankie Valley.

Die naam heeft hij gebaseerd op de zangeres Jean Valley.

Rond deze periode besloten DeVito en Valli om The Strand te verlaten en vormden een nieuwe groep.

Deze groep, The Variatones, bestond verder uit Hank Majewski, Frank Cattone en Billy Thompson.

In 1956 zocht men een groep om als achtergrondzangers op te treden voor een bekende zangeres.

De groep deed auditie en werd opgemerkt door Peter Paul, een geluidsman uit New York.

Hij liet de groep een week later auditie doen bij RCA Records.

De groep ging voortaan door het leven als The Four Lovers.

Ze namen meerdere singles op en scoorde een kleine hit met het liedje “You’re the Apple of My Eye”.

Later voegden ook enkele andere muzikanten van vroeger zich bij de groep, zoals onder meer Nickie DeVito en Nick Macioci, die zichzelf nu Nick Massi noemde.

Ze bleven optreden tot 1959, toen Bob Gaudio lid werd van de groep. Vanaf het begin van de jaren zestig gingen ze dan door het leven als The Four Seasons.

Met The Four Seasons scoorde Valli verschillende hits.

In 1962 kwam hij op nummer 1 terecht met het liedje “Sherry”. Gedurende de jaren zestig ging Valli ook vaker solo.

Met de hulp van producer Bob Crewe nam hij verschillende soloprojecten op zoals onder meer “The Sun Ain’t Gonna Shine (Anymore)”, wat later een groot succes werd toen het gecoverd werd door The Walker Brothers.

Later scoorde Valli een hit met “Can’t Take My Eyes Off You.

Het liedje bleef in de Verenigde Staten steken op plaats 2 in de hitparade, maar wordt algemeen beschouwd als een wereldhit.

In de jaren zeventig kwam Valli minder vaak aan bod, maar scoorde hij wel opnieuw een hit met het liedje “My Eyes Adored You”.

Het bekendste werk van Valli tijdens de jaren zeventig is echter de titelsong “Grease” voor de gelijknamige film uit 1978.

Eind 2017 en begin 2018 (op bijna 84-jarige leeftijd) trad Valli nog steeds op.

Tijdens een interview in 2016 kreeg hij de vraag waarom hij maar bleef optreden, ook met “The Four Seasons” (niet de originele bandleden).

Valli antwoordde dat hij het nog steeds leuk vindt en geen hobby’s, zoals golf heeft.

In 2020 verschijnt er (online) een tweede versie van het liedje Grease, met allerlei gastmuzikanten.

Valli zingt daar op 86-jarige leeftijd het nummer in, 42 jaar na de eerste versie in 1978.

Silverhead een ware sensatie

Silverhead was een Britse glamrockband die actief was van 1972 tot 1974.

De band stond bekend om hun extravagante podiumact en hun provocerende teksten.

Hun grootste hit was Sold Me Down the River, een nummer dat gaat over het verraad van een vriend en de bittere gevolgen daarvan.

Het nummer combineert een krachtige gitaarriff met een pakkend refrein en een emotionele zang.

Hun nummer Sixteen and Savaged, dat verscheen op hun tweede en laatste album met dezelfde naam. Werd bekritiseerd om zijn controversiële inhoud.

Het nummer gaat over een jong meisje dat zich overgeeft aan seks, drugs en rock-‘n-roll, en de gevolgen daarvan.

De band ging uit elkaar na een mislukte tournee door de Verenigde Staten, waar ze weinig publiek trokken en problemen hadden met hun platenmaatschappij.

In 2012 kwam de leden terug bijeen om verschillende optredens te doen in Japan.

Gisteren nog vandaag