50 jaar geleden, zingende seksbom Elkie Brooks.

In maart 1976 werd zangeres Elkie Brooks omschreven als een zingende seksbom die met haar opvallende verschijning en strakke jeans menig jongerenhart sneller deed kloppen.

Voor de echte popkenner was zij destijds geen onbekende, omdat velen zich haar vurige stem bij de Britse groep Vinegar Joe nog wel konden herinneren.

In die periode maakte zij echter naam als de blanke furie van de rock met haar eerste solo-album Rich Man’s Woman uit 1975,

uitgebracht op A&M Records.

Hoewel dit album door critici werd geprezen, zorgde de hoesfoto van een naakte Brooks met een verensjaal destijds voor de nodige ophef.

Brooks gaf in die tijd aan dat zij het vleiend vond dat haar figuur in de smaak viel bij het publiek, maar ze benadrukte dat haar solocarrière op dat moment al haar aandacht opeiste.

Na het uit elkaar gaan van Vinegar Joe in 1974 had zij een lastige periode gekend waarin zij zelfs naar Amerika was getrokken in de hoop een filmster te worden.

Dat avontuur liep echter op niets uit bij gebrek aan de juiste contacten en rollen.

Uiteindelijk leefde zij weer op toen zij zich aansloot bij de popgroep Wet Willie voor een tournee.

Ze vertelde destijds dat het zwerversbestaan van een artiest, met elke dag een andere stad en een ander hotel, voor haar een levensnoodzaak was geworden.

In de jaren die volgden op deze periode in 1976 brak een uiterst succesvolle tijd aan met zestien albums in twintig jaar.

Dit begon met Two Days Away in 1977, geproduceerd door het beroemde duo Jerry Leiber en Mike Stoller.

Van dit album kwamen grote hits zoals Pearl’s a Singer en Sunshine After the Rain. Ook zong zij in 1977 een duet met Cat Stevens en scoorde zij later successen met nummers als Lilac Wine en Don’t Cry Out Loud.

In 1980 trad zij op tijdens het Knebworth Festival naast grote namen als The Beach Boys en Santana.

Haar grootste commerciële succes behaalde zij met het album Pearls uit 1981, dat 79 weken in de hitlijsten stond.

Andere bekende hits uit die jaren waren onder meer Fool If You Think It’s Over en No More the Fool, die begin 1987 de top vijf bereikten.

Terwijl zij in maart 1976 nog probeerde haar huwelijk met gitarist Peter Gage zo goed mogelijk te combineren met haar drukke bestaan, eindigde deze verbintenis later in de jaren zeventig.

Op 1 maart 1978 trouwde zij met haar geluidstechnicus Trevor Jordan, met wie zij twee zonen kreeg, Jermaine en Joseph.

Het gezin woonde jarenlang in een landhuis in North Devon, maar in 1998 kwam Brooks in zware financiële problemen, nadat bleek dat haar accountant haar belastingen niet had betaald.

Ze woonde tijdelijk in een stacaravan, maar wist uiteindelijk na vier jaar al haar schulden af te lossen door haar huis te verkopen.

Vanaf het jaar 2000 werd haar management en tournee-promotie overgenomen door haar zoon Jermaine en diens vrouw Joanna.

Deze week 50 jaar geleden, komt Gérard Lenorman met zijn single ‘Voici les clés’ binnen in de Brt Top 30.

Hoewel het nummer uitgroeide tot een Franse klassieker, is het oorspronkelijk een cover van Nel Cuore Nei Sensi van de Italiaanse formatie Albatros.

Het lied werd gecomponeerd door Toto Cutugno en Vito Pallavicini, waarna Pierre Delanoë tekende voor de Franse vertaling.

In de tekst bezingt Lenorman zijn zoon Mathieu, die in het lied Nicolas wordt genoemd, en reflecteert hij op een mogelijke scheiding van zijn vrouw Caroline.

Hij benadrukt dat zij altijd welkom blijft en overhandigt haar symbolisch de sleutels van haar geluk.

Hoewel het echtpaar op het moment van de opname nog gelukkig samen was, bleek het nummer een onbedoelde voorspelling van de toekomst; in 1989 ging het stel definitief uit elkaar.

De single werd een groot succes in de Lage Landen en bereikte zowel in de Vlaamse hitlijsten als in de Nederlandse Top 40 de tweede plaats.

Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.

Frieda en Benny uiteen, maar Abba blijft bestaan.

In november 1980 gingen Benny Andersson en Anni-Frid Lyngstad, het tweede echtpaar van de wereldberoemde popgroep ABBA, al feitelijk uit elkaar.

Enkele maanden later, eind februari 1981, werd officieel bekendgemaakt dat hun huwelijk definitief was beëindigd en dat er een scheiding zou volgen.

Deze breuk vond plaats twee jaar na de scheiding van de andere helft van de groep, Björn Ulvaeus en Agnetha Fältskog.

Ondanks deze nieuwe persoonlijke crisis bleef de boodschap vanuit het hoofdkwartier duidelijk: de groep zou in elk geval blijven bestaan en de muzikale samenwerking werd niet beïnvloed door de privéproblemen.

Benny en Frida verklaarden dat hun besluit weloverwogen en in alle sereniteit was genomen.

Ze benadrukten dat het een persoonlijke kwestie betrof en dat zij als volwassenen tot een onderlinge oplossing waren gekomen.

Hoewel het voor de buitenwereld een grote schok was, gaven de groepsleden aan dat de eerdere breuk tussen Björn en Agnetha de werkrelatie binnen de band juist had verduidelijkt, omdat spanningen en wrijvingen uit de weg waren geruimd.

De geschiedenis leek zich nu te herhalen, waarbij de focus volledig op de professionele toekomst van het imperium kwam te liggen.

Tegelijkertijd deden er verschillende geruchten de ronde over de achtergrond van de breuk.

Er werd gespeculeerd over de rol van de Zweedse tv-journaliste Mona Nörklit, met wie Benny een nieuwe relatie zou zijn gestart.

Hoewel intimi aangaven dat deze romance niet de directe aanleiding was voor de scheiding met Frida, zorgde het nieuws voor veel beroering in de media.

Te midden van alle persoonlijke veranderingen bleven de artistieke plannen ongewijzigd, met vooruitzichten op een nieuwe televisieshow voor de Amerikaanse markt en de opname van een nieuwe single in de studio.

Ondanks de breuk bleven ze samenwerken binnen ABBA en brachten ze later in 1981 het album The Visitors uit.

Na de scheiding hertrouwde Benny Andersson al snel in 1981 met Mona Nörklit.

Gisteren nog vandaag

Ook al vijf jaar geleden deze maand, onze Gentse vriend Walter Ertvelt met zijn album Roaring 2020.

Ter gelegenheid van zijn toen zeventigste verjaardag vond hij het na vijftig jaar liedjes schrijven voor anderen de hoogste tijd om zelf een album uit te brengen.

Het werd zelfs een dubbel-cd onder de titel Roaring 2020.

Hoewel zijn naam misschien niet bij iedereen meteen een belletje doet rinkelen, is zijn werk ongetwijfeld bekend.

Zo schreef hij de tekst van ‘Vreemde Vogels’, de zomerhit van Claire uit 1973 die nog altijd staat als een huis.

Daarnaast schreef hij nummers voor namen als Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Ann Christy en Miek en Roel.

Ook voor Rob de Nijs was hij een belangrijke schakel; Walter werkte mee aan diens album ‘Tussen Zomer En Winter’ uit 1977.

Rob de Nijs verbleef destijds enkele weken in Gent in 1976, voor de voorbereiding, en was toen bijna elke avond aanwezig in de Hotsy Totsy.

De hoes van dat album is overigens een kunstwerk van de Gentse kunstenaar Frank Liefooghe.

Ook als producer liet Walter zijn sporen na in samenwerkingen met Roland, de Skyblasters en Zaki.

Zijn creativiteit reikte echter verder dan muziek alleen; samen met Herwig Deweerdt maakte hij de film Jacques Brel aux Marquises en tot 2001 verzorgde hij een column in het Radio 1-programma ‘Het Einde van de Wereld’.

Bovendien was hij de drijvende kracht achter de Waterfront Galerie op Meulestede in Gent.

Dat was ook de plek waar Hotsy Totsy in 1998 een groot feest gaf ter gelegenheid van ons 25-jarig bestaan, gecombineerd met een tentoonstelling in de galerie.

Voor zijn eigen muzikale project werkte hij samen met componist Yves Meersschaert en liet hij zich omringen door het kruim van de Gentse muziekscene, met bijdragen van onder anderen Roland, Steven De bruyn, Bart Maris en Edward Buadee.

Vandaag 80 jaar geleden, de geboorte van Kate McGarrigle.

De zussen McGarrigle groeiden op in een gezin waar zowel de Angelsaksische als de Frans-Canadese cultuur een belangrijke rol speelde.

Die tweetaligheid vormde de rode draad in hun muziek.

Eind jaren zestig vormden de toen begin twintigjarige Anna en haar bijna twee jaar jongere zus Kate een duo.

In 1976 braken ze wereldwijd door met de klassieker Complainte pour Sainte-Catherine.

Dit eigenzinnige nummer, over de metro van Montreal en de mensen die daar de ijzige kou ontvluchten, haalde in Vlaanderen de hitlijsten niet.

In Nederland werd het echter een succes met een zeventiende plaats in de Top 40.

Gedurende hun carrière namen de zussen tien albums op, variërend van Engelstalig werk tot Franse chansons.

Met het album French Record (Entre Lajeunesse et la Sagesse) maakten ze in 1980 een prachtig gebaar naar de Franstalige bevolking van Quebec.

Hun talent bleef niet onopgemerkt bij collega-artiesten; iconen als Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Marianne Faithfull namen covers op van hun nummers, waaronder The Work Song en Heart Like a Wheel.

Hoewel het succes groot was, kozen de zussen er bewust voor om hun gezin voorrang te geven boven een nog grotere internationale carrière.

De muzikale genen werden echter succesvol doorgegeven.

Uit het huwelijk tussen Kate McGarrigle en singer-songwriter Loudon Wainwright III kwamen twee kinderen voort, Rufus en Martha Wainwright, die inmiddels beiden zelf een indrukwekkende muzikale loopbaan hebben opgebouwd.

Het leven van Kate nam een zware wending toen er in de zomer van 2006 sarcoom bij haar werd vastgesteld, een zeldzame vorm van kanker.

Ondanks haar ziekte bleef ze tot het laatst toe verbonden met de muziek.

In december 2009 stond ze voor het laatst op het podium in de Londense Royal Albert Hall, waar ze samen met haar zoon en dochter optrad tijdens het concert A Not So Silent Night.

Op 18 januari 2010 kwam ze op 63-jarige leeftijd te overlijden.

De carrière van Julien Clerc begon op 4 oktober 1947 in Parijs.

Julien Clerc, geboren als Paul Alain August Leclerc, groeide op in een wereld van uitersten.

Aan de ene kant was er de gedisciplineerde opvoeding in een groot landhuis in Bourg-la-Reine bij zijn vader, een professor bij UNESCO, waar discipline en traditie de boventoon voerden.

Aan de andere kant was er het bruisende Parijs van zijn moeder, waar de jonge Paul zich pas echt vrij voelde.

De wortels van zijn moeder in Guadeloupe gaven hem de bron voor zijn temperament en de creativiteit die later zijn muziek zou kenmerken.

Tijdens zijn middelbareschooltijd vond hij een zielsverwant in Maurice Momo Vallet, met wie hij de liefde voor sport, literatuur en muziek deelde, variërend van Charles Aznavour tot The Beatles.

Wanneer Paul in 1966 in Parijs rechten gaat studeren aan de Sorbonne, ontmoet hij in een café tekstschrijver Etienne Roda-Gil.

Het drietal droomt van succes, maar daarvoor moet er eerst een artiestennaam komen.

Na suggesties als Paul Le Rock en Joe Leclerc valt de keuze definitief op Julien Clerc.

Na een aanvankelijke afwijzing bij CBS Records zorgt een toevallige ontmoeting op een feest van UNESCO voor de ommekeer.

Julien mag auditie doen bij Pathé-Marconi en krijgt zijn eerste contract.

In 1968 verschijnt zijn eerste single La Cavalerie en niet veel later staat hij in het voorprogramma van Adamo.

De echte grote doorbraak volgt in 1970 wanneer hij de hoofdrol speelt in de Franse versie van de musical Hair.

Het publiek is verkocht en Julien Clerc groeit uit tot een waar tieneridool dat wekenlang in een steevast uitverkocht Olympia in Parijs staat.

In de jaren zeventig verovert Julien ook Nederland en Vlaanderen. Na successen als Ce Nest Rien en Si On Chantait bereikt hij in 1976 de absolute top met This Melody, dat op nummer een belandt in de hitlijsten.

Hij trouwt met actrice Miou Miou, met we wie hij twee dochters krijgt, en knipt zijn iconische wilde krullen af.

Hoewel hij later breekt met zowel zijn vrouw als zijn vaste schrijvers Momo en Roda-Gil, blijft het succes aanhouden.

Hij werkt samen met iconen als Serge Gainsbourg en Françoise Hardy, terwijl albums in Frankrijk met platina worden bekroond.

In 1987 scoort hij bij ons opnieuw een grote hit met het vrolijke Helene, een weerspiegeling van het geluk in zijn nieuwe huwelijk met Virginie Couperie.

Juliens leven blijft in beweging, zowel muzikaal als persoonlijk.

Na een reis door Afrika wordt hij in 2003 benoemd tot speciaal ambassadeur van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Hij vindt uiteindelijk nieuw geluk bij de schrijfster Helene Gremillon en wordt op 61-jarige leeftijd opnieuw vader van zoon Leonard.

Rond die tijd neemt hij met Rob de Nijs, die in dezelfde levensfase ook weer vader wordt, een nieuwe versie op van zijn oude hit This Melody.

Naast zijn eigen werk blijft hij zich inzetten voor Les Enfoirés en de daklozenorganisatie Restos du Coeur.

Met zijn nieuwste album Une Vie uit 2025 bewijst hij dat zijn passie onverminderd groot is.

Om zijn vijftigjarige carrière te vieren, start hij in 2026 een grote tournee die hem langs de grootste zalen van Frankrijk en België voert, een ode aan een leven dat volledig in het teken staat van de muziek.

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc is roddelpraatjes beu (Joepie 16 april 1975)

Gisteren nog vandaag

Kluizenaar Julien Clerc in de Joepie van 23 oktober 1978

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc, klagen is dom en puur tijdverlies (Joepie 6 maart 1983)

Gisteren nog vandaag

In de Hitkrant, 1978, Julien Clerc

Gisteren nog vandaag

Het is inmiddels 55 jaar geleden: The Carpenters met hun kerstklassieker Merry Christmas, Darling.

De muziek is van Richard Carpenter, maar de tekst komt van Frank Pooler.

Pooler schreef die tekst al toen hij amper achttien was.

Twintig jaar later, in 1966, was hij koorleider aan de California State University en gaf hij les aan Karen en Richard Carpenter.

Omdat Karen en Richard de standaardkerstliedjes moe waren, vroegen ze hun docent of hij geen onbekend nummer had liggen.

Pooler vertelde dat hij als tiener ooit zelf een kerstnummer had geschreven.

De originele muziek was verloren gegaan, maar de tekst had hij nog.

Toen Richard die tekst kreeg, schreef hij er in amper een kwartiertje nieuwe muziek bij.

Toch zou het nog tot 1970 duren voor de single verscheen.

In Amerika werd het een nummer 1-hit in de Billboard Christmas-lijst, maar bij ons in Vlaanderen en Nederland haalde het de hitparade helaas niet.

Het nummer staat overigens ook op hun bekende kerstalbum Christmas Portrait uit 1978.

50 jaar geleden, Banzai met hun nummer Chinese Kung Fu

Midden jaren 70 was de wereld volledig in de ban van oosterse gevechtskunsten.

Bruce Lee was de grootste filmster van het moment en in de hitlijsten had Carl Douglas net de weg vrijgemaakt met zijn wereldhit Kung Fu Fighting.

In dat kielzog verscheen in 1975 nog een opvallende single die slim inspeelde op die rage: Chinese Kung Fu van de groep Banzai.

Het nummer werd geschreven door de Fransman Bernard Estardy.

Estardy was in de Franse muziekwereld een ware legende; hij was een geniale geluidstechnicus en toetsenist die in zijn eigen studio werkte met de grootste sterren.

Voor dit project, dat op de hoes vaak als Banzaii met twee i’s werd geschreven, besloot hij zelf te experimenteren met synthesizers en geluidseffecten.

Estardy combineerde die typische, vroege discobeat met stereotiepe oosterse melodietjes en – uiteraard – de nodige ‘Hia!’-kreten en geluiden van vechtende mensen.

Omdat het een echt studioproject was, was Banzai geen band die je zomaar live zag optreden; het was puur gemaakt voor de dansvloer.

Hoewel we het nu als een klassieker beschouwen, is het feitelijk nooit een officiële hit geweest.

Het nummer werd destijds grijsgedraaid in de discotheken van de Benelux en was enorm populair in het uitgaansleven, maar die populariteit vertaalde zich vreemd genoeg niet naar de verkoopcijfers.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland haalde de single nooit de officiële hitparade. Het blijft daarmee een van de bekendste ‘niet-hits’ uit het discotijdperk.

Peter Criss mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Zijn carrière begon toen hij begin jaren zeventig een advertentie plaatste waarin hij zichzelf aanbood als drummer.

Paul Stanley en Gene Simmons reageerden op zijn oproep voor hun groep Wicked Lester.

Met die band namen ze een album op, al zou dit pas in 2002 verschijnen. De echte doorbraak kwam in 1974, toen het drietal – inmiddels aangevuld met Ace Frehley – onder de naam KISS hun debuutalbum uitbracht.

Peter Criss, geboren onder de naam George Peter John Criscuola, groeide op in Brooklyn als vriend van Jerry Nolan (New York Dolls).

Hij kreeg les van zijn idool Gene Krupa.

Die jazzachtergrond gaf KISS een unieke swing, wat hem een eervolle dertiende plaats oplevert in mijn lijst van beste drummers aller tijden.

Toch moeten we eerlijk zijn: die dertiende plek is relatief.

Zijn opvolger Eric Carr, geboren als Paul Charles Caravello, was technisch gezien namelijk een veel betere drummer.

Criss moest het vooral hebben van zijn karakteristieke stijl en uitstraling.

Binnen de KISS-mythologie was zijn personage, de Catman, onmisbaar. Volgens de overlevering koos Peter voor de kat omdat hij zichzelf zag als iemand met negen levens die altijd op zijn pootjes terechtkwam.

De Catman bracht een zachtere, meer mysterieuze energie naar de band. Juist die menselijke kwetsbaarheid achter het masker maakte hem bij veel fans het meest geliefde lid.

De verstandhouding met de overige bandleden vertoonde na een auto-ongeluk in 1978 serieuze barsten.

Peter kampte in die tijd ook met alcoholisme en drugsgebruik. In datzelfde jaar brachten alle vier de bandleden tegelijkertijd een soloalbum uit.

Het gelijknamige album van Criss, met singles als You Matter to Me, liet een heel andere kant van hem horen.

Zijn solowerk neigde naar rhythm-and-blues en soul, wat duidelijk afweek van de hardrockrichting van de band.

In oktober 1980 blikte Criss in het blad Joepie eerlijk terug op deze periode.

Hij gaf toe dat hij een onverschillige houding had aangenomen die niet eerlijk was tegenover de andere groepsleden.

Hij schaamde zich zelfs voor zijn vroegere superstar-maniertjes, zoals het uitschelden van personeel als zij om drie uur ’s nachts in Texas geen kaviaar voor hem konden regelen.

De enorme druk van tournees met soms negentig concerten in enkele maanden werd hem simpelweg te veel.

Hoewel hij later op albums als Dynasty (1979) en Unmasked (1980) nauwelijks of zelfs helemaal niet meer meespeelde, bleef hij als zanger verantwoordelijk voor een aantal van de grootste successen.

Zijn allergrootste succes blijft Beth, een nummer dat hij schreef samen met Bob Ezrin en Stan Penridge.

De single werd in 1976 de enige Amerikaanse top 10-hit voor KISS.

Ook nummers als Black Diamond en Hard Luck Woman groeiden uit tot fan favourites.

Dat laatste nummer was door Paul Stanley eigenlijk voor Rod Stewart geschreven, maar op aandringen van Gene Simmons mocht Peter het inzingen.

Na zijn vertrek bracht hij zijn eerste echte soloplaat Out of Control uit, een mengeling van popballades en bluesy rock met veel saxofoon.

Hij probeerde in die tijd incognito te leven in New York met een baard en een donkere zonnebril.

Achter de schermen was zijn privéleven minstens zo bewogen. Peter is drie keer getrouwd geweest en vond na huwelijken met Lydia Di Leonardo en Debra Jensen (moeder van zijn dochter Jenilee) uiteindelijk het geluk bij Gigi Criss.

Zij was zijn steun toen hij in 2008 borstkanker overwon. Peter ontdekte de ziekte zelf na het sporten en is sindsdien een voorvechter van vroege detectie bij mannen.

Naast de muziek zocht Peter de schijnwerpers op als acteur. In 2002 maakte hij indruk door een gevangene te spelen in de rauwe serie Oz.

Later, in 2009, vertolkte hij de rol van Mike in de film Frame of Mind. Deze uitstapjes lieten zien dat er achter het drumstel een veelzijdig artiest schuilde.

Na jaren van vertrek, succesvolle reünies en ruzies over salarissen, nam Peter in 2003 definitief afscheid van de band.

Dat Eric Singer daarna zijn Catman-make-up overnam, zorgde voor veel woede bij de fans; voor hen kan er immers maar één echte Catman zijn.

In 2014 kreeg hij de ultieme erkenning met een plek in de Rock And Roll Hall Of Fame.

50 jaar geleden, KC & The Sunshine Band en hun hit That’s The Way (I Like It .

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.

Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.

De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.

Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.

‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.

Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.

Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.

In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.

KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.

Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.

Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.

‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).